2) Eenvoudige hulpmiddelen en tips

Hier vind je eenvoudige hulpmiddelen en tips. De nummers van deze tips zijn in volgorde van hoog naar laag. De nieuwste tips staan bovenaan.

Inhoud:

71. Slakkenhekjes.

70. Placemat met zaai-gaatjes.

69. Raamwerk van latjes voor een zaaibedje.

68. Schuifbakje gemaakt van margarinekuipjes.

67. Wit plastic dopje met zaadjes om te zaaien.

66. Droge stalmest zeven.

65. Zeef en bloempotschotel om “vloeibare mest te maken”.

64. Nylon koord met knoopjes op vaste afstanden.

63. Bloempotschotel met afsluitbare afvoer.

62. (Groenten) wegen met een bagageweegschaal.

61. Koemestkorrels fijn malen met een (stuk) stoeptegel.

60. Klein maatschepje voor kleine (groente)zaadjes.

59. Twee stukken pvc elektriciteitsbuis aan elkaar maken (voor een bogentunnel).

58. Waterbuisjes als zaaihulp.

57. Plastic bloempotje om handschoenen te laten drogen.

56. Planten water geven via een bak en slangen.

55. Extra steun voor paprikaplanten in een speciekuip.

54. Stambonen vrijhouden van de ondergrond (tip van Wim).

53. Frame met insectengaas (tip van Wim).

52. Koude kweektunnel van golfplaat op 4 houten poten (tip van Wim).

51. “Korven” van gaas en dik ijzerdraad om planten te beschermen tegen vraat (tip van Wim).

50. Draad met markering op vaste afstand (tip van Wim).

49. Staken vastzetten met draadspanner (tip van Wim).

48. Flesjes op stokken, ijsstokjes als naamplaatjes, lege yoghurtbekers om in te zaaien (enkele tips van Liane).

47. Een plastic bloempot gebruiken om (pot)grond of compost te zeven.

46. Een dun laagje grond strooien met een bloempotje.

45. Stukjes krulsnoer om staakbonen te leiden.

44. Afdekstrook voor zaaisel.

43. Te openen gietrand.

42. Aardappelen poten met behulp van een bollenplanter.

41. Aardappelen voorkiemen in eierdozen of op compost.

40. Werkwijze om een plant met een grote potkluit uit een bloempot te halen.

39. Aluminium folie achter binnenshuis opgroeiende plantjes (tip van Frits).

38. Naambordjes geknipt uit luxaflex (tip van Sandor).

37. Plantensteuntje voor preiplantjes.

36. Staken met lussen om de ranken van staakbonen door te leiden (tip van Wim).

35. Plankje voor het zaaien op vaste afstand  (tip van Wim).

34. Zaaisleuven maken met een houten hark  (tip van Wim).

33. Handige opslag van zakjes (groenten)zaad  (tip van Wim).

32. Hulpmiddel om de tuinslang over een rand te hangen.

31. Planten in de grond zetten met een bollenplanter.

30. Trapje voor staakbonen.

29. Plaat om potjes met plantjes op te zetten.

28. Handige afvalbak voor gft.

27. Zaaitips (algemeen).

26. Grijs plaatje om ontkiemende zaadjes goed te zien.

25. Kleine zaadjes (bakje, kroonkurk, cocktailprikkertje).

24. Vruchtwisselplan en tuinplan in Excel.

23. Emmerkasje.

22. Eenvoudige “donkere ruimte” voor witlof.

21. Kippenvoer (gemengd graan) als groenbemester.

20. Vogels voeren in de vlinderstruik.

19. Gereedschap in een compostvat.

18. Vierkante bloempotjes uit tray knippen.

17. Eenvoudige steun voor zware takken bij de paprikaplant.

16. Hulpmiddel voor snijbonenmolen.

15. “Plankbrug” voor uienopslag.

14. “Krantenrok” voor aardappelopslag.

13. Tips voor een waterton.

12. Brandnetelgier maken.

11. Vastzetstripjes om staakbonen te leiden.

10. Vastzetstripjes voor paprika of tomaat.

9. Koolkragen en vastzetpinnen.

8. Pootstok voor preiplanten of bonenstaken.

7. Kweekkasje van een margarinekuipje en een doorzichtig champignonbakje.

6. Lat met vaste afstanden.

5. Touwtje met binddraadjes op vaste afstanden.

4. Elastiekje voor recht zaaien of planten.

3. Stap-plank voor op losse grond.

2. Plankje om voortjes te maken (“voortjesplank”).

1. Kweekkasje van margarinekuipjes.

.

.

De tips:

71. Slakkenhekjes.

huisjesslakken

Als je veel last hebt van “slakkenvraat”, dan kan je bloempotschotels ondersteboven op je tuingrond leggen. Draai elk ochtend de bloempotschotels om en kijk of er slakken onder zitten. Je kunt de aanwezige slakken ergens anders vrijlaten of…….

slakkenhekje 3 Je kunt er ook voor zorgen dat (grote) slakken niet bij je planten kunnen. Door “slakkenhekjes” rondom je plantjes te zetten.

Hieronder staat hoe je die hekjes maakt.

gaas slakkenhekje 1

  • Men neme gaas met vierkante mazen van 12,7 mm. Het gaas is ongeveer 1 meter hoog. En het ijzerdraad van het gaas is niet erg dik, ongeveer 0,65 millimeter.

gaas slakkenhekje 2

  • Knip een strook van 4 mazen (= 5 tot 6 cm) breed en ongeveer 1 meter lang. Dat gaat goed met een scherpe schaar. Knip “in het midden van de vierkanten”. Hierdoor krijgt de strook scherpe ijzerdraadjes aan de zijkanten.

gaas slakkenhekje 3

  • Knip smalle plastic strookjes. Bijvoorbeeld uit de bodem van een plastic margarinekuipje. Voor elke slakkenhekje heb je 1 plastic strookje nodig.

  • Of gebruik (afgeknipte stukken van) brede tiewraps. Voor elke slakkenhekje heb je 1 stukje tiewrap nodig.

gaas slakkenhekje 5gaas slakkenhekje 4

  • Buig de strook gaas rond om een cilinder te vormen.
  • Je kunt een grote of een kleine cilinder maken door het gaas meer of minder “op te rollen”
  • Houd het gaas in de gewenste vorm vast en steek een plastic strookje (of stukje tiewrap) door de mazen. Door dit strookje blijft het gaas in de ronde vorm.

De slakkenhekjes hebben scherpe ijzerdraadjes aan de bovenkant (en aan de onderkant). Grote slakken kunnen niet over die ijzerdraadjes heen. Zo houd je de slakken weg van de plantjes.

Je kunt eerst een kleine cilinder om een kleine plant doen. En later de cilinder groter maken als de plant groter, breder is gegroeid; strookje uithalen, gaas “losser oprollen”, strookje weer insteken.

.

70. Placemat met zaai-gaatjes.

Je kunt zaaien op een zaaibedje in de tuingrond. Om de zaadjes op vaste afstanden te strooien is het handig om een placemat met gaatjes te gebruiken.

placemat 6

In deze plastic placemat zijn gaatjes gemaakt op vaste afstanden. De (kleinste) afstand tussen 2 gaatjes in deze placemat is ongeveer 6,2 cm.

Hieronder de maakbeschrijving.

placemat 1

  • Men neme een plastic placemat.

placemat 2

  • Meet de lengte en de breedte. Deze placemat is 45 bij 30 cm.

placemat 3

  • Teken lijnen op de placemat. Zet kruisjes op de lijnen waar de gaatjes gemaakt moeten worden.
  • Bij deze placemat wordt de (kleinste) afstand tussen 2 gaatjes ongeveer 6,2 cm. De plantjes die op deze afstand groeien kunnen met de 6 cm brede verplantbuis van tip 42 verplant worden.
  • Hieronder info over de bijbehorende afstanden tussen de lijnen en kruisjes;

placemat 5

  • De horizontale lijnen zijn 3,75 mm uit elkaar.

placemat 4

  • Tussen twee kruisjes op dezelfde lijn is 10 cm.
  • Midden tussen 2 kruisjes op 1 lijn ligt het kruisje van de naastliggende lijn.

placemat 10

  • Maak ronde gaatjes in de placemat bij de kruisjes. Leg telkens een “stuk placemat” op een plastic snijplank. Sla met een holpijpje van 9 of 10 mm het gaatje in de placemat.
  • Het is heel moeilijk om met een boor (spiraalboor of houtboor) fatsoenlijk gaten in het plastic van de placemat maken. Het beste en snelste gaat gaatjes maken met een holpijpje. Een set van 9 holpijpjes van 2,5 tot 10 millimeter kost 10 euro (Praxis).

placemat 7

  • Dit gebeurt er als de placemat “niet goed” op de snijplank ligt tijdens het slaan op het holpijpje; scheurtjes in het plastic.
  • Je kunt een placemat met 1 of enkele van zulke gaatjes nog goed gebruiken voor het zaaien.

placemat 6

  • Hier zie je de placemat met 32 zaai-gaatjes erin.

placemat 9

Je kunt bij elke hoek in de placemat een klein gaatje maken met een 3 mm holpijpje. Of met een scherpe spijker die je in de placemat slaat.

Vóór het zaaien kun je de ijzeren vastzetpennen van tip 37 in deze 4 gaatjes teken.

voortje-lat-31De pennen zijn gebogen uit ijzerdraad van 2,5 millimeter dik. Het rechte deel is ongeveer 15 centimeter lang. De rechthoekige handgreep is 2,5 centimeter hoog en 3,5 centimeter breed.

.

placemat 11

Hier is 1 placemat doormidden geknipt. In elke helft zijn “verschillende” zaai-gaatjes gemaakt.

.

vroegprei-13vroegprei-4Je kunt kleine stukken placemat uitknippen die in een kuipje passen en daar zaaigaatjes inmaken. Handig bij het zaaien in een kuipje met zaaigrond.

.

69. Raamwerk van latjes voor een zaaibedje.

zaairaam 1

Je kunt een raam van latjes gebruiken om een zaaibedje in de tuingrond te maken. In het raamwerk past een placemat met zaai-gaatjes.

Zo’n raamwerk maak je zo:

zaairaam 2

Nodig:

  • dunne houten plankjes, ongeveer 5 cm breed en 1 cm dik.
  • dunne bindstripjes (tie-wraps).

zaairaam 3

  • Zaag de dunne houten plankjes op de juiste lengte. Twee plankjes worden ongeveer 2 tot 4 cm langer dan de lange zijde van de placemat. En twee plankjes worden ongeveer 2 tot 4 cm langer dan de korte zijde van de placemat.
  • Zaag de uiteinden van alle plankjes schuin.
  • Boor kleine gaatjes door de plankjes, vlak bij de uiteinden.

zaairaam 4

  • Maak de uiteinden van de plankjes aan elkaar met bindstripjes door de gaatjes.
  • Knip daarna de losse uiteinden van de stripjes af.

zaairaam 6

  • Als je in 2 overliggende hoeken maar 1 bindstripje doet (en in de 2 andere hoeken 2 stripjes), dan kun je het raam dubbel vouwen. Zie de foto hierboven; bij de buitenste einden van het gevouwen raamwerk is maar 1 bindstripje. Opgevouwen neemt het raamwerk weinig ruimte in.

zaairaam 7Je kunt een groot en een klein raamwerk maken voor een hele en een halve placemat met gaatjes.

Opmerking:

In plaats van een houten frame kun je een stuk plastic gazonrand (plastic grasrand) gebruiken, bijvoorbeeld  deze  .

Duw een stuk gazonrand in de losse tuingrond. Een deel van de rand is dubbel.

Maak het zaaibed met gazonrand zo groot dat een placemat met gaatjes er ruim in past.

Na het zaaien en grond opstrooien kun je de gazonrand in de tuingrond laten zitten. Je kunt dan een plank of plaat of iets dergelijks op de gazonrand leggen. Dan droogt de grond niet uit of spoelen de zaadjes niet weg bij stortregen en de plantjes komen eerder op. Na opkomst de plank weg halen.

Je kunt de gazonrand in de grond laten zitten tot de oogst. Die rand is handig bij water geven.

.

68. Schuifbakje gemaakt van margarine kuipjes.

schuifkuipje 18

Je kunt een blok zaaigrond met plantjes uit een aangepast margarinekuipje in de tuingrond schuiven. Hieronder staat hoe je zo’n schuifkuipje maakt.

schuifkuipje 1

Links een schuifkuipje met 1 open zijkant. Rechts een verlaagd kuipje met 2 deukjes in de bovenrand.

schuifkuipje 2

Het schuifkuipje past in het “deukjes-kuipje”. Het deukjes-kuipje is nodig om een dichte zijwand te maken. Hierdoor blijft de zaaigrond in het kuipje en stroomt er geen water uit de open zijkant.

Als je later het schuifkuipje met plantjes uit het deukjes-kuipje wil tillen: pak het schuifkuipje (met 2 handen) bij de 2 deukjes aan de rand vast en til het omhoog.

schuifkuipje 3Nodig:

  • 2 margarinekuipjes van 500 gram elk,
  • een plastic vierkant of rechthoekig plaatje of doosje, bijvoorbeeld een plastic cd-doosje,
  • schaar en potlood.

schuifkuipje 4

Uit één kuipje wordt 1 korte zijkant geknipt. Je kunt met potlood een streep op het kuipje zetten waar geknipt moet worden. Dan is het handig als er korte ribbels aan de binnenrand bij de hoeken zijn. Op bovenstaande foto is zo’n ribbel bij de potloodpunt.

schuifkuipje 5

  • Houd het kuipje tegen het licht. De ribbel van de binnenzijde wordt dan zichtbaar aan de buitenzijde.
  • Zet bij de ribbel een streepje aan de buitenkant.
  • Doe hetzelfde bij de andere hoek van het kuipje.

schuifkuipje 6

schuifkuipje 7

  • Houdt de cd-hoes (of een ander vierkant of rechthoekig plaatje) tegen de rand van het kuipje met de hoek bij het korte potloodstreepje.
  • Maak een verticale streep op het kuipje langs de zijkant van de cd-hoes.
  • Doe hetzelfde bij de andere hoek van het kuipje.

schuifkuipje 8

schuifkuipje 9

  • Zet een 250 grams kuipje tegen het 500 grams kuipje.
  • Teken de bovenrand van het kleine kuipje af op het grote kuipje.

schuifkuipje 10

  • Knip van het 500 grams kuipje de bovenkant af;
    • Als je langs de horizontale potloodlijn knipt krijg je een “laag” kuipje van 4,5 cm hoog.
    • Als je net onder de |_ rand knipt krijg je een “hoog” kuipje van 5,5,cm hoog.
    • Zie ook Opmerking (hoger kuipje), wat verder in deze tip.

schuifkuipje 11

  • Knip langs de streeplijn in het kuipje.
  • Doe hetzelfde aan de andere kant van het kuipje.

schuifkuipje 12

  • Leg het kuipje op de kop.
  • Knip een schuin stukje in de bodem.
  • Doe hetzelfde aan de andere kant van het kuipje.

schuifkuipje 13

  • Knip de zijkant van het kuipje af. Knip in de bodem ongeveer 1 tot 2 millimeter naast de “hoek”. Zo krijgt het schuifkuipje geen opstaand randje bij de afgeknipte bodem.

schuifkuipje 14

Hier zie je dat de bodem van het schuifkuipje geen opstaand randje heeft. Dat is handiger bij het schuiven van het blok zaaigrond. (Aan de afgeknipte zijkant is wel een klein randje van de bodem te zien).

schuifkuipje 15

  • Men neme een ander 500 grams kuipje.
  • Zet een 250 grams kuipje tegen dit 500 grams kuipje.
  • Teken de bovenrand van het kleine kuipje af op het grote kuipje.
  • Knip de bovenrand van het 500 grams kuipje af;
    • Als je langs de horizontale potloodlijn knipt krijg je een “laag” kuipje van 4,5 cm hoog.
    • Als je net onder de |_ rand knipt krijg je een “hoog” kuipje van 5,5,cm hoog.
    • Zie ook Opmerking (hoger kuipje), wat verder in deze tip.

schuifkuipje 16

  • Teken een “half rondje” op een lange zijkant nabij de hoek. Je kunt een munt gebruiken bij het tekenen.
  • Doe dit ook aan de andere zijde van het kuipje.

schuifkuipje 17

  • Knip de 2 deukjes in de bovenrand van het kuipje.

Nu heb je beide kuipjes gemaakt. Ze zijn klaar voor gebruik.

.

Opmerking (hoger kuipje);

De schuifbakjes hierboven zijn net zo hoog als een 250 grams kuipje, ongeveer 4,5 cm hoog.

schuifkuipje 19

Maar je kunt een hoger schuifkuipje en een hoger deukjes-kuipje maken. Knip dan elk 500 grams kuipje “vlak langs de |_  rand”.

Je hoeft dan geen potloodstreep op de zijkant te tekenen. Je knipt gewoon “zo hoog mogelijk” langs de |_  rand.

Elk kuipje wordt dan ongeveer 1 cm hoger (5.5 cm hoog in plaats van 4,5 cm hoog). Op bovenstaande foto zie je een deuk-kuipje en een schuifkuipje naast een niet verknipt kuipje (alle drie 500 gram).

schuifkuipje 20

Hier zie je twee schuifbakjes met zaaigrond; links van 4,5 cm hoog, rechts van 5,5 cm hoog. Beide schuifbakjes “doen het goed”.

schuifkuipje 21

En hier zijn 500 grams kuipjes (omgekeerd) op de 2 schuifbakjes gezet. Beide kuipje passen goed.

schuifkuipje 22

Op deze foto een laag en een hoog schuifbakje, elk met kleine zomerwortelplantjes.

.

67. Wit plastic dopje met zaadjes om te zaaien.

dopje

Je kunt zo’n plastic dop gebruiken om (groente)zaden in te doen tijdens het zaaien.

zaaidopje 1

Bijvoorbeeld preizaadjes bij het zaaien op vochtig wc-papier.

  • Leg de dop met zaadjes eerst in de tegenoverliggende hoek.
  • En leg de zaadjes op het vrije stuk wc-papier.
  • Daarna kun je het dopje (door voorzichtig schuiven en schuin houden) los halen van het vochtig toiletpapier.

zaaidopje 2

  • Maak de onderkant van de dop droog.
  • En leg de dop voorzichtig op de “liggende zaadjes”. De dop zal niet vast gaan zitten (zal niet gaan plakken) aan de droge zijde van de liggende zaadjes.
  • Leg de laatste zaadjes op het papier.
  • Na het zaaien kun je de dop weer voorzichtig van de zaadjes af tillen.

.

66. Droge stalmest zeven.

Droge stalmest (rundermest) die enkele maanden op een mesthoop heeft gelegen kun je in fijne brokstukken breken.

mest 5

Neem een stuk droge mest.

mest 6

Breek de stukken droge mest en verkruimel de mest met je handen (handschoenen aan).

mest 7

Zo ziet verkruimelde mest eruit.

mest 9 Zeef de verkruimelde mest door de gaten in de bodem van een plastic bloempotje. Schud de grote stukken mest weer in een emmer, verkruimel deze stukjes mest, zeef weer enzovoort.

mest 10

Op deze foto met een theelepeltje mest kun je zien hoe klein de gezeefde stukjes zijn. Je ziet duidelijk stukjes stro met hierop en hierin de stalmest.

Bewaar de gezeefde mest in een emmer. Je kunt deze mest gemakkelijk door tuingrond of compost mengen.

.

65. Zeef en bloempotschotel om “vloeibare mest te maken”.

mest 1 mest 2 mest 3 mest 4

Met een (plastic) zeef, een passende plastic bloempotschotel en 2 brede elastieken kun je een hulpmiddel maken om (stal)mest in water op te lossen. Zo kun je “vloeibare mest” maken.

.

64. Nylon koord met knoopjes op vaste afstanden.

knopen

groep 1

groep 2

Erg handig bij het zaaien is een nylon koord van 2 mm dik. In dit koord is om de 10 cm een knoopje gelegd. Het koord heeft aan elk uiteinde een lus.

knooptouwtje 1 knooptouwtje 2

Eén lus van het koord is om een (bamboe) stok gedaan. Het koord wordt strak gespannen met bandelastiek aan het andere eind. Een strak gespannen koord zorgt voor een “rechte zaai-lijn” en het geeft de plekken aan waar gezaaid moet worden.

Maken

Onderstaande beschrijving staat ook in tip 38 bij D2) Nylon koord met knoopjes;

  • Het nylonkoord is 2 mm dik. Het koord kost ongeveer €0,10 per meter lengte. Door elke knoop wordt het koord ongeveer 12 mm (1,2 cm) korter. Houd hier rekening mee.
  • Zo heb je voor 4,50 meter koord met “om de 10 cm een knoop” ongeveer 5,20 meter beginlengte nodig. Dit is zonder lussen. Met lussen erbij is een beginlengte van 5,70 of 5,80 meter nodig. Begin altijd met een stuk koord dat lang genoeg is.
  • Als je begint met knopen, leg dan de eerste knoop in het midden van het stuk koord. Ga daarna vanaf die knoop naar één uiteinde knopen leggen. Zo hoef je ten hoogste maar de helft van de beginlengte door de knoop te trekken. Als een kant af is, ga dan vanaf de eerste knoop (in het midden) naar de andere kant knopen leggen.
  • Het is niet erg handig om  knopen nog dichterbij elkaar te maken. Dan moet je veel knopen leggen en goed meten en rekenen. Wil je om de 5 cm zaaien dan kun je toch het koord met de 10 cm knopen gebruiken. Zaai dan telkens bij een knoop en tussen 2 knopen in.

.

63. Bloempotschotel met afsluitbare afvoer.

schotel 16

Na een fikse regenbui of na teveel gieten kan het water in een bloempotschotel tot aan de rand staan. De aarde in de bloempot blijft te vochtig en de plant(en) in de pot kunnen verdrinken of rotten.

Om het water af te voeren moet je weg te halen moet je de pot optillen, de schotel weghalen en de schotel leeg gooien. Bij droog, warm weer moet je de bloempot weer op een schotel zetten.

schotel 13 schotel 14

Het zou veel gemakkelijker zijn als je het water uit de schotel kan laten weglopen, terwijl de schotel onder de bloempot blijft. Een bloempotschotel met kraantje of afsluitbare afvoerslang, dat zou handig zijn. Maar zulke bloempotschotels heb ik nog nooit in het echt of op het internet gezien. Dan maar zelf maken.

Hieronder een beschrijving.

schotel 15

De afvoer die hier wordt beschreven, laat zoveel water uit de schotel stromen dat de bodem van de bloempot “droog komt te staan”.

Nodig:

schotel 1

schotel 2

  • Een bloempotschotel,
  • Een stuk plastic slang van ongeveer 12 mm buitendiameter. Dit soort plastic slang (€1,25 per meter) is onder andere te koop in een dierenwinkel waar ook aquariums worden verkocht.
  • Een priem, een boormachine en spiraalboren.

Maken:

schotel 3 schotel 4 schotel 5

  • Leg de potschotel met de zijkant op een houten plankje.
  • Prik met een scherpe priem een gaatje in de schuine rand van de schotel. ongeveer 4 mm van de bodem.
  • Boor met een klein, daarna groter en daarna nog groter boortje op de plek van het priemgaatje. Voor een slang van 12 mm buitenmaat boor je met de grootste boor een gaatje van 10 mm. Het is handig om telkens bij een grotere boor, in het kleine boorgat eerst “linksom te boren” en daarna pas “rechtsom te boren”.  Hierdoor “loopt de grotere boor niet weg” maar wordt er telkens op dezelfde plek geboord.
  • Steek de grootste gebruikte boor (10 mm) helemaal door het gat in de rand van de schotel.

schotel 6 schotel 7 schotel 8 schotel 9 schotel 10

  • Snijd of knip ongeveer 7,5 cm slang af.
  • Vouw het begin van de slang “dubbel” en steek het in het gat in de wand van de schotel.
  • Steek een potlood of een rond stokje of zoiets om de “dubbele vouw” uit de slang te drukken.
  • De slang steekt aan de binnenkant van de schotel ongeveer 5 mm uit.
  • Als gewenst kun je met een mesje plastic schilfers weghalen bij het gat, rondom de slang.

Gebruik:

schotel 11 schotel 12

Afsluiten:

  • Buig het stuk slang buiten de schotel naar boven.
  • Maak een knik in de slang.
  • Buig de slang een beetje rond en duw het open uiteinde onder de rand van de schotel.

Openen:

  • Buig de slang een beetje rond en haal het open uiteinde onder de rand van de schotel vandaan.
  • Buig de slang verder naar beneden totdat de slang recht is. Als nodig kun je in de slang knijpen om die weer open en rond te maken.
  • Of steek een spijker, stokje of zoiets (van buitenaf) in de slang om die weer goed open te maken. Daarna het voorwerp weer uit de slang halen.

.

62. (Groenten) wegen met een bagageweegschaal.

weeg 1 weeg 2

Een bagageweegschaal met uitlezing is handig om groenten en zo af te wegen. Deze weegschaal heeft een haak en een lus. Hang een (plastic) zak met het te wegen spul aan de haak. Til de weegschaal in je hand omhoog tot de (plastic) zak vrij van de grond is en lees het gewicht af.

Dit model is te koop in onder andere een winkel voor huishoudelijke spullen (Blokker, Marskramer). Het apparaatje kost ongeveer € 7,00 en kan tot 40 kilogram wegen.

De nauwkeurigheid van deze weegschaal is 50 gram. Dat wil zeggen een weging kan bijvoorbeeld 1,70 kilogram aantonen. En even later 1,65 kilogram. Dat betekent dat het echte gewicht tussen 1,65 en 1,70 kilogram is.

.

61. Koemestkorrels fijn malen met een (stuk) stoeptegel.

Koemest wordt in zakken verkocht in poedervorm of in korrelvorm. Je kunt koemestkorrels gemakkelijk “fijn malen”.

preivroeg 41

Koemestkorrels in een kuipje

preivroeg 38

Nodig:

  • 2 “stukken” stoeptegel (een stuk groter dan het andere stuk).
  • een vel karton.

preivroeg 39

Werkwijze:

  • Leg het grootste stuk stoeptegel op de grond (of op de vloer).
  • Leg het vel karton op dit stuk stoeptegel.
  • Strooi wat koemestkorrels op het karton.
  • Leg het kleinste stuk stoeptegel op de mestkorrels.
  • Draai het kleinste stuk stoeptegel een stuk “rechtsom” en dan weer “linksom” over de mestkorrels.
  • Druk tijdens dit draaien op de bovenste stoeptegel.
  • Til na enkele keren “draaien” de bovenste stoeptegel van de mestkorrels af.
  • Ga na of de mest fijn genoeg is geworden.
  • Niet fijn genoeg, dan weer de stoeptegel opleggen en “draaien”. Daarna weer kijken of de mest fijn genoeg is geworden.

.

preivroeg 40

Op deze foto zie je kleine stukjes koemest na het fijn maken. Ter vergelijk is een koemestkorrel erbij gelegd.

Is de mest fijn genoeg “gemalen”, schuif dan de mest van het karton af in een bakje.

.

60. Klein maatschepje voor kleine (groente)zaadjes.

klein maatschepje 2

klein maatschepje 1

Er bestaat wel een maatschepje voor koffie. Maar er is (nog) geen maatschepje om telkens ongeveer evenveel kleine (groente)zaadjes uit een zaadzakje te scheppen. Je kunt zelf zo’n schepje maken.

klein maatschepje 3Met dit maatschepje kun je elke keer 70 tot 80 wortelzaadjes uit het zaadzakje “scheppen”. Dat kan handig zijn bij of voor het zaaien.

klein maatschepje 4

Nodig: een balpen, een plastic eierlepeltje en schroefjes M2 (2 mm doorsnede).

Eerst volgt er een beschrijving van een schepje gemaakt van zo’n balpen. Bij Opmerkingen zijn 2 andere balpennen beschreven.

klein maatschepje 6

Deze balpen heeft aan de “achterkant” een klein luchtgaatje. Dat is aan de andere kant dan waar de schrijfpunt is. (de pen ligt hier op de lenskap van mijn fototoestel)

klein maatschepje 7

Haal de stift uit de balpen. Zaag met een (kleine) ijzerzaag ongeveer 1 cm van de “achterkant” van de doorzichtige huls af. Zo krijg je een “buisje” van 1 cm lang.

klein maatschepje 8

Maak het luchtgaatje in het “buisje” iets groter met een 2 mm ijzerboortje als een 2 mm boutje niet in het gaatje past.

klein maatschepje 9

Zaag het plastic eierlepeltje in tweeën. Boor een 2 mm gaatje in het “lepelsteeltje”.

klein maatschepje 10

Gebruik schuurpapier om de afgezaagde plastic delen glad te schuren. Schuur de plastic flintertjes eraf en schuur de randjes glad.

klein maatschepje 11

klein maatschepje 12

  • Gebruik schroefjes om het “buisje” vast te maken op het lepelsteeltje. Twee moertjes op elkaar. Het buitenste moertje is een contramoer en zorgt ervoor dat het steeltje en het schepje niet los gaan tijdens gebruik.
  • Steek het schepje in een zakje met zaadjes. Vul het schepje en schud zaadjes eraf als er een “kop op het schepje is”. Schud de zaadjes in een (wit) bakje en tel hoeveel zaadjes in het schepje passen.
  • Als er te veel zaadje in het schepje zitten dan is het schepje te groot. Leg het schepje op de zijkant en zaag een klein stukje van het “buisje” af. Daarna de plastic schilfers en de plastic rand afschuren. En dan weer zaadjes scheppen en tellen.
  • Het schepje op de foto is ongeveer 6 mm hoog en het heeft een binnen-doorsnede van 5 mm. Hierin passen ongeveer 80 zomerwortelzaadjes of 35 preizaadjes. Ik heb later het buisje met een ijzerzaagje ongeveer 1,5 tot 2 mm korter gemaakt. Daarna passen er ongeveer 50 zomerwortelzaadjes of 20 preizaadjes in.

.

Opmerkingen:

  • Je kunt heel gemakkelijk een “buisje” maken van het beschermkapje dat over een tandenragertje zit.  Bijvoorbeeld   deze ragertjes   , gewoon te koop in een drogisterij.

  • In het beschermkapje is al een klein luchtgaatje. Boor dit gaatje groter naar 2 mm. Schroef het kapje op het lepelsteeltje. Zaag of snijd een stukje van het beschermkapje af om de gewenste lengte te krijgen.

.

  • Van een ander soort balpen kun je ook een “buisje” maken. Schroef het losse “buisje” op een lepelsteeltje. Zaag een stukje van het “buisje” af om de gewenste lengte te krijgen. Hieronder 2 voorbeelden;

klein maatschepje 13.

.

59. Twee stukken pvc elektriciteitsbuis aan elkaar maken (voor een bogentunnel).

buis 1

Als je een “bogentunnelkas” maakt, zet je plastic elektriciteitsbuizen in een boogvorm in de tuingrond. Als de plastic buis te kort is voor een boog dan kun je twee stukken buis aan elkaar maken om de goede lengte te krijgen.

Er zijn 2 maten plastic elektriciteitsbuis; dun (5/8 inch, 16 mm) en dik (3/4 inch, 19 mm). Een dunne buis past gemakkelijk in een dikke buis.

Op de foto hierboven zie je 2 dunne buizen in een stukje dik buis gestoken. Boor midden door de buizen 2 gaatjes. Steek een bindstripje door elk gaatje. Maak de bindstrip dicht aan de “binnenkant” van de boog. Dan wordt het plastic niet beschadigd door de bindstripjes als je later het plastic folie op de bogen legt.

Je kunt 2 dunne buizen in een stukje dik buis aan elkaar vastmaken, zoals op de foto boven. Of 2 dikke buizen over een stukje dun buis. Steek dan het stukje dun buis half in de ene dikke buis, boor het gaatje en doe het bindstripje erdoor. Steek daarna het stukje dun buis in de andere dikke buis, boor het gaatje en steek het stripje door het gat.

Vind je de “overgang” (rand) van een dikke naar een dunne buis nog te ruw voor de plastic folie, dan kun je wat plakband of tape over de “overgangen” plakken.

.

58. Waterbuisjes als zaaihulp.

Van waterbuisjes en elastiekjes kun je een hulpmiddel maken om zaadjes op de gewenste plaatsen op een zaaibedje te laten vallen.

buisjes10

Zo wordt dit zaaihulpje gebruikt; met de grote opening boven en de kleine opening onder. Zet het op de zaaiplek en laat in elk buisje een zaadje vallen. Zo liggen de zaadjes ver uit elkaar en gaan er geen plantjes vlak tegen elkaar groeien.

buisjes1 buisjes2 buisjes4 buisjes5

Zo maak je het hulpmiddel; men neme 3 (of 4) waterbuisjes. Snijd met een scherp mes (voorzichtig) de bodem en een stuk van de  “bovenzijde” van elke buisje af. Leg bij het snijden een buisje op een houten latje of plankje. De te gebruiken buisjes zijn ongeveer 6 cm hoog.

buisjes6

Doe 2 kleine elastiekjes strak om het dikke deel van de 3 (of 4) waterbuisjes.

buisjes11

Je kunt de zaadjes met de vingers, met een pincet of met een “schuifvalbakje” in de buisjes “werpen”.

buisjes12

Zaairesultaat met preizaadjes op zilverzand. Je ziet duidelijk dat elk zaadje in een “rondje” ligt (de afdruk van de onderkant van een buisje). De zaadjes liggen ver genoeg uit elkaar om in echte tuingrond uit te groeien tot afzonderlijke plantjes

.

57. Plastic bloempotje om handschoenen te laten drogen.

Je kunt stevige (latex) handschoenen gebruiken bij het klussen of het werken in de tuin. Na een klusje zijn deze handschoenen aan de binnenkant vaak nat van het zweet. Na het werk kun je elke handschoen binnenstebuiten van je hand afhalen. Daarna kun je elke handschoen weer “recht” doen en ophangen om die te laten drogen voor later gebruik.

handschoen2

Je kunt elke handschoen over de rand van een bloempotje doen en aan een waslijn of draad ophangen. Zo kan de handschoen aan de binnenkant en aan de buitenkant opdrogen. Na een uurtje (of langer) is de handschoen aan de binnenkant en aan de buitenkant droog en kan die weer gebruikt worden.

handschoen1

Zo maak je de ophanghulpjes. Neem twee plastic bloempotjes. De rand van elk bloempotje moet iets groter zijn dan de rand van de handschoen, zodat de handschoen er niet afvalt.

Knip uit elk bloempotje de bodem. Knip daarna 2 V-vormige sleuven (“vinkjes”) uit de zijkant van elk potje.

handschoen3

Als je ze niet gebruikt kun je de “ophangpotjes” als bloempotjes opstapelen. Zo nemen ze weinig plaats in.

.

56. Planten water geven via een bak en slangen.

waterbak 1

Staan veel planten bij elkaar, dan is het veel werk om ze allemaal water te geven. Het is handiger om water te geven via een bloembak en tuinslangen, zoals op bovenstaande foto bij paprikaplanten. Aan een bak van 1 meter lengte kun je gemakkelijk 8 of 9 slangen maken.

waterbak 15

Op deze foto zie je het linkerdeel en het rechterdeel van de kas met paprika’s, elk deel met een eigen watergeefopstelling.

Nodig:

waterbak 2

  • Plastic bloembak, bv. 1 meter lang,
  • Dun plastic slang (1/2 inch (12.7 mm) buitendiameter),
  • Tuinslang,
  • Stuk ijzerdraad ca 2,5 mm dik.

Tuinslang van de bouwmarkt en van Gardena hebben (ongeveer) dezelfde binnendiameter van 12 mm.

Dun plastic slang van 1/2 inch (12,7 mm) past “zonder speling” in een tuinslang. Ik weet niet meer waar ik de 1/2 inch slang heb gekocht, misschien in de bouwmarkt. Neem een stuk tuinslang mee als je op zoek gaat naar de 1/2 inch slang, om te passen.

Bij een dierenwinkel is dun plastic slang te koop van 11 mm uitwendig. Dat kun je gebruiken als je een bindstrip strak om de tuinslang doet. Zie verder in dit bericht.

waterbak 3

  • Boor gaten van 10 of 11 mm in de zijwand vlak boven de bodem van de bak. Gaten van 10 mm bij een slang van 11 mm, gaten van 11 mm bij een slang van 1/2 inch.
  • De gaten in de bak zijn dus ongeveer 1 mm kleiner dan de buitenmaat van de dunne slang. Zo past de dunne slang later strak en waterdicht in het gat in de bak.
  • Houd tijdens het boren een houten latje tegen de binnenkant van de bak.

waterbak 4

Alle gaten zijn in de wand geboord.

waterbak 6

Knip uit de dunne slang stukjes van ca 5 cm lang.

waterbak 7

Vouw 1 eind van een stukje dunne slang “dubbel” en steek het (van buiten naar binnen) ca 1 cm in de bak.

waterbak 8

Steek een “plantensteunstokje” van buitenaf in het stukje dun slang en duw de “deuk” uit de dunne slang.

waterbak 10

Steek een stuk tuinslang over het stukje 1/2 inch slang. Als nodig kun je het eind van het stukje 1/2 inch slang “dubbel vouwen”, het stuk tuinslang erover schuiven en met een stokje (vanuit de binnenzijde bak) het deukje er weer uitduwen. Schuif de tuinslang over het stukje 1/2 inch slang tot tegen de bak.

Heb je stukjes dunner slang (11 mm doorsnede) in de zijwand van de bak, doe dan het volgende:

waterbak 14

Doe een bindstrip strak om het stuk tuinslang. Schuif dan de tuinslang over het stukje 11 mm dunne slang dat uit de bak steekt. Door de bindstrip zal de tuinslang strak over de dunne slang passen. Zo niet, dan de bindstrip nog wat strakker aantrekken.

.

Meet voor elke plant hoe lang het stuk tuinslang moet zijn. Maak in alle gaten van de bak de stukken dun slang en tuinslang vast op de wijze zoals hierboven beschreven.

.

waterbak 11

Knip ca 42 cm ijzerdraad af. Dat is de diagonaal van een 30 x 30 cm stoeptegel.

waterbak 12

Draai een krul in het ijzerdraad en maak zo een steun. De tuinslang moet in het gat passen. Maak voor elk stuk tuinslang 1 of 2 steunen.

Zet de bak op een verhoging van stoeptegels of bakstenen. Leid alle stukken tuinslang naar de gietranden van de planten. Schuif de steunen over de stukken tuinslang. Zet de steunen in de grond zodat de slangen goed “aflopen”.

.

Bovenzijde bak dicht

gietslang-horgaas-2

Leg een vlakke plaat (bijvoorbeeld 2 stukken plexiglas) op de bak. Leg stukken steen of tegel op de (plexiglas) platen. Dan liggen de platen goed aansluitend op de rand van de bak.  Met een plaat erop valt er niets in de bak en slakken kunnen niet vanaf die kant in de bak of in de slangen kruipen.

Als je water in de bak wilt gieten, eerst de stenen afhalen. Daarna 1 stuk plexiglas eraf halen of wat opschuiven. Na het gieten de bak weer dichtleggen.

.

Slakjes in de tuinslang

Aan de uitstroomkant is de tuinslang open en kunnen er wel slakjes in de slang kruipen. En daar gaan wonen. Tijdens water geven stroomt er dan minder water door de slang naar de plant. Dat is niet goed.

gietslang-horgaas-1

Je kunt aan de uitstroomkant een stukje (plastic) horrengaas over de opening van de slang maken. Vouw het dubbel en maak het vast met elastiek. Zo kan een slak daar niet meer de slang inkruipen.

Opmerking (de slang vastklemmen):

  • Naast elke paprikaplant is een (bamboe)stok. Als deze stok op de juiste plek naast de plant is, dan kun je het uiteinde van een stuk tuinslang tussen de stok en de stengel “vastklemmen”. Zie de foto hierboven:
    • Bij de rechter paprikaplant is de uitgang van de slang tussen de stok en de plant geklemd. De slang kan daar niet opzij schuiven. Dat is goed.
    • Bij de linker plant kan de slang niet tussen de plant en de stok worden geklemd. Het uiteinde van de slang kan opzij schuiven tot naast de gietrand. Bij water geven komt het water dan op de tuingrond in plaats van bij de plant. Dat is niet goed.

gietslang-horgaas-10

Het “opgevouwen zakje van horrengaas” is ongeveer 7 cm lang. Ongeveer 2,5 cm tuinslang is erin gestoken. Is er toch een slakje in de slang gekomen, dan wordt die door de waterstroom uit de slang gespoeld, en zit gevangen in het horrengaas.

Door dit horrengaas ligt de opening van de slang niet meer op tuingrond. Hierdoor raakt de tuinslang ook niet meer verstop door tuingrond.

.

Hieronder de foto’s en beschrijvingen.

Nodig:

  • stuk horrengaas (gemaakt van plastic of nylon).
  • elastiekjes.

Maken:

gietslang-horgaas-3

  • Je hebt voor elke slang een stuk horrengaas nodig van ongeveer 14 bij 10 cm. Het is dan handig om eerst een stuk karton met die afmeting uit te knippen. Leg daarna telkens het stuk karton op het horrengaas en knip het stuk horrengaas (rondom het karton) uit.

gietslang-horgaas-4

  • Voor elke slang heb je 1 elastiekje en 1 stuk horrengaas nodig.

gietslang-horgaas-5

gietslang-horgaas-6

  • Rol het stuk gaas om een stukje slang.

gietslang-horgaas-8

gietslang-horgaas-9

  • Vouw het gaas dubbel en doe een elastiekje om de slang.

Mijn ervaring: geen slakjes in de slangen. Water geven gaat gewoon erg goed. Als er toch een slakje in de slang is, dan kun je een dunne ijzerdraad of dunne slang (vanaf de waterbak) in de slang steken. En de slak in de zak van horrengaas duwen.

.

Winterbewaar

waterbak 19

Als de stukken tuinslang “goed” over de korte slangen passen, dan kunnen die stukken tuinslang tijdelijk gemakkelijk losgehaald worden. Als er bindstripjes over de tuinslangen zijn gebruikt, knip die dan door voor het loshalen. Leg de stukken tuinslang in de bloemenbak. Zo is er weinig opslagruimte nodig.

.

55. Extra steun voor paprikaplanten in een speciekuip.

paprikasteun 11

Je kunt paprikaplanten in een speciekuip (inhoud 65 liter) laten groeien. Op de bodem is een laag compost van 10 tot 15 cm dik. Bamboestokken steunen de paprikaplanten. Na een tijdje kunnen de bamboestokken scheef gaan staan in de dunne laag compost.

De stokken blijven rechtop staan als je ze door een beugel steekt.

Voor elke plant die in de kuip staat kun je 1 lat met een beugeltje gebruiken, zoals op de bovenstaande foto’s te zien is. Maar je kunt ook minder latten gebruiken met 2 beugeltjes per lat.

Ga na hoeveel latten er nodig zijn, waar de latten worden vastgemaakt op de rand van de kuip, hoe lang elke lat moet zijn en waar de beugeltjes op de latten worden bevestigd. Je kunt geschaafde latten, 12 x 27 mm gebruiken.

Maken:

paprikasteun 6

Zaag de latten op lengte en boor in elke lat 2 gaten van 5 mm; boor aan elk eind van de lat een gat.

paprikasteun 7

Schroef in het midden van elke lat, aan de smalle zijkant, een beugeltje met 2 houtschroeven vast.

paprikasteun 8

Nodig voor 1 bevestiging aan de rand van de kuip: 1 bout M5 (= 5 mm doorsnede), 2 moerplaatjes 5 mm, 1 (vleugel)moer M5 (= 5 mm doorsnede).

paprikasteun 9

Boor telkens een gat van 5 mm in de rand van de kuip. Doe een moerplaatje om de bout. Steek de bout, van onder naar boven, door het gat in de kuip. Schuif de lat over de bout. Doe een moerplaatje op en schroef er een (vleugel)moer op.

paprikasteun 12

Maak zo alle latten vast op de rand van de kuip. Steek daarna de bamboestokken door de beugels.

Maak de paprikaplant vast aan de (bamboe)stok met een plastic strip.

Als er grote of zware paprika’s aan de takken hangen, dan kun je ze steunen. In deze tip staat bij nummer 17 (“Eenvoudige steun voor zware takken bij de paprikaplant”) hoe je dat kunt doen.

paprikasteun 10

Je kunt ook dit soort “beugels” gebruiken om aan de (bamboe)stokken vast te maken.

.

54. Stambonen vrijhouden van de ondergrond (tip van Wim).

boonsteun 1

boonsteun 2

Bij een natte zomer is het een ergernis dat bonen op de natte ondergrond zakken, verrotten en/of door slakken worden opgegeten. Hiervoor is een raamwerk van pvc installatiebuis met gaas gemaakt. Het raamwerk staat op ijzeren pennen ca. 10 cm boven de ondergrond. De bonen groeien door de mazen van het gaas naar boven waardoor ze niet zo gemakkelijk omvallen. Als ze toch naar beneden zakken blijft het grootste gedeelte vrij van de bodem.

Verdere info:

  • Kippengaas zeskant verzinkt, 50 mm maas,
  • Het raamwerk neerzetten als de bonenplantjes ca 5 tot 8 cm groot zijn,
  • Het raamwerk “hangt” ongeveer 12 cm boven de grond,
  • Afmetingen van raamwerk; 120 cm lang, 30 cm breed.

.

53. Frame met insectengaas (tip van Wim).

insectengaas 1

insectengaas 2

insectengaas 3

Met name voor verbouw van kool kan gebruik worden gemaakt van insectengaas. Hiervoor is ondersteuning nodig die in dit geval van pvc installatiebuis is gemaakt. Om ingroei in het gaas van onkruid te voorkomen wordt er een strook van plasticfolie rondom het vak gelegd. Ca. 50 cm breed. Hierop wordt het gaas vastgelegd met flessen die met zand zijn gevuld. Om uitzetten van de plastic flessen te voorkomen kan een gaatje in de dop worden geboord.

.

52. Koude kweektunnel van golfplaat op 4 houten poten (tip van Wim).

tunnel met poten

Soms is het prettig om producten in het vroege voorjaar gelijk op de definitieve plaats in de koude grond te zaaien of te planten. Als het te koud is kan gebruik worden gemaakt van een koude kweektunnel. De tunnel is voorzien van een transparante kunststof plaat en 4 poten. De tunnel wordt met de poten totaal in de grond gedrukt.

Als het in de tunnel te warm wordt kan deze omhoog worden gehaald waardoor het in de tunnel wat frisser wordt.

.

51. “Korven” van gaas en dik ijzerdraad om planten te beschermen tegen vraat (tip van Wim).

hok 1

Wim maakte deze “korven” om planten en producten tegen vogels te beschermen.

hok 2

hok 3

Op deze foto’s is een korf op betonnen blokken gezet. De onderdelen van het geraamte zijn gebogen van draad (ca. 4mm). Dit draad wordt o.a. gebruikt door rietdekkers. Verder is het afgedekt met gaas.

.

50. Draad met markering op vaste afstand (tip van Wim).

Wim maakte onderstaand hulpmiddel om op vaste afstanden te kunnen zaaien of te planten.

afstand 3 Een draad met markeringen is tussen 2 stokken gespannen.

afstand 2

De afstanden op de lijn zijn gemarkeerd met een stukje geïsoleerde koperdraad.

Gebruik je dun koord, dan is bij nr 5 (“Touwtje met binddraadjes op vaste afstanden”) een ander ontwerp beschreven.

.

49. Staken vastzetten met draadspanner (tip van Wim).

Bonenstaken bind je bovenaan bij elkaar. Dit geeft vaak pijnlijke vingers en het gevoel dat de staken niet strak aan elkaar gebonden zijn. Er kan gebruik worden gemaakt van draadspanners. De draadspanners uit de winkel zijn eigenlijk te groot voor dit werk. Als het touw op de gebruikelijke wijze bij deze spanners wordt gebruikt knapt het kapot of de staken komen niet vast te staan.

Daarom is het idee om een extra pen in de spanner te maken om dit probleem op te lossen. Zie onderstaande foto’s die Wim erbij stuurde.

draadspanner 1

Drie staken bij elkaar gebonden met de aangepaste draadspanner. De draad loopt niet door het gat in de spanner maar langs de extra pin.

draadspanner 2

Draadspanner met vastgemaakt draad, de extra pen en 2 extra gaten in de spanner geboord.

draadspanner 3

Uitvergrote foto van de draadspanner met 2 extra geboorde gaten erin en de extra pen in de spanner gestoken.

Opmerking:

Je kunt ook stevige tie-wraps (bindstrips) gebruiken om bonenstaken vast te zetten, zoals te zien is op bovenstaande foto.

.

48. Flesjes op stokken, ijsstokjes als naamplaatjes, lege yoghurtbekers om in te zaaien (enkele tips van Liane).

Liane heeft enkele eenvoudige tips en ideeën voor hulpmiddelen naar de site gestuurd. De uitgebreide beschrijving van haar tips staat in een reactie onder dit bericht.

Liane, bedankt.

Hieronder een samenvatting.

  • Lege drinkflesjes als bescherming op de steunstokken in de tuin, tegen verwonding.
  •  ijsstokjes gebruiken als naamplaatjes.
  • Lege (yoghurt)bekers gebruiken om in te zaaien. Eerst gaatjes in de bodem prikken.
  • Heb je een regenton, vul dan tijdens regenachtige dagen enkele grote plastic flessen met water uit de ton. Zo maak je een extra voorraadje water voor droge tijden.

.

47. Een plastic bloempot gebruiken om (pot)grond of compost te zeven.

zeef potgrond

Het is erg handig om een plastic bloempot te gebruiken als je grond, potgrond of compost  wilt zeven. Je kunt een grote of kleine bloempot gebruiken met grote of kleine gaten in de bodem.

.

46. Een dun laagje grond strooien met een bloempotje.

strooi 4

Na het zaaien wordt vaak een dun laagje grond op het zaaisel gestrooid. Dat gaat goed via de gaten in de bodem van een plastic bloempot(je). Die gaten zijn ongeveer 0,5 tot 1 cm groot.

strooi 1

Zet een bloempotje op de grond of op een plaatje. Doe een dun laagje (1 tot 2 cm) vochtige tuingrond in het bloempotje. Pak het bloempotje op en houd het boven het zaaisel.

Hieronder foto’s van het strooien in de witte bak.

strooi 3

Schud of klop of tik tegen het bloempotje om de tuingrond door de gaatjes te laten vallen. Op de foto’s zie je hoe je een dun of iets dikker laagje grond kunt strooien.

Oefen eerst op een plaatje of in een bakje om het gelijkmatig dun strooien onder de knie te krijgen.

.

45. Stukjes krulsnoer om staakbonen te leiden (zie ook nummer 36 en 11 in deze tip).

krul 1

Krulsnoeren die je over hebt als een apparaat stuk is kun je goed gebruiken om staakbonen langs staken te leiden.

krul 2

Knip een stuk uit de krulsnoer. Lengte ongeveer 3 “krullen”.

Oefenen:

krul 3

Trek het stuk krulsnoer helemaal “uit elkaar”, helemaal open. Draai het dan om een  bonenstaak. Het krulsnoer blijft om de staak zitten en zal niet gemakkelijk schuiven. Je kunt aan de krul van het krulsnoer trekken om het minder strak om de staak te laten zitten.

Vastmaken:

krul 4

Trek het krulsnoer met 2 handen helemaal “open” en “vang” alle ranken die je wilt vastmaken. Duw het krulsnoer met de “gevangen” ranken tegen de staak. Draai het krulsnoer rond de staak. Nu zitten de ranken tegen de staak. Als nodig het krulsnoer een beetje losser trekken als de ranken te strak zitten.

Opmerkingen:

krul 5

  • Op deze foto’s zie je stukken enkel krulsnoer (boven) en stukken dubbel krulsnoer (onder). Een enkel krulsnoer is gemaakt door te splitsen.
  • Een stuk dubbel krulsnoer is beter dan een stuk enkel krulsnoer. Dubbel krulsnoer is gemakkelijker aan te brengen en weg te halen. En drukt minder hard op de bonenstengel. En blijft beter in vorm.
  • Deze werkwijze (nr 45) is de handigste. Veel gemakkelijker dan de manier van nummer 36 en 11 in deze tip.

.

44. Afdekstrook voor zaaisel.

Om zaaisel te beschermen tegen felle zon en uitdroging kun je plaatjes of plankjes op een zaaivoortje leggen.

rolg 1

rolg 2

Maar je kunt ook een strook stof met steunlatjes maken. De stof zit tussen een lang breed latje en een korter smal latje hout geklemd. Drie houtschroefjes zorgen voor de verbinding van de 2 latjes. Deze is ca 150 cm lang en ca 15 cm breed.

rolg 3

rolg 4

Zo ligt de strook op het voortje. De brede latjes zijn langer dan de breedte van het voortje. De strook ligt met de lange brede latjes onder.

Leg aan elk eind van de strook een baksteen op de latjes tegen wegwaaien.

.

43. Te openen gietrand.

Als je een plant veel water bij de wortels wilt geven kun je een gietrand gebruiken.

tomatengietrand

Zo ziet een gietrand eruit die om een kleine plant of een dunne stengel past.

kraag 1

Als de plant erg groot is kun je een te openen gietrand gebruiken. Die is geknipt uit een grote plastic bloempot. De “uiteinden” zijn “dwars gemaakt”. Dat doe je door bij elke uiteinde een strook van ca 1,5 cm om te vouwen tot dubbel. Zet de “vouw” tussen 2 plankjes in een bankschroef. Na een uurtje of zo, uit de bankschroef halen en de uiteinde terugvouwen tot “dwars”.

Tijdens gebruik maak je de gietrand met een stevige papierklem dicht.

kraag 2

Op deze foto is de gietrand rondom een plant gezet en is de klem opgezet. Daarna is de gietrand enkele centimeters in de grond gedrukt. En dan kun je water ingieten om de plant veel water te geven.

.

42. Aardappelen poten met behulp van een bollenplanter.

Op onze volkstuin gebruikt een collega een bollenplanter bij het aardappelen poten. Hij gebruikt de bollenplanter om gaten in de grond te maken. Op internet is hierover weinig te vinden. Alleen hier staat wat, bijna onderaan op de bladzijde, bij “Aardappelen planten…..”.

Deze werkwijze is erg handig. Het gaat veel beter dan met een schepje een kuil maken en daarna de grond weer in het gat schuiven.

piepers 7

piepers 8

Deze bollenplanter heeft aan de zijkant een aanduiding voor de plantdiepte in centimeters.

piepers 9

Steek de planter in de tuingrond.

piepers 10

  • Haal de planter met tuingrond uit de grond.
  • Strooi wat tuingrond in het gat als het gat te diep is. Strooi ook wat grond in als verse mest in het gat zichtbaar is;   het is beter als de pootaardappel niet tegen verse mest aan ligt.
  • Leg de pootaardappel in het gat in de grond, met de kiem naar boven.

piepers 11

Open de bollenplanter boven het gat en laat de tuingrond in het gat vallen.

.

41. Aardappelen voorkiemen in eierdozen of op compost.

Je kunt pootaardappelen voorkiemen, door ze op een lichte plaats, bij ca 10 C te bewaren. Op vele internetsites lees je dat je dit kunt doen in eierdozen, b.v. hier.

piepers 1

Zo zien aardappelen eruit die ongeveer 3 weken in een eierrekje hebben gekiemd. Op het eierrekje kun je opschrijven welk ras, bijvoorbeeld F (Frieslander) of G (Gloria).

piepers 2

Of leg pootaardappelen in een bak op een laagje vochtige compost. Sluit de bak gedeeltelijk af, bv met huishoudfolie. Of leg de deksel er gedeeltelijk op. Sproei af en toe water op de aardappelen en op de compost.

piepers 3

Na 3 weken bij 15 tot 20 gr C zijn er spruiten (stengels) van ongeveer 1 tot 3 cm lang.

piepers 4

Er zijn hoge spruiten bij beide aardappelrassen (Frieslander en Gloria). Op deze foto’s is de bak gedraaid om de hoogte van de spruiten per aardappelras te laten zien.

piepers 6

Na enkele weken kiemen zijn er ook wortels aan de aardappelen gegroeid. Op deze foto zie je links de aardappel met de meeste wortels die 3 weken is voorgekiemd in compost. Rechts zie je een aardappel die 3 weken is voorgekiemd in een eierdoos, dus in de lucht.

Aardappelen met wortels zijn na het planten iets eerder boven de grond dan gekiemd in eierdoos of niet gekiemd.

.

40. Werkwijze om een plant met een grote potkluit uit een bloempot te halen (tip van Frits)

Onderstaand idee is afkomstig van Frits.   Hartelijk bedankt daarvoor.

  • Snijd een ronde schijf uit de bodem van een bloempot, ongeveer 4/5 deel van de bodem. In de bodem staan verschillende gaatjes voor de waterafvoer. Snijd gewoon van gaatje naar gaatje en het grootste deel van de bodem is eruit.
  • Als je gaat zaaien, zet dan de bloempot met de bodem op een vlakke plaat. Strooi dan eerst een centimetertje potgrond onderaan. Drukt dat nogal aan zodat er een dunne vastere laag ontstaat en vult dan het potje verder op en druk dat normaal aan.
  • Als je gaat uitplanten kan je door het gat in de bodem de kluit er gewoon met je duim uit drukken. Meestal blijft deze mooi bijeen.

.

39. Aluminium folie achter binnenshuis opgroeiende plantjes (tip van Frits).

Onderstaand idee is ook afkomstig van Frits.   Hartelijk bedankt daarvoor.

Zodra plantjes uitkomen, zet ik ze natuurlijk ook voor een raam, maar dan plaats ik ook aan de kamerzijde een afgescheurd stuk aluminiumfolie. Je vouwt onderaan het folie een rand van een vijftal cm en daarop plaats je het bakje. het folie steunt dan tegen de rand van het zaaibakje en staat recht omhoog. Als je de zijkanten ook een 5 à 7 cm verder laat steken dan de zijkanten van het bakje, dan kan je die ombuigen als een parabolische spiegel zodat er zoveel mogelijk licht op de plantjes valt. Gewoonlijk groeien de plantjes dan gewoon recht omhoog op omdat ze langs alle zijden licht krijgen. Op een zuidraam wordt het natuurlijk oppassen omdat het te heet kan worden. Op een oostelijk gericht raam voldoet het zeker uitstekend.

.

38. Naambordjes geknipt uit luxaflex (tip van Sandor).

Sandor heeft een tip over naambordjes, naamplaatjes naar de site gestuurd.  De beschrijving van zijn tip staat in een reactie onder dit bericht.

Sandor, bedankt.

.

37. Plantensteuntje voor preiplantjes.

Jonge preiplantjes groeien binnenshuis eerst vooral in de lengte. Het worden dan lange dunne sprieten. Ze kunnen scheef en naar beneden gaan hangen. Je kunt ze steunen met deze eenvoudig te maken plantensteuntjes.

preisteun 6Gebruik binddraad en maak de steuntjes zoals te zien is op de foto boven.

preisteun 7

Steek elk “steeltje” vlak naast een preiplantjes. Met het prei-plantje door het rondje van het steuntje.

.

Wim stuurde mij onderstaande 4 tips (tip 36, 35, 34 en 33).  Wim, hartelijk bedankt.

36. Staken met lussen om de ranken van staakbonen door te leiden. (zie ook nummer 45 en 11 in deze tip).

Je kunt ranken van staakbonen het beste langs de staak leiden anders gaan ze “in het wilde weg groeien”. Staakbonen leiden gaat handig bij bonenstaken die (over de hele lengte) lussen van touw hebben, zie foto hierboven. Heb je bonenstaken van hout dan kun je met een “tacker” (nietmachine) het touw in lussen op de staak bevestigen. De ranken worden door de lussen geleid, vooral onder aan de staak. Vaak groeien de ranken daarna vanzelf door de lussen hoger aan de staak.

Wil je niet “tacken” (nieten) of heb je bonenstaken van metaal of bamboe dan kun je het touw ook op een andere manier in lussen aan de bonenstaken bevestigen. Hieronder staat mijn (Sjefs) aanpassing van dit idee van Wim. Zie onderstaande beschrijving en foto’s.

Nodig:

  • 2 lijmklemmen, ca 10 cm. De lijmklemmen zijn te koop bij de bouwmarkt (set van 4 voor €2,85), of enkele keren per jaar als aanbieding bij Marskramer, set van 4 lijmklemmen voor €1,00.
  • Dun plastic (nylon of polypropeen) koord, ca 50 cm lang. Houd elk uiteinde van het koord even bij een (kaars)vlam om het plastic te smelten. Zo heb je geen rafels. Maak aan 1 kant een lus in het koord.

Vastmaken:

Maak 1 eind van het koord onderaan de bonenstaak vast met een klem.

Draai het andere eind van het koord ca 15 cm hoger om de staak en maak een soort lus.

Maak ca 15 cm verder weer een lus om de staak. Zet daarna de lus van het koord met de andere klem vast aan de staak.

Steek bonenranken die lang genoeg zijn achter de onderste of de een-na-onderste lus. Als nodig kun je een klem wat opschuiven en de lussen losser of vaster maken.

Lussen weghalen:

Als alle bonenplanten hoger zijn geklommen dan de bovenste lus kun je het touw en de klemmen loshalen. Haal eerst de onderste klem van de staak af.  Maak dan (van onder naar boven) elke lus “los” en haal het touw voorzichtig los van de staak. Als laatste de bovenste klem weghalen.

Opmerking: 

De werkwijze van nr 45 is de handigste, gemakkelijker dan de manier van nummer 36 en 11 in deze tip.

.

35. Plankje voor het zaaien op vaste afstand.

Als je een gewas zaait dat je later op een bepaalde afstand moet uitdunnen dan is het handig om gebruik te maken van een plankje waar deze afstand op is gemarkeerd. Leg op de gemarkeerde afstanden enkele zaden. Later op die plaatsen uitdunnen.

.

34. Zaaisleuven maken met een houten hark.

Maak een zaaibed klaar met een drietand en een brede houten hark. Span de lijn en druk daarna met de hark een sleuf waarin gezaaid moet worden. Na het zaaien kun je met de hark de sleuf weer dichttrekken.

.

33. Handige opslag van zakjes (groenten)zaad.

Gebruik plastic doosjes van kaas, bijvoorbeeld “Milner”. De zakjes met zaad passen in de kleine doosjes waar de plakken kaas in hebben gezeten.  Grotere zakjes en doosjes met zaad (bv. bonen) kunnen in de doosjes waar stukken kaas in hebben gezeten. Plak een etiket er op en zet het rechtop in een kistje.

.

32. Hulpmiddel om de tuinslang over een rand te hangen.

Ik vul de waterton in de tuin vanuit de waterleiding. Soms floept de slang uit de ton tijdens het vullen. Niet handig, geeft een kliederboel.

slang klem

Heel handig: zet de tuinslang op de rand van de waterton vast met 2 lijmklemmen naast elkaar. Aan de binnenzijde heeft de ton een randje. Hierdoor zullen de klemmen niet gemakkelijk van de rand afschuiven.

.

31. Planten in de grond zetten met een bollenplanter.

In mijn voortuin zet ik elk jaar ca 60 perkplantjes (Afrikaantjes, Petunias, Salvias, Agerratum enzovoort). Dat gaat heel handig met een bollenplanter:

  • Maak met de bollenplanter een kuiltje in de grond.
  • Strooi als gewenst wat mest of compost onder in het kuiltje.
  • Strooi wat tuingrond in het kuiltje als het nog te diep is voor het plantje.
  • Zet het plantje in het kuiltje.
  • Giet water in het kuiltje naast het plantje als gewenst.
  • Schuif wat tuingrond in het kuiltje tegen de potkluit aan. Je kunt in de grond rondom het plantje een “gietrand” maken zoals op de laatste foto te zien is.

.

30. Trapje voor staakbonen.

Onder een trapje (Excelsior Duostep, prijs ca €30,00) heb ik 2 houten latjes gemaakt. De latjes zijn ca 2 cm hoog en 5 cm breed. Bij elke poot is het latje met 2 spaanplaatschroeven vastgemaakt in de “plastic stop” die onderaan in elke poot zit. Het trapje is stevig en inklapbaar.  Heel handig bij het plukken van staakbonen.

.

29. Plaat om potjes met plantjes op te zetten.

Op de rand van een (mdf) plaat heb ik smalle latjes geschroefd.  Daarna heb ik een zwarte plastic vuilniszak over de plank geschoven. De plaat is natuurlijk iets smaller dan de plastic zak.

Daarna is de flap van de plastic zak omgevouwen.

Op de plaat staan potjes met kleine planten (tomaat, paprika enz). Na het gieten van de plantjes sijpelt het overtollige water op de plastic zak maar het stroomt niet van de plaat af, dank zij de opgeschroefde latjes. Dit water verdampt of het wordt weer door de grond in de potjes opgezogen.

.

28. Handige afvalbak voor gft.

Ik werp het groente- en fruitafval uit de keuken in een 25 liter afvalbak van een bekend merk.  Als die vol is gooi ik de inhoud op de composthoop in mijn achtertuin of in de volkstuin. De volle bak kan gemakkelijk per fiets (in de fietstas) naar de volkstuin vervoerd worden.

Van een andere (donkerblauwe) bak van dezelfde soort en afmeting heb ik de bodem met ca 2 cm zijwand afgezaagd. In die bodem heb ik 4 gaatjes van 6 mm geboord. De donkerblauwe bodem past in de witte bak en ligt ca 8 cm boven de bodem van de witte bak (op stripjes).  Hierdoor blijft het groente- en fruitafval in de witte bak droger.

.

27. Zaaitips (algemeen)

Deze info komt uit tuinboeken en van mijn eigen ervaring.

Om te ontkiemen hebben de zaden o.a. vocht, lucht en warmte nodig. Snel na het ontkiemen gaat het worteltje van het plantje de grond in.  De stengel met blaadjes gaat de lucht in.

Wil je goed zaaien, doe dan het onderstaande. Waarom staat verder op.

Handelingen:

  1. Maak de grond voor het zaaien enkele cm diep los met een schepje of zo en meng voedingsstoffen (compost, mest, tuinkalk) door de grond als nodig. De breedte voor het losmaken is ca 10 cm.
  2. Bij diepwortelende gewassen zoals wortelen, witlof de grond ca 15 tot 25 cm diep losmaken.
  3. Maak een ondiep voortje in de losgemaakte grond, ca 5 cm diep.
  4. Bevochtig de grond in het voortje door en door. Doe dit met een gieter met fijne broes. Houd de broes vlak boven de grond.
  5. Leg de zaden op de vochtige tuingrond in het voortje.
  6. Strooi een dun laagje vochtige verkruimelde tuingrond op de zaden in het voortje.
  7. Hierna geen water opsproeien.
  8. Als gewenst, een tunnel of koepel of zoiets boven het voortje zetten.

Waarom:

  • Punt 1 en 2: de wortel kan gemakkelijk de grond ingroeien en kan voldoende voedingsstoffen opnemen.
  • Punt 3: je kunt voor het zaaien veel water in de grond brengen. Dat is ook nodig omdat je na het zaaien geen water meer toevoegt. En een voortje ligt lager dan de omgeving waardoor de grond in het voortje minder snel uitdroogt.
  • Punt 4: de grond slaat niet dicht tijdens het water geven.
  • Punt 5: de zaden kunnen gemakkelijk water opnemen.
  • Punt 6: de zaden worden bedekt met een luchtig laagje zodat de lucht bij de zaden kan komen. De opgestrooide grond is vochtig zodat het zaaisel niet snel uitdroogt.
  • punt 7: Sproei je water op na het zaaien dan slaat de grond op de zaden dicht en kan de lucht niet goed meer bij de zaden komen.
  • punt 8: hogere temperatuur dus sneller ontkiemen.

Pas na enkele dagen of weken met droog weer met een fijne broes water in het voortje sproeien.

.

26. Grijs plaatje om ontkiemende zaadjes goed te zien

Sommige ontkiemende zaadjes zijn beter op vochtig toiletpapier te zien als je een grijs plaatje in het toiletpapier gevouwd hebt. Zo’n grijs plaatje kun je uit een Hema broodtrommel zagen.

  • Het broodtrommeltje op foto 1 is bij Hema te koop voor €2,50. Haal de deksel van de trommel af. Leg de deksel op enkele blokjes hout die hoger zijn dan het deksel zelf. De deksel ligt met de randen naar onder, dus zo ┌┐.
  • Zaag met een ijzerzaag voorzichtig het middelste “verlaagde deel” van het deksel uit. Dit deel is ca 17,5 cm lang en 9,5 cm breed.
  • Zaag dit stuk in 3 gelijke delen (= 2 keer zagen). Je krijgt dan 3 plaatjes van ca 6 cm bij 9,5 cm. Deze passen in een 250 grams margarinekuipje.

.

25. Kleine zaadjes (bakje, dopje, kroonkurk, cocktailprikkertje)

Om kleine zaadjes te zaaien is het vaak handig om ze eerst in een bakje of kroonkurk of zo te strooien. Je kunt zo makkelijker zaadje na zaadje met een pincet (of prikkertje) oppakken en zaaien.

dop 1

Of gebruik een witte dop om de zaadjes in te strooien voor het zaaien. Bijvoorbeeld de witte dop van een drankpak.

Kleine zaadjes (kool. prei, sla, wortel enz) zijn gemakkelijk op te pakken met de vochtige punt van een cocktailprikkertje, zoals je in enkele tips van mij kunt lezen. Het zaadje blijft aan het prikkertje plakken. Komt het zaadje in contact met vochtige aarde (of vochtig papier enzovoort), dan laat het zaadje los van het prikkertje en blijft op de aarde (het papier) liggen.  Dit gaat alleen goed bij vochtige grond, papier enz.

Deze werkwijze gaat (vaak) veel handiger en sneller dan zaaien met pincet, tussen duim en wijsvinger of strooien vanuit een zaadzakje.

.

24. Vruchtwisselplan en tuinplan in Excel.

Nieuw: Op de site van Kees de Boon staat een uitgebreide handleiding om in Excel een plattegrond van je tuin te maken. De info van Kees staat op deze    handleiding    .

.

Hieronder is mijn oude werkwijze:

Vruchtwisselplan

Het is verstandig om elk nieuw seizoen de gewassen op een andere plaats in de tuin te kweken dan de vorige (4) seizoenen. Dit voorkomt uitputting van de grond, verarming van bepaalde meststoffen en plantenziekten.  In een vruchtwisselplan leg je vast waar je wat kweekt. Ik gebruik Excel voor het maken van mijn vruchtwisselplan.

Bovenstaand plaatje geeft mijn 8-jarig wisselschema weer.  Er zijn 4 gebieden: bladgewassen, aardappels, peulvruchten en wortelgewassen. Ik draai “met de klok mee”.  Het rondje in het midden geeft het jaar aan.  Jaar 1 is 2012.  Vanaf jaar 5 verwissel ik in elk gebied de “bovenhelft” met de “onderhelft”.

vr = vroege, lt = late.  Nateelt of 2e gewas in een seizoen is met blauwe tekst aangegeven.

.

Tuinplan

Vanaf 2012 houd ik in Excel bij wat en wanneer ik zaai, plant enz.

Beschrijving

Per gebied heb ik:

  • Een plattegrond met tegelpad, kolom B t/m P. Hierin teken ik (met rondjes, rechthoeken enz) waar de gewassen staan.

  • Per soort groente de zaaidatum, wanneer in de tuin, oogst enz, kolom R t/m Z.  In kolom Z rekent Excel de tijd (in maanden en dagen) tussen zaai en oogst uit.  Het voorbeeld hierboven in lichtgeel is verzonnen.

  • Per regel de bijzonderheden in kolom AA. Hier staat in korte zinnen wat de omstandigheden waren.

.

23. Emmerkasje

Je kunt van een doorzichtige plastic emmer een klein kweekkasje maken. Om over kleine plantjes te zetten. Zo maak je het kasje;

Men neme een lege doorzichtige plastic emmer bijvoorbeeld van vetbollen.  Zaag met een ijzerzaag wigvormige openingen in de onderrand, dit gaat handiger en sneller dan gaten in de emmer boren. Het is ook veiliger dan wiggen maken met een mes.  Haal na het zagen restjes plastic weg met een schilmesje en schuurpapier.

Je kunt de emmer over een doorzichtig bloempotje zetten om een dubbel kasje te vormen.

.

22. Eenvoudige “donkere ruimte” voor witlof

Witlof groeit eerst in de tuin. In september – november worden de planten uit de grond gehaald en wordt het loof afgesneden tot circa 5 cm boven de wortelhals. Daarna worden de wortels in bakken of bloempotten met vochtige grond of compost gezet.  In het donker groeit op elke wortel een witlofkrop met een witte tot lichtgele kleur (in daglicht krijg je een groene krop).

Donkere ruimte (1)

Je kunt een kartonnen doos op de kop over witlofwortels zetten.  Knip of snijd wat karton weg om luchtgaten te vormen. De doos moet wel hoog genoeg zijn om over de kroppen in de bloempot te passen.

Donkere ruimte (2)

Maar je kunt ook een eenvoudige donkere ruimte maken van vellen karton, wasknijpers en paperclips.  Rol enkele vellen karton “rond”.  Maak de vellen (overlappend) aan elkaar vast met paperclips en vorm zo een grote cilinder.

witlofdonker12

witlof 47

Maak met wasknijpers luchtopeningen in de cilinder (aan de zijkant bij de overlappingen).

Op de cilinder is een stuk karton met een stuk spaanplaat erop tegen vals licht. Of een kartonnen deksel met randen. De koker is ca 50 cm hoog.  De koker staat ruim om een bloempot met witlofwortels.

Vellen karton (50 x 70 cm) zijn te koop in de boekhandel, ca €1,00 per vel.  Of je snijdt de vellen karton uit een doos van bijvoorbeeld een postorderbedrijf.  Het karton hoeft niet zwart te zijn.

Zie ook veel meer info hierover bij tip 24) Witlof kweken.

De ruimte gemaakt van (zwart) karton en wasknijpers is eenvoudig te maken en werkt goed.

.

21. Kippenvoer (gemengd graan) als groenbemester

Eind september koop ik bij Intratuin een zak “gemengd graan met gebroken mais”, merk Kuik, 5 kilogram voor €6,50.  Dit is kippenvoer, maar ik gebruik het als groenbemester.  Er zit o.a. zaad in van tarwe, gerst en haver. Ik zaai het vanaf begin oktober op de lege plekken in de tuin. Het gewas komt voor de winter op, wordt ca 10 cm hoog en wordt in het voorjaar ondergespit.

Reden voor deze tip: het is vrij moeilijk om roggezaad (in zakken van ca 5 kg) te verkrijgen.  Gemengd graan voldoet ook goed. Je kunt gemengd graan het beste ‘s-avonds zaaien en wat dieper in de grond werken. Anders eten merels teveel zaden op.

Bij enkele Welkoop of Boerenbond winkels is echte winterrogge en andere groenbemester te koop in kleine hoeveelheden. Je moet het winkelpersoneel erom vragen. Het zaad wordt voor je afgewogen uit grote balen.

.

20. Vogels voeren in de vlinderstruik

Niet echt een tuintip, maar toch.

Ik knipte uit een plastic wasmand de bodem met ca 4 cm rand (je kunt ook een plastic afwasbak gebruiken) en stak 2 geplastificeerde stokken door de opstaande rand. Van dik ijzerdraad boog ik haakjes.

Dit geheel heb ik (met de rand en de haken naar onder) in de vlinderstruik bevestigd.   Daarvoor heb ik touw rondom de struik gespannen en het touw telkens vastgemaakt aan de stokken. De stokken liggen op V-vormige takken of zijn vastgebonden aan de takken.

Hieronder foto’s in november, december en januari.

Het touw dient er ook voor om de takken van de vlinderstruik naar binnen te binden of bij elkaar te houden.  Door de takken kunnen alleen kleine vogels (mees, mus, roodborstje) bij het voedsel. Aan de haken hang ik vetbollen en pindanetjes.  Met binddraad heb ik een margarinekuipje vastgemaakt en gevuld met strooivoer. Dank zij het “deksel” blijft het voer blijft droog.

In april haal ik het geheel weg en wordt de vlinderstruik gesnoeid.

Groot

Als de vlinderstruik (te) groot is geworden dan kun je die uit de tuin halen. Knip de lange takken af en bewaar die voor de volgende winter.

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Vul een grote bloempot of speciekuip (met gaten in de bodem) met tuingrond. Steek de takken van de vlinderstruik in de grond in de pot. Steek ze “rondom”, vlak tegen de rand van de pot of kuip. Maak het geheel (wasmandbodem of afwasteil met stokken) met touw vast aan de takken.

20140107

Twee mussen en een pimpelmeesje bij de voederplek. Klik op de foto voor breedbeeld.

.

19. Gereedschap in een compostvat.

In tip 42 is beschreven hoe je met een grote bloempot en een stuk regenwaterbuis een compostvat ombouwt tot opslagplaats voor tuingereedschap.

Hieronder staat beschreven hoe je tuinspullen in een “gewoon” compostvat bewaart.

In mijn tuin is een plastic compostvat.  Die gebruik ik voor de opslag van gereedschap, bamboe stokken, stukken gaas, stapplanken enzovoort.  In de zomer hang ik een opgerolde plastic tuinslang aan een “ïjzerdraadhaak” in dit compostvat. Zo blijft de slang goed. Beter dan in de volle zon hangen of in het water van de ton leggen.

.

18. Vierkante bloempotjes uit tray knippen

Je kunt planten kopen die in dergelijke trays zitten. Als je vierkante of rechthoekige plastic potjes nodig hebt, kun je die uit de trays knippen.

.

17. Eenvoudige steun voor zware takken bij de paprika-plant.

Paprika’s groeien in een “Y – vorm” met 2, 3, 4 of 5 zijtakken.  Als er zware paprika’s aangroeien kan de tak afbreken. Daarom is ondersteunen nodig.

Meestal staat er naast de plant een (bamboe) stok en is de paprikaplant hier aan vast gemaakt met een strip (zie eenvoudig hulpmiddel 10).

Een eenvoudige steun wordt gemaakt met bandelastiek van 6 mm breed en 1 of 2 wasknijpers.

  • Neem een stuk bandelastiek van ca 60 cm lang. Leg aan 1 kant een grote lus in het elastiek.
  • Ga na welke takken gesteund moeten worden.
  • Zet de wasknijper op de bamboestok. Schuif de lus van het elastiek over de stok, zodat de lus op de wasknijper ligt.
  • Leid de elastiek “strak” rond de eerste tak, weer rond de stok, dan rond de tweede tak, weer rond de stok enzovoort.
  • Haal de wasknijper van de stok af (of gebruik een andere wasknijper). Houd intussen het eind van de elastiek strak.
  • Zet het eind van elastiek vast aan de stok met de wasknijper.
  • Laat het losse eind van de elastiek langs de bamboestok hangen.
  • Zijn er maar 1 of 2 takken, draai het elastiek dan 1 keer rond de stok in plaats van eromheen leiden.  Dit is om het elastiek beter vast te maken aan de stok.
  • Voel tijdens het “rijgen” hoe strak het elastiek gespannen moet worden.

Op deze manier kan een tak enkele cm buigen, maar zal niet afbreken.

Opmerking (bamboestok verlengen)

Als je een korte bamboestok gebruikt als steun, dan kan het gebeuren dat de paprikaplant veel hoger groeit dan die stok. De stok is dan te kort geworden om het elastiek en de wasknijper aan vast te maken.

Je kunt de bamboestok vervangen door een langere (stok losmaken, stok weghalen, nieuwe stok plaatsen, plant vastmaken).

Het is handiger als de paprikaplant met de strip aan de korte bamboestok vast blijft zitten en dat je de bamboestok “verlengt”. Dat gaat veel gemakkelijker.

paprikasteun 14

  • Zaag van een bamboestok een stuk van ongeveer 25 cm af.
  • Zaag een stuk pvc elektra buis, lengte 15 cm.
  • Boor midden in het pvc buisje een gaatje en boor door tot in de overzijde.
  • Steek een dun bindstripje (tie-wrap) door de gaatjes, maak vast en knip het overblijvende stuk stripje af.

paprikasteun 15

Op de foto’s zie je een bamboestok ongeveer 25 cm langer maakt. Gewoon het buisje en het korte baboestokje op de oorspronkelijke bamboestok zetten.

paprikasteun 16

De bamboestok naast deze paprika-plant is langer gemaakt met een buisje en een bamboestokje. Op de linker foto hangen grote paprika’s aan de plant. Op de rechter foto zijn de paprika’s ge-oogst. En is het elastiek en wasknijper verwijderd.

.

16. Hulpmiddel voor snijbonenmolen

Ik zet de snijbonenmolen altijd vast op een raamwerk van 3 houten latten.  In de latten zijn 4 schroeven die 10 tot 15 mm uitsteken.  Door deze “uitstekende” schroeven kan het raamwerk niet verschuiven op de emmer.  De latten kunnen draaien om het raamwerk te laten passen op de emmer.  Latten zijn van geschaafd vurenhout, breedte 27 x 13 mm en 35 x 19 mm.  Schroeven zijn M5.

Een aangepaste ijsbak wordt gebruikt als opvangbak. Zo vallen alle snijboonstukjes in de emmer.

.

15. “Plankbrug” voor de opslag van uien

Voor het maken van de plankbrug zijn enkele planken en schroeven nodig. De lange planken zijn ca 45,5 cm lang, 8 cm breed en 1 tot 1,5 cm dik.  De korte zijn ca 22 cm lang, 9 tot 10 cm breed en 1,5 tot 2 cm dik.  Gebruik spaanplaatschroeven van 4 a 5 cm voor het vastschroeven. Een witte Intratuindoos is 39 cm breed. De ruimte tussen de zijplanken is 41 cm.  Gebruik een Intratuin doos om de plankbrug haaks te maken en schroef daarna de schroeven vast.

Zoals je hieronder ziet, kun je de plankbruggen op meerdere manieren op elkaar zetten.  Ik gebruik ze voor het bewaren van uien.

.

14. “Krantenrok” voor de opslag van aardappels

Vouw enkele kranten of krantdelen van Tabloid formaat open tot de afmeting ca 58 x 42 cm is. Maak 2 kranten  (krantdelen) aan de lange zijde aan elkaar vast met 5 nietjes verdeeld over de lange zijde. Knijp de nietjes ca 3 cm van de rand.  Gebruik de tekst of een kantlijn om de nietjes recht naast elkaar te plaatsen. Maak op dezelfde manier de 3e, 4e, en 5e krant vast met nietjes.

Maak daarna de 1e krant met nietjes vast aan de 5e krant  zodat er een soort “krantenrok”  ontstaat.

Doe de “krantenrok” om 2 op elkaar gezette boodschappenkratten.

Til de krantenrok enkele cm omhoog, vouw bovenaan de krantenrok om en leg een krant bovenop. Zo heb je een donkere en toch luchtige aardappelopslag gemaakt.

.

13. Tips voor een waterton.

  • Je kunt plastic watertonnen in de tuin gebruiken. Zet ze op een mat of dik plastic op de tuingrond. Tegen beschadiging door stenen of scherpe dingen.
  • Vul ze ‘s-morgens of overdag met leidingwater. Giet in de avond de planten met (warm geworden)  water uit de ton (maar giet koolplanten met koud water uit de kraan). Schep telkens een gieter vol in de ton. Een kraantje onder aan de ton is niet nodig. Dan moet de ton op een verhoging staan (of een kuil onder het kraantje). Aftappen via het kraantje duurt veel langer dan scheppen.
  • Is het kraantje kapot, maak het uitloopgat dan mooi rond met een boor. Maak een kurk schuin passend met grof schuurpapier. Steek de kurk in het gat, het dikste deel aan de binnenkant.

  • Bewaar de plastic gieters in de tonnen.  Ze gaan dan langer mee dan wanneer ze in de open lucht bewaard worden.  Zonlicht breekt plastic af en maakt het bros. Op de tonnen is altijd de deksel, behalve bij vullen of scheppen.

Winteropslag

Tijdens de winter maak ik de tonnen leeg.  Ik zet elke ton op de kop achter in de tuin.  Tijdens het neerzetten doe ik de gieter(s) in de ton en als laatste doe ik de deksel in de ton.  Op de ton (de bodem) leg ik de mat die in de zomer onder de ton lag.  Hierop een stoeptegel.  De openingen aan de zijkant maak ik “muisdicht” door er een steen of stuk ijzer of zo in te steken.  Zo blijft de ton tijdens de winter in de tuin staan en waait niet om dankzij de stoeptegel. De gieters bewaar ik in de ton.

.

12. Brandnetelgier maken

Maken:

Voor het maken van brandnetelgier ga je brandnetels plukken en in een (grote) emmer doen. Giet water in tot de emmer halfvol is.

Doe een lege plastic bloempot op de brandnetels. Doe enkele stenen in de bloempot. Zo blijven de brandnetels onder water in de emmer. Zet het geheel in de zon of in de schaduw.

In de zon gaat het gisten, de vorming van brandnetelgier wat sneller. In de schaduw gaat het gisten wat langzamer maar het stinkt dan ook minder en er verdampt minder water. Je kunt zelf uitproberen wat je het beste vindt, zon of schaduw.

Zeven en bewaren:

Zeef na ongeveer 1 week de brandnetelprut door de lege plastic bloempot en vang de gier op in een kleine (groene) emmer.

Pak na het zeven de bloempot van de kleine (groene) emmer af. Gooi de stengels en bladeren van de brandnetels uit de bloempot op de composthoop, onder ander plantaardig materiaal. Giet de gezeefde vloeistof uit de kleine emmer in de grote emmer.

Giet de brandnetelgier door een plastic zeef in de kleine emmer.

Zoek een plekje in de tuin om de gier te bewaren, bv tussen de bonenstaken. Zet de grote emmer over de kleine emmer met gier, tegen de stank, verdampen en verdunnen door regen.

.

11. Vastzetstripjes om staakbonen te leiden (zie ook nummer 45 en 36 in deze tip).

Stripjes van Nortene, 11,5 cm, prijs ca € 2,40 voor 70 stuks. Deze zijn handig voor het  vastzetten en leiden van de ranken van staakbonen aan de staak. Je kunt hiervoor ook de 17 cm strips gebruiken.

Opmerking:

De werkwijze van nr 45 is de handigste, gemakkelijker dan de manier van nummer 36 en 11 in deze tip.

.

10. Vastzetstripjes voor paprika of tomaat

Stripjes van Nortene, 17 cm, prijs ca € 2,40 voor 40 stuks.  Deze zijn handig voor het  vastzetten van paprikaplanten of tomatenplanten aan een steunstok.  Op de onderste foto zie je een tomaat vastgezet met een 17 cm strip en 11,5 cm strip.  De 11,5 cm strip is te klein voor deze toepassing.

.

9. Koolkragen en vastzetpinnen

De zwarte koolkragen zijn uit de zijkant van een zwarte plastic bloempot geknipt.  De andere koolkragen zijn uit isolatiefolie geknipt.

De koolkragen zijn ca 9 x 4,5 cm. De V-vormige inkeping is ca 1,5 cm breed en 1 cm hoog.  Bij de zwarte koolkragen is de onderkant van de inkeping met een vijl rondgemaakt. De gaten in de zwarte koolkragen zijn 3,5 mm rond. De afstand tussen de gaten is 4,5 cm.

De vastzetpennen zijn gebogen uit 2.8 mm dik ijzerdraad.  Begin met ca 45 cm ijzerdraad en maak 1 krul in het midden.  Buig daarna de 2 uiteinden om.  De “poten”zijn ca 15 en 20 cm lang.

.

8. Pootstok voor preiplanten, witlofwortels of bonenstaken

Maak van een (oude) steel van een spade of riek een pootstok.

Klem de steel vast.

Zaag aan 4 zijden. Er ontstaat een punt met 4 zijden.

Zaag de 4 scherpe randen weg. Er ontstaat een punt met 8 zijden. Gebruik een scherp mes om een “ronde punt” te maken.

Maal met een vijl of zaag merkstrepen op de pootstok.

Een elastiekje om de stok geeft de gewenste diepte aan.

Handig om gaten schuin in de grond te maken voor de bonenstaken. Of (smalle) gaten voor preiplanten of witlofwortels. Deze pootstok is langer dan een winkelmodel en daarom minder vermoeiend (minder diep bukken).

.

7. Kweekkasje van een margarinekuipje en een doorzichtig champignonbakje

ch bak 4

In sommige supermarkten kun je “biologische” champignons kopen. Ze zijn verpakt in doorzichtige plastic bakjes. Je kunt deze bakjes gebruiken als bovenkant voor een mini kweekkasje.

Nodig: 

ch bak 1

Een margarinekuipje van 250 gram, een doorzichtig champignonbakje, 2 elastiekjes en een scherpe schaar.

Maken:

ch bak 2

Knip met een schaar bij de elke lange zijkant een of twee ronde inkepingen (luchtgaten). Dan kun je het doorzichtige bakje “tot onderaan” over het margarinekuipje drukken.

Maar je kunt ook het doorzichtige bakje wat hoger op het margarinekuipje “zetten”. Dan hoef je geen inkepingen te maken, want er is dan een “luchtrand” onderaan.

Gebruik:

ch bak 5

Doe 2 elastiekjes om het margarinekuipje. De elastiekjes lopen van de ene naar de andere korte zijde van het margarinekuipje.  Zet daarna het doorzichtige champignonbakje over het kuipje.

Druk het champignonbakje met ronde inkepingen tot “helemaal” over het margarinekuipje als de plantjes in het kuipje klein zijn. Dus totdat de rand van het doorzichtige bakje de tafel raakt. De elastiekjes zorgen ervoor dat het champignonbakje op zijn plaats blijft (en niet aan een zijde omhoog schuift).

Zijn de plantjes of witte stripjes groter, zoals op de foto hierboven, zet het champignonbakje dan “hoger” over het margarinekuipje heen.  De elastiekjes zorgen ervoor dat het champignonbakje niet naar beneden zakt.

Opmerkingen:

  • Zorg ervoor dat de 2 elastiekjes ver uit elkaar lopen (en niet te dicht naast elkaar zijn).  Dan klemt het doorzichtige bakje steviger op het margarinekuipje en gaat het niet zo gauw scheef zakken.

paprika 10

  • Je kunt een niet verknipt doorzichtig bakje zonder elastiekjes voorzichtig over het margarinekuipje zetten. En onderaan  een ruimte van ongeveer 1 cm vrijhouden als luchtopening. Zoals op bovenstaande foto.

champignonbakje 1

champignonbakje 2

  • Je kunt het champignonbakje op (over) een “lager geknipt” 500 grams margarinekuipje zetten.

  • Je kunt het champignonbakje op een groot (500 grams) kuipje zetten. De rand van het bakje is op de rand van het kuipje. Aan elke lange zijde van het kuipje is een luchtopening. Het bakje kan gemakkelijk van het kuipje afvallen. Je kunt een elastiekje over het geheel doen. Dan schuift het bakje niet meer zo gemakkelijk.

.

6. Lat met vaste afstanden

Maak met een fijne ijzerzaag groefjes op vaste afstanden in een dunne houten lat (bovenste foto) of in een plastic strip (onderste foto). Maak aan beide einden een ijzerdraad vast en buig die om.  Met het ijzerdraad zet je de lat vst in de grond.  Handig bij bv zaaien van wortels, prei of uien.

.

5. Touwtje met binddraadjes op vaste afstanden

Maak aan een dun touw op vaste afstanden “binddraadjes” en aan het eind dun elastiek. Handig voor bv het poten van aardappelen op vaste afstanden in de rij.

.

Nodig: nylon koord, binddraad, schaar, duimstok.

Maak een stukje binddraad vast in een lus in het nylon koord.

Draai het binddraad rond. Trek het nylon koord strak. Knip stukjes af van het binddraad.

Maak op dezelfde wijze om de 45 cm een stukje binddraad vast aan het nylonkoord.  Maar je kunt natuurlijk elk binddraadje op een andere afstand vastmaken aan het nylonkoord.

Maak aan het andere eind van het nylonkoord een stuk elastiek vast en maak hierin een lus.

Draai het nylon koord op een kaartje van karton (met gleufje). Dan raakt het niet in de war. Zet op het kartonnetje wat de afstand is en waarvoor je het koord gebruikt.

Opmerking: In plaats van nylon koord met binddraadjes kun je in het nylon koord op vaste afstanden knoopjes leggen. Zie nr 64 van deze tip.

.

4. Elastiekje voor recht zaaien of planten

Gebruik hoedenelastiek of smal elastiek om een recht rijtje te maken. Dit is handiger dan touw, omdat elastiek altijd strak blijft.  Hoedenelastiek is o.a. te koop in speciaalzaken,  op de markt, bij HEMA enz (1.50 euro voor 5 meter). Smal elastiek is te koop bij o.a. HEMA of supermarkt.

Draai het elastiek op een kaartje van karton (met gleufje). Dan raakt het niet in de war.

.

3. Stap-plank voor op losse grond.

Maak van enkele planken een stap-plank. Schroef of timmer de delen aan elkaar.  Zorg er voor dat de kop van de spijkers of schroeven aan de bovenzijde is.  Hierdoor kun je je niet bezeren aan de punten. Sla de spijkers plat aan de onderzijde. De stap-plank wordt gebruikt om op losse grond te staan zonder de grond te veel aan te drukken.

.

2. Plankje om voortjes te maken (“voortjesplank”)

Verschillende voortjesplankjes.

V-vormig en \__/ vormig.

Zaag uit triplex van ca 8 mm dik enkele plankjes voor het maken van voortjes.  De plankjes zijn aan de bovenkant ca 22 cm breed. De “V” of  “\__/  is ca 5 cm hoog.  Midden aan de bovenkant van het plankje is met een vijl een groefje gemaakt.  Door met het groefje een gespannen elastiekje te volgen kun je een recht voortje maken.

Je kunt 1 kuipje (of 2 kuipjes in elkaar) gebruiken om een voortje te maken. Gaat ook goed.

.

1. Kweekkasje van margarinekuipjes.

kasjeVul een leeg schoon 250 grams margarinekuipje met zaaigrond of potgrond. Of zet er kleine bloempotjes met zaaigrond of potgrond in. Dan water op de grond sproeien, zaaien en het zaaisel afdekken. Doe 2 elastiekjes om het margarinekuipje.  Zet nu een leeg 500 grams magarinekuipje omgekeerd over het andere kuipje.

Je hebt zo een handig kweekkasje met smalle luchtopeningen gemaakt. Er verdampt weinig water uit dit kasje,  dus maar af en toe water geven. Na het opkomen van de eerste plantjes haal je het bovenste kuipje er af en zet je het onderste kuipje voor een raam.  Dit afhalen gaat gemakkelijk als je de korte zijden van het 500 grams kuipje naar elkaar toe drukt.

Opmerking 1 (matje)

tom zaai 1

Je kunt een rubber matje op de zaaigrond leggen. Laat in elk matje 1 zaadje vallen. Na het zaaien het matje weghalen. Dan de zaden afdekken met een laagje (zaai)grond enzovoort.

Opmerking 2 (groter kuipje)

margarinekasje 5

Met 2 lege kuipjes van elk 500 gram kun je ook een kasje maken.

  • Knip bij 1 kuipje van 500 gram aan de bovenzijde een stuk van de zijkant af, tot het kuipje nog ongeveer 4 tot 5 cm hoog is.
  • Vul het kuipje met zaaigrond.
  • Druk de zaaigrond een beetje tegen de lange zijkanten van het kuipje aan. Hierdoor gaat het kuipje een beetje “bol” staan;  van  |  |  naar  (  )  . Het 500 grams kuipje dat later opgezet wordt, zakt dan niet naar beneden. Dit opzetkuipje blijft beter op z’n plaats.
  • Sproei water op de zaaigrond.

margarinekasje 3

paprika 44 paprika 45

  • In een 500 grams kuipje kun je meer zaadjes zaaien dan in een 250 grams kuipje (24 in plaats van 15 als je zo’n matje gebruikt).

paprika 46

  • Zet het andere 500 grams kuipje “voorzichtig” over het onderste kuipje. Voorzichtig wil zeggen, zonder hard naar onderen te duwen tijdens opzetten. En zó dat het bovenste kuipje op het onderste kuipje ligt; rand op rand.

Zet het kuipje op volgens onderstaande stappen;

  • Zet het bovenste kuipje met 1 lange zijkant op het onderste kuipje.
  • Druk de korte zijkanten van het bovenste kuipje “een beetje naar elkaar toe”. Hierdoor gaan de lange zijkanten van het bovenste kuipje een beetje bol staan,   van |  |  naar (  ).
  • Het bovenste kuipje past nu beter gemakkelijker over het onderste kuipje.
  • Zet de andere lange kant van het bovenste kuipje op (over) het onderste kuipje.

Onderstaande gaat ook goed;

  • Trek voorzichtig tijdens het opzetten de lange zijkanten van het bovenste kuipje uit elkaar. De vorm gaat dan van recht |  | naar rond (  ).

.

Wikihow

Ik heb hierover een artikel geschreven in Wikihow.  Mijn foto’s zijn vervangen door plaatjes.  Wil je het artikel lezen?  Klik dan op:  dit artikel   .

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in eenvoudig. Bookmark de permalink .

17 reacties op 2) Eenvoudige hulpmiddelen en tips

  1. Pingback: Een verrassende website : de moestuintips van Sjef » GroentenInfo

  2. Sandor zegt:

    Beste Sjef
    Wat goed om al die tips te zien, zo eenvoudig maar zo doeltreffend. Ben een beginnende tuinder en heb zelf 1 klein goed tipje….. naamplaatjes bij je diverse planten in de tuin, ik gebruik een oude kapotte luxaflex, knip ongeveer 30 cm lange strips en schrijf met onuitwasbare stift de namen erop. Door de strip met je vinger een klein beetje in de lengterichting te ‘knikken’ (dus een soort V gootje te maken) blijven ze steviger en zijn ze makkelijk in de grond te steken. Ze blijven lang goed (het materiaal is aluminium!) en ze zijn heel simpel.

  3. Bram zegt:

    Aangenaam verrast door je praktische doe-het-zelf tips! Was net zelf aan het schrijven over brandnetelgier en via jouw blog heb ik toch weer enkele dingen bijgeleerd. Zelf zet ik deze wel in de zon omdat het me zo aangeraden werd.

  4. sjeftuintips zegt:

    Hallo Bram,
    Volgens mij kun je de emmer met gistende brandnetels in de zon of in de schaduw zetten. In de zon zal het gisten wat sneller gaan, maar het gaat misschien nog meer stinken. Ik zet de emmer in de schaduw van de bessenstruik van de achterbuur. Dan krijg ik ook minder vragen van de medetuinders; “Wat is dat, Oei dat stinkt, Wat doe je daarmee” enzovoort.
    Ik heb de tekst van tip 2 aangepast want ik weet niet of in de zon of in de schaduw beter is.
    Succes met je blog en groetjes,
    Sjef

  5. Pingback: Welkom | sjeftuintips

  6. Liane zegt:

    Hallo Sjef,
    Ik heb pas je site ontdekt. Je geeft geweldige tips. Het stapplankje heb ik al gemaakt.
    Ook ik heb een paar tips: ik gebruik de drinkflesjes van mijn kleinzoon als bescherming op de steunstokken in de tuin. (Ik heb me een aantal keren lelijk bezeerd). En ook de ijsstokjes van diezelfde kleinzoon komen goed van pas als ‘naamplaatje’. Lege yoghurtbekertjes zijn uitstekende zaaipotjes. Er moeten aan de onderkant wel een paar gaatjes geprikt worden. Dat doe ik met een handboortje. Tijdens regenachtige dagen worden de regentonnen snel vol. Ik vul dan een flink aantal lege frisdrankflessen met water uit de ton. Dan heb ik een voorraadje in droge tijden en het gieten van b.v. tomatenplanten gaat ook makkelijker. Bovendien is het water op temperatuur.
    Ik hoop dat deze tips een bijdrage vormen. Groetjes, Liane

  7. kurt zegt:

    He sjef,

    Ik heb dit jaar je tip voor het zaaien van boontjes met veel succes toegepast in tegenstelling tot mijn schoonvader en mijn broer die tot 4 keer dienden te herbeginnen.

    De andere tips over het zaaien in potjes zijn voor volgend jaar

    Bedankt

  8. daniel zegt:

    Andere mogelijkheid om klimbonen te leiden:

    Opstelling maken van een grootmazig net en 3 stokken.
    2 stokken een deel in de grond plaatsen 1 er dwars bovenop maken.
    Net tussen de stokken vast maken met touwtjes.
    Of alleen touwtjes er tussen maken op verschillende hoogtes.
    Daniel

  9. Pingback: 4) Ziekten en plagen | sjeftuintips

  10. Pingback: 39) Bloempotten met bonenstaken (in een kleine tuin) | sjeftuintips

  11. Pingback: 15) Bewaartips voor de oogst | sjeftuintips

  12. Pingback: 38) Groepjes kleine zaadjes op vaste afstanden zaaien | sjeftuintips

  13. femkewolff zegt:

    Hoi Sjef, ik heb al je tips gelezen. Bedankt.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s