Welkom

Welkom bij     sjeftuintips.wordpress.com ,    een weblog met veel handige tuintips.

Laatste aanpassingen:

  • Foto’s en beschrijving van een nieuw tomatenafdak in de volkstuin in   tip 7)   . Onder dit afdak blijven de planten (zo goed als) droog; alleen tijdens koude ochtenden hangen er kleine dauwdruppeltjes aan de planten. Deze waterdruppeltjes verdampen snel, de planten drogen vlug op.
  • Tuinfoto’s van 1 augustus 2017, zie     Sjefs tuin       .

Deze weblog is gestart op 5 september 2011. Sindsdien heeft Sjeftuintips meer dan 850.000 bezoekjes gehad. Iedereen hartelijk dank voor je bezoek en voor je belangstelling.

Intussen staan er heel veel tips, tekst en foto’s op deze site. Het is het handigst om tips op te zoeken over een bepaald onderwerp. Klik daartoe rechts op een bepaalde categorie, bv aardbeien of bonen of paprika of….

Af en toe worden tips of werkwijzen verbeterd of gemakkelijker gemaakt. Dan wordt er in een tip nieuwe tekst en foto’s bijgezet. De “oude” werkwijze blijft (meestal) in de tip te lezen.

Zwarte menubalk (bovenaan):

  • Op “Startpagina” (“Home“) staan alle tuintips onder elkaar.
  • Bij “Interessante en leuke tuin-websites” vind je websites van diverse volkstuin-verenigingen en andere sites over tuinieren.
  • Alle tuintips met links vind je op “Inleiding en een overzicht van de tuintips“.
  • Foto’s van mijn tuin met een beschrijving vind je op “Sjefs tuin”.
  • Klik je op “Over Sjef” dan verschijnt er een foto van mij met een verhaaltje erbij.
  • Bij “Waar vandaan?” staat hoe tips gevonden, ontstaan of verzonnen zijn.

.

Bij de meeste tips (berichten) is de tekst verdeeld in hoofdstukken. De titel van elk hoofdstuk begint met een letter gevolgd door )#. Handig bij het opzoeken of om te onthouden waar je ook al weer iets gelezen had. Bijvoorbeeld tip 24 en E)#. Dat hoofdstuk gaat over loof en wortels van witlof afsnijden.

Bij tip 2 (Eenvoudige hulpmiddelen en tips) zijn alle hulpmiddelen en tips genummerd.

Onder elk bericht of onderaan op elke bladzijde kunnen reacties van bezoekers staan. Heb je vragen of opmerkingen, dan kun je (ook) een reactie plaatsen. Klik daarvoor op de titel van een bericht of op een bladzijde. Helemaal onderaan vind je een reactie-invulvenster. Geef je reactie in dit venster.

Binnen 1 of 2 dagen heb ik jouw reactie gelezen en op “Sjeftuintips” gezet.  De reactie staat dan bij hetzelfde bericht of bladzijde als waar je de reactie hebt gegeven. Je kunt je reactie ook rechts terugvinden bij Recente reacties. Onder jouw reactie zet ik meestal een antwoord of een verwijzing.

Ik stuur je dus geen email.  Maar als ik extra vragen of opmerkingen heb, stuur ik je wel een mailtje. Dat was zo bij Hetty over taugé kweken, bij Wim over enkele eenvoudige hulpmiddelen en tips en bij Jantina  over bonen opkweken in plastic bekers.

Geplaatst in algemeen | 3 reacties

42) Tuingereedschap in een uitgediept VAM vat

vamvat opslag

foto leeg

foto opslag

In deze tip:

  • Inleiding
  • A)# Nodig voor de opslag:
  • B)# Meten van de hoogte
  • C)# Maken en neerzetten
  • D)# Gebruik
  • E)# Gaten in de onderrand
  • F)# Eerste opbouw, niet goed
  • G)# VAM-vat zonder gatenbodem, gaat dat goed?

.

Inleiding:

Deze tip is afkomstig van mijn volkstuin-collega Jan Janssen.

Jan heeft onder een VAM compostvat 2 grote bloempotten onder elkaar in de grond gegraven. Bij de bovenste bloempot is een deel van de bodem weggehaald.

Het VAM-vat met de 2 bloempotten eronder wordt gebruikt als opslag voor tuingereedschap. Schoffel, hark, schop, riek, alles past in de opslag.

In mijn tuin staat nu ook een soortgelijke opslag gemaakt van een VAM-vat. Met enkele aanpassingen als dat nodig of gewenst was. In de tuingrond onder het VAM-vat is één grote bloempot met een rond gat in de bodem. Hieronder is een 10 cm brede PVC-buis die net boven de bodem van de bloempot uit steekt. En er is een hoepel van elektrabuis onderaan het VAM-vat vastgemaakt. Die hoepel is er om het vat vast te kunnen pinnen in de tuingrond tegen omwaaien. En om de zijklep vast te kunnen maken.

.

A)# Nodig voor de opslag:

  • Een plastic rond (VAM) compostvat met “gatenbodem”, deksel en zijklep.
  • Een grote, ronde, dikwandige plastic bloempot ongeveer 30 tot 40 cm hoog en 30 tot 40 cm doorsnede.
  • Een stuk dunwandige PVC buis van 80 of 100 mm (8 of 10 cm) doorsnede. Dit soort buis wordt ook wel hemelwaterafvoer (HWA) genoemd.
  • Ongeveer 30 cm dik ijzerdraad van 2,5 mm dikte.
  • Stuk ijzeren gaas, bijvoorbeeld kuikengaas met 2,5 cm maaswijdte.
  • Een lengte (4 meter) PVC elektrabuis 5/8 inch (dun, 16 mm).
  • Een sok voor elektrabuis 5/8 inch, of een stuk elektrabuis 3/4 inch.
  • Bindstrips (tiewraps).
  • Elastisch koord met haken.
  • Schroefhaak M4, moerplaatjes M4, borgmoer M4.

.

B)# Meten van de hoogte

Bepaal hoe lang de PVC-buis moet worden die onder de bodem van de bloempot komt:

  • Zet het compostvat met de plastic gatenbodem op de vlakke ondergrond. Haal het deksel eraf.
  • Pak het langste gereedschap (meestal een schoffel of een hark).
  • Zet dit gereedschap loodrecht in het lege compostvat.
  • Bepaal hoeveel cm de bovenkant van dit gereedschap boven de rand van het VAM-vat uitsteekt, bijvoorbeeld 103 centimeter (cm).
  • Meet de diepte van de plastic bloempot, bijvoorbeeld 40 cm.
  • Bereken uit deze 2 meetwaarden de buislengte die tenminste nodig is. De minimale buislengte  is “cm boven de rand uitsteken” –  “diepte van de bloempot”.  In dit voorbeeld 103 – 40 cm = 63 cm.
  • Maak de PVC-buis 10 tot 15 cm langer dan deze waarde, bijvoorbeeld 75 cm. Dan past het langste gereedschap straks ruim in het vat.

.

C)# Maken en neerzetten

Hieronder staat beschreven hoe je de onderdelen aanpast en gebruikt. En hoe je het geheel opbouwt en neerzet.

C1) Rond gat in bloempot maken

bloempot gat

Zaag in de bodem van de bloempot een rond gat. Dat gaat goed met een schrobzaag of met een decoupeerzaag.  Het gat is zo groot dat de pvc-buis er ruim in past. Maak het gat niet in het midden van de bodem. Met het gat “uit het midden” is er meer ruimte voor een schop en een riek in de bloempot.

.

C2) PVC-buis aanpassen

HWA

Gebruik PVC-buis dat gebruikt wordt voor hemelwaterafvoer. Dat staat op de buis aangegeven met de letters HWA.

buis lengte

Zaag de PVC-buis op de benodigde lengte. De buis die in mijn VAM-vat wordt gebruikt is ongeveer 70 cm lang.

Zit het grondwater in je tuin “hoog”, dan kan er water in de PVC-buis komen. De houten stelen van het gereedschap staan dan gedeeltelijk in water. Dat is niet goed. Maak bij hoog grondwater één zijde van de PVC-buis waterdicht. Lijm een passende deksel (“eindkap”) van PVC aan één zijde van de buis. De buis wordt daarna met de deksel naar onder in de grond gezet. Door dit deksel komt er geen grondwater in de buis bij een hoge grondwaterstand.

Een eindkap voor een (80 of) 100 mm HWA buis is niet te koop in de “gewone” bouwmarkt (Praxis, Gamma).  Je kunt die wel kopen via het internet, bv    hier    .

Is het grondwater in je tuin altijd lager dan 1 meter diep, dan hoef je geen deksel onder aan de buis te maken. Maak dan een soort ijzeren zeef onder in de buis waar de stelen op steunen.  Zo maken de stelen geen contact met het vochtige tuinzand en blijven daardoor droog.

.

C2a) Gaaszeef van ijzer maken

Hieronder enkele foto’s en een korte beschrijving om een ijzeren gaaszeef te maken.

werkhandschoenen

Trek werkhandschoenen aan.

stuk gaas begin

Gebruik een stuk kuikengaas van 30 x 30 cm. Kuikengaas heeft een maaswijdte van 25 mm. En je hebt een PVC-sok (mof, verbindingsstuk) nodig van dezelfde doorsnede als de PVC-buis.

gaas vouwen 1

Vouw het gaas 2 keer om een strook te vormen. Vouw zo, dat de gaten “half over de andere gaten vallen”.

gaas vierkant

Vouw de strook gaas 2 keer. Je eindigt met een vierkant stuk gaas dat iets groter is dan de PVC-sok.

gaas hoekjes vouwen

Vouw de hoekjes van het gaas om het smalle deel van de PVC-sok.

gaas in sok, gaas in buis

Duw het stuk gaas in het brede deel van de PVC-sok. Hierbij moet je wat gaas aan de zijkant omvouwen. Duw daarna het stuk gaas (aan de verkeerde zijde) in de te gebruiken buis. Ook hierbij gaas aan de zijkant omvouwen.

Nu heeft het stuk gaas de juiste grootte. Haal het uit de buis. Het past straks in de te gebruiken PVC-buis. Verderop wordt dit een ijzeren “gaas-schijf” genoemd.

.

C2b) Buis van 8 cm doorsnede

buis draden

In een 8 cm buis geeft een kruis van ijzerdraad voldoende steun voor een ijzeren gaas-schijf.

Boor 4 gaatjes in de zijkant van de buis. Boor de gaatjes ongeveer 2 cm van het eind. Steek 2 stukken dik ijzerdraad door de gaten en buig daarvan de draadeinden om.

buis gaas

Schuif de gaas-schijf in de pvc-buis tot op de ijzerdraden. Druk met een houten steel de gaas-schijf aan.

.

C2c) Buis van 10 cm doorsnede

10 cm gaasschijf

In een buis van 10 cm doorsnede passen meer stelen van gereedschap. Gebruik je een buis van 10 cm, dan kun je beter 3 stukken dik ijzerdraad in de buis maken. En daarop de ijzeren gaas-schijf laten rusten. Druk met een houten steel de gaas-schijf aan.

.

C3) Bloempot en PVC-buis ingraven

zandberg pot in

Graaf een ronde kuil in de tuingrond. Zet de bloempot in de kuil. Laat de bloempot ongeveer 5 tot 10 cm boven de tuingrond uitsteken. Schuif daarna tuingrond rondom en tegen de rand van de bloempot, zodat er een verhoging in de grond ontstaat. Later worden daar stoeptegels en stenen op gelegd en het VAM-vat op gezet.

zand aandrukken

Druk de grond rondom de bloempot aan met een stok of hamersteel of iets dergelijks.

grondboor

buis in bloempot

Maak met een grondboor een smal rond gat in de tuingrond onder het gat in de bloempotbodem. Schuif daarna de PVC-buis in het gat, met de gaas-schijf (of de waterdichte PVC-dop) naar onder. Laat de buis enkele centimeter boven de bodem van de bloempot uitsteken.

Is de bovenkant van de buis te hoog of te laag, dan de buis uithalen en het gat in de grond wat dieper maken met de grondboor of wat grond ingooien. Daarna de buis weer in het gat in de grond schuiven.

Duw de buis niet hard naar benden, want dan kan er grond in de gaas-schijf komen. En hierdoor kan later de houten steel van lang gereedschap nat worden door deze grond.

.

C4) Hoepel vastmaken in het VAM vat

hoepel hoogte

Aan de binnenkant (onderkant) van het vat wordt een hoepel van elektrabuis vastgemaakt. Deze hoepel is voor extra stevigheid, om het vat aan de grond vast te kunnen pinnen en om de klep goed vast te maken. De hoepel wordt met tie-wraps aan de zijkant van het vat vastgemaakt. De hoepel moet enkele millimeter boven de gatenbodem zijn, anders past de zijkant van het vat niet in de rand van de gatenbodem. De hoepel mag hoger bevestigd worden.

(Bij mijn VAM-vat is de hoepel op een erg lage plek vastgemaakt. Dat is omdat het VAM-vat eerst zonder gatenbodem op stoeptegels op de tuingrond is neergezet. Dat was niet zo goed. Later heb ik de gatenbodem er weer onder gezet. Maar toen zat de hoepel al vast aan het vat. Net hoog genoeg.)

.

Hieronder de beschrijving:

  • Zet het VAM-vat op de gatenbodem.
  • Haal de zijklep van het VAM-vat af. Dan komt de zijklep-opening vrij.
  • Leg een kort stukje 5/8 inch elektrabuis “via de zijklep-opening”, op de gatenbodem,  tegen de binnenzijkant van het VAM-vat. Leg een dun latje onder het stukje elektrabuis. Nu weet je hoe hoog de hoepel moet komen.
  • Zet daar 2 merkstreepjes (één boven en één onder het stukje elektrabuis) op de zijkant van het vat. Of meet de afstand tussen een kant van de elektra-buis en een herkenbare rand van de zijkant van het vat.
  • Nu weet je waar de hoepel moet worden vastgemaakt.

hoepel in

  • Haal het VAM-vat los van de gatenbodem. Zet het vat ondersteboven op de grond. Ondersteboven gaat het vastmaken van de hoepel het gemakkelijkst.

hoepel

  • Meet de omtrek van het vat op de plek waar de hoepel moet worden vastgemaakt.
  • Gebruik een ijzerzaag om de 5/16 inch elektrabuis even lang of  iets langer dan de gemeten lengte te maken.
  • Buig de buis rond en steek beide uiteinden in de mof of in een stuk 3/8 inch elektrabuis om een hoepel te maken.

hoepel vast

  • De hoepel wordt aan 5 bevestigingsplekken rondom vastgemaakt. Twee plekken zijn naast de zijklep-opening.
  • Boor of maak met een priem bij elke bevestigingsplek 2 gaten onder elkaar in de wand van het vat.
  • Maak de gaten bij elke bevestigingsplek op de juiste hoogten
  • Steek een tie-wrap door de 2 gaten. Doe dit op alle 5 bevestigingsplekken.
  • Doe bij 3 bevestigingsplekken de hoepel “los in de tie-wrap”.
  • Trek de tie-wraps nog niet strak. Eerst moet je de hoepel op lengte maken. En daarbij moet je de hoepel telkens losmaken.

vam onderplaat

Maak de hoepel van elektrabuis op de juiste lengte:

  • Leg de gatenbodem op het VAM-vat (of zet het vat op de gatenbodem).
  • Je zult zien dat de zijkant van het vat nu breder is dan de sleuf van de bodemplaat. Dat de zijkant niet in de bodemplaat past. Dat komt doordat de hoepel te groot is.
  • Haal de gatenbodem los van het VAM-vat.
  • Draai de elektra-buis in de 3 losse tie-wraps en maak de hoepel “open”.
  • Zaag een stukje van de 5/8 inch elektrabuis af.
  • Maak de hoepel weer rond in de 3 losse tie-wraps.
  • Leg de gatenbodem weer op het vat (of zet het vat op de gatenbodem) en kijk of die nu wel past.
  • Herhaal de bovenstaande bewerkingen totdat de hoepel de goede maat heeft.
  • Maak daarna de hoepel met alle 5 tie-wraps vast. Trek alle tie-wraps strak.

.

C5) Gatenbodem uitzagen

vam onderplaat

Zo ziet de gatenbodem van het Vam-vat eruit. Om gereedschap in de bloempot in de grond te kunnen zetten wordt het lage “middendeel” eruit gezaagd . De hoge buitenrand wordt gebruikt om het vat op te zetten.

vam onderplaat zagen

vam onderplaat gezaagd

Zaag het middendeel uit. Dat gaat goed met een decoupeerzaag of een scrobzaag. Je kunt tijdens het zagen de gatenbodem op een verhoging leggen, b.v. een stapel stoeptegels. Dat zaagt gemakkelijker.

.

C6) De gatenbodem-rand op tegels en stenen leggen

stenen neergelegd (2)

  • Maak de verhoogde tuingrond rondom de bloempot vlak.
  • Leg stenen, halve stoeptegels en delen van stoeptegels op de verhoogde tuingrond.
  • Leg de stenen en stoeptegels niet tegen elkaar maar laat ruimte tussen de stenen. Hierdoor ontstaan luchtopeningen. De lucht in het VAM-vat kan dan gemakkelijk rondstromen en ververst worden. En zo kan het gereedschap in het VAM-vat opdrogen na gebruik. En de tuinspullen blijven beter droog, ook tijdens langdurige regenval.

onderplaat op stenen

  • Leg de gatenbodem-rand op de stoeptegels en stenen.
  • De buitenrand komt naast de stenen en stoeptegels.
  • Als nodig, schuif de stenen of delen van stoeptegel een stukje opzij. De buitenste stenen of stoeptegels mogen tegen de rand van de gatenbodem liggen.
  • Leg de stenen zodanig dat er later 2 ijzeren vastzetpennen door de gaten van de rand passen. En dat deze pennen tussen de stenen in de grond gestoken kunnen worden.

.

C7) Vastzet-gaten boren en extra tie-wraps vastmaken

vastzetpen

Het VAM-vat wordt straks op de tuingrond vastgezet met 2 van dit soort ijzeren pennen. Dat zijn dezelfde pennen als beschreven bij tip  13) Stevig kasje van doorzichtig golfplaat .   Hiervoor zijn de volgende voorbereidingen nodig:

  • Zet het vat rechtop, op de bodemplaat.
  • Draai het vat met de zijklep-opening naar de gewenste kant.

pennen buiten

  • Op deze foto’s zie je waar de vastzetpennen komen; één links en één rechts van het VAM-vat (met de zijklep-opening naar voor).
  • De vastzetpennen worden tussen de stenen en stoeptegelstukken in de tuingrond gestoken.
  • Zoek uit waar de vastzetpennen door de wand van het VAM-vat moeten gaan.
  • Boor op één “vastzetplek”, onderaan, een gat van ongeveer 8 mm in de rand van het VAM vat.
  • Boor dat vastzet-gat ongeveer 1 cm boven de hoepel.
  • Boor naast dat vastzet-gat, 4 kleine gaten in de wand van het VAM-vat. Twee kleine gaten links naast het vastzetgat. En twee rechts naast het gat. Telkens 1 klein gat boven en 1 klein gat onder de hoepel.

pen binnenkant (2)

  • Steek 2 tie-wraps door de kleine gaten naast het vastzet-gat. Maak met de 2 tie-wraps de hoepel vast.
  • Draai het vat een stukje om ervoor te zorgen dat het vastzet-gat boven een gat in de rand van de gatenbodem uitkomt. En tussen 2 stenen of stoeptegels.
  • Steek een vastzetpen van buiten naar binnen door het vastzet-gat.
  • En steek de pen enkele centimeter door een gat in de gatenbodem.
  • Zoek uit waar de andere vastzetpen moet komen; aan de andere kant van het VAM-vat en ook door een gat in de gatenbodemrand. En tussen 2 stenen of stoeptegels.
  • Boor daar een vastzet-gat door de wand. Even hoog als het andere vastzet-gat.
  • Boor ook daar 4 kleine gaten erbij links en rechts van het vastzet-gat.
  • Doe ook 2 tie-wraps door de kleine gaten om de hoepel extra vast te zetten.

.

Opmerking:

onderplaat pennen in

Het kan gebeuren dat de 2e vastzet-pen niet bij een gat in de gatenbodem uitkomt, maar een stukje ernaast. Je kunt dan een extra gat in de gatenbodem boren om daar de pen door te steken. Zoals te zien op bovenstaande foto’s. De pen rechts is in een aanwezig gat in de bodem. Voor de pen links is een extra gat in de bodem gemaakt.

.

C8) VAM-vat opzetten en vastpinnen

pennen buiten

Draai als nodig het VAM-vat en/of de gatenbodem een stukje. Om ervoor te zorgen dat beide vastzetpennen in de grond gestoken kunnen worden.

Steek elke vastzetpin:

  • in een gat van de wand,
  • door een gat in de gatenbodemrand,
  • tussen 2 stenen of tegels
  • in de tuingrond.

pen inslaan

Sla met een houten hamer (of met een ijzeren hamer en een blok hout) de vastzetpennen in de grond.

.

C9) Zijklep aanpassen en vastmaken

De zijklep wordt met elastiek en haken vastgemaakt aan het VAM-vat. De klep kan dan niet gemakkelijk afwaaien. En de klep is regenwaterdicht.

klep bevestiging

Nodig: een schroefhaak M4, schroefplaatjes, moeren, stukje elektrabuis 5/8 inch en een elastiek met haken.

gat in klep maken

Maak met een priem een klein gat aan de binnenkant en aan de buitenkant van de zijklep. Dus door en door. Maak het kleine gat met de priem of met een boor op de juiste diameter, 4 millimeter.

schroef in klep

  • Aan de binnenkant van de zijklep van dit vat is een groot rond gat van ongeveer 1,5 cm.
  • Duw het stukje elektrabuis door dit grote gat en schuif het tussen de binnenwand en de buitenwand.  Zie de gele pijl.
  • Het stukje elektrabuis zorgt ervoor dat de binnenwand en de buitenwand van de klep niet tegen elkaar gedrukt worden tijdens het vastschroeven.
  • Bij een zijklep zonder groot gat kun je geen stukje elektrabuis gebruiken. Daarbij wordt de buitenkant tegen de binnenkant gedrukt tijdens vastschroeven. Dat is niet erg.
  • Steek de schroefhaak door een plat moerplaatje, de binnenwand van de klep, (het stukje elektrabuis), de buitenwand van de klep en een ander plat moerplaatje.
  • Schroef aan de buitenzijde een moer op de schroefhaak.

schroef korter

  • Gebruik een ijzerzaag om het te lange deel van de schroefhaak af te zagen.
  • Draai de moer van de schroefhaak af om de schroefdraad weer goed te maken.
  • Draai een borgmoer op de schroefhaak. Een borgmoer is een moer met blauw plastic die niet gemakkelijk losgaat.

klep met elastiek

Leg een extra knoop in het elastiek om het elastiek korter te maken.

klep opengeklapt

Zo wordt de zijklep vastgezet; het elastiek om de schroefhaak en de haken om de hoepel. Het stuk elastiek ligt los in het vat.

.

D)# Gebruik

klep links rechts

De zijklep kan een stukje naar links of naar rechts worden geschoven.

klep opengeklapt

Je kunt de zijklep uitnemen en “laten hangen” of losnemen. Doe kleine spullen in lage plastic emmers. Die kun je gemakkelijk inzetten of uithalen.

klep opzij

Mijn ervaring van 5 weken is dat het gereedschap in het VAM-vat droog blijft.

Ook de gatenbodem, de stenen en de stoeptegels blijven droog. Eigenlijk niet helemaal droog want er sijpelt een heel klein beetje regenwater langs de vastzetpen en langs enkele gaatjes waar tie-wraps inzitten. Maar dat is niet erg.

Leg een halve stoeptegel op het bovendeksel van het vat als er storm of harde wind wordt voorspeld.

.

E)# Gaten in de onderrand

vam onderplaat gaatjes in

In de rand van de gatenbodem zijn enkele gaten. Die zitten er al in bij een nieuw VAM-vat. Zorg ervoor dat die gaten goed open zijn. Of maak enkele gaten erbij. Regenwater kan door die gaten afgevoerd worden en loopt dan de tuingrond in. De binnenkant van het VAM-vat blijft dan droog.

.

F)# Eerste opbouw, niet goed

tegels op zandheuvel

Bij het eerste ontwerp zijn hele en halve stoeptegels op een zandheuvel rondom de bloempot gelegd. Dit tegelvloertje is groter dan de onderkant van het VAM-vat. Het vloertje loopt bol om regenwater naar de zijkanten te laten stromen en niet in de bloempot.

geen gatenbodem onder

Het VAM-vat (met hoepel van elektrabuis aan de binnenkant) is op het tegelvloertje van hierboven gezet. Dus op het bol lopende vloertje. Maar er is geen gatenbodem onder het vat.

Bij regenval worden de stoeptegels naast het vat doornat. Het regenwater trekt door de stoeptegels tot in het vat. De lucht in het VAM-vat wordt erg vochtig. Na een regenbui duurt het lang voordat de binnenkant van het vat weer droog is. Omdat er dan veel water moet verdampen uit de natte stoeptegels.

Deze opbouw is niet goed. Daarom het rode kruis door de foto.

Het ontwerp met gatenbodem, een klein tegelvloertje en een goede waterafvoer is veel beter.

.

G)# VAM-vat zonder gatenbodem, gaat dat goed?

Blijft de binnenkant van het vat ook goed droog als je de rand van het vat op de tuingrond-heuvel zet. Dus als je de gatenbodem niet gebruikt. Dat ga ik in 2016 uitzoeken.

.

H)# Aanpassingen

Na enkele maanden gebruik zijn de volgende aanpassingen gewenst (foto’s in de maak).

  • Aan de onderkant van de buis kan je een passende bloempot over de buis doen. Dan zakt de rand van de buis niet in de grond. Knip van tevoren een stuk van de zijkant van de bloempot af, zodat die ongeveer 2 cm hoog is. De gaten in de bloempotbodem zorgen ervoor dat water afgevoerd wordt in de ondergrond.
  • Steek de 3 stukken dik ijzerdraad in de buis, maar dan verder van het eind af; ongeveer 10 tot 15 cm van het eind. Daarop rust de ijzeren gaas-schijf. Hierdoor blijft de steel van het gereedschap goed droog.
  • Leg de stoeptegels en stenen dichter tegen elkaar aan. De tussenruimten tussen de tegels zijn dan smaller. Hierdoor komen er minder slakken en/of veldmuisjes in het compostvat.
  • Maak 1 of 2 gaatjes bovenaan in de buis en maak daar een beugel of een “oog” van ijzerdraad vast. Dan kun je gemakkelijk de buis uit de grond halen als er iets in de buis is gevallen. Haak een schoffel achter het ijzerdraad en til de buis rustig omhoog.
Geplaatst in algemeen, gereedschap | Een reactie plaatsen

41) Plantjes verplanten met behulp van 2 plastic buizen

.

Nieuw ontwerp 2017:

In deze tip:

  • A)# Inleiding
  • B)# Werkwijze.
  • C)# Opmerkingen
  • D)# Maken (60 mm buizen)
  • E)# Maken (40 mm buizen).
  • F)# Eindopmerkingen

.

A)# Inleiding

Koolplanten en andere (groente)plantjes worden vaak in een rijtje of een groepje in de tuingrond gezaaid. Als de plantjes groot genoeg zijn, worden ze uit de grond gehaald en op de gewenste plekken in de tuin geplant. Tijdens het uithalen of het vervoer van de plant kan er tuingrond van de plantenwortels afvallen. Soms wordt een plant zonder aanhangende grond in nieuwe tuingrond geplant. De plant moet daarna wennen aan de nieuwe grond. Het kan vele dagen duren voordat de wortels van de plant weer water en voedingsstoffen gaan opnemen. Tot die tijd staan de planten er zielig bij, met neerhangende bladeren.

Je kunt proberen te verplanten waarbij veel tuingrond rondom de wortels blijft “hangen” tijdens het verplanten. Dit is verplanten met wortelkluit. Na het verplanten zitten de plantenwortels dan nog steeds in de oorspronkelijke grond. Hierdoor gaan de planten minder gauw slap hangen na het verplanten. Ze groeien snel weer door op hun nieuwe plekje in de tuingrond.

.

Bollenplanter

Om te verplanten met wortelkluit kun je een bollenplanter gebruiken.

  • Maak eerst een plantgat op de nieuwe plek in de tuingrond.
  • Zet dan de bollenplanter om (over) de plant.
  • Druk de bollenplanter in de tuingrond.
  • Haal de bollenplanter met plant en wortelkluit uit de tuingrond.
  • Zet de bollenplanter met plant en wortelkluit in het nieuwe plantgat.
  • Open de bollenplanter en haal de bollenplanter uit het plantgat.
  • De plant met wortelkluit blijft in het plantgat achter.

.

Af en toe gaat de werkwijze met een bollenplanter niet zo goed;

  • Tijdens het “pakken” van de plant komt er blad tussen de bollenplanter. De plant beschadigt.
  • Tijdens het openen in het plantgat blijft de plant met kluit in de bollenplanter steken. Je moet dan knijpen en schudden om de kluit met plant los te krijgen.

.

Twee buizen

In plaats van een bollenplanter kun je een plastic buis gebruiken om de plant te “pakken”. Intussen maak je met een andere buis een plantgat in de grond. Daarna zet je de plant vanuit de plastic buis in het plantgat. Hoe dat in zijn werking gaat wordt hieronder beschreven. Deze werkwijze gaat erg goed bij koolplanten, winterwortel, witlof, rode biet, prei en kropsla (tot nu toe uitgeprobeerd).

Bij de oude uitvoering uit 2014 heeft de verplantbuis een slang. De wortelkluit wordt uit de buis geblazen.

.

Bij de nieuwe uitvoering uit 2017 zit er een kleine “binnenbuis” in de verplantbuis. De wortelkluit wordt met de binnenbuis uit de verplantbuis geduwd. Later meer over deze nieuwe buis.

.

B)# Werkwijze.

verplant 6

Dit zijn de (kool)planten die verplant gaan worden. Geef de planten 1 dag voor het verplanten veel water zodat de tuingrond rond en onder de planten goed vochtig wordt. Anders kan er tijdens verplanten droge grond van de wortels vallen.

Geef ongeveer een kwartiertje voor het verplanten weer veel water. Dan gaat het insteken van de buis en het uithalen van de wortelkluit gemakkelijker, zie ook bij C)# Opmerkingen.

verplant 7Op deze plek worden plantgaten gemaakt en worden de planten uitgeplant. Is de toplaag van de grond erg droog, schuif dan de droge toplaag opzij met een plankje of latje. Dan valt er hierna geen droge grond in de plantgaten.

maakbuis 5

Hier zie je de 2 plastic buizen die bij het verplanten worden gebruikt. Elke buis is 6 cm dik en ongeveer 50 cm lang. Hieronder een beschrijving van de buizen:

  • De bovenste buis op de foto (met witte schuine strepen) is een buis om plantgaten mee te maken, de zogenaamde “plantgatbuis”.
  • Met de onderste buis op de foto (met groene slang) wordt elke plant verplant. Deze zogenaamde “verplantbuis” is aan een uiteinde dicht. Vlak bij het dichte eind is een stukje dunne slang in een rond gat in de buiswand gestoken. De buis wordt met de open kant rondom de plant in de grond gestoken. Daarna wordt de buis met plant uit de grond gehaald.  Op de bestemde plaats wordt de plant met potkluit uit de verplantbuis geblazen.
  • Bij elke buis is met elastiekjes aangegeven hoe diep de buis in de grond wordt gestoken.

.

verplantbuis 2

Op deze wijze komt de plant in de verplantbuis:

  • Kies uit welke plant je gaat verplanten.
  • Geef voor het uithalen de plant en de grond rondom de plant veel water. Doe dit een kwartiertje of zo vóór het insteken van de verplantbuis. De grond mag best een beetje “modderig” zijn. Dan gaat het insteken van de buis en het uithalen van de wortelkluit gemakkelijker, zie ook bij C)# Opmerkingen.
  • Je kunt vlak van tevoren het open einde van de verplantbuis in water “dopen”. Enkele seconden en ongeveer 10 cm diep in water. Zie ook bij C)# Opmerkingen.
  • Duw met een hand alle blaadjes van de gekozen plant tegen de stengel aan.
  • Laat de verplantbuis over deze plant zakken en duw intussen de stengel en bladeren in de verplantbuis.
  • Zet de verplantbuis “ongeveer over het midden van de plant” op de tuingrond.
  • Duw de verplantbuis in de tuingrond tot de elastiekjes de grond raakt. Dat is ongeveer 8 cm.
  • Trek voorzichtig de verplantbuis (met hierin de plant) uit de tuingrond.
  • Als het plantgat nog niet gemaakt is kun je de verplantbuis met de plant even op de grond leggen of vertikaal op een vlakke grond of tegel neerzetten.
  • Als je op de foto hierboven klikt zie je de foto schermbreed.
  • Je kunt voor het “pakken” een kokertje of buisje om de plant doen en daarin de blaadjes en steeltje stoppen. Dan kun je daarna de verplantbuis over dit buisje steken. Zie ook opmerking C9) Blaadjes van te voren in een buisje

maakbuis 1

Maak als volgt een plantgat:

  • Duw op de bestemde plaats de plantgatbuis in de grond tot de elastiekjes de tuingrond raken. Dat is ongeveer 10 cm.
  • Haal de plantgatbuis met tuingrond uit de grond en het plantgat is gemaakt.

maakbuis 3

Maak de plantgatbuis weer leeg:

Tik met een tuinschepje of houten latje tegen de plantgatbuis om de tuingrond uit de buis te verwijderen. Laat de tuingrond ergens anders in je tuin op de grond vallen.

verplantbuis 3

verplantbuis 4

Als het plantgat gemaakt is, kun je als volgt gaan uitplanten:

  • Steek de verplantbuis met hierin de plant in een plantgat tot de buis niet dieper kan.
  • Neem een hap lucht en blaas rustig lucht in de (groene) slang. Hierdoor wordt de plant met kluit uit de plantbuis geduwd.
  • Til ondertussen de verplantbuis langzaam naar boven.
  • Stop met blazen zodra de plantkluit uit de verplantbuis is.
  • Til de verplantbuis verder omhoog totdat de plant helemaal uit de verplantbuis is.
  • Als je op de foto hierboven klikt zie je de foto schermbreed.

verplant 1

Water geven na het verplanten:

Giet na het planten water rondom de kluit in het plantgat. Zo wordt er tuingrond rondom de kluit gespoeld. Hierdoor gaat de plant stevig in de grond staan en kan de plant vlot doorgroeien.

.

C)# Opmerkingen

C1) Vochtige grond bij uithalen

Geef voor het uithalen de plant en de grond rondom de plant veel water. Doe dit een kwartiertje of zo vóór het insteken van de verplantbuis. De grond mag best een beetje “modderig” zijn. De verplantbuis gaat dan gemakkelijker in de grond.

En je kunt de plant met wortelkuit later gemakkelijker uit de buis “blazen”. De vochtige wortelkluit is beter luchtdicht en de kluit is zwaarder. Door een waterlaagje tussen wortelkluit en buiswand glijdt de kluit gemakkelijker uit de buis. Op de nieuwe plek staat de plant in vochtige grond, de plant groeit daarom beter door en gaat niet zo gauw slap hangen.

Net voordat je de verplantbuis in de grond duwt, kun je het open eind van deze buis ongeveer 10 cm in water duwen en er weer uithalen. Hierdoor kun je de buis gemakkelijker in de grond duwen en gaat het uitblazen van de kluit gemakkelijker.

.

C2) Plantdiepte

De elastiekjes op elke buis geven aan hoe diep de buis in de grond wordt gestoken. Je kunt de elastiekjes verschuiven. Hierdoor kun je de plant hoger, even diep of dieper dan voorheen in het nieuwe plantgat planten.

.

C3) Mest of tuinkalk toevoegen 

maakbuis 2Je kunt een plantgat schuin (\  /) maken door de plantgatbuis in de grond “rond te wiebelen”.

verplant 2

Er is dan extra ruimte tussen de wand van het plantgat en de plantkluit. Als je wil kun je tuinkalk of mest in die ruimte strooien. Vul daarna de ruimte rondom de kluit helemaal op met tuingrond. Als je hierna gaat gieten dan zal de plantkluit heel blijven. De grond van de plantkluit zal dan niet wegspoelen.

verplant 5

Hetzelfde trucje bij een andere plant. Strooi tuinkalk rondom en op de kluit. Vul de ruimte op met tuingrond en maak een “gietkuil” in de grond rondom de plant. Giet de plant.

.

C4) Kuil opvullen

verplant 4

Planten kunnen dicht bij elkaar staan. Als je een plant uit de grond hebt gehaald dan kan het gebeuren dat een volgende plant vlak tegen een “kuil” aan staat. Zie de linker foto boven. Zo’n plant is erg moeilijk te verplanten met de verplantbuis; de plant kan gemakkelijk uit de verplantbuis vallen of je kunt de kluit niet uit de buis blazen omdat er lucht langs de kluit stroomt.

Vul eerst de kuil naast de plant met vochtige tuingrond en druk die licht aan. Daarna kun je die plant wel gemakkelijk verplanten met de verplantbuis, zoals je hierboven op de rechterfoto ziet.

.

C5) Na het verplanten

verplant 3

Deze spruitkoolplanten zijn zojuist uitgeplant.

verplant 8En 2 dagen zien dezelfde spruitkoolplanten er zo uit. De planten staan er fris en gezond bij en groeien gewoon verder.

.

C6) Dunne verplantbuizen

kokertje 67

Voor het verplanten van kleine plantjes kun je dunne verplantbuizen maken van 2 stukken afvoerbuis. De buizen op de foto zijn polypropyleenbuizen van 40 mm uitwendig. Elk stuk buis is ongeveer 50 cm lang.

verplant 12

De linker buis op bovenstaande foto is de “plantgatbuis”. Er is een (geel) elastiekje dubbel over de buis gedaan om de diepte aan te geven.

De buis rechts op de foto is de “verplantbuis”. Bij deze buis is een slang door een gat in de wand gestoken, enkele cm van het uiteinde. Dit uiteinde is luchtdicht afgesloten met een passende rubber stop van een wasbak, zie de foto hieronder.

verplant 24

Een rubber stop van 38,5 mm past goed in een polypropeen afvoer buis van 40 mm uitwendig.

Er is een (blauw) elastiekje dubbel om de verplantbuis gedaan, ook weer om de diepte aan te geven.

.

C7) Andere plantjes verplanten

C7a) Witlof

verplant 9

Op deze foto zie je hoe een witlofplant wordt verplant met de buizen. Op de linker foto de plant op de oude plaats in de tuin. Op de rechter foto op de nieuwe plaats. Van het maken van een plantgat is geen foto gemaakt. Na het overplanten wordt de witlofplant ruim gegoten met water. Dit is om tuingrond in de opening tussen wortelkluit en plantgat te spoelen, zodat de plant vlot doorgroeit.

.

C7b) Rode biet

verplant 12

Gebruik bij het verplanten van rode bietjes de dunne buizen. De plantjes zijn klein en de plantjes groeien vaak erg dicht bij elkaar.

verplant 21

Op deze foto’s zie je hoe een rode biet plantje wordt verplant met de dunne buizen. Na het overplanten wordt de rode biet plant ruim gegoten met water. Dit is om tuingrond in de opening tussen wortelkluit en plantgat te spoelen, zodat de plant vlot doorgroeit.

.

C7c) Winterwortel

verplant 22

Op deze foto zie je dat een klein winterwortelplantje uit de tuingrond is gehaald met behulp van de dunne verplantbuis.

verplant 23

En hier zie je dat het wortelplantje met kluit in het nieuwe plantgat is gezet. Daarna is water gesproeid om grond in de ruimte tussen kluit en plantgat te spoelen. Zodat de plant na het verplanten weer snel door groeit.

.

C7d) Prei

preiplant 38

preiplant 39

Op deze foto zie je hoe een preiplant met wortelkluit in een rond gat in een voortje wordt geplant. Na het planten kun je van de buitenste preibladeren een stukje afknippen. Dan gaat de preiplant vlotter doorgroeien en gaan de bladeren minder gauw slap hangen. Zie ook tip 36, hoofdstuk D)# .

.

C8) Rand van de buis scherp vijlen

Van Tom (zie reactie onder dit bericht) komt het idee om de onderrand van de buizen scherper te maken met behulp van een vijl (en schuurpapier). Hierdoor gaat de buis gemakkelijker in de grond. In de zandgrond van mijn tuin is de rand van de buizen scherp genoeg. Maar in kleigrond of löss of andere “moeilijke” grond is een scherpe rand wel handig.  Tom, bedankt voor je tip.

.

C9) Blaadjes van te voren in een buisje

Tom (zie reactie onderaan bij dit bericht) heeft als tip om vlak vóór het verplanten de blaadjes en steel van de plant in een kokertje of buisje te stoppen. Dat kan b.v. een wc-papierrolletje zijn. Je kunt daarna de verplantbuis gemakkelijk(er) over dit buisje zetten. En op de nieuwe plek haal je (na het verplanten) het buisje of kokertje weer van de plant af. Lijkt mij erg handig. Als je wil kun je van te voren de plantjes “in buisjes stoppen” en daarna achter elkaar door de plantjes verplanten.

Ik heb dit uitgetest en onderstaande foto’s gemaakt.

buisje 6 buisje 7

Op de bovenste foto’s zie je hoe een kartonnen buisje om een kropsla-plantje wordt gezet. Op de onderste foto’s: het plantje staat op de nieuwe plek, het kartonnen buisje is weggehaald en het plantje is met water gegoten met een krabbertje is de grond bewerkt. Ziet er goed uit.

Tom, bedankt voor deze tip.

.

C10) Overplanten naar een bloempotje

Het kan gebeuren dat je de plant in de verplantbuis niet meteen in een plantgat kunt zetten. Dan kun je elke plant tijdelijk in een bloempotje zetten. En later de planten uit de bloempotjes in de grond zetten.

Hieronder foto’s en een beschrijving hoe dat gaat.

.

Verplantbuis van 6 cm

planten in potje 1

  • Hier een (6 cm) verplantbuis met plantje erin en een leeg bloempotje.

planten in potje 2

  • “Blaas” het plantje in het bloempotje.
  • De wortelkluit van het plantje is 1 tot 2 cm hoger dan de hoogte van het bloempotje.

planten in potje 3

  • Duw met je hand de vochtige grond dieper in het bloempotje.

planten in potje 4

  • Hier staat het koolrabiplantje met wortelkluit in het bloempotje. Dit bloempotje heeft een dunne wand en bodem. Vóór het uitplanten kun je de bodem van het potje omhoog drukken. En dan de plant met wortelkluit uit het potje halen.

.

Verplantbuis van 4 cm

planten in potje 5

  • Hier een (4 cm) verplantbuis met plantje erin en een leeg bloempotje met inzet en stripje.

planten in potje 6

  • “Blaas” het plantje in het bloempotje.
  • De wortelkluit van het plantje is hier ongeveer even hoog als de hoogte van het bloempotje.

planten in potje 7

  • Duw met je hand de vochtige grond dieper en steviger in het bloempotje.

planten in potje 8

  • Hier zie je het andijvieplantje met wortelkluit in een bloempotje.
  • Als het nodig is dan kun je nog wat vochtige tuingrond in het bloempotje doen.
  • Duw daarna met je hand de vochtige grond dieper en steviger in het bloempotje.
  • Dit bloempotje heeft een inzet en een stripje. Haal vóór het uitplanten de inzet met plantje uit het potje. Trek het stripje een stukje omhoog en laat het stripje weer los om de wortelkluit los te halen. Daarna kun je het plantje bij de wortelkluit vastpakken en uitplanten.

.

D)# Maken (60 mm buizen)

D1) Nodig

buismaak 1

  • Dunwandige buis 60 mm buitendiameter. Bijvoorbeeld grijze PVC hemelwaterafvoerbuis met een wanddikte van 1,5 mm. Prijs ca €6,00 (2 meter lang). Benodigde lengte is 1 meter (voor 2 buizen van 50 cm lengte).
  • (Donkerbruin) verbindingsstuk 60 mm, dunwandig, past op de hemelwaterafvoerbuis. Prijs ca €2,50.
  • (Grijze) eindkap riool 50 mm. Prijs ca €2,00.
  • (Groene) plastic slang, 12 mm uitwendig, ca 30 cm lang, wordt gebruikt in aquaria. Te koop bij dierenwinkel. Prijs €1,25 per meter lengte.

.

Opmerking 1, wanddikte van de buis:

Voor het verplanten gebruik je een “dunwandige” buis van 60 mm. Zie de foto hieronder.

buis 11

Voordelen van deze dunwandige buis zijn:

  • De buis is aan de binnenzijde ongeveer 57 mm breed. In de buis is dus veel ruimte voor de plant.
  • De buis is dunwandig (1,5 mm wand) dus gemakkelijk in de tuingrond te duwen.
  • Na het verplanten is er in het nieuwe plantgat een smalle opening tussen de kluit en de grond. Deze opening spoelt snel en gemakkelijk dicht door water geven na het verplanten. De plant zal hierna weer vlot doorgroeien.
  • De buis is te koop in de meeste bouwmarkten en doe-het-zelf zaken.

.

Je zou ook een buis van 50 mm kunnen gebruiken. Zie de foto hieronder.

buis 50 mm dikwandig

Een 50 mm buis is minder geschikt;

  • De buis heeft een dikkere wand en is aan de binnenzijde ongeveer 44 mm breed. In de buis is dus minder ruimte voor de plant.
  • De buis is dikwandig (3 mm wand), dus moeilijker in de tuingrond te duwen.
  • Na het verplanten is er in het nieuwe plantgat een brede opening tussen de kluit en de grond. Je hebt meer water nodig om die brede opening dicht te spoelen. Of je moet extra tuingrond in die brede opening strooien of schuiven.
  • Deze dikwandige buis van 50 mm is te koop in de meeste bouwmarkten en doe-het-zelf zaken. Een dunwandige buis van 50 mm met 1,5 mm wanddikte is veel moeilijker te verkrijgen.

.

Opmerking 2, eindkap

In de “gewone” bouwmarkt zijn geen pvc eindkappen voor een buis van 60 mm te koop. Daarom heb ik met passen en meten uitgezocht dat een verloopstuk en een 50 mm afsluitkap op elkaar en op de 60 mm buis passen.

Maar veel handiger is een gewone 60 mm pvc eindkap op de 60 mm buis te doen. Zo’n kap is op het internet te koop, bijvoorbeeld     hier    .

Op deze foto heeft elke buis een eindkap van 60 mm.

  • De verplantbuis heeft een eindkap die er voor zorgt dat je de potkluit kunt uitblazen.
  • Door de eindkap op elke buis voel je geen scherpe rand tijdens het in de grond duwen van de buis.

  • De plantgatbuis heeft een rond gat in de zijkant, enkele centimeter onder de eindkap. Om de lucht er door te laten bij het in de grond duwen en bij grond uit de buis kloppen.

.

D2)# In elkaar zetten (60 mm buizen)

buismaak 2

buismaak 3

Het verbindingsstuk heeft een kleinste binnendiameter van 54 mm. De eindkap heeft een buitendiameter van ongeveer 54 mm. Duw de eindkap enkele cm in het verbindingsstuk totdat de kap klemt. Zo maak je het verbindingsstuk luchtdicht.

.

Zaag met een ijzerzaag 2 stukken van 50 cm van de buis af.

buismaak 4

Boor in een stuk buis een gat van 10 mm doorsnede in de wand. Het gat is ongeveer 6 cm van het eind. Dit wordt de verplantbuis.

buismaak 5

buismaak 6

buismaak 7

  • Vouw een “deuk” in het uiteinde van de groene slang en steek dat uiteinde in het 10 mm gat in de verplantbuis. Steek het stuk slang ongeveer 1 tot 2 cm in de buis.
  • Steek een lange ronde plantensteun in de slang en duw de deuk uit de slang.
  • Haal daarna de plantensteun weer uit de slang.

buismaak 8

buismaak 9

Steek het verbindingsstuk (met grijze 50 mm eindkap erin) in de verplantbuis. Het verbindingsstuk mag de slang niet afklemmen of hinderen.

Als het verbindingsstuk “te ruim” in de buis past, dan kun je plakband op het verbindingsstuk aanbrengen, zoals op bovenstaande foto te zien is.

maakbuis 5

Je kunt een van de buizen “versieren” of kenmerken. Door bijvoorbeeld wit plakband op een buis te plakken en op de andere buis niet. Hierdoor kom je niet in de war tijdens het verplanten. (Tuingrond in de verplantbuis is niet zo erg, die kun je eruit blazen of eruit kloppen. Maar een plant met kluit in een plantgatbuis is minder handig. Met kloppen valt de kluit uit elkaar en valt de plant “met blote wortels” op de grond. Wil je de plantkluit eruit blazen dan kun je een extra verbindingsstuk op de plantgatbuis zetten. Zet hierop de onderzijde van de verplantbuis en blaas de kluit met plant rustig uit de plantgatbuis).

buismaak 10

Doe 2 of 3 dikke elastiekjes naast elkaar over elke buis. Hiermee geef je aan hoe diep de buis in de grond moet worden geduwd. Twee of drie elastiekjes naast elkaar verschuiven niet zo gemakkelijk. Ze blijven dus beter op dezelfde plek op de buis.

Bij de verplantbuis zitten de elastiekjes ongeveer 8 cm van het eind, bij de plantgatbuis is dat ongeveer 10 cm. Hierdoor wordt de plant ongeveer 2 cm diep in de tuingrond geplant. Dat is handig bij het water geven na het verplanten. Maar je kunt de elastiekjes natuurlijk op een andere plek om de buizen doen, hoger of lager.

De buizen moeten wel diep genoeg in de tuingrond worden gestoken anders kan het verplanten niet goed gaan. Zie ook de opmerking verderop.

.

D3) Stuk tuinslang over de scherpe rand

Je kunt eindkappen op de buizen duwen. Dan voel je geen scherpe rand bij het in de grond duwen van de buizen. Als je geen eindkappen hebt dan kun je een stuk tuinslang over de rand vastmaken.

slang op rand 2Je kunt een stuk tuinslang over de scherpe bovenrand van de buis doen. Dat is prettiger bij het in de grond duwen van een buis.

Hieronder staat beschreven hoe je het stuk tuinslang vastmaakt over de rand.

.

slang op rand 3

  • Neem een stuk tuinslang. Het stuk is iets langer dan de omtrek van de scherpe buisrand.
  • Knip het stuk tuinslang in de lengte open.

slang op rand 4

  • Doe het stuk tuinslang over de scherpe rand. Een klein stukje tuinslang “komt dubbel te zitten”.
  • Duw enkele even grote plastic bloempotjes over elkaar in de buis. Door deze bloempotjes wordt het stuk tuinslang vastgeklemd.
  • Tijdens het induwen van de bloempotjes kan de slang een stukje verschuiven. Je kan dan de bloempotjes uithalen, de slang weer goed duwen en de bloempotjes weer induwen.

slang op rand 5

  • Leg de buis plat op de grond.
  • Gebruik een boormachine met een boortje van 3,5 mm om een gaatje door de overlappende stukjes slang en de buis te maken.

slang op rand 6

  • Steek een 3 mm boutje met een ringplaatje door het zojuist geboorde gaatje.

slang op rand 7

  • Draai het boutje een stukje terug (linksom) om de bloempotjes los te kunnen halen.
  • Haal alle bloempotjes weg die gemakkelijk los te halen zijn.
  • Dat zijn de bloempotjes waar geen boutje door de wand is gestoken.

slang op rand 8

  • Een “vastzittend” bloempotje is een potje waarbij een boutje door de wand heen is gestoken.
  • Duw een deuk in het bloempotje om het los te maken van het boutje.
  • Haal het bloempotje weg.

slang op rand 9

  • Draai het boutje weer verder in de buis (door de slang).
  • Leg een ringplaatje over het boutje.
  • Draai een moertje op het boutje.

slang op rand 10 slang op rand 11

  • Snijd met een scherp mes het rechte eindrandje van het stuk slang schuin.
  • Dit is met de gele pijlen aangegeven.

De buizen zijn nu klaar voor gebruik.

.

Opmerking:

Als je een eindkap op de buis schuift, dan heeft de buis geen scherpe rand meer. Een stuk slang over de rand is dan niet nodig.

Een eindkap van 60 mm is niet in de gewone bouwmarkt te koop. Wel op het internet, bijvoorbeeld     hier    .

Op deze foto heeft elke buis zo’n eindkap.

.

Hieronder staan nog wat tips voor als je eindkappen gaat aanbrengen.

  • Schuur met fijn schuurpapier scherpe randjes of stukjes plastic van de dop af. Dan voel je later niets scherps bij het in de grond duwen van de buizen.
  • Schuif de eindkap op de buis om na te gaan of die goed past.

  • Doe wat plakband om de buis als de kap te ruim om de buis past.

  • Boor een luchtgat in de plantgatbuis, enkele cm onder de eindkap. Dit luchtgat is om er voor te zorgen dat de tuingrond gemakkelijk in en uit de buis gaat.

.

E)# Maken (40 mm buizen).

In hoofdstuk C6) staat veel info over de smalle buizen.

.

F)# Eindopmerkingen:

  • Deze werkwijze gaat goed bij het verplanten van kleine planten.
  • Het verplanten met een verplantbuis gaat goed als de buis ongeveer 7 tot 10 cm in de vochtige grond rondom het plantje wordt gestoken. De plantkluit in de verplantbuis is dan hoog en stevig genoeg en zal de buis goed afsluiten. Tijdens het blazen in de slang zal de hele kluit naar buiten worden geduwd.
  • Een 5 cm hoge kluit gaat ook nog net. Een kluit van 15 cm kun je niet meer uit de buis blazen. Die kluit zit veel te vast in de verplantbuis.

 

  • De grond veel water geven voor het verplanten en de verplantbuis in water “dopen” helpt bij het in de grond duwen en uitblazen van de kluit.
  • Bij het ontwerp uit 2017 (duwen met binnenbuis) kun je grotere buizen gebruiken, zeker tot 10 cm doorsnede. Dan kun je grotere potkluiten en dus grotere planten verplanten. Een potkluit uitduwen is ook veel gemakkelijker dan uitblazen.
  • Je kunt maar 1 buis maken, de verplantbuis. Maak met de verplantbuis eerst alle plantgaten in de tuingrond. Klop telkens de tuingrond uit de verplantbuis. Gebruik daarna de verplantbuis om telkens 1 plant te “pakken” en in een plantgat te zetten.

 

  • Ik heb op het internet gezocht, maar (nog) niet gevonden dat deze werkwijze al wordt gebruikt.
  • Ik vond wel een artikel over een ijzeren buis om bomen te planten. Eerst laat men een boompje met wortelkluit in de buis laten vallen. Daarna wordt met de onderkant van de buis een plantgat in de grond gemaakt en wordt de boom in het gat geplant. Dus wel planten maar niet verplanten. Het filmpje staat    hier    .
Geplaatst in Koolplanten | 9 reacties

40) Info over groentezaad, te lezen op een zaadzakje

andijviezaad

In deze tip:

  • A)# Inleiding en vraag aan zaadhandel Tuinplus
  • B)# Antwoord van Tuinplus
  • C)# Eigen onderzoek
  • D)# Mail naar Tuinplus over slecht kiemende bonenzaden
  • E)# Antwoord van Tuinplus
  • F) Ervaring met witlofzaad
  • G)# Kiemtest

.

A)# Inleiding en vraag aan zaadhandel Tuinplus.

Op zakjes of pakjes bloemenzaad of groentezaad staat informatie over inhoud (… gram), “houdbaar tot” en andere info. Ik wilde daar meer over weten.

Ik stuurde een e-mail naar Tuinplus B.V.   Dit bedrijf is een groothandel en leverancier van zaden, bloembollen en tuinartikelen in de Benelux. Tuinplus levert (groente)zaad van de merken Tuin Plus, Buzzy Seeds, Horti Tops en Oranjeband Zaden. Ik mailde onderstaande tekst:

“Ik kocht vandaag een zakje met 3 gram andijviezaad, houdbaar tot 1 januari 2018 met de volgende tekst:

andijviezaad 2

3 GRS     13-14/6B/311521    BRUIKBAAR TOT 1.1.2018.

Wat betekent 13-14,   wat betekent 6B  en wat is de betekenis van  311521  “

.

B)# Antwoord van Tuinplus

En dit is het antwoord van Tuinplus B.V.:

  • 13 – 14 staat voor: geproduceerd in het seizoen 2013 – 2014 tussen (1 juli 2013 en 30 juni 2014)
  • 6B : is een verplichte codering van de NAKTuinbouw**. De 6 staat voor het productiejaar 2013 en de B staat voor de tweede helft. Dus dit zakje is geproduceerd tussen 1 juli 2013 en 31 december 2013. Momenteel produceren wij met de code 2A en per 1 juli gaan we over op 2B.
  • De codering 311521 staat voor het gebruikte partijnummer (lotnummer). De partij zaad die voor dit zakje is gebruikt, heeft als unieke code het nummer 311521. Aan dit nummer kunnen we bijvoorbeeld zien dat deze partij in Italië is geteeld en momenteel een kiemkracht heeft van 88%.

** Stichting Nederlandse Algemene Kwaliteitsdienst Tuinbouw is beter bekend als Naktuinbouw. Naktuinbouw bevordert en bewaakt de kwaliteit van producten, processen en ketens in de tuinbouw. De nadruk ligt op teeltmateriaal, zowel nationaal als internationaal. Naktuinbouw is een Zelfstandig Bestuursorgaan en staat onder toezicht van het Ministerie van Economische Zaken.

.

Deze uitleg van Tuinplus BV is best wel duidelijk.

.

Wel opvallend is dat de code 6B gevolgd wordt door 2A, zoals Tuinplus meldt, (en niet 7A zoals je zou verwachten). Op allerlei zaadpakjes en zakjes “uit het verleden” lees ik codes 2, 4, 6,7 of 8 met daarachter A of B. Er zit niet echt een verband tussen jaar en deze code. Ik denk dat de NAKTuinbouw elke keer een andere code verzint. Verderop in dit bericht staan “jaar-jaar” waarden en codes die op “oude” zaadzakjes staan.

De verplichte codering van de NAKTuinbouw voor dit jaar staat bij “Verpakkingscode” op   deze site  .  Of je leest het    hier   .

Tot zover de info die ik van Tuinplus kreeg.

.

C)# Eigen onderzoek

Na het lezen van info op ca 20 oude en nieuwe zakjes zaden van Horti Tops vond ik de onderstaande Jaar-Jaar teksten,  NAKT codes en Houdbaar tot waarden:

  • 08-09     1A                    2014
  • 09-10      7A                   2014  of 2015
  • 10-11       7B                   2015  of 2016
  • 11-12       4A                   2017
  • 12-13       4B  of  6A     2017  of  2018
  • 13-14       6B  of  2A     2017  of  2018
  • 14-15       2B  of  5A     2018  of  2019
  • 15-16       5B  of  3A     2019  of  ……

.

Uit deze getallen van Horti Tops info zijn alle zaden van alle groenten en bloemen 4, 5 of 6 jaar kiemkrachtig. Tenminste dat is de tijd tussen het laagste jaartal (van Jaar-Jaar) en het “Houdbaar tot” jaar.

.

C1) E.G. SYSTEEM ?

Op heel veel zakjes en doosjes met zaden (van Oranjeband, Hortitops, Intratuin) staat de vermelding: E.G. SYSTEEM ST./H472.

Zoeken naar E.G. SYSTEEM ST./H472 op het internet levert maar enkele sites op:

  • sites met voorgedrukte verpakkingen (voor zaaddoosjes of zaadzakjes),
  • een lijst van “tuincentrum Osdorp” met kruidenzaden en groentezaden met merk.
  • een Zweedse site over tomatenzaad.

Er is niet te vinden wat de eigenschappen of kenmerken van dit E.G. systeem zijn.

.

D)# Mail naar Tuinplus over slecht kiemende bonenzaden

bonentip 32

Tekst op 2 pakjes bonenzaad. Dit bonenzaad is op 29 januari 2013 gekocht. Op 23 juli 2013 is dit bonenzaad in een bak met tuingrond gezaaid.

Zie tip 35 bij G)# Bonenzaad met slechte kiemkracht. Daar is te lezen dat “bonenzaad partijnummer 246886” niet kiemt en “bonenzaad 305116” uitstekend kiemt op 23 juli 2013. Terwijl de jaar-jaar waarde en de NAKT-code van beide zakjes zaad hetzelfde is. Wat weet Tuinplus van de kiemkracht van deze 2 partijen?

Ik heb over dit bonenzaad een mailtje naar Tuinplus gestuurd met onderstaande vragen:

  • Hebt u nog info over de kiemkracht van beide partijnummers?
  • Was de kiemkracht verschillend tussen beide partijen, of was de bewaring in de winkel niet goed en heeft dat de kiemkracht verslechterd.

.

E)# Antwoord van Tuinplus

Van Tuinplus kreeg ik onderstaand antwoord op de vragen over het bonenzaad:

246886 niet meer op voorraad – laatste bekende kiem Jan 2012 90%.

305116 niet meer op voorraad – laatste bekende kiem Juli  2011 95%.

Uiteraard kunnen door bewaring, maar ook gewoon omdat het natuur is de kiemkracht minder worden. Met vriendelijke groet, Tuinplus B.V.

.

Volgens Tuinplus hadden beide partijen bonenzaad in 2011 een kiemkracht die hoger is dan 90 %. Meer info hebben zij niet.  Zal het misschien (ook) te maken hebben met het bewaren bij de groothandelaar, in de winkel en bij de klant.

.

F) Ervaring met witlofzaad

Ik zaai elk jaar witlof zonder dekgrond. Daarom koop ik in de plaatselijke tuinwinkel vers witlofzaad van “Horti Tops”. Want je verwacht dat nieuw zaad uit de winkel beter zal ontkiemen dan zaad dat over is van vorig seizoen.

witlofzaad 1Dit witlofzaad kocht ik in 2014. Volgens de verpakking bruikbaar tot 2017. Het zaad was bij de aankoop in 2014 al 2 jaar oud. Op de verpakking staat “11-12”, dus gekweekt in 2011 en 2012.

Ik heb dit zaad begin mei 2014 in 3 voortjes in mijn volkstuin gezaaid.

.

witlofzaad 9

Op deze foto zie je 3 zaaivoortjes in mei 2014 met maar enkele (12) groepjes witlofplantjes die opkwamen. Ik heb in ieder voortje om de 15 cm een groepje witlofzaadjes gestrooid. Een groepje bevat 5 of 6 witlofzaadjes uit de verpakking van de foto hier weer boven. Na het zaaien is het zaaisel afgedekt met “doek”. Klik je op de foto, dan verschijnt die schermbreed.

Uit 70 groepjes zaad zijn slechts 12 witlofplanten gegroeid. Eind mei 2014 heb ik ernaast in nieuwe voortjes “hetzelfde” witlofzaad gezaaid (10 tot 15 zaadjes per groep) en elk zaaisel afgedekt met een zwart bloempotje. Intussen zijn er nieuwe zaaisels opgekomen, maar nog niet alle. Daarom zie je op de foto nog enkele potjes op de kop staan.

.

F1) Vier zakjes witlofzaad.

witlofzaad 3

In juni 2014 heb ik nog 3 nieuwe zakjes witlofzaad gekocht bij een andere winkel. Ik heb de 4 zaadzakjes met pen genummerd (1,2,3 en 4).

Hieronder per nummer, het merk, de jaar-jaar waarde,  NAKTcode en Bruikbaar tot jaar

  •  1,  Horti Tops,    11-12,      4A,     1.1.2017
  • 2,  Intratuin,       09-10,     7A,     1.1.2015
  • 3,  Intratuin,       12-13,      6A,     1.1.2018
  • 4,  Oranjeband,   geen,      6A,     1.1.2016

.

Hieronder staan de 4 zakjes witlofzaad (nrs 1,2,3 en 4) op 1 foto (klik voor schermbreed):

witlofzaad 4x

.

F2) Zaaiproef witlof

Van deze 4 zakjes witlofzaad heb ik in juni 2014 uitgezocht hoe goed ze kiemen. Hieronder staan de proeven met uitkomsten:

witlofzaad 5

Linker foto: witlofzaadjes, 10 zaadjes per nummer op vochtig toiletpapier gelegd. Rechter foto, 7 dagen later: wel en niet gekiemde witlofzaadjes.

De bijbehorende nummers (1,2,3 en 4) zijn op de binnenkant van het bakje erbij geschreven.

Bij nummer 1 en 2 zijn slechts een of twee gekiemde zaadjes. Bij nummer 3 en 4 zijn er 9 of 10 zaadjes gekiemd en uitgegroeid tot kleine witlofplantjes.

.

witlofzaad 6

Hierboven zie je dat de witlofzaadjes in vochtige tuingrond zijn gezaaid. Er geldt dezelfde nummering van het witlofzaad als bij de vorige proef. De zaadjes zijn in zaaikuiltjes gelegd. Daarna zijn de zaadjes afgedekt met een dun laagje droog tuingrond.

Linker foto: 9 zaadjes per nummer in zaaikuiltjes in vochtige tuingrond. Rechter foto: wel en niet gekiemde witlofzaadjes (wel en geen witlofplantjes).

Bij nummer 1 en 2 zie je maar één witlofplantje. Bij nummer 3 en 4 zie je 8 of 9 witlofplantjes.

.

witlofzaad 7

In mijn achtertuin, ongeveer 10 zaadjes per groepje gezaaid. Dezelfde nummering als bij de andere proeven. Van links naar rechts op de foto, nrs 1,2,3 en 4. Daarna afgedekt met vochtige tuingrond en een bloempotje opgezet tegen uitdrogen en wegspoelen.

witlofzaad 8Witlofplantjes opgekomen in de achtertuin. Op de 2 foto’s onder elkaar: twee verschillende stukjes zaaivoor . Bij elke foto van links naar rechts, nrs 1,2,3 en 4.

Bij nummer 1 en 2 zie je maar een of twee of drie gekiemde zaadjes. Bij nummer 3 en 4 zie je veel kleine plantjes.

.

F3) Dus:

  • Bij witlofzaad is “Bruikbaar tot” niet erg betrouwbaar.
  • Van de 4 soorten witlof kiemt  “tot 2016” en “tot 2018” heel erg goed in 2014.
  • Maar de witlof “tot 2015” en “tot 2017” kiemt heel slecht in 2014.
  • Bij Oranjebandzaden is het “Bruikbaar tot”-jaar 2 jaar eerder dan Intratuinzaad, beide met dezelfde NAKTcode.

Ook bij Witlof kun je beter het “beste” zaad uitkiezen. Anders is er een grote kans op slecht kiemen. Let vooral op de Jaar-Jaar waarde, dat die niet te lang geleden is. Of let op het “Bruikbaar tot” jaar. Dat dit zo ver mogelijk in de toekomst is, wel 5 jaar of meer verder dan het aankoopjaar.

.

Klagen bij de winkelier of leverancier over slecht kiemend zaad is moeilijk, denk ik. De leverancier en de winkelier zal wijzen op de “Bruikb tot” datum. Of er wordt gezegd dat het aan het weer of aan jouw tuingrond ligt.

Kleine kans dat de leverancier of winkelier zal melden dat de bewaring in zijn bedrijf niet goed was. En dat hij of zij gratis nieuw zaad zal leveren.

.

G)# Kiemtest

papiertest

Op deze foto een kiemtest voor zaadjes van aubergine, winterwortel, zaaiui, en zomerwortel op vochtig wc-papier. De zaadjes zijn 6 dagen gekiemd bij ongeveer 20 gr C.

Geplaatst in zaadjes | 3 reacties

39) Bloempotten met bonenstaken (in een kleine tuin)

wigwam schooltuintje 25 juli

staken48

In deze tip:

  • Inleiding
  • A)# Opbouw (van boven naar onder)
  • B)# Neerzetten
  • C)# Bonen zaaien of planten
  • D)# De onderdelen maken en aanpassen

 

Inleiding

Als je een grote tuin hebt kun je bonenstaken gewoon in de tuingrond zetten.

Maar in een kleine tuin is vaak weinig goede tuingrond. Of er liggen veel tegels of stenen op de grond. Als je dan toch klimbonen wil kweken in de tuin dan kunnen grote bloempotten met bonenstaken een oplossing bieden.

Ik kwam op dit idee in maart 2014. En ik dacht, dat moet toch al eerder geprobeerd zijn. Na even zoeken met Google vond ik dat Heidi uit Noord California (V.S.) in maart 2013 een soortgelijk bouwwerk heeft gemaakt. De foto’s en de Engelstalige beschrijving van Heidi staan    hier  .

Op de site van “Diana’s mooie moestuin” staat een bladzijde over groenten in potten. Ook over het kweken van staakbonen. Zie   deze link    .

.

Eerste probeersel in 2014

In 2014 heb ik 2 bonenwigwams gebouwd. Eén opstelling stond in de achtertuin van een buurman in onze straat en de andere op de speelplaats van een basisschool. De buurman en de juffen van de school hebben naar eigen inzicht water gegeven.

In de bloempotten was een mengsel van tuingrond (zand) en compost (1 : 1). Tijdens het groeien van de bonenplanten was dit mengsel in de potten (tamelijk) droog of erg nat. Dit komt doordat “men vergat om water te geven” of “door dagenlang regenbuien”

Maar toch zijn er best veel bonen aan de planten gegroeid.

.

Uitvoering in 2015

Om de bonenplanten nog beter te laten groeien zijn in 2015 de bloempotten gevuld met alleen maar (zelfgemaakte) compost. Dus niet gemengd met tuingrond.

staken51

Want uit een proefje met stoksnijbonen in diverse grondmengsels leerde: hoe meer compost in de pot, hoe groter de wortels van de bonenplanten. Op bovenstaande foto zie je de wortels van 4 stoksnijboonplanten. De linker plant groeide in tuingrond, de rechter in compost. De middelste 2 planten groeiden in een zand/compost mengsel.

Uit datzelfde proefje kwam ook: hoe meer compost in de pot, hoe sneller en hoe groter de plant groeit in dezelfde tijd.

bonenwigwam 1

In 2015 staat de bonenwigwam in mijn achtertuin. Deze foto is van 22 juni.

bonenwigwam 2

Om ervoor te zorgen dat de grond in de pot niet doornat wordt bij langdurige regenval, ligt op elke bloempot plastic golfplaat.

Aan de achterzijde ligt de golfplaat niet helemaal op de rand van de bloempot. Daar is een smalle “D-vormige” opening om de stengels van de bonenplanten door te leiden. Die opening is klein zodat daar maar weinig regenwater doorloopt. Aan die zijde is een stuk plastic slang over de scherpe rand van golfplaat gemaakt. Zodat de stengels niet beschadigd worden.

Aan de voorzijde is een klepje gemaakt. Maak het klepje open om water in de pot  te gieten. Op de golfplaat ligt een steen, zodat het klepje dicht blijft en het golfplaat niet afwaait bij harde wind.

bonenwigwam 3

Eenmaal per dag worden in elke bloempot 2 koffiebekertjes water gegoten.

Deze verbeteringen (compost in bloempotten, golfplaat op en dagelijks water geven) moeten ervoor zorgen dat het potmengsel niet te droog of te nat wordt en dat de planten beter groeien.

bonenwigwam 4

Hier zie je hoe het golfplaat eruit ziet:

  • een rechthoekig stuk golfplaat,
  • een plastic slang is in de lengte doorgeknipt en over de rand van het stuk golfplaat geschoven (om de stengels van de bonenplanten niet te beschadigen).
  • Met 2 bindstripjes (tie-wraps) is de plastic slang vastgemaakt.
  • Aan de ander kant van het stuk golfplaat is een golfplaatdeksel met bindstripjes (tie-wraps) vastgemaakt. Dit deksel kan open en dicht.

.

Bonenopbrengst in 2015

Hieronder foto’s van de wigwam in mijn achtertuin in 2015. Juni tot en met september.

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Op 1 juni,

.

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Op 1 juli,

.

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Op 1 augustus,

.

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

En de laatste foto gemaakt op 1 september 2015.

.

Aan de planten van de wigwam zijn in 2015 niet erg veel bonen gegroeid. En er zijn veel bladeren geel geworden. Het is eigenlijk een beetje tegengevallen. De wigwam stond volop in de zon. Elke dag werd 0,5 liter koud water in elke bloempot gegoten.

Onze overbuurman in de straat had ook zo’n bonenwigwam in zijn tuin achter het huis. Hij had een goede oogst; 7 porties in de diepvries en 2 maaltjes.

.

Mogelijke oorzaak van de “mindere opbrengst in 2015” in mijn achtertuin:

  • Te weinig water voor de bonenplanten. Hierdoor gele bladeren en afvallende bladeren. Mogelijk is er te veel water verdampt uit de bladeren en/of is er te weinig water opgenomen door de wortels in de bloempotten. Bij de wigwam waren waren veel meer gele bladeren dan bij de bonenplanten die “gewoon” in de tuin groeiden.
  • Te veel bonenplanten in een kleine bloempot met compost. Of de wortels van de bonenplanten zijn te dicht bij elkaar in de compost in de bloempot. Hierdoor kan elke plant niet voldoende water (en voedingsstoffen) opnemen.
  • Te warm; de wigwam met bonenplanten stond in de volle zon.
  • Aarde in bloempotten droogt eerder op als de bloempotten “boven de grond” staan.

.

Beter (plan voor 2016 en verder):

  • Zet de wigwam met bloempotten en bonenplanten op een meer schaduwrijk plekje in de tuin. Dan verdampen de bladeren minder water.
  • Verdeel de wortels van de bonenplanten in de compost, zodanig dat de wortels niet te dicht bij elkaar zijn. Dan is de opname van water en voedingsstoffen beter.
  • Zet bonenplanten niet allemaal tegelijk in de potten; zet bonen in mei, in juni, in juli in de bloempot.
  • Zet in een pot 1,2,3 of 4 bonenplanten. Minder bonenplanten per pot betekent misschien beter groeien.
  • En zet 4 bonenplanten in een laagje compost in een plastic speciekuip van 65 liter. Zet 4 staken van de wigwam rondom de speciekuip. Maak vast met tie-wraps. Gewoon uitzoeken of dit beter gaat dan in 4 bloempotten.
  • Zet 3 staken bij 9 bloempotten (dus 1 staak tussen 3 bloempotten). Zet 1 plant per bloempot. Dan is er voldoende compost (voeding) voor elke plant.

.

.

Hieronder volgt een beschrijving van mijn bonenwigwam-bouwwerk.

A)# Opbouw (van boven naar onder)

staken14

Het geheel bevat 4 bamboe bonenstaken van ongeveer 270 cm lengte. Twee bindstrips (van 25 cm of langer) houden de 4 bonenstaken bovenaan bij elkaar.

staken13

Elke bonenstaak “staat” schuin tegen een grote bloempot met tuingrond. De staak is met een bindstrip (tie wrap) en plastic plaatjes aan de rand van de bloempot vastgemaakt. Elke bloempot is ongeveer 30 cm hoog en heeft bovenaan een doorsnede van ongeveer 30 cm. Elke bindstrip is 25 cm of langer.

De bloempot is gevuld met een compost/tuingrond mengsel dat niet zo snel uitdroogt en waar bonen goed in groeien.

staken16

De bloempot staat op stoeptegels of stenen. De bonenstaak staat met de onderkant ook op de stoeptegels of stenen.

Deze opbouw zorgt er voor dat het geheel niet zo gemakkelijk omwaait bij storm of sterke wind.

De bonenstaken bevinden zich buiten de bloempot. Dit is beter voor de staak. Zit de staak onderaan in de grond in de pot, dan gaat dat stuk bonenstaak rotten. Zit de staak in de vrije lucht, dan rot die niet zo snel.

De bonenstaak is boven de planten in de pot. De groeiende bonenplanten gaan “op zoek naar steun” en vinden al heel snel de bonenstaak om langs te klimmen.

.

B)# Neerzetten

Hieronder is beschreven hoe je het bouwwerk neerzet.

staken22

De bonenstaken worden gebruikt met de dikke zijde onder en met de dunne zijde boven. Leg 4 staken in dezelfde richting vlak naast elkaar. Neem de staken bij elkaar en doe een (band)elastiek om alle staken, ongeveer 50 cm vanaf de (dunne) bovenkanten. Het is handig om het elastiek vast te maken met een lus met hierin een of twee bindstrips. Dankzij de lus kun je later het elastiek gemakkelijk loshalen.

staken23

Vul elke bloempot (met plaatjes en bindstrip) met zaaigrond.

Zet daarna de 4 bloempotten op de juiste plek op de stoep of op de tegels. Zet elke pot met de “bindstrip en plaatjes” naar een “buitenhoek” gericht.

staken25

staken24

Zet de 4 bonenstaken (die bovenaan met elastiek bij elkaar worden gehouden) op de grond vlakbij de bloempotten.

staken26

Til bij elke pot de onderkant van de staak op en steek de staak door de lus van de bindstrip. De staak zit daarna los in de bindstrip.

staken27

staken28

Ga op een krukje of trapje staan. Maak de staken aan de bovenkant aan elkaar vast met 1 of 2 bindstrips.

staken29Trek bij elke bloempot de bindstrip aan, zodat de staak stevig tegen de bloempot aan zit.

Sproei kraanwater op de zaaigrond in de bloempot.  Als het water is weggezakt kun je in elke bloempot bonenplantjes zetten (of bonen zaaien).

staken17

Op deze foto zie je de opstelling als die opgebouwd is.

.

C)# Bonen zaaien of planten

staken42

staken41

De “bonenwigwam” is in de achtertuin van mijn buurman gezet. Op 2 mei zijn zaden van snijbonen op vochtig keukenpapier gelegd. Vanaf 9 mei waren er bonenplanten die groot genoeg waren om te planten.

Op bovenstaande foto’s zie je de snijbonen-planten in 2 van de 4 bloempotten op 15 mei.

Opmerkingen:

  • Elke bloempot is ongeveer 25 cm breed aan de bovenkant en 28 cm hoog. De inhoud van zo’n bloempot is 10 liter grond/compost mengsel. In elke bloempot heb ik 10, 9, 8 of 7 bonenplantjes gezet. Om na te gaan wanneer er teveel planten instaan en de planten geel worden of minder goed groeien.
  • Ik weet niet hoe vaak en met hoeveel water het grond/compostmengsel in de pot gegoten moet worden. En ook niet of er een bloempotschotel onder moet en of je die vaak moet leegmaken. De ervaring moet het leren.
  • Als de bonenwigwam veel uren van de dag in de volle zon staat zal je meer of vaker water moeten geven dan wanneer die langere tijd in de schaduw staat.

.

staken45

En op 26 juni zijn de bonenplanten al groot.

.

staken48

Op 12 juli 2014 zijn de bonenplanten nog groter en……

staken49 staken50

….  zijn de eerste snijbonen groot genoeg om te oogsten.

.

wigwam schooltuintje 25 juli

Er staat ook een “bonenwigwam” op de speelplaats van een plaatselijke basisschool. Hier een foto van 25 juli 2014.

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

En bij deze wigwam zitten er op 25 juli 2014 al enkele pronkbonen aan de planten.

.

D)# De onderdelen maken en aanpassen

Hieronder staat beschreven hoe je de plastic plaatjes maakt. En daarna hoe je de plaatjes met een tie-wrap vastmaakt aan de bloempotrand.

D1) Plaatjes maken

staken19

Elke staak wordt aan een bloempot vastgemaakt met 3 bevestigingsplaatjes en 1 tie wrap (bindstrip). Deze plaatjes zijn niet te koop. Je moet ze dus zelf maken.

De 2 brede plaatjes zijn ongeveer 5 cm lang, 3 cm breed en 5 of 8 mm dik. Het smalle plaatje is ongeveer 5 cm lang, ongeveer 1,2 cm breed en 5 mm dik. In elk plaatje zijn 2 gaatjes van 5 mm geboord. Bij elk plaatje zitten de gaatjes op ongeveer dezelfde plek. De afstand tussen de gaatjes is ca 20 tot 25 mm. Dit komt overeen met de dikte van de onderkant van een bonenstaak.

Hieronder staat beschreven hoe je de bevestigingsplaatjes maakt. En hoe je die plaatjes met een “tie wrap” aan de bloempot vastmaakt.

staken18

Je kunt de plaatjes uit dunne of dikke plastic snijplanken zagen, 5 of 8 mm dik.

staken20

Teken voor het zagen op de snijplank af waar de gaatjes komen (*) en waar de plaatjes worden afgezaagd (-).

staken21

Zaag de snijplank in 3 “stroken”. Boor daarna de gaatjes. En zaag dan de plaatjes uit.

Haal de plastic stukjes bij de zaagsnede weg met ruw schuurpapier.

.

D2) Plaatjes vastmaken aan de bloempotrand

staken30

Duw een dik breed plaatje onder de rand van een bloempot.

staken31

Boor 2 gaatjes van 5 mm in de rand van de bloempot, op dezelfde plaats als de gaatjes in het plaatje.

staken32

Leg een smal plaatje op het brede plaatje. Steek een tie wrap door de gaatjes van de 2 plaatjes en van de bloempot, van buiten naar binnen.

staken33

Steek aan de binnenkant van de bloempot de tie wrap door een gaatje van een (dun of dik) breed plaatje.

staken34

Draai aan de binnenkant van de bloempot het brede plaatje. Steek dan de tie wrap door het gaatje in dit plaatje en door het gaatje in de bloempot.

staken35

Draai aan de buitenkant van de bloempot het smalle plaatje. Steek de tie wrap aan de buitenkant door de gaatjes van een breed en een smal plaatje.

staken36

Maak een “krul”in de tie wrap en steek het uiteinde van de tie wrap in het gat van de tie wrap, net over de 1e of 2e ribbel. De tie wrap kan nu niet meer los gaan, maar kan later nog wel strakker worden getrokken.

.

Opmerkingen:

staken37

  • De bonenstaak kan gemakkelijk door de “losse”krul van de tie wrap worden gestoken.

staken38

  • Na strakker trekken van de tie wrap zit de bonenstaak goed vast.
  • Het smalle plaatje zorgt ervoor dat de staak kan “kantelen” zonder dat de rand van de bloempot in de weg zit.
  • Door de krul in deze tie wrap wordt de bonenstaak een beetje “schuin” naar links ( \ ) geduwd.

staken39

  • Bij deze tie wrap zorgt de krul ervoor dat de bonenstaak een beetje “schuin” naar rechts ( / ) geduwd.
  • Het maakt niet uit hoe de krul in de tie wrap is gemaakt. Elke staak staat op een hoek en wordt bovenaan bij 3 andere staken gebonden. Hierdoor worden alle staken in een bepaalde richting gedwongen, naar het midden toe.

staken40

  • Bij deze bloempot (met een dunne _| rand) zijn geen 3 maar slechts 2 plaatjes gebruikt; 2 brede plaatjes en geen smal plaatje. De rand van deze bloempot wordt na het opbouwen naar binnen gebogen. Dit is een test om na te gaan of de rand van de bloempot eerder kapot gaat.
  • Gaat na een tijdje de rand van een bloempot kapot, knip dan de tie-wrap door. Bevestig daarna de (3) plaatjes opnieuw aan die bloempot, op een andere plaats van de rand. De handelingen zijn: plaatje onder bloempotrand doen, 2 nieuwe gaten in de rand boren, tie-wrap (met plaatjes) aanbrengen, krul in tie-wrap maken. Daarna de staak weer vastmaken.
  • Ben je bang dat de “stakentoren” om zal gaan bij strenge wind, dan kun je (3 stukken) draad of touw aan de bovenkant van de staken vastmaken. Bind het andere uiteinde van elk touw (of draad) vast aan een hoog punt in je tuin, bv schutting of poort of muur. Dan kun je daarna nog steeds onder elk touw of draad doorlopen.

schotel 16

  • Tijdens erg droog warm weer kun je een bloempotschotel onder elke pot zetten (even de pot optillen, schotel eronder, pot weer neerzetten). Giet water in de pot of in de schotel. Als er water in de schotel is, dan zal het grondmengsel in de bloempot niet zo snel uitdrogen.

schotel 13

schotel 14

  • Bij erg nat weer (of als je teveel water hebt ingegoten) kun je beter de bloempot niet in het waterbad laten staan. Haal dan de bloempotschotel onder elke bloempot weg. Als je een bloempotschotel met afsluitbare waterafvoer gebruikt dan kun je overtollig water gewoon uit de schotel laten lopen. Je hoeft dan de pot niet op te tillen om de schotel weg te halen en leeg te maken. Zo’n bloempotschotel staat beschreven bij   2)  Eenvoudige hulpmiddelen en tips   bij nummer 63.

.

.

Foto horend bij de opmerking van Hetty (zie reactie van Hetty onder deze tip).

plantensteun hetty

 

Geplaatst in bonen | 3 reacties

38) Groepjes kleine zaadjes op vaste afstanden zaaien

groep 3a

In deze tip:

  • Inleiding
  • Zaaihulpjes te koop
  • A)# Schuifvalbakje met 3 “speciale” valbuisjes
  • B)# Nylon koord met afstandsaanduiding
  • C)# Zaaien met dit schuifvalbakje
  • D)# Het schuifvalbakje maken

.

Inleiding

Vaak wil je plantjes in een rijtje laten groeien met telkens ongeveer evenveel afstand tussen de plantjes. Dan komt er in een zaaivoortje b.v. om de 10 cm een zaaiplekje. Je zaait dan 2 of 3 zaadjes per zaaiplekje, zodat er “zeker” 1 plantje opkomt. Komen er op een zaaiplekje 2 of 3 plantjes op, dan ga je uitdunnen. Je trekt dan de kleinste plantjes uit tot er nog 1 plantje per zaaiplekje over is. Deze werkwijze gaat heel gemakkelijk bij niet te kleine zaden die je gemakkelijk kunt vastpakken en op een zaaiplek kunt neerleggen.

Bij planten met kleine, donkere, of slecht zichtbare zaadjes, gaat dat veel moeilijker. Je kunt die zaadjes moeilijk vastpakken. Of je ziet niet goed waar de zaadjes op de tuingrond liggen of gevallen zijn. Voorbeelden hiervan zijn zaaiui, witlof, winterwortel.

.

Zaaihulpjes te koop:

Er zijn allerlei zaaihulpjes te koop. Hieronder een lijstje van “zaai-apparaatjes” die ik op het internet vond. Met enkele opmerkingen van mij erbij. Van enkele exemplaren heb ik een (Youtube) video gevonden waarbij het apparaatje wordt gebruikt (en uitgelegd).

1.    Doorzichtige plastic buis met drukknop bovenaan en uitstrooi-opening onderaan. In de buis is een ronde plastic pen met een groefje. De knop indrukken verschuift deze plastic pen. Hierdoor verandert de uitstrooi-opening van gesloten naar een smalle of brede opening.  Bijvoorbeeld de  Gardman precisie zaadstrooier   of de  Rapiclip Mini-Seedmaster   of  de    Magic seeder     of de  Super seeder   .

Eén Engelstalige Youtube video:      Peterselie Seedmaster    .

2.    Plastic doosje met kleine opening en een gootje met ribbels. Tik tegen de zaadstrooier en/of schud ermee. Hierdoor komen de zaadjes in een rijtje achter elkaar uit de strooier.  Bijvoorbeeld de  Gardman zaadstrooier    of de   Romberg zaadstrooier   .

Drie Engelstalige Youtube videos:     Bloemenzaad    (bij 5 min + 40 sec),  Zoutstrooier en zo    (bij 0 min + 53 sec)  en     How to plant tomatoes     (bij 1 min en 4 sec)

3.    Plastic V-vormig schepje. In het schepje een plastic schotje met een kleine opening. Door aan een wieltje te draaien gaat het schepje trillen. Door dit trillen “hopsen” de zaadjes door de opening naar het einde van het schepje. Zie de  Seedmaster vibra   of de  Vibrating seeder .

4.    Rubberen ballon met holle naald. Gebruik de ballon (knijpen en later weer loslaten) om 1 zaadje tegen de naaldopening te zuigen en “vast te houden”. Knijp daarna weer in de ballon om het zaadje te laten vallen.  Zie de   Tenax Pro Seeder   .

Twee video’s over de ballonzaaier:    Tenax zaaier     en    Zelfmaak ballonzaaier   .

En een video met een test van zaaier 3 en 4:      Vibra en Tenax   .

5.    Zelfmaak strooier, gemaakt van een aangepast stukje elektrabuis en een kleine elektrabocht.   Zie video:  Electrabuis strooier   .

6.    Zelfmaak precisie zaaier, gemaakt van een dun buisje (holle naald) en een stukje slang.  Zie video:         buisje met slang   .

7.    Andere zaaiers. Engelstalige video met mogelijkheden:    Zoutstrooier en zo   . Hier zie je zaaien met een zoutstrooier, met een opgevouwen vel papier of met een Gardman zaaistrooier.

.

Eigenschappen van deze zaaihulpjes:

  • Zaadstrooier 1, 2, 3, 5 en 7:   bij elke “zaai-actie” worden 1 of enkele zaadjes gestrooid. Welke zaadjes en hoeveel zaadjes er uit de zaaier vallen, daar heb je geen of weinig invloed op. En soms vallen er 1 of enkele zaadjes “een stukje verder van het bedoelde zaaiplekje”.
  • Met “holle naald zaaihulp” 4 en 6 wordt telkens één zaadje opgepakt. Je kunt zelf kiezen welk zaadje opgepakt moet worden. En waar dat zaadje neergelegd wordt. Af en toe gaat het “oppakken” van een zaadje wat minder goed. En soms valt het opgepakte zaadje te vroeg van de naald af.
  • Er zijn nog veel meer zaaidingen te koop, zoals deze   Vibro Hand Seeder    met deze bijbehorende    hand seeder video   .  Of een plastic gootje met gaatjes erin zoals op deze    gootjes video    .

.

Sjefs ontwerp:

Met een “schuifvalbakje” met 1 valbuisje, zie tip 34, kun je zaadjes op een zaaiplekje laten vallen. Elk zaadje volgt het valbuisje en valt (ongeveer precies) op de gewenste plek.

Maar zaai je 2 of 3 zaadjes op 1 zaaiplekje, en kiemen alle zaadjes, dan groeien de plantjes na opkomst vlak tegen elkaar aan. Je moet dan later voorzichtig uitdunnen. Bij het uitdunnen kan je per ongeluk alle plantjes uit de grond trekken. Dus voorzichtigheid is geboden. Als het overblijvende plantje na uitdunnen los in de grond staat, even aangieten met water.

Met een schuifvalbakje met 3 valbuisjes heb je die problemen niet als je 1 zaadje per valbuisje laat vallen.

Bij de 2 schuifvalbakjes kun je besluiten om toch meer dan 1 zaadje per zaaiplekje te laten vallen. Dat is vaak nodig

Deze werkwijze is zeer geschikt voor het zaaien van winterwortel, witlof, prei, zaaiui.

.

A)# Schuifvalbakje met 3 “speciale” valbuisjes

groep 17In de bodem van dit schuifvalbakje zijn 3 gaatjes om zaadjes door te laten vallen. Het bakje is zo smal dat je het gemakkelijk met 1 hand kunt vasthouden. Doordat het bakje zo smal is kunnen de valgaatjes niet in 1 rij naast elkaar gemaakt worden. Daarom zitten de buitenste 2 gaatjes “dichtbij” en het middelste gaatje ver weg van de “zaadjesvoorraad links”.

groep 18

De valbuisjes zijn gemaakt van tuitjes van een kitspuit. Over elk valbuisje is een kort stukje electriciteitsbuis geschoven.

groep 21

Elk stukje elektriciteitsbuis is zo lang dat het uiteinde ervan ongeveer 0,5 cm langer is dan het kit-tuitje. Hierdoor blijven de openingen van de kit-tuitjes goed open tijdens het zaaien.

groep 5

groep 6Op deze foto zie je de valbuisjes na het zaaien in vochtige tuingrond. Er zit (veel) grond op de stukjes elektrabuis, maar de valbuisjes zijn nog steeds goed open.

Als je goed naar deze foto kijkt, dan zie je dat over de kittuitjes elastiekjes zijn gedraaid. Deze elastiekjes zorgen ervoor dat de stukjes elektrabuis niet van de tuitjes vallen. Deze elastiekjes zorgen er ook voor dat er steeds een “vaste ruimte” is tussen het tuitje en het stukje elektrabuis. Meer hierover bij D1) Bakje.

.

B)# Nylon koord met afstandsaanduiding

knopen

groep 1

Erg handig bij het zaaien is een nylon koord van 2 mm dik. In dit koord is om de 10 cm een knoop gelegd. Het koord heeft aan elk uiteinde een lus.

Aan elk eind van de zaaivoor wordt een bamboestok in de tuingrond gestoken. Eén lus wordt om een bamboe stok geschoven. In de andere lus wordt een stuk bandelastiek gedaan. Het bandelastiek wordt aangespannen en om de andere bamboestok gedaan. Zo staat het nylon koord strak tijdens het zaaien.

Meer info over dit koord verderop in dit bericht.   Of kijk op tip 2) Eenvoudige hulpmiddelen en tips   nr 64.

.

C)# Zaaien met dit schuifvalbakje

groep 2

  • Houd bij het zaaien het bakje met 1 hand vast.
  • Zet telkens de valbuisjes “voorzichtig” op de tuingrond bij een knoop in het koord. Voorzichtig wil zeggen “druk de buisjes niet in de grond”.
  • Schuif daarna op elk zaaiplekje met een vinger 3 keer een zaadje naar de gaatjes. Laat in elk gaatje 1 zaadje vallen.
  • Til daarna het bakje op en zet het bakje bij het volgende zaaiplekje neer. Zaai ook daar 3 zaadjes.
  • Ga zo door tot er genoeg gezaaid is.

groep 3 groep 3a

Op deze foto zie je de ronde afdrukken van de stukjes elektrabuis in de vochtige tuingrond. Binnen elke ronde afdruk ligt een uienzaadje, aangegeven met een geel cirkeltje.

voortje matje 6

groep 4

Strooi daarna een laagje vochtige tuingrond op de zaadjes in het zaaivoortje. Met een plastic bloempotje met gaatjes in de bodem gaat dit heel gemakkelijk en gelijkmatig.

voortje lat 5

Bedek daarna het zaaivoortje met een doek (of plank of plaatjes golfplaat). Hierdoor droogt de grond in de zaaivoor niet zo snel uit. En tijdens stortregen worden de zaadjes niet weggespoeld. Leg iets zwaar op, bv bakstenen, anders kan de bedekking wegwaaien.

.

C1) Mengsel zaaien met het schuifvalbakje

groep 22Vul het schuivalbakje met zaadjes van zomerwortel en zaaiui.

groep 23

Hier zie je het zaairesultaat op een dun laagje zilverzand. Er zijn telkens (om en om) 3 uienzaadjes en 3 zomerwortelzaadjes gezaaid. En dat was ook de bedoeling. Klik op de foto voor schermbreed.

Je kunt in een voortje om en om 3 zomerwortels en 3 zaai-uitjes zaaien en later de uitjes uitdunnen (en de zomerwortels laten groeien). Zo kun je in een rij, om en om, 3 zomerwortel-plantjes en 1 ui laten groeien.

.

C2) Kleine zaadjes zaaien met dit bakje

groep 25 Op deze foto zie je piepkleine zaadjes van het Leeuwenbekje in het bakje liggen.

groep 26

Op deze foto de gezaaide Leeuwenbekje-zaadjes op zilverzand. In elk rondje 1 zaadje. Klik voor breedbeeld.

.

Dus:  Met het schuifvalbakje kun je kleine zaadjes zaaien, zoals Leeuwebekje. En je kunt 2 verschillende soorten zaden “tegelijk en toch apart” zaaien.

.

D)# Het schuifvalbakje maken

Dit zaaibakje is een eigen ontwerp. Het voordeel van dit zaaibakje is dat jij zelf bepaalt:

  • welk zaadje gezaaid wordt en
  • wanneer dit zaadje gezaaid wordt en
  • waar dit zaadje op de zaaigrond terecht komt (komt te liggen). Elk zaadje valt binnen een cirkel van 16 mm doorsnede op de zaaigrond.

Het schuifvalbakje met 3 valbuisjes wordt ongeveer hetzelfde gemaakt als het bakje met 1 buisje zoals beschreven in tip 33. Hieronder staan nog wat extra foto’s en tekst. Het nylonkoord met knopen wordt hieronder ook beschreven.

.

D1) Bakje

groep 7 groep 8  groep 15

Maak een plaatje met 3 gaten, bijvoorbeeld uit de zijkant van een broodtrommeltje van de Hema.

groep 19

  • Boor gaatjes van 2 mm in de 4 hoeken van het (grijze) plaatje en in de bodem van het witte bakje.
  • Schroef het grijze plaatje aan de bodem van het bakje vast met 4 schroefjes van 2 mm.
  • Boor 3 kleine “valgaatjes” in de bodem van het bakje, in het midden van de 3 grote gaten.
  • Gebruik daarna een scherpe boor van 4,5 mm om de 3 “valgaatjes” groter te maken.

 

  • Haal dan het grijze plaatje van het bakje af.
  • Steek de kit-tuitjes in de gaten van het grijze plaatje.
  • Schroef daarna het grijze plaatje met tuitjes vast aan het bakje (vastschroeven met de 4 kleine schroefjes van 2 mm).
  • Doe om elk tuitje een elastiekje. Dit elastiekje zorgt ervoor dat er steeds dezelfde ruimte is tussen het tuitje en het stukje elektrabuis. En dat het elektrabuisje niet (zo gemakkelijk) van het tuitje valt.

groep 20

Hier zie je een vergrote foto van de elastiekjes om de tuitjes.

groep 21

Maak de elektrabuisjes op de juiste lengte en schuif ze op de kit-tuitjes. Elk elektrabuisje is zo lang dat het uiteinde ervan ongeveer 0,5 cm langer is dan het kit-tuitje.

.

D2) Nylon koord met knoopjes

Hieronder een algemene beschrijving.

  • Het nylonkoord is 2 mm dik. Het koord kost ongeveer €0,10 per meter lengte. Door elke knoop wordt het koord ongeveer 12 mm (1,2 cm) korter. Houd hier rekening mee.
  • Zo heb je voor 4,50 meter koord met “om de 10 cm een knoop” ongeveer 5,10 meter beginlengte nodig. Dit is zonder lussen. Met lussen erbij is een beginlengte van 5,50 of 5,60 meter nodig. Begin altijd met een stuk koord dat lang genoeg is.
  • Als je begint met knopen, leg dan de eerste knoop in het midden van het stuk koord. Ga daarna vanaf die knoop naar één uiteinde knopen leggen. Zo hoef je niet telkens een heel lang stuk koord door de knoop te trekken.
  • Als een kant af is, ga dan vanaf de eerste knoop (in het midden) naar de andere kant knopen leggen.
  • Als je elke 5 cm wil zaaien, gebruik dan toch een koord met knopen om de 10 cm. Zaai bij elke knoop en “midden tussen 2 knopen”.
Geplaatst in uien, witlof, wortelen, zaaien | 12 reacties

37) Kleine zaadjes één voor één op vaste afstanden zaaien

voortje lat 4voortje lat 16

In deze tip:

  • Inleiding
  • A)# Droge zaadjes zaaien
  • B)# Gekiemde zaadjes zaaien
  • C)# 1 of 2 zaadjes zaaien
  • D)# Nodig voor het zaaien
  • E)# Kleine zaadjes mengen met droog zand

.

Inleiding

Sommige groenten (of bloemen) hebben kleine zaadjes. Vaak wil je die zaadjes één voor één in een rijtje in de tuingrond zaaien, bijvoorbeeld bij zomerwortel of prei. Het is moeilijk om telkens maar 1 zaadje te zaaien. Vaak liggen er meer zaadjes op een zaaiplekje of er worden zaaiplekjes overgeslagen. En het valt niet mee om alle “losse” zaadjes op gelijke afstanden van elkaar in een rijtje te zaaien.

Ik deed proefjes met zomerwortels in een bakje met tuingrond, zie tip   20) Vroege zomerwortels (binnen zaaien, buiten opkweken)  . Daaruit leerde ik hoe je met enkele zelf te maken hulpmiddelen 1 zaadje per zaaiplekje op vaste afstanden kunt zaaien. Of 2 zaadjes per zaaiplekje.

De hulpmiddelen:

schuif 61

  • Schuifvalbakje met 1 valbuisje. Het valbuisje is een kit-tuitje met een elastiekje eromheen (zie tip 20)

schuif 73

  • Rond zaaistokje met een elastiekje eromheen (zie tip 20).

matje 1

placemat 11 voortje lat 6

  •  Een (stuk) gootsteenmatje (zie tip 20) of een placemat met gaatjes (tip 2) of een zogenaamde “zaailineaal”. Een zaailineaal is een lat met een rij gaatjes op vaste afstanden.

Een zaailineaal is te koop, onder andere      hier    (gevonden op het internet).  Maar deze lineaal is best wel duur en heeft te kleine gaatjes. Je kunt zelf een plastic lineaal met gaatjes van 9 mm maken. Verderop in deze tip staat hoe die gemaakt is.

.

Je kunt “droge” zaadjes zaaien, dat zijn zaadjes die je uit een zaadzakje schudt. Maar je kunt ook “voorgekiemde” zaadjes zaaien. Dat zijn zaadjes die op vochtig (toilet)papier zijn gelegd. Deze zaadjes gaan dan ontkiemen en er komt een klein worteltje aan elk zaadje. Voorgekiemde zaadjes kun je met een pincet van het vochtige papier oppakken en op de tuingrond leggen.

In deze tip wordt het zaaien van beide soorten zaadjes beschreven.

.

A)# Droge zaadjes zaaien

A1) Droge zaadjes zaaien in een voortje

Hier staat beschreven hoe je “droge” zaadjes in een voortje zaait. In hoofdstuk A2) kun je lezen hoe je zaadjes in een zaaibedje zaait.

Er staan foto’s bij van het zaaien van zomerwortelen of prei.

Er wordt een smal stuk gootsteenmat of een zelfgemaakte zaailineaal gebruikt. En een zaaistokje en een schuifvalbakje.

Deze werkwijze is ook handig voor het zaaien van andere groenten of bloemen met kleine zaden. En als je die zaadjes een voor een in een rijtje in je tuin wil zaaien. Bijvoorbeeld radijsjes.

voortje matje 1

Maak een vlak zaaivoortje in de tuingrond. Besproei daarna de grond met kraanwater. Laat het water in de tuingrond zakken.

voortje matje 2

voortje lat 2

schuif 73

Leg een stuk gootsteenmatje of een zaailineaal in het zaaivoortje. Een gootsteenmatje is zo zwaar dat die blijft liggen tijdens de volgende stappen. Maar een zaailineaal kan gaan verschuiven. Maak daarom de zaailineaal in het voortje vast. Steek een ijzeren pen in elk gaatje aan het uiteinde van de lineaal. Op de middelste foto hierboven is rechts 1 ijzeren pen te zien.

Maak met een zaaistokje met elastiekje erom ondiepe zaaikuiltjes in de grond. Dit zaaistokje heeft een schuin toelopende punt. Hierdoor “rolt” elk zaadje beter naar het midden van het zaaikuiltje. De zaaikuiltjes zijn ongeveer 5 tot 8 mm diep.

voortje matje 3

voortje lat 3

voortje lat 15

Laat het gootsteenmatje of de zaailineaal in het voortje liggen. Strooi droge zaadjes in een schuifvalbakje met kittuitje en elastiekje. Schuif telkens 1 droog zaadje naar het gaatje in het bakje. Laat elk zaadje via een gaatje (in de mat of de lineaal) in een zaaikuiltje vallen. Op de bovenste en de middelste foto worden wortelzaadjes gezaaid. Op de onderste foto zijn het preizaadjes.

Haal daarna het matje of de zaailineaal weg.

voortje matje 4

voortje lat 4

voortje lat 16

Hier zie je zaaikuiltjes met telkens 1 zaadje erin. Op de bovenste en de middelste foto zie je droge wortelzaadjes. Op de onderste foto zie je droge preizaadjes.

voortje matje 6

Strooi na het zaaien een laagje vochtig tuinzand op de zaadjes in het voortje.

Zo “vind” je vochtig tuinzand: Schuif op een leeg plekje in je tuin het bovenste droge tuinzand opzij. Daaronder zie je vochtige tuingrond.

Met een plastic bloempotje met gaatjes in de bodem kun je heel gemakkelijk en gelijkmatig een laagje vochtige tuingrond op de zaadjes strooien.

voortje lat 5

Bedek daarna het zaaivoortje met een doek (of plank of plaatjes golfplaat). Hierdoor droogt de grond in de zaaivoor niet zo snel uit. En tijdens stortregen worden de zaadjes niet weggespoeld. Leg iets zwaar op, bv bakstenen, anders kan de bedekking wegwaaien.

.

A2) Droge zaadjes zaaien op een zaaibedje

Op een zaaibedje zaaien gaat eigenlijk net zo goed of zelfs beter dan in een rijtje zaaien. Je kunt meerdere keren per jaar op een zaaibedje zaaien. Bijvoorbeeld zomer- herfst- of winterprei of bloemkool, broccoli, koolrabi. Of elke maand een bedje zomerworteltjes. De zaaibedjes kunnen naast elkaar gemaakt worden.

Hieronder staat een stap voor stap beschrijving met foto’s. Het gaat over het zaaien van zomerworteltjes. Maar je kunt zo ook prei of kool zaaien.

.

zaaibedje-wortelen-1

zaaibedje-wortelen-17

  • Maak een stukje tuingrond goed los met een riek of een schepje.
  • Meng als je dat wil compost of mest of ….. door de grond.

zaaibedje-wortelen-18

  • Maak de grond weer vlak. Dat gaat gemakkelijk met een hark.

zaaibedje-wortelen-19

  • Leg een raamwerk van latjes op de tuingrond. In tip 2 bij nr 69 staat hoe je zo’n raamwerk maakt.

zaaibedje-wortelen-20

  • Schuif met een plankje tuingrond tegen de buitenzijkanten van het raamwerk aan.
  • Druk de tuingrond goed aan tegen de schuine zijde van het raamwerk goed aan. Zo maak je een dijkje van tuingrond rond het zaaibed.

zaaibedje-wortelen-21

  • Gebruik een gieter met een fijne broes.
  • Sproei water op de grond van het zaaibedje.
  • Houd de broes vlak boven de tuingrond tijdens het gieten. Zo giet je het water “zachtjes” op de tuingrond. Na het gieten is de tuingrond nog tamelijk “los”. En dat is weer goed voor de wortelplantjes.

zaaibedje-wortelen-23

  • Wacht tot het water in de grond is gezakt.
  • Leg een placemat met zaaigaatjes op de vochtige tuingrond. Bij deze placemat is er 3 cm tussen de gaatjes. Meer over deze placemat in tip 2 bij nr 70.
  • Prik 4 vastzetpennen in de kleine gaatjes om de placemat “vast te zetten”. Verderop info over deze pennen.
  • Gebruik een rond zaaistokje om de zaaikuiltjes te maken.
  • Maak onder elk gaatje in de placemat een zaaikuiltje.

zaaibedje-wortelen-7

  • Laat in elk zaaikuiltje 2 (of 3) zomerwortelzaadjes vallen. Dat gaat handig met het schuifvalbakje van tip 33. Of gebruik een (wit plastic) bakje en een pincet.
  • Haal na het zaaien de placemat van de grond af.

zaaibedje-wortelen-8zaaibedje-wortelen-9

  • Hier zie je zaaikuiltjes met 2 zaadjes in elk kuiltje.

zaaibedje-wortelen-25

  • Strooi vochtige tuingrond op de zaadkuiltjes. Dat gaat handig vanuit een plastic bloempotje met gaatjes in de bodem.

zaaibedje-wortelen-27

  • Haal het raamwerk voorzichtig weg. Zorg ervoor dat de dijkjes rondom heel blijven.

zaaibedje-wortelen-28

  • Leg een stapplank of iets dergelijks over het zaaibedje. Zo blijft de grond in het zaaibedje vochtig. En bij een stortbui zullen de zaadjes niet “wegzwemmen”.
  • Haal de plank weg zodra de eerste wortelplantjes te zien zijn.

zaaibedje-wortelen-13

  • Ga uitdunnen zodra de plantjes enkele cm hoog zijn. Je kunt plantjes uit de grond trekken of vlak boven de grond afknippen.

zaaibedje-wortelen-14

  • Hier zijn de wortelplantjes gedund. Op elk zaaiplekje staat nu 1 wortelplantje (of geen wortelplantje als er geen is opgekomen). De plantjes staan allemaal op 3 cm afstand van elkaar.

zaaibedje-wortelen-15

  • Sproei kraanwater op de grond en de plantjes na het uitdunnen.

zaaibedje-wortelen-16

  • Laat de zomerwortelplantjes groot groeien. Hier zie je 4 zaaibedjes met zomerworteltjes naast elkaar.

zaaibedje-wortelen-29 zaaibedje-wortelen-30

En dit is de oogst van het 2e zaaibedje van links, ongeveer 7 weken na het zaaien. Er is in 63 zaaikuiltjes gezaaid en er zijn 56 zomerworteltjes geoogst. Zonder loof 440 gram. De worteltjes zijn gaaf; geen of zeer weinig vreet door wortelvlieg. Vele kleintjes, dus de worteltjes hadden nog wel enkele weken langer mogen doorgroeien.

.

B)# Gekiemde zaadjes zaaien

Je kunt gekiemde zaadjes in een voortje of in een zaaibedje zaaien. De voorbereidingen zijn hetzelfde als bij droge zaadjes. Maar je haalt het stuk matje, de lineaal of de placemat weg na het maken van de zaaikuiltjes. En je legt gekiemde zaadjes in de zaaikuiltjes.

B1) Gekiemde zaadjes zaaien in een voortje

Hieronder staat beschreven hoe je gekiemde zomerwortelzaadjes of gekiemde preizaadjes in een voortje zaait. Er wordt een stuk gootsteenmatje of een zelfgemaakte zaailineaal gebruikt. En een zaaistokje en een pincet.

voortje matje 7

voortje matje 1

Maak een vlak zaaivoortje of zaaigebied in de tuingrond. Besproei daarna de grond met kraanwater. Laat het water in de tuingrond zakken.

voortje matje 8

voortje lat 20

schuif 94

Leg een stuk gootsteenmatje of een zaailineaal in het zaaivoortje. Een gootsteenmatje is zo zwaar dat die blijft liggen tijdens de volgende stappen. Maar een zaailineaal kan gaan verschuiven. Maak daarom de zaailineaal in het voortje vast. Steek een ijzeren pen in elk gaatje aan het uiteinde van de lineaal. Op de middelste foto hierboven is links 1 ijzeren pen te zien.

Maak met een zaaistokje met elastiekje erom ondiepe zaaikuiltjes in de grond. Dit zaaistokje heeft een meer rechte punt. Hierdoor wordt elk kuiltje onderin wat breder waardoor er meer plaats is voor een zaadje met worteltje eraan. De zaaikuiltjes zijn ongeveer 5 tot 8 mm diep. 

voortje lat 8

voortje matje 9

Haal na het maken van de zaaikuiltjes het matje of de zaailineaal weg. Op deze foto zie je “lege” zaaikuiltjes in het zaaivoortje of zaaigebiedje.

voortje lat 9

Links in dit kuipje liggen gekiemde preizaadjes, rechts gekiemde zomerwortelzaadjes.

voortje lat 21

Voor het zaaien van gekiemde zaadjes heb je een pincet nodig. Als de zaadjes aan de pincet blijven plakken, dus er niet afvallen, dan kun je een theelepeltje water over de pincetpunt gieten om het zaadje in het kuiltje te spoelen (zie verder in deze tip).

voortje lat 10

voortje matje 11

voortje lat 12

Gebruik een pincet om telkens 1 gekiemd zaadje in een zaaikuiltje te leggen. Als een gekiemd zaadje blijft plakken aan de pincet, giet dan een theelepeltje kraanwater over de pincet om het het zaadje in het kuiltje te spoelen.

Op de 3 foto’s hierboven zie je zaaikuiltjes met telkens 1 gekiemd zaadje erin. Op de bovenste foto zie je gekiemde zomerwortelzaadjes. Op de middelste en de onderste foto zie je gekiemde preizaadjes.

voortje matje 6

Strooi na het zaaien een laagje vochtig tuinzand op de zaadjes in het voortje. Met een plastic bloempotje met gaatjes in de bodem kun je heel gemakkelijk en gelijkmatig een laagje tuingrond op de zaadjes strooien.

voortje lat 5

Bedek daarna het zaaivoortje met een doek (of plank of plaatjes golfplaat). Hierdoor droogt de grond in de zaaivoor niet zo snel uit. En tijdens stortregen worden de zaadjes niet weggespoeld. Leg iets zwaar op, bv bakstenen, anders kan de bedekking wegwaaien.

.

B2) Gekiemde zaadjes zaaien in een zaaibedje

Hieronder staat beschreven hoe je gekiemde zomerwortelzaadjes of gekiemde preizaadjes in een zaaibedje zaait. Er wordt een placemat met gaatjes gebruikt. En een zaaistokje en een pincet.

Doe dezelfde voorbereidingen als bij droge zaadjes. Hieronder de foto’s.

zaaibedje-wortelen-1

zaaibedje-wortelen-17

zaaibedje-wortelen-18

zaaibedje-wortelen-19

zaaibedje-wortelen-20

zaaibedje-wortelen-21

zaaibedje-wortelen-23

  • Grond losmaken, vlak maken, raamwerk opleggen, grond aanschuiven, water opsproeien, placemat opleggen, zaaikuiltjes maken.
  • Haal na het zaaikuiltjes maken de placemat van de grond af.

zaaibedje-wortelen-24

  • Gebruik een pincet om telkens 1 gekiemd zaadje in een zaaikuiltje te leggen.
  • Hier zie je zaaikuiltjes met in elk kuiltje één gekiemd wortelzaadje (boven) of één gekiemd preizaadje (onder).

zaaibedje-wortelen-25

  • Strooi vochtig tuingrond op de zaadkuiltjes. Dat gaat handig vanuit een plastic bloempotje met gaatjes in de bodem.

zaaibedje-wortelen-27

  • Haal het raamwerk voorzichtig weg. Zorg ervoor dat de dijkjes rondom heel blijven.

zaaibedje-wortelen-28

  • Leg een stapplank of iets dergelijks over het zaaibedje. Zo blijft de grond in het zaaibedje vochtig. En bij een stortbui zullen de zaadjes niet “wegzwemmen”.
  • Haal de plank weg zodra de eerste plantjes te zien zijn.

.

Opmerkingen over de vastzetpennen

  • Zaailiniaal te lang:

voortje lat 24

Het kan gebeuren dat je nog een klein stukje grond wil bezaaien, maar dat de zaailiniaal langer is dan dat stukje grond. Leg dan een deel van de zaailiniaal aan 1 kant op de opgestrooide grond. Steek de vastzetpen dan daar door een groot gat in de grond. Op de foto’s hierboven zie je hoe dat gaat. Op de linker foto is de pen in een groot gat gestoken bij het begin van de opgestrooide grond. Op de rechter foto is de pen in een klein gat gestoken.

  • Ander, beter model vastzetpen:

voortje lat 31 voortje lat 32 voortje lat 33

Dit model vastzetpen is gemaakt uit ijzerdraad van 2,5 mm dik. Door de rechthoekige vorm wordt de liniaal stevig tegen de tuingrond gedrukt. Dit model is wat beter en ook net zo gemakkelijk te maken als de andere uitvoering.

.

C)# 1 of 2 zaadjes zaaien

Bij het zaaien van zomerworteltjes kun je per zaaikuiltje 1 of 2 zaadjes laten vallen. Dan weet je (bijna) zeker dat op elk zaaiplekje tenminste 1 wortelplantje gaat groeien.

Waar 2 wortelplantjes bij elkaar opgroeien kan het gebeuren dat de 2 plantjes “elkaar een beetje in de weg zitten”.

wortel lineeal 1

Op deze foto zie je zomerworteltjes die gegroeid zijn op zaaiplekjes waarbij telkens 2 zaadjes per zaaikuiltje waren gelegd. Bij enkele worteltjes is te zien hoe ze met een bocht zijn gegroeid. Deze worteltjes hebben wel een normale grootte. Ze zijn alleen iets moeilijker te “schrappen” (= het buitenste laagje weghalen met een mesje).

Als je overal maar één plantje per zaaiplek wil hebben, kun je 2 zaadjes per zaaiplekje zaaien. Knip later bij elk plekje met 2 plantjes het kleinste plantje weg, net boven de grond. Het overblijvende plantje kan groot groeien. Dit gaat goed bij zomerwortels en bij prei.

.

D)# Nodig voor het zaaien

Het schuifvalbakje met kittuitje en elastiekje, het zaaistokje en het gootsteenmatje zijn beschreven bij een of beide van onderstaande tips;

20) Vroege zomerwortels (binnen zaaien, buiten opkweken)  en/of  33) Gootsteenmatje en “schuifvalbakje” als zaaihulp .

Het schuifvalbakje, zaaistokje en gootsteenmatje worden hieronder kort omschreven.

Over de zaailineaal staat hieronder een uitgebreide beschrijving

.

D1) Schuifvalbakje

schuif 61

Het schuifvalbakje dat gebruikt wordt heeft een dun uitlopend valbuisje, gemaakt van een kittuitje. Vlak bij de opening is een elastiekje om het buisje gedaan. Door het elastiekje zakt het valbuisje niet te ver in een gaatje van de mat of de lineaal. En hierdoor zal er geen tuingrond in het valbuisje komen.

.

D2) Zaaistokje

schuif 73

Voor het zaaien van droge zaadjes kun je een zaaistokje gebruiken met een puntig einde. De droge zaadjes “rollen” dan naar het midden van het zaaikuiltje.

schuif 94

Bij het zaaien van gekiemde zaadjes is een zaaistokje met een breed einde handiger. Elk zaaikuiltje wordt onderin breed. Hierdoor is er meer ruimte voor het zaadje met aangroeiend worteltje.

.

D3) Matje

matje 1

matje 4

Het matje met gaatjes is een rubber gootsteenmatje, of een deel ervan. Bij een matje die je in de winkel koopt zijn vaak enkele dichte gebiedjes, zoals op de bovenste foto is te zien. Als nodig kun je extra gaatjes bijmaken, zoals op de onderste foto is te zien.

.

D4) Zaailineaal

voortje lat 6

Een zaailineaal is gemaakt van een plastic strip. Je kunt de strip maken uit de losse “deksel” of de “bodem” van een platte kabelgoot of snoergoot. Zo’n goot is 1 of 2 meter lang en kost in de bouwmarkt ongeveer 2 tot 4 euro.

Haal de (losse) deksel van de kabelgoot af. Zaag daarna de deksel (of de bodem) van de snoergoot op de gewenste lengte, bijvoorbeeld 80 cm lang. Of gebruik een vlakke strip en zaag die op lengte.

voortje lat 23

voortje lat 7

Boor om de 2 of 3 cm een gat van 9 mm in het plastic. Leg tijdens het boren de strip op een houten plankje. Dit boren gaat niet super gemakkelijk, maar het is mij toch gelukt. Je kunt de gaten nummeren.

Boor aan elk eind van de lineaal een extra klein gaatje van ca 4 mm om hierin een vastzetpen te kunnen steken.

voortje lat 30

Maar je kunt in de bouwmarkt ook een witte vlakke plastic strip kopen, zonder zijrandje. Deze strip is 2,70 meter lang, 2 cm breed, 2 mm dik en kost ca 3 euro. Op bovenstaande foto’s zie je hoe je gaten erin maakt:

  • Trek een potloodlijn in het midden van de strip.
  • Zet om de 3 cm een dwarsstreepje.
  • Boor bij elk dwarsstreepje een gaatje van 3 mm in de strip. Leg tijdens het boren de strip op een houten plank.
  • Boor rustig, zonder veel drukken, met een 9,5 mm boor in het 3 mm gaatje. Leg tijdens het boren de strip op een houten plank. En leg aan elke kant van het te boren gat een plankje of latje en druk daarmee de plastic strip op de plank. Anders kan de boor gaan “happen” waardoor de boor de strip naar boven trekt (zoals een vijzelpomp werkt).
  • Boor aan elk eind van de strip een gaatje van 4 mm, midden tussen 2 grote gaten. Hierin wordt een vastzetpen gestoken.

Ik ben op zoek naar een plastic strip met veel gaten van ongeveer 8 tot 10 mm, die je zo in de winkel (bouwmarkt) kunt kopen. Dan hoef je zelf al die gaten niet te boren. Ik ben nog zoekende.

.

voortje lat 22Voor de vastzethaken is een hengsel van een plastic emmer met een ijzerzaag doormidden gezaagd. Daarna is elk stuk hengsel in deze vorm gebogen. Dat gaat gemakkelijk met 2 tangen of met een tang en een bankschroef.

.

voortje lat 31

voortje lat 32

Of buig vastzetpennen uit 2,5 mm dik ijzerdraad. Deze pennen zijn nog beter, omdat ze de zaailiniaal vlak en strak tegen de grond aan drukken.

.

E)# Kleine zaadjes mengen met droog zand

Op het internet vind je veel berichten over het mengen van kleine zaadjes met droog zand. Hierdoor kun je het zaad beter verspreiden in de zaaivoor, staat erbij te lezen.

Om na te gaan hoe dat gaat heb ik enkele proefjes gedaan met droog zomerwortelzaad, gemengd met droog zilverzand.

.

E1) Mengen met “weinig” droog zilverzand, strooien vanuit een bekertje

meng 1

Meng in een klein plastic bekertje 14 zomerwortelzaadjes (zo goed mogelijk) met “weinig” zilverzand. Gebruik een theelepeltje om te roeren. Strooi daarna het mengsel van zand en wortelzaad vanuit het bekertje op een stuk karton. Strooi het mengsel langs een lineaaltje met afstandsstrepen. Op de lineaal zijn 8 afstanden van elk 30 mm lang.

Er is 3 keer na elkaar wortelzaad met zilverzand gemengd en langs het lineaaltje gestrooid. Hieronder de bijbehorende foto’s.

meng 2

Op bovenstaande foto’s zie je het resultaat van 3 keer strooien (met weinig zilverzand) vanuit een bekertje. Je ziet een “dijkje zilverzand” met daarin de wortelzaadjes. De zaadjes liggen niet erg goed verspreid, maar meer op hoopjes bij elkaar.

.

E2) Mengen met “veel” zilverzand, strooien vanuit een bekertje

meng 3Bij deze proef zijn 14 zomerwortelzaadjes gemengd met “veel” zilverzand. Daarna is het mengsel vanuit het bekertje op een vel karton gestrooid. Veel zaadjes liggen in het dijkje zilverzand.

Om te zien waar de zaadjes zijn gevallen, zijn (na het zaaien) de wortelzaadjes met een pincet “in een rechte lijn” uit het laagje zilverzand naar het lineaaltje geschoven. Hieronder de bijbehorende foto.

meng 4

Op bovenstaande foto zie je het resultaat van het strooien (met veel zilverzand) vanuit een bekertje.

.

E3) Mengen met “veel” zilverzand, strooien vanuit een plastic “gootje”

meng 3

Bij deze proef zijn 14 zomerwortelzaadjes in een bekertje goed gemengd met “veel” zilverzand.

meng 5

  • Schud het mengsel vanuit het bekertje in een plastic “gootje”. Dit gootje is gemaakt van een stuk plastic margarinekuipje.
  • Strooi het mengsel vanuit het gootje op een vel karton. Houd het gootje een beetje scheef. Tik met een potlood of pincet of stokje zachtjes tegen het gootje. Door het tikken kun je het mengsel gelijkmatiger uit het gootje op het karton strooien.
  • Schuif na het strooien de zaadjes met een pincet uit het laagje zilverzand naar het lineaaltje. Zo kun je zien waar de zaadjes in het laagje zilverzand lagen.

Deze test is 2 keer na elkaar gedaan.

meng 6

Op bovenstaande foto zie je het resultaat van 2 keer strooien (met veel zilverzand) vanuit een gootje.

.

E4) Uitkomst

  • Bij het strooien vanuit een bekertje op karton worden de zaadjes niet gelijkmatig verdeeld. Er zijn groepjes met veel zaadjes bij elkaar en gebiedjes zonder zaadjes.
  • Bij 3 keer na elkaar mengen en strooien liggen de groepjes telkens op een andere plaats naast het lineaaltje.
  • Zomerwortelzaad mengen met veel zand of weinig zand geeft ongeveer hetzelfde zaaibeeld.
  • Strooien vanuit een gootje (en met een voorwerp tegen het gootje tikken) geeft een beter zaairesultaat dan strooien vanuit een bekertje.

Wortelzaad is moeilijk gemengd te houden met droog zand. Heb je gemengd en schud je het bekertje dan gaan er veel wortelzaadjes boven op het droge zand liggen. Dit komt doordat de wortelzaadjes lichter van gewicht zijn dan de zandkorrels. (Het soortelijk gewicht van wortelzaadjes is veel kleiner dan van zand. Daardoor gaan de wortelzaadjes op het zand “drijven”)

Als je het mengsel in een gootje schudt, dan mengen de zaadjes weer beter met het zand. En als je daarna tegen het gootje tikt dan valt het zand samen met de zaadjes beter verdeeld langs het lineaaltje.

Geplaatst in klein, prei, wortelen, zaadjes, zaaien | 15 reacties

36) Preiplanten opkweken, uitplanten en verzorgen (enkele werkwijzen)

preiplant 58

In deze tip:

  • Inleiding
  • A)# Werkwijze van Jerry: zaaien in bakje, verplanten in tray of potjes, prei met wortelkluit uitplanten in ronde gaten
  • B)# Zaaien in een 20 cm grote bloempot met potgrond
  • C)# Diana’s werkwijze:  Zaaien in een 5 cm diepe plastic bak. Daarna stuk zaaigrond (met hierin veel worteltjes van preiplantjes) in de tuingrond ingraven
  • Wat gaat beter (werkwijze A,B en C)?
  • D)# Zaaien in tuingrond of compost, verplanten met verplantbuizen
  • E)# Preiplantjes uitplanten, 4 werkwijzen
  • F)# Prei in grote bloempotten

.

Inleiding

Jerry, een bezoeker van Sjeftuintips heeft onder dit bericht een reactie geplaatst. Datum van die reactie is 1 juni 2014. Daarin beschrijft Jerry hoe je prei kunt kweken in een bakje, verplanten in een tray en daarna met wortelkluit in de tuingrond zetten.

Naar aanleiding van Jerry’s reactie zocht ik op het internet naar nog meer werkwijzen om prei te zaaien. Ik vond nog 2 andere handige manieren om prei te zaaien. De volgende dag, 2 juni 2014, ben ik met drie zaaimethoden voor prei gestart. Die werkwijzen worden hieronder A), B) en C) genoemd. Hieronder een korte beschrijving ervan:

  • A) Jerry: zaaien in een bakje, elk plantje verplanten in een bloempotje (of tray), later met wortelkluit planten in een rond gat in de tuingrond.
  • B) Video: zaaien in een hoge grote bloempot, later elk plantje loshalen en in de tuingrond planten.
  • C) Diana: zaaien in een bakje met compost of potgrond/brekerzand 4 op 1, hele stuk grond met alle plantjes en wortels uit bakje in tuingrond zetten en groter laten groeien, elk plantje loshalen en planten.

Verder in deze tip:

  • D) Zaaien in tuingrond of in een laagje compost in de tuingrond, met verplantbuis elke plant uithalen en in een rond gat in de tuingrond planten.
  • E) Preiplanten uitplanten, 4 werkwijzen.

.

In de eerste hoofdstukken worden werkwijze A, B en C beschreven en met elkaar vergeleken. Bij deze 3 werkwijzen is op dezelfde datum (2 juni 2014) prei gezaaid.

Prei zaaien op 2 juni is erg laat in het tuinseizoen. Maar deze proef is gedaan om uit te zoeken wat handiger gaat en/of sneller groeit om preiplantjes te kweken. Het kiemen en groeien bij de drie groepen gebeurde bij vergelijkbare omstandigheden (ongeveer dezelfde temperatuur, water geven, regen enzovoort).

Op 3 september 2014, (drie maanden na het zaaien), zijn de preiplantjes van alle 3 werkwijzen in de tuingrond gezet. Er is gekeken of de werkwijze gemakkelijk is en welke plantjes het grootst zijn gegroeid in de 3 maanden.

.

A)# Werkwijze van Jerry: zaaien in bakje, verplanten in tray of potjes, prei met wortelkluit uitplanten in ronde gaten

In de reactie van Jerry, onderaan dit bericht, staat beschreven hoe hij de prei opkweekt. Jerry schrijft onder andere:

“Ik heb een klein schoon plastic vleesschaaltje genomen en daar redelijk grof op gezaaid en overdekt met folie. Toen de kiempjes al een halve centimeter hoog waren heb ik de folie eraf gehaald en ze verder laten doorgroeien dicht op elkaar. Toen ze een redelijke looflengte hadden en wortelstelsel heb ik de aarde doorweekt met water en ze voorzichtig uit elkaar gepeuterd. En toen in een tray met gaatjes gezet en aarde erin.”

Hieronder staat mijn uitvoering van Jerry’s methode. Enkele werkzaamheden zijn iets anders geworden dan Jerry beschrijft.

A1) ZaaienPreibakje 1 Preibakje 2

Vul een laag plastic schaaltje met zaaigrond. Jerry gebruikt geen zaai of stekgrond. Jerry maakt een mengsel van potgrond/turf met (zandbak)zand en met lavagrind (1-4mm). Omdat (ergens gelezen) puur turf/potgrond vaak te zuur is voor zaailingen en het zaad dan slecht of weinig opkomt.

Ik vulde het plastic bakje met een mengsel van potgrond en tuinkalk (Dolokal) in een verhouding van 10 op 1. Sproei de potgrond met water. Gebruik een dun stukje “plantentsteunstok” met een elastiekje om kleine kuiltjes in de potgrond te maken. Steek het stokje in de potgrond tot aan het elastiekje. Zo maak je zaaikuiltjes in de potgrond die allemaal ongeveer even diep zijn.

Preibakje 3 Preibakje 4

Zaai in elk zaaikuiltje een preizaadje, 40 kuiltjes, 40 zaadjes.

Preibakje 5

Bedek de zaadjes in de zaaikuiltjes met droog (tuin)zand of met droge gezeefde potgrond. Op de foto zie je links zand in de kuiltjes en rechts potgrond.

Preibakje 6

Doe de bak in een plastic zak. Maak de plastic zak een stukje dicht zodat er een luchtopening blijft.

Preibakje 9

Of gebruik een wasknijper om een luchtopening te maken en maak het zakje dicht tot aan de wasknijper.

Zet het geheel in een ruimte met een temperatuur van ongeveer 20 gr C.

Haal de bak uit de plastic zak als de eerste preiplantjes zijn opgekomen. Of als de eerste plantjes ongeveer 0,5 tot 1 cm groot zijn.

.

A2) Preiplantjes groeien in het bakje

Preibakje 10

Na 9 dagen bij ongeveer 20 tot 25 gr C zijn de preiplantjes al zo groot.

preiplant 4

Zo groot zijn de preitjes, 26 dagen na zaaien. De bovenkant van de zaaigrond is een beetje groen geworden door algengroei, ondanks de tuinkalk die bijgemengd is. Uit de 40 zaadjes zijn ongeveer 30 plantjes gegroeid; ongeveer 25 grote en 5 kleinere prei-plantjes.

Ik heb ook een bakje gevuld met compost/Dolokal mengsel (10 op 1), en daar prei ingezaaid. Daar zijn geen foto’s van. De plantjes in dat mengsel zijn net zo groot gegroeid na 26 dagen. En er is minder algengroei op dat mengsel.

In de 2 bakjes zijn tesamen ongeveer 50 plantjes die nu groot genoeg zijn om elk apart in een bloempotje met compost en Dolokal (tuinkalk) te zetten.

.

A3) Preiplantjes in bloempotjes zetten

preiplant 20 preiplant 21

Ongeveer 1 maand na het zaaien, of wanneer de grootste plantjes ongeveer 15 cm lang zijn:

  • Haal alle preiplantjes met worteltjes eraan uit de zaaibak. Je kunt (zoals Jerry doet) water in het zaaibakje gieten en er een prutje van maken om de plantjes gemakkelijker los te krijgen.
  • Knip bij elk preiplantje een stukje van de superlange worteltjes af, zodat de worteltjes niet langer dan ongeveer 3 tot 5 cm zijn.
  • Maak een mengsel van (zelfgemaakte) compost en Dolokal (tuinkalk), ongeveer 10 op 1.
  • Meng wat droge gezeefde verkruimelde stalmest door het mengsel, ongeveer 20 delen mengsel op 1 deel mest is voldoende denk ik. Bij de eerste proef heb ik geen mest bijgevoegd.
  • Doe een laagje mengsel in een 5 cm bloempotje, zet een preiplantje in en vul verder op met mengsel.
  • Zorg ervoor dat de preiplantjes niet te diep in het bloempotje worden geplant. Het hart van elk preiplantje (daar waar veel blaadjes bij elkaar komen) moet boven de compost uitsteken.
  • Geef de preiplantjes water.
  • Zet de bloempotjes met plantjes op een laagje compost in een bak of wasmand (met gaten in de bodem). Dat laagje compost is handig met water geven; het laagje neemt veel water op tijdens gieten. En zorgt ervoor dat compost in de potjes niet zo snel opdroogt.

preiplant 33

Enkele weken later zijn de plantjes hoger dan de wasmand. Als de plantjes net zo dik zijn als een potlood, dan kun je ze uitplanten.

.

A4) Preiplantjes in de tuin zetten

Drie maanden na het zaaien zijn de preitjes groot genoeg om uit te planten.

preiplant 35

Je kunt een emmer gebruiken om ongeveer 20 bloempotjes met preiplantjes naar de tuingrond te brengen. Deze preitjes zijn groot genoeg om uit te planten.

preiplant 37

Maak een voortje in de tuingrond. Het voortje is ongeveer 10 cm diep en 10 cm breed.

preiplant 40

Maak onder in het voortje ronde gaten van 6 cm doorsnede en ongeveer 10 cm diep. Dat gaat heel handig met een pvc buis (hemelwaterafvoerbuis). Zie ook tip 41. Telkens na het maken van een gat de tuingrond uit de buis kloppen.

preiplant 41 preiplant 42

Haal het preiplantje samen met de potkluit uit het bloempotje. Als nodig eerst de worteltjes (die onder uit de gaatjes van de pot komen) afknippen of afbreken. De (opgedraaide) worteltjes onder aan de kluit gewoon zo laten zitten. Niet uit elkaar halen of zo.

preiplant 43

Pak de prei bij de bladeren vast en laat de wortelkluit in het ronde gat in het voortje zakken. Strooi wat tuingrond op en rondom de wortelkluit.

preiplant 44 preiplant 45

Gebruik een gieter met broes om koud kraanwater in het voortje te sproeien. Laat het water in de grond zakken.

.

Opmerking 1:  Bloempotje met inzet

preiplant 46 preiplant 47

Je kunt een preiplantje in een bloempotje met inzet laten groeien, zie ook tip 20. Haal dan voor het uitplanten de inzet uit het bloempotje.

preiplant 48

Haal daarna het preiplantje met wortelkluit uit de inzet. Als nodig de worteltjes (die door de gaatjes van de inzet groeien) afbreken of afsnijden. Maar je kunt ook voorzichtig de worteltjes uit de gaatjes trekken.

.

Opmerking 2: Blad kort knippen

Na het planten zie je bij enkele preitjes dat de lange buitenste bladeren slap gaan hangen. Het duurt dan nog best lang (meerdere dagen) voordat de plant er weer “stevig” bijstaat. Daarom is het een goed idee om meteen na het planten, een stuk van de buitenste bladeren af te knippen. Je zult zien dat de bladeren niet gaan hangen, dat de plant er “gezond en goed” bijstaat en dat die snel weer doorgroeit.

.

.

B)# Zaaien in een 20 cm grote bloempot met potgrond

Op het internet vond ik dit   filmpje  .  In het eerste deel van deze video wordt getoond hoe je prei zaait in een grote plastic bloempot, gevuld met potgrond en zaaigrond.

Verderop in de video zie je hoe je de preiplanten uit de pot worden gehaald en hoe ze geplant worden.

preiplant 34

Op deze foto zie je preiplanten in “mijn” grote bloempot, 3 maanden na het zaaien. De preitjes zijn gezaaid en opgekweekt volgens de werkwijze van het filmpje, in een grote bloempot gevuld met potgrond (onderste helft) en zaaigrond (bovenste laag). Na het zaaien en afdekken met zaaigrond is een laagje metselzand op gestrooid.

Op 3 september, drie maanden na het zaaien, zijn de preitjes groot genoeg om uit te planten. Hieronder foto’s van het loshalen van de preitjes uit mijn bloempot:

preiplant 67

  • Haal de hele kluit uit de bloempot.
  • Zet de kluit in een emmer water.
  • Beweeg de kluit met plantjes in het water om de potgrond “los te maken”.

preiplant 68

  • Trek voorzichtig de preiplanten uit elkaar.
  • Was (spoel) de preiplantjes in koud water.
  • Zoek de dikste preitjes uit, en doe de dunne preitjes op de composthoop. Op bovenstaande foto zie je bovenaan de dikste preitjes, daaronder de dunnetjes.

preiplant 69

  • Knip wel of niet een stukje van de worteltjes of bladeren af. Op de foto hierboven zie je dat bij alle preiplantjes op 1 na, de worteltjes korter zijn geknipt.
  • Plant de preiplanten uit, zie ook hoofdstuk E)# Preiplantjes uitplanten, 4 werkwijzen.

.

.

C)# Diana’s werkwijze:  Zaaien in een 5 cm diepe plastic bak. Daarna stuk zaaigrond (met hierin veel worteltjes van preiplantjes) in de tuingrond ingraven

Deze werkwijze is verzonnen door Diana en staat bij Diana’s mooie moestuin,  hier  .

C1) Zaaien

Zaai prei in plastic bakjes (met bodemgaatjes) met “potgrond/metselzand mengsel 3 op 1”  of met compost. Bij de zaaiproeven van 2 juni is in 6 kleine margarine kuipjes met zaaigrond gezaaid. Daar zijn geen foto’s van. Verder in deze tip zijn wel foto’s van de groot gegroeide preiplanten uit die kuipjes.

Enkele maanden later heb ik de zaaiproef herhaald in 2 grotere zaaibakken, elk van ongeveer 30 bij 20 cm. Zie onderstaande foto.

preiplant 72

Deze preiplantjes groeien in compost (linker bak) of in het potgrond/zand mengsel (rechter bak). Elke zaaibak is ongeveer 20 bij 30 cm.

C2) Preitjes in de tuingrond planten

preiplant 73

Als de plantjes ongeveer 20 cm hoog zijn kunnen ze in de tuingrond worden gezet:

  • Schep in de tuin wat tuingrond weg om een gebiedje van ongeveer 5 cm diep te maken. Het gebiedje is wat groter dan de stukken grond met preiplantjes in de bak(ken) bij elkaar.
  • Maak in dat gebiedje de tuingrond diep los.
  • Meng wat fijne (koeien)mest door de grond van het verlaagde gebiedje.

preiplant 74

  • Haal het hele stuk grond met preiplantjes en worteltjes uit het bakje.
  • Leg dit stuk grond met preiplantjes en worteltjes op de grond in het verlaagde gebiedje.
  • Vul de “open rand” van het verlaagde gebiedje met tuingrond, zodat het geheel weer vlak is.
  • Giet water uit een gieter met fijne broes op de preiplantjes.
  • De plantjes op de foto hierboven zijn uit de twee grote zaaibakken getild, de bakken van 20 bij 30 cm.

Op de foto hierboven zie je preitjes die uit zo’n grote bak zijn getild. De preiplantjes staan een beetje “rommelig” in het verlaagde gebiedje.

Opmerking

Het uittillen van het stuk grond met preiplantjes en worteltjes is niet gemakkelijk. Als de plantjes (te) klein zijn, hebben ze weinig kleine worteltjes en dan valt het stuk grond gemakkelijk uit elkaar tijdens het uithalen en neerleggen. Of je beschadigt de plantjes te veel bij het vastpakken.

.

Maar het kan ook goed gaan:

prei tilllen 2 prei tilllen 5 prei tilllen 7

Je kunt beter uitplanten wanneer de planten groter zijn. Zoals te zien op bovenstaande foto’s.

.

Je kunt een plaat onder in de grote bak leggen voordat je zaaigrond in de bak strooit. Dan kun je later de grond met preiplantjes gemakkelijker uit de bak halen en in de tuingrond schuiven. Meer daarover in     tip 18    , hoofdstuk C)#.

 

.

C3) Losse preiplantjes in de tuingrond zetten

Uit een klein margarinekuipje gaat het uittillen erg gemakkelijk.  De plantjes die uit de 6 kleine kuipjes zijn getild, en in de tuingrond zijn gelegd, zijn intussen groter gegroeid.

preiplant 76

Op de bovenstaande foto zie je midden en links de dunne preitjes uit de 6 kuipjes op 1 augustus 2014. Dat is twee maanden na het zaaien.

Op 3 september, drie maanden na het zaaien, zijn deze preiplantjes groot en dik genoeg om uit te planten. Hieronder de werkwijze.

preiplant 62

  • Haal, zodra de plantjes zo dik zijn als een potlood of dikker, stukken tuingrond met plantjes uit de grond.

preiplant 63

  • Leg deze stukken in een emmer water en spoel in dit water de grond van de worteltjes af.

preiplant 64

  • Zoek de preiplantjes uit: dikker, “potlooddik” en dunner.

preiplant 65

  • Knip wel of niet een stukje van de worteltjes of bladeren af. Op bovenstaande foto zie je links dikke preiplantjes met kortere of langere bladeren en korte worteltjes. Rechts op de foto zie je “potlooddikke” preiplantjes met korte bladeren en worteltjes.
  • Plant de preiplanten uit, zie ook hoofdstuk E)# Preiplantjes uitplanten, 4 werkwijzen.

.

.

Wat gaat beter (werkwijze A,B en C)?

preiplant 58Op de foto hierboven zie je de preiplantjes van mijn proefje op 3 september 2014. Op deze foto staat van links naar rechts:   C)# Diana,     A)# Jerry,      B)# Video.

Laten we volgorde veranderen in ABC.

preiplant 58a

Dezelfde foto, maar dan verschoven naar de ABC volgorde.  Van links naar rechts op deze foto:   A)# Jerry’s werkwijze met bloempotjes,    B)# Grote bloempot zoals in de video,   C)# Diana’s werkwijze.

  • A)# De werkwijze van Jerry gaat goed. Je kunt de prei ook in mengsel van gezeefde compost en tuinkalk zaaien. De kleine plantjes kunnen in potjes met een mengsel van compost, Dolokal (tuinkalk) en gezeefde (stal)mest gezet worden. Door de mest groeien de plantjes in de bloempotjes wat sneller. Je kunt de preiplantjes met kluit gemakkelijk uit de potjes halen en in ronde gaten planten.
  • B)# Bij de werkwijze van de video (zaaien in grote bloempot) zijn de preiplantjes dunner dan bij de werkwijze van Jerry en de manier van Diana. Je kunt volgens mij de bloempot beter vullen met een mengsel van compost/Dolokal/gezeefde mest. Dan groeien de preitjes sneller. Het loshalen van de preiplantjes uit de potkluit gaat erg lastig, ook omdat de worteltjes erg lang zijn en de plantjes dicht bij elkaar staan.
  • C)# De werkwijze van Diana geeft de grootste preiplantjes. Je kunt de prei in een bak in een laag compost/dolokal zaaien. Als de plantjes wat groter zijn dan gaat het leggen van het “stuk grond met plantjes en worteltjes” in de tuingrond goed. Je moet het stuk grond voorzichtig behandelen, anders valt het uit elkaar. De plantjes groeien in de (bemeste) tuingrond snel groter. Het uithalen van de stukken grond en het plantjes loshalen in water gaat goed.

Werkwijze A)# en C)# zijn goed te doen en geven grote preiplantjes.

Werkwijze B)# moet verbeterd worden. In een rijker zaaimengsel zullen de preitjes sneller groeien. En het loshalen van de preiplantjes uit de kluit zou wat beter moeten gaan.

In 2015 heb ik vroege prei gekweekt op deze 3 manieren. Maar dan met een iets aangepaste werkwijze, dus met compost, dolokal, mest enzovoort. Meer daarover in tip 18) Vroege prei kweken  .

.

.

D)# Zaaien in tuingrond of compost, verplanten met verplantbuizen

In april/mei kun je prei rechtstreeks in de tuingrond zaaien. Of in een stuk tuingrond waarbij je de bovenste 5 cm tuingrond hebt vervangen door 5 cm compost.

De preiplantjes die hieruit groeien zijn gemakkelijk te verplanten als je verplantbuizen gebruikt (zie ook tip 41). Dan wordt elke preiplant in zijn geheel, met veel wortels in de wortelkluit uit de oorspronkelijke zaaigrond gehaald. En daarna op de nieuwe plek in een rond gat in de tuingrond geplant. De plant kan daarna “gewoon doorgroeien”.

Prei plant 35

Deze preiplanten in de tuin zijn ruim potlooddik en kunnen worden verplant.

  • Gebruik de verplantbuis zoals beschreven in tip 41.
  • Geef voor het uithalen de preiplanten en de grond rondom de plant veel water. Doe dit een kwartiertje of zo vóór het insteken van de verplantbuis. De grond mag best een beetje “modderig” zijn. Dan gaat het insteken van de buis en het uithalen van de wortelkluit gemakkelijker, zie ook bij D1) Opmerking.

preiplant 52

  • Duw de preibladeren in de open zijde van de verplantbuis en duw de verplantbuis ongeveer 7 cm in de grond.
  • Draai de verplantbuis een stukje terwijl die in de grond is, om de grond in de buis “los te maken van de tuingrond”.

preiplant 36

  • Haal de verplantbuis met hierin de preiplant uit de tuingrond. Op de linker foto zie je dat de verplantbuis ongeveer 7 cm in de grond is gestoken. Op de rechte foto zie je de tuingrond aan de onderkant van de buis. Er zijn enkele kleine preiworteltjs te zien.

.

preiplant 37

  • Maak in de tuingrond een voortje van ongeveer 10 cm diep en 10 cm breed.

preiplant 38

  • Maak met een plantgatbuis een rond gat in het voortje, ongeveer 12 cm diep (linker foto).
  • Zet de verplantbuis met hierin de preiplant in dit ronde gat (middelste foto)
  • Blaas lucht in de (groene) slang om de wortelkluit uit de buis te “duwen”. Trek intussen de verplantbuis omhoog.
  • De preiplant staat in het ronde gat, enkele cm dieper dan het voortje (rechter foto).

preiplant 39

  • Strooi wat tuingrond rondom de wortelkluit, sproei water in het voortje en laat het water in de bodem zakken.

Hierna kan de prei weer verder groeien. Geef gedurende de eerste weken elke dag water in het voortje (behalve natuurlijk als het flink heeft geregend).

.

D1) Opmerking

Geef voor het uithalen de preiplanten en de grond rondom de plant veel water. Doe dit een kwartiertje of zo vóór het insteken van de verplantbuis. De grond mag best een beetje “modderig” zijn. De verplantbuis gaat dan gemakkelijker in de grond.

En je kunt de plant met wortelkuit later gemakkelijker uit de buis “blazen”. De vochtige wortelkluit is beter luchtdicht en de kluit is zwaarder. Door een waterlaagje tussen de wortelkluit en de buiswand glijdt de kluit gemakkelijker uit de buis. Op de nieuwe plek staat de preiplant in vochtige grond, de plant groeit daarom beter door en gaat niet zo gauw slap hangen.

Vlak voor het gebruik kun je de open kant van de verplantbuis ongeveer 10 cm in water onderdompelen. Hierdoor gaat de verplantbuis gemakkelijker in de tuingrond. En het “uitblazen” van de plant gaat gemakkelijker.

preiplant 54

Hier zie je een preiplant met een erg vochtige wortelkluit zoals die uit de verplantbuis is “geblazen”.

preiplant 53

Dezelfde preiplant waarbij de wortelkluit uit elkaar is gehaald. Je ziet links de vochtige tuingrond met hierin enkele kleine losse worteltjes. Rechts op de foto is de preiplant met worteltjes te zien. En een dunne regenworm (pier) die in de tuingrond zat.

.

.

E)# Preiplantjes uitplanten, 4 werkwijzen.

Bij het zoeken op het internet en bij navraag bij collega tuinders kom ik 4 werkwijzen tegen om preiplantjes in de grond te zetten.

Preiplanten worden in de grond gezet zodra ze ongeveer potlooddik zijn. Na het planten is het goed als het “hart” van de preiplant (daar waar de meeste bladeren bij elkaar komen) niet met tuingrond wordt bedekt. Dat is beter voor het verder groeien van de preiplant. Een preiplant die te diep in de grond staat, kan dood gaan.

Later, als de preiplant een stuk groter is, kun je meer tuingrond tegen de plant aan laten komen. Hierdoor krijg je een groter wit deel onderaan de prei.

preiplant 11

Vóór het planten wordt bij elk preiplantje een stukje van het loof en van de wortels afgeknipt. Dat lees ik op bijna alle internet sites over prei planten. Na het afknippen is er nog ongeveer 25 tot 30 cm loof en ongeveer 3 tot 5 cm wortel over.

.

Hieronder staan de 4 werkwijzen om preiplantjes te planten:

  • E1) Planten in een 10 cm diep voortje,
  • E2) Planten in 6 cm ronde gaten in de tuingrond,
  • E3) Planten in een smal voortje,
  • E4) Planten in 3 cm ronde gaten in de tuingrond.

Bij E5) Groeien zie je hoe de preiplanten groeien. Bij E6) De beste manier lees je wat het beste gaat.

Hieronder staan de beschrijvingen van elke werkwijze. Alle preitjes zijn op 15 juli geplant.

.

E1) Planten in een 10 cm diep voortje

Prei plant 1 Prei plant 2 Prei plant 3 Prei plant 4 Prei plant 5 Prei plant 6 Prei plant 7 Prei plant 8

Op deze foto’s zie je hoe je in een voortje (van ongeveer 10 cm diep) ronde gaten maakt, de preiplantjes neerzet, grond aanschuift en water geeft. Met de plastic buis kun je heel gemakkelijk 5 cm diepe gaten in het voortje maken om de preiplantjes in te zetten.

Het bamboestokje met vastzetstripje wordt gebruikt om de preiplant tegen te laten steunen als je tuingrond uit de buis in het gat laat vallen.

Na het planten staan de preiplanten ongeveer 5 cm in de grond. Het “hart” van de preiplant is ruim boven de grond. In de loop van de tijd komt er tuingrond in het voortje door schoffelen, wieden, regen en gieten.

.

E2) Planten in 6 cm ronde gaten in de tuingrond

Prei plant 11 Prei plant 3

Prei plant 12

Op deze foto’s zie je hoe je in de tuingrond ronde gaten maakt (van ongeveer 15 cm diep), preiplantjes neerzet, en water geeft. Met de plastic buis kun je heel gemakkelijk even diepe gaten in de tuingrond maken.

Vlak na het inzetten van de preiplantjes wordt geen tuingrond in de gaten gestrooid, maar wordt water in het gat gegoten, ongeveer tot bovenaan. Je kunt een bamboestokje met vastzetstripje gebruiken om de preiplant tegen te laten steunen tijdens het water ingieten.

Tijdens het gieten spoelt er een beetje tuingrond in het gat en worden de wortels van de preiplanten met een dun laagje grond bedekt. Dit laagje grond is dik genoeg om de plant verder te laten groeien en dun genoeg om zuurstof door te laten.

preiplant 23

Deze preiplanten staan al enkele weken in de ronde gaten. Van elke plant is het “hart” nog steeds niet bedekt met tuingrond, maar “vrij in de lucht”.

Door groter groeien komt elk “hart” van de preiplant steeds hoger boven de tuingrond. Door schoffelen, wieden, regen en gieten komt er tuingrond in de gaten. Later wordt er ook nog wat tuingrond tegen de plant aan geschoven. Hierdoor krijgt de preiplant een wit deel aan de onderzijde.

.

E3) Planten in een smal voortje

Prei plant 21 Prei plant 22 Prei plant 23 preiplant 15 preiplant 16 preiplant 17 preiplant 18 preiplant 19

Op deze foto’s zie je hoe je met een spade een smal voortje in vochtige grond maakt, preiplantjes ongeveer vingerdiep in het voortje zet en grond aanschuift.

Deze werkwijze leerde ik van een tuincollega in onze volkstuin. De werkwijze is gemakkelijk en snel. De plantjes worden ongeveer 7 cm diep in de vochtige grond gezet. De plantjes staan met het hart ruim boven de grond en zullen goed doorgroeien.

In de weken hierna moet je de grond en de planten regelmatig begieten. En met een krabbertje wieden en grond tegen de plantjes aan schuiven. Door dit grond aanschuiven krijg je een iets groter wit deel onderaan de prei.

.

E4) Planten in 3 cm ronde gaten in de tuingrond

Prei plant 31 Prei plant 32 Prei plant 33 Prei plant 34

Op deze foto’s zie je hoe je in de tuingrond 15 cm diepe gaten maakt, preiplantjes inzet, en water geeft. De gaten kunnen in de tuingrond worden gemaakt met een afgezaagde steel van een spade of riek. Onder aan de steel is een punt.

Vlak na het inzetten van de preiplantjes wordt geen tuingrond in de gaten gestrooid, maar wordt water in het gat gegoten, ongeveer tot bovenaan.

Door dit gieten spoelt er een beetje tuingrond in het gat en worden de wortels van de preiplanten met een dun laagje grond bedekt.

Na het planten is het “hart” niet bedekt met tuingrond, maar “vrij in de lucht”. In de loop van de tijd komt er tuingrond in de gaten door schoffelen, wieden, regen en gieten. Maar bij deze smalle gaten kan het gebeuren dat de gaten te snel “vol met tuingrond geraken”, zeker bij zandgrond en bij erg droog warm weer. Dan moet je vaker gieten om de tuingrond vochtig te houden, zodat de gaten langer open blijven.

Door groter groeien komt elk “hart” van de preiplant steeds hoger boven de tuingrond. Door schoffelen, wieden, regen en gieten komt er tuingrond in de gaten. Later wordt er ook nog wat tuingrond tegen de plant aan geschoven. Hierdoor krijgt de preiplant een wit deel aan de onderzijde.

.

E5) Groeien

preiplant 56

Op deze foto de 4 groepen met  preiplanten, 10 dagen na het planten. Klik op de foto voor breed beeld. De 4 groepen zijn:

  • Links achter: smal voortje
  • Links voor: kleine ronde gaten, 3 cm doorsnede
  • Midden: grote ronde gaten, 6 cm doorsnede
  • Rechts: grote ronde gaten, 6 cm doorsnede in een 10 cm diep voortje

preiplant 57

Dezelfde preiplanten, 4 weken na het planten. De gaten in de grond zijn intussen dicht gegaan door regen en water gieten. En het voortje is gedeeltelijk dichtgeslibd. Klik op de foto voor schermbreed.

preiplant 71

Dezelfde prei-planten, 10 weken na het uitplanten.

preiplant 75

Dezelfde preiplanten, 15 weken na het planten.

.

E6) De beste manier om te planten

Uit deze proefjes blijkt dat bij alle vier werkwijzen de preien goed groeien. Er zijn geen preiplanten dood gegaan. Er is wel voor gezorgd dat het hart van elke preiplant niet onder de grond is. De preiplanten hebben veel water gehad door sproeien en regenwater.

Er zijn grotere en kleinere planten. Dat is zo omdat er dunnere en dikkere preiplantjes zijn geplant. Dunne plantjes groeien eerst wat langzamer en blijven daarom achter ten opzichte van dikke plantjes. En waarschijnlijk komt dit ook omdat de ene plant in iets meer bemeste grond groeit dan een andere plant.

Er is eigenlijk geen “beste” manier om preien te planten. Alle 4 werkwijzen zijn goed. Heel belangrijk is dat het “hart” van de preiplanten altijd boven de grond is.

.

.

F)# Prei in grote bloempotten

20140822

Je kunt preiplanten in grote bloempotten laten groeien.

prei pot 2

  • Vul een bloempot van ongeveer 25 cm doorsnede “ruim half” met gezeefde compost.
  • Doe hierbij 2 eetlepels gezeefde droge stalmest (zie tip 2, nr 66) en 1 theelepel tuinkalk (Dolokal).
  • Je kunt de compost en de droge mest handig door de bodemgaatjes van een plastic bloempot zeven.

prei pot 3

  • Schud de compost + mest + tuinkalk uit de bloempot in een emmer. Meng in de emmer de tuinkalk en de mest gelijkmatig door de compost.

prei pot 4

  • Schud het mengsel weer terug in de bloempot.

prei pot 5

  • Maak een rond gat van ongeveer 4 cm doorsnede in het mengsel. Diepte van dit gat is ongeveer 5 cm.

prei pot 6

  • Zet een preiplantje (met kortgeknipte worteltjes en bladeren) in het gat. Vul het gat weer op met het mengsel.

prei pot 7

  • Zet 5 tot 8 preiplantjes in de bloempot. Sproei veel kraanwater of regenwater in de bloempot.

Hierna:

  • Geef regelmatig water. Zet de bloempot gewoon buiten op de stoep (of in de tuin) zodat de planten ook regenwater krijgen.
  • Pluk regelmatig onkruidjes uit de grond in de bloempot.
  • Schud enkele keren een laagje tuingrond in de bloempot, telkens zodra de preiplanten wat groter zijn gegroeid.
  • Zorg ervoor dat je niet teveel grond opschudt; het “hart” van elke preiplant moet boven de grondlaag uitsteken. Zie de foto hieronder.
  •  Vul uiteindelijk elke bloempot met tuingrond tot de pot ongeveer vol is. Hierdoor krijgen de preiplanten lange witte gedeelten.

20140822

Deze werkwijze gaat redelijk. Niet zo goed als preiplanten laten groeien in de volle grond. Maar toch het proberen waard.

Geplaatst in prei | Tags: | 22 reacties