Welkom

Welkom bij     sjeftuintips.wordpress.com ,    een weblog met veel handige tuintips.     

Ik startte deze weblog op 5 september 2011.  Sindsdien heb ik ruim 35.000 bezoekjes gehad (29 mei 2012).  Vooral veel bezoekers via “Plantaardig.com/groenteninfo”.

Iedereen hartelijk dank voor uw bezoek en uw belangstelling.

U kunt alle tuintips op volgorde lezen.  Maar u kunt ook zoeken naar een bepaald onderwerp. Zie de zwarte menubalk bovenaan:

  • Op ”Home” staan alle tuintips onder elkaar.
  • Klikt u op ”Lees dit eerst (inleiding en overzicht van tips)“, dan vindt u  “Nieuw bij Sjeftuintips” en een Lijst met alle tuintips (met links).  
  • Info en foto’s over mijn tuin vindt u door te klikken op “Sjefs tuin” 
  • Klikt u op “Over Sjef” dan verschijnt er een foto van mij met een verhaaltje erbij. 
  • Bij “Waar vandaan?” staat hoe tips gevonden of verzonnen zijn.
  • U kunt op elke pagina op een bepaalde categorie klikken (rechterkant).

Heb je vragen of opmerkingen, geef dan een reactie. Klik op de titel van een bericht of op een bladzijde. Je vindt dan een reactie-invulvenster helemaal onderaan.

Geplaatst in algemeen | Een reactie plaatsen

24) Witlof kweken

Dit bericht is in opbouw.

Witlof kweken bestaat uit 2 delen.

  1. In mei wordt witlofzaad in de tuingrond gezaaid. Hieruit groeien volwassen witlofplanten. Een volwassen witlofplant in de tuin heeft grote langwerpige groene bladeren en een grijs/bruine penwortel.
  2. In september, oktober of november worden de witlofplanten uit de grond gehaald. Het grootste deel van het groene loof wordt afgesneden tot er nog ca 3 cm loof boven de wortel over is.

Op bovenstaande foto zie je witlofwortels met nog een “beetje loof eraan”.

Bij “gewone” witlof worden deze witlofwortels naast elkaar in een ondiepe kuil gezet. Er wordt grond tussen de wortels gestrooid. Daarna wordt een 15 – 20 cm dikke laag grond of stro bovenop de witlofwortels aangebracht. Op elke witlofwortel gaan bladeren groeien. In het donker blijven deze bladeren wit. Door de druk van het stro of de grond bovenop groeien deze bladeren in de vorm van een krop(je).  We noemen dit witlof groeien “met dekgrond”.

Bij speciale witlofrassen is geen dekgrond of stro bovenop de wortels nodig tijdens het groeien van het kropje. De witlofwortels worden in bakken of bloempotten met vochtige grond of compost gezet. De bakken of bloempotten worden in het donker gezet. In het donker groeit op elke wortel een witlofkropje, gewoon “in de lucht”.  Dit witlof groeien heet “zonder dekgrond”.

.

Witlof kweken zonder dekgrond is het gemakkelijkst. In deze tip beschrijf ik deze kweekwijze.

.

Witlofras

Ik gebruik altijd dit ras witlof zonder dekgrond. Op de achterkant van het zakje staat Cichorium intybus, Mechelse middelvroege, Videna. Ik denk dat het ras Videna is, een veelgebruikt witlofras. Dit witlofzaad kost ca €1,60 voor 2,5 gram.

.

Witlof zaaien:

Witlof groeit het beste op humusarme (zand)grond. Kies voor witlof een stuk grond uit waar geen of weinig compost of mest in zit. De grond moet los en kruimelig zijn om rechte wortels te krijgen. Gespitte grond is goed.

Span een lijntje (touwtje of elastiekje) om in een rechte lijn te kunnen zaaien. Maak met een tuinschepje de grond onder het lijntje goed en diep los.

Maak met een voortjesplankje een ondiep voortje van ca 5 cm diep en 8 cm breed.  Zaaien in een voortje is handig (grond droogt minder snel uit, gemakkelijker water geven, het voortje geeft aan waar gezaaid is).

Sproei water in het voortje. Doe dit door de fijne broes van een gieter vlak boven het voortje te houden.

Zet een lat met afstandaanduiding aan een kant van het voortje zodra het water in de grond is gezakt. Strooi wat witlofzaad in een wit bakje. Je kunt telkens een lucifer of iets dergelijks in de grond steken om aan te geven waar gezaaid moet worden. Doe dit als je het witlofzaad niet duidelijk in het voortje ziet liggen

Gebruik een vochtig cocktailprikkertje, een pincet of je vingers om de zaadjes neer te leggen. Leg om de 10 of 15 cm een rijtje van 3 of 4 zaadjes in het voortje.  Op het zaadzakje staat een afstand van 10 cm tussen de groepjes aangegeven. Ik zaai meestal om de 15 cm. Dat verkleint de kans dat enkele planten rotte bladeren hebben bij het rooien (uithalen) in september – november.

Strooi wat losse fijnverkruimelde vochtige tuingrond op het witlofzaad in het voortje. Laagdikte ca 0,5 cm.

Het kan gebeuren dat van enkele groepjes niets opkomt. Of dat je per ongeluk bij het dunnen alle plantjes uittrekt. Of een mol ondergraaft het voortje en de plantjes zijn verdwenen.  Je kunt in enkele potjes met inzet (zie tip 2) tuingrond doen en hierop witlof zaaien. Zaai 3 of 4 zaadjes per potje. Zet deze potjes met “reserve witlof” in de tuingrond.

En nu maar wachten tot er witlofplantjes opgekomen zijn.

Als de plantjes ongeveer 4 tot 5 cm hoog zijn, plantjes uittrekken tot er per groepje 1 witlofplantje over is. Dan water sproeien. Als nodig “reserve witlof” op de lege plekken in de rij planten. 

Witlof groeit heel “gemakkelijk”.  Elke week schoffelen en tussen de plantjes in de rij het onkruid wieden is voldoende. Dank zij de lange penwortel zal witlof gemakkelijk water vinden en niet snel uitdrogen. Je hoeft alleen maar bij langdurige droogte water te geven.

Geplaatst in witlof | 2 reacties

23) Aardbeien beschermen tegen vogelvraat (kippengaas en vogelnet)

Vele mensen houden van aardbeien uit eigen tuin. Maar merels zijn er ook verzot op. 

Er bestaan allerlei bouwsels met netten om de vogels weg te houden van de aardbeiplanten. Om de aardbeien te plukken moet het net dan tijdelijk weggehaald worden. Of men moet onder het net kruipen.

Zo’n bouwwerk  is “vogelvriendelijk” als de netten strak gespannen zijn tot aan de grond en als er geen “inkruip-openingen” of “onderkruip-openingen” voor de vogels aanwezig zijn. Liggen de netten los over de aardbeien en/of liggen er delen van het net los op de grond dan kan een vogel hierin verstrikt raken. 

.

Ik verzon 2 bouwsels. Beide worden hier beschreven.

Mijn bouwwerk 1 (kuikengaas met gaatjesplastic)

Bij mijn bouwwerk nr 2 heb ik houten ramen gemaakt en daar vogelnet in gepannen. Een goed bouwsel maar vrij veel werk om te maken. Bouwwerk nr 2 wordt verder in dit bericht beschreven.

Misschien kan het iets eenvoudiger. Daarom bedacht ik bouwwerk nr 1. Dit bouwwerk heeft houten latten en gaatjesplastic. Ik ben bezig om uit te testen of dit ook goed werkt. Hieronder enkele foto’s van dit bouwsel (1 en 2 mei 2012).

Overzichtsfoto

Van elk eind van gaatjesfolie is ca 50 cm op een lat gerold. Elke lat met folie ligt op 2 latten die vertikaal in de grond staan. Spijkers zonder kop en gaatjes in de latten zorgen voor de “verbinding” tussen de latten. 

De latten die in de grond staan kunnen een stukje naar links en rechts wiebelen.

Met touw, 2 postelastieken naast elkaar en pennen in de grond wordt het gaatjesfolie strak gespannen. Het touw zit achter de spijker zonder kop, het post-elastiek achter een ijzeren pen met groen handvat. In plaats van de ijzeren pen kun je een lat met schroefoog schuin in de grond zetten.

De gaatjesfolie ligt 1 a 2 cm boven het gaas dat rondom de aardbeien staat. Voor een goede bescherming moet je boven het hele aardbeienveld gaatjesfolie spannen. De niet opgerolde zijkant van het gaatjesfolie moet dan ca 20 cm buiten het gaas uitsteken, denk ik.

Tijdens het plukken ligt de lat met gaatjesfolie op de andere lat met folie. De spijker zonder kop en gaatjes in de latten zorgen ervoor dat de latten met folie niet op de grond vallen.

 .

Na 10 dagen in weer en wind zijn de postelastieken stuk of “versleten”.

Op de markt kocht ik dit extra sterke bandelastiek. Het kost €2,95 voor 10 meter.  Op 10 mei heb ik de postelastieken vervangen door dit bandelastiek.

.

Mijn bouwwerk 2 (kuikengaas met vogelnet)

Ik verzon een bouwwerk waarbij het net gemakkelijk kan worden weggehaald en teruggeplaatst. Er raken geen vogels verstrikt in het net.

Het bouwsel bestaat uit de volgende onderdelen: 

  • Rondom mijn aardbeienveld is kuikengaas met openingen van 25 mm. Het gaas is ca 37 cm hoog. Het gaas wordt gesteund door latten en bamboestokken die vertikaal in de grond gestoken zijn.
  • Boven op de aardbeien zijn 2 “ramen” met hierin een strak gespannen vogelnet. De ramen liggen met de hoeken op de latten die in de grond zijn gestoken.

Vlak voor het plukken wordt 1 raam opgetild en op het andere raam gelegd.

 

Raam met vogelnet:

Mijn aardbeienveld is ca 1,40 m breed en 4,20 m lang. Ik heb 2 ramen met vogelnet gemaakt.

Foto van een raam met ingespannen net.

.

Op elk hoekpunt van het raam is een (wit) verbindingsplaatje, gezaagd uit een plastic snijplank. Aan de onderkant is een ”driehoeklatje” geschroefd. In de driehoekvormige ruimte komt de bovenkant van een lat waarop het raam ligt.

.

Luxe uitvoering 1:  Op de bovenzijde van het raam zijn korte “opleglatjes” geschroefd.

Hierdoor kun je de ramen op elkaar leggen zonder dat het net geraakt of beschadigd wordt. Niet noodzakelijk maar wel gemakkelijk.

.

Luxe uitvoering 2: Een handvat is erg gemakkelijk bij het optillen en neerleggen van een raam.

.

Raam uit elkaar halen.

Het raam met vogelnet kan gemakkelijk in en uit elkaar gehaald worden. Dat is handig bij het vervoeren naar de tuin en bij “winteropslag”.

Het raam met vogelnet. 

Het vogelnet is aan de zijkant losgehaald. Daarna zijn de korte zijlatten losgemaakt.

De schuine lat is losgehaald. De lange latten zijn op elkaar gelegd en het net is opgevouwd . Dit stapeltje is gemakkelijk te vervoeren.

Het weer opbouwen van het raam met vogelnet duurt ca 6 minuten.

.

Vogelbescherming neerzetten:

De ramen liggen op houten latten die in de grond staan. Deze latten zijn ongeveer 80 cm lang. Ik gebruik een aluminium buis en een plankje om gaten in de grond te maken. In deze gaten worden de latten gezet.

Op deze foto de afmetingen van het kuikengaas, een lat en de aluminium buis. 

Linker foto: De aluminium buis is in de grond gestoken. Hierna wordt de buis (met een plankje erop tegen beschadiging) in de grond geduwd of getimmerd en er weer uit gehaald. Daarna wordt de grond uit de aluminium buis geklopt.  Dit enkele keren herhalen tot het gat de juiste diepte heeft. Dan een lat in het gat zetten.

Rechter foto: De lat in de grond is enkele cm hoger dan de breedte van het gaas.

Aan een eind van het aardbeienveldje zijn 2 latten in de grond geplaatst. Elke lat staat ”gedraaid” in de grond met de brede zijde richting aardbeien. Het gaas dat later eromheen wordt geleid gaat de lat een beetje schuin trekken. Maar als de lat “zo gedraaid” in de grond staat wordt die minder schuin getrokken.

Op 2 latten in de grond is een raam gelegd. Hierna kun je de volgende 2 gaten in de grond maken.  

Hier ligt het eerste raam op 4 latten. Als de bovenkant van de latten niet in de “driehoeken” van het raam uitkomen, dan de latten wat opzij duwen en de grond aandrukken.

Zet daarna 4 latten in de grond voor het 2e raam. Leg het 2e raam op de latten.

Haal daarna alle ramen af.

Zet het kuikengaas tegen de latten rondom het aardbeienveld. Steek extra (bamboe)stokken in de grond ter ondersteuning.

Wil je 2 stukken gaas aan elkaar maken, steek dan een (bamboe)stok door de gaten van de 2 stukken gaas.

Maar je kunt ook van tevoren stukken gaas aan elkaar maken. Doe dit als volgt:

Knip met een scherpe tang van elk stuk gaas wat materiaal af totdat de einden eruit zien zoals op bovenstaande foto.

Leg beide stukken gaas op elkaar. Van beide stukken liggen de eerste hele zeskantige mazen op elkaar.

Draai met een tang de “losse uiteinden” om het ijzerdraad van het gaas. Doe dit bij elke zeskantige maas aan de linker- en de rechterkant. 

.

Aan het eind van het gaas kun je een “ruimte” in het gaas maken om de eerste lat in te steken:

Knip met een scherpe tang van het stuk gaas wat materiaal af totdat de einden eruit zien zoals op de bovenste foto. Vouw het eind van het gaas “rond”. Draai met een tang de “losse uiteinden” om het ijzerdraad van het gaas.

Na het plaatsen van het gaas mogen de (bamboe)stokken niet boven het gaas uitkomen. Anders liggen de ramen op de (bamboe)stokken in plaats van op de latten.

Leg hierna de ramen weer op. Als nodig de latten in de grond wat opzij duwen en de grond rondom de lat aandrukken. 

Op deze foto’s: Beide ramen opgelegd of 1 raam op de andere gelegd om te kunnen plukken.

.

Overweging

Ik heb al vele jaren kuikengaas rondom mijn aardbeienveld tegen vogelvraat. Vroeger spande ik daarna een net over de aardbeien en zette dat met 50 wasknijpers strakgespannen vast aan het gaas. En ik zorgde ervoor dat er geen net los op de grond lag of te laag hing.  Tijdens de oogst moest ik veel wasknijpers loshalen en later weer opzetten.  

In 2009 kreeg ik 9 stukken dik geplastificeerd gaas van mijn “buurman op de hoek”. Hij had ze niet meer nodig. De stukken gaas zijn ca 1,55 x 0,60 m.

Zulke stukken gaas lagen op het kuikengaas, boven de aardbeienplanten.

Zie bovenstaande foto uit 2011. De gele rechthoek geeft het aardbeienveld aan. De stukken gaas waren wel stevig maar toch zo zwaar dat ik extra paaltjes en latten tussen de aardbeien moest plaatsen om ze daar op te leggen. Tijdens het plukken moest ik telkens 9 stukken gaas optillen en verleggen.

In 2012 heb ik het bouwwerk met de 2 ramen gemaakt dat in dit bericht wordt beschreven. 

Benodigdheden:

  • Kuikengaas. Dat is gaas met openingen van 25 mm. Ik knipte 75 cm hoog gaas in de lengte middendoor.  Daarna knipte ik de ontstane losse ijzerdraadjes eraf. Zo kreeg ik gaas van ca 37 cm hoog.  Je kunt ook 50 cm hoog gaas gebruiken.  Je moet er wel gemakkelijk overheen kunnen stappen bij het plukken. Kuikengaas 75 cm hoog kost ca €1,70 per strekkende meter, 50 cm hoog ongeveer €1,20.
  • 1 (witte) polypropeen (plastic) snijplank van ca 25 x 35 cm. Prijs ca €3,50, te koop bij een grote supermarkt. 
  • Latten van (ongeschaafd) vuren hout, bv 22 x 32 mm breed.
  • Nylon tuinnet, bv 5 x 3 meter, prijs ca €7,00
  • Polypropeen (plastic) koord, 20 meter, prijs ca €4,00
  • Schroefduimen of houtschroeven en spaanplaatschroeven.

.

Bouwbeschrijving:

  • Zaag verbindingsplaatjes uit de plastic snijplank:

Teken op de snijplank lijntjes zoals op de bovenstaande foto. De lijnen verdelen de plank (vanaf onderzijde “handvat”) in 9 vakjes van ca 10,5 bij 8,3 cm.

Opmerking:

Let op: de zwarte aftekenlijn op de foto loopt langs de onderzijde van het “handvat”. De andere “grijze lijnen” op de foto zijn die van een klein randje in de plank.

Zaag met een ijzerzaag de 9 plaatjes uit de plank.

  • Zaag de latten op maat.  Voor 1 raam heb je 4 latten nodig.  Telkens 2 latten van gelijke lengte. 
  • Maak de latten aan elkaar vast met verbindingsplaatjes en (spaanplaat)schroeven.

Op de foto zie je waar je de gaten in het plaatje zijn geboord. En waar de schroeven in de latten zijn gedraaid. De schroeven zitten minimaal ca 2 cm van het eind van de lat. Voor het inschroeven in de lat eerst een klein gaatje in het hout boren (zogenaamd “voorboren”). Anders kan de lat gaan barsten of scheuren.

  • Zet de “schuine”lat op.

De schuine lat zorgt voor stevigheid van het raam. De lat wordt met spaanplaatschroeven vastgezet.  Hierna de lat weer loshalen om het net te bevestigen.

  • Maak het vogelnet vast (1)

Je kunt een (groen) poly-etheen vogelnet vastmaken met punaises. Zo’n net is goedkoop. Het opspannen is vrij snel gedaan.  Je hebt wel veel punaises nodig om het net strak te spannen.  Het proberen waard.

Na het opspannen de “schuine lat” weer vastschroeven. Daarna kun je de andere latjes vastmaken (opleglatjes, driehoeklatjes enz). Zie verder.

  • Maak het vogelnet vast (2)

Je kunt een nylon vogelnet gebruiken. Een nylon net is sterker dan een poly-etheen net. Het nylon net bestaat uit vierkante mazen en kan goed opgespannen worden.

Leg het raam op 2 verhogingen. Leg daarna het net over het raam. Trek het net (een beetje) strak over het raam.

“Schuin” opspannen

Op de foto’s hierboven zie je een hoek van het nylon net. Aan de bovenkant is een rij met dubbele draadjes. Aan de rechterkant zijn de draadjes doorgeknipt. 

Het is de bedoeling dat het nylon net “schuin” wordt opgespannen, dus als vierkantjes op een hoekpunt. Op de onderste foto is langs het dunne balkje opgespannen. 

Alle kanten opspannen

Het net moet aan 4 kanten opgespannen zijn. Op bovenstaande foto’s zie je wat er gebeurt als 2 (zij)kanten strakker gespannen zijn. Vierkantjes worden platter,  lusjes van het net gaan schuiven en het net krijgt de vorm van een ”wespentaille”.

Je kunt het net beter opspannen met plastic koord. Dat gaat veel handiger dan met een lat.

  • Maak het vogelnet vast (3)

Knip een stuk koord af. Leg aan een kant van het koord een knoop. Maak aan de andere kant een lus van ca 1,5 cm. Maak de lus met een stukje “binddraad” vast aan het net: in de hoek van het net, ongeveer 3 of 4 vierkantjes (mazen) van het eind en in de eerste of 2e rij van onder. 

Door het koord aan het net vast te maken zal het koord niet uit de mazen van het net gaan als je het net losmaakt van de lat. Dit doe je bijvoorbeeld als je het raam uit elkaar haalt om te vervoeren.

.

Rijg het stuk koord door ca 6 mazen van het net zoals op de foto is te zien. Rijg het koord over een “knooppunt”, dan onder een knooppunt door, weer erover, weer eronder enzovoort.

.

Draai een houtschroef in de lat, circa 3 cm van het witte plaatje af. Een kort “opleglatje” moet tussen de schroef en het plaatje passen. Draai de schroef in tot de kop ca 1/2 cm boven het hout is.  

Doe de lus van het koord en 1 maas van het net om de schroef.  Maak de hoek van het net vast: haak een draadje achter een hoek van het witte plaatje.

.

Draai ook een houtschroef aan de andere kant in de lat.

Mijn net heeft een maaswijdte van 28 mm. Dit betekent: de zijden van een vierkant in het net zijn 28 mm lang.   De afstand tussen 2 overliggende hoeken in zo’n vierkant (“diagonaal”)  is ruim 39 mm. Je kunt dit uitrekenen of gewoon opmeten. Ik reken met 40 mm, dus 4 cm. 

Meet de afstand tussen de 2 schroeven op de lat (bij mijn raam is dat 180 cm).

Bereken het aantal mazen waardoor het koord geleid moet worden uit deze afstanden. Dat is  (afstand tussen 2 schroeven) : (afstand diagonaal).  Bij mijn raam is dit   180 : 4  (180  gedeeld door 4). Dat is 45. Het koord moet bij mijn raam door 45 vierkanten van het net geleid worden.

Leid het stuk koord door de mazen (vierkanten). Leg het koord en een maas om de schroef. Maak het koord met een stukje “binddraad” vast aan het net, 1 of 2 mazen voor de schroef.

.

Maak een lus in het koord.

.

Draai een schroefduim of een houtschroef in de lat, ca 30 cm links van de schroef op de vorige foto.

.

Maak een “postelastiek” vast in de lus.

.

Leg het eind van de postelastiek om de houtschroef.

.

Later wordt een maas van het net om de houtschroef gedaan om het net nog strakker op te spannen..

.

Al deze handelingen gaan ook goed als er korte latjes opgeschroefd zijn.

.

Koord vastmaken met een lus en een knoop in plaats van met postelastiek.

Vastmaken met elastiek is gemakkelijk en gaat snel.

Het kan ook zonder elastiek. Je kunt het koord strak spannen en vastmaken met een lus en knoop. Foto 1 en 2: Schroef een houtschroef in de lat, ca 15 tot 20 cm afstand van de andere schroef. Leg het koord rond de schroef en door de lus. Foto 3 en 4: Trek het koord strak rondom de schroef. Foto 5: Draai het koord 2 of 3 keer rondom de schroef.  Maak het koord vast met een knoop of strik en knoop.

Intussen weet ik dat een strakgespannen postelastiek na ca 10 tot 15 dagen in weer en wind stuk is. Standaard postelastiek is de zwakste schakel. Je kunt de elastieken wel snel en gemakkelijk vervangen door nieuwe.

Op de markt heb ik dit bandelastiek gekocht.

Ik heb bij de ramen boven mijn aardbeien het postelastiek erafgehaald.

 Elke postelastiekband is vervangen door 4 “lagen” wit stevig bandelastiek.  Postelastiek is ongeveer 2 keer zo “stevig” als bandstiek.  Daarom gebruik ik 4 lagen bandelastiek naast elkaar om met ongeveer dezelfde kracht aan het koord te trekken.

De 2 lussen bandelastiek van de vorige foto zijn achter de schroef gedaan. Zo trekken 4 “lagen”bandelastiek aan het koord. 

Misschien is dit witte bandelastiek een goede oplossing.

 Maar als u ook iets beters weet als vervanging van de postelastieken  (goedkoop, gemakkelijk te verkrijgen), geef dan a.u.b. een reactie. Alvast bedankt.

.

.

Volgende lat.

Het net is nu langs 1 lat gespannen. Hierna moet het net langs een “dwarslat” worden gespannen. 

Draai een houtschroef in die dwarslat, op ca 3 cm afstand van een wit plaatje.

Leg het net op het witte plaatje.  Ga na door welke mazen het koord moet worden gespannen bij de dwarslat. De mazen moeten ongeveer vierkant worden.

Doe bij deze lat hetzelfde (schroeven indraaien, binddraad vastmaken, koord rijgen, vastmaken) als bij de eerste lat.

Daarna volgen de andere dwarslat en tenslotte de laatste lat.

Schroef de ”schuine lat”vast op de latten.

Schroef in elke lat enkele houtschroeven. Haak het koord achter deze schroeven om het net strak te spannen.

Als het net te los gespannen is, dan moet je bij 1 lat het koord een halve of een hele maas verder doorleiden.

Knip met een scherpe schaar het net “op maat”.

  • Schroef driehoek-balkjes vast. Zet restjes net vast. 

De driehoek-balkjes zijn ca 11 cm lang. Schroef elk balkje met een (spaanplaat)schroef vast aan een wit plaatje. Zet daana restjes net vast met een punaise 

  • Schroef opleg-latjes op.

Deze latjes zijn ca 15 cm lang. Schroef ze vast vlak naast een wit plaatje.

  • Handvat vastschroeven.

Schroef het handvat opde schuine lat.

  • Dunne lat opschroeven.

Schroef een dunne lat vast om het net te steunen. Hierdoor zakt het net niet te ver door.

Geplaatst in aardbeien | 6 reacties

22) Uien zaaien in een voortje

Uien kun je op 2 manieren kweken;

  • Poot-uien planten. Dit zijn kleine uitjes die uitgroeien tot grote. Bericht 5 gaat hierover.
  • Uien zaaien. Hierbij strooi je uienzaadjes in de tuin. Na opkomst groeien de uienplantjes uit tot grote uien. De maand maart is een geschikte tijd voor het zaaien van deze uien. Je kunt in maart om en om rijtjes uien en rijtjes zomerwortelen zaaien.

Op bovenstaande foto zie je dat poot-uitjes en uienzaad tot ongeveer even grote uien kunnen uitgroeien. Dit zijn uien die in 2011 zijn gegroeid.

Grote plantuien zijn plat van vorm. Ik bewaar ze in een ruimte van ca 12 – 18 C. Vanaf maart/april gaan deze uien “schieten”. Er vormt zich een stengel in de ui. En er blijft steeds minder “ui” over.

Grote zaaiuien zijn ongeveer kogelrond van vorm. Deze uien gaan minder snel schieten tijdens het bewaren. Ze zijn dus langer houdbaar dan de grote plantuien.

Het viel mij in 2011 op dat zaaiuien veel minder last hadden van de uienvlieg dan plantuien. Deze plaag wordt beschreven in tip 4.

.

Uienzaad

Ik gebruik dit ras uienzaad. In een zakje zit 4 gram (honderden zaadjes) en kost ca €1,40. Het uienzaad lijkt op preizaad. Niet zo gek want ui en prei zijn familie van elkaar. Zaaitijd is van begin maart tot eind april.

.

Zaaien

Uien groeien het best in grond die het vorige jaar bemest is. Ze groeien op resten voedingsstoffen die over zijn van een jaar geleden. Heb je een jaar geleden niet gemest, werk dan compost in de grond voor het zaaien.

Ik zaai in een ondiep voortje, ca 8 cm breed, 5 cm diep. Bij tip 6 staan de voordelen van een een voortje (o.a. minder snel uitdrogen, gemakkelijk bij water geven).

  • Zorg voor losse (gespitte) grond.
  • Foto 1: Leg stapplanken neer (om de gespitte grond niet aan te drukken).
  • Foto 1:  Span een lijntje (touw of elastiek).  Maak een voortje met een voortjesplankje, ca 8 cm breed, ca 5 cm diep.
  • Foto 2: Giet de grond in het voortje. Gebruik een gieter met een fijne broes. Houd de broes vlak boven de grond in het voortje.
  • Foto 3: Leg een “lat met afstandsstreepjes” tegen de rand van het voortje.
  • Foto 4:  Strooi zaadjes in een bakje zodat ze goed te zien zijn. Gebruik je vingers, een pincet of een cocktailprikkertje bij het zaaien. Ik vind dat zaaien met het prikkertje (met bevochtigde punt) het beste gaat.
  • Foto 5: Leg om de 10 cm 6 uienzaadjes in het voortje. Op het zakje staat 5 cm tussenafstand tussen de plantjes en na 6 weken iets uitdunnen. Maar de uien kunnen zo groot worden dat 5 cm veel te dicht bij elkaar is. 
  • Om de 10 cm zaai ik 6 uienzaadjes in de voor.  In 2012 bemerkte ik dat uienzaden niet zo gemakkelijk ontkiemen.  Er zijn veel uienzaadjes in een zakje zaad.  Elk voorjaar koop ik nieuw uienzaad.  Uienzaad ouder dan 1 jaar kiemt niet meer zo goed.
  • Uit elk groepje zullen 1, 2, 3, 4, 5 of 6 plantjes uitgroeien. Na enkele weken trek ik van elk groepje de kleinste uienplantjes uit de grond tot de 2 grootste planten over zijn. Daarna water geven.
  • Enkele weken later trek ik het kleinste plantje uit zodat de grotste overblijft. En weer water geven.
  • Als je om de 5 cm 1 zaadje neerlegt dan kunnen er “gaten” in de rij komen als enkele plantjes niet uitkomen (z = uienzaadje   p = uienplantje);     ”z z z z z z z z z z z z z”    wordt dan   “p p     p        p p    p p        p”.   

.

Opmerking 1: 

Prik een satestokje of een lucifer in de voor bij de lineaal op de plaats waar gezaaid moet worden.  Zet na het neerleggen van de 6 zaadjes per groepje het stokje bij het volgende streepje. Zo kun je zien tot hoever je gezaaid hebt. 

Opmerking 2: 

Je kunt ook per groepje 3 gekiemde uienzaadjes in de voor leggen. Of om en om 3 uienzaadjes en 3 winterwortelzaadjes.

.

Zaden bedekken

Haal ergens anders in de tuin de (droge) bovenlaag weg. Pak daar met een schepje of met de hand wat vochtige grond uit je tuin. Verkruimel de tuingrond en strooi de grond in een dun laagje (ca 0,5 cm dik) op de uienzaadjes in het voortje. 

Haal de stapplanken weg. Schoffel de grond waar de stapplanken lagen.

.

Beschermen tegen de koude

Het kan in maart erg koud zijn. Daarom kun je na het zaaien een bescherming  tegen de koude op de voor leggen.

Het is handig om stukken golfplaat van ca 16 cm breed (50 tot 100 cm lang) op het voortje te leggen. Leg een baksteen op elk stuk  golfplaat tegen wegwaaien. Tussen de plaatjes is een ruimte over voor goede beluchting. Tussen de golfplaat en het zaaisel is enkele cm ruimte doordat ik in een voortje heb gezaaid.

Geplaatst in uien, vroeg | 3 reacties

21) Tips over grondbewerking

In dit bericht vindt u info over:

  1. Zandgrond losmaken. Wel of niet spitten. Mest of compost in de grond brengen.
  2. Staptegels.
  3. Spitten met of zonder omkeer.
  4. Schoffelen.
  5. Mest, compost of niets.
  6. Kruiwagen.

.

1.  Zandgrond losmaken. Wel of niet spitten. Mest of compost in de grond brengen.

In het voorjaar wordt de grond voorbereid voor het nieuwe tuinseizoen. Dit houdt vaak in: omspitten en mest of compost in de grond brengen. Veel tuinders kunnen goed spitten en mest onderwerken.

Maar sommige tuincollega’s vinden dat gespit maar moeilijk. Voor hen heb ik het een en ander in dit bericht gezet.

.

Grond losmaken, niet spitten.

Planten groeien beter in een wat lossere grond dan in vaste, aangetrapte grond. Als je niet wilt spitten, dan kun je de grond losmaken met een riek of een spade (schop):

  • riek of spade in de grond steken,
  • steel van de riek of schop heen en weer bewegen,
  • riek of spade uit de grond halen,
  • riek of schop een stukje verder in de grond steken.
  • steel van de riek of spade heen en weer bewegen,
  • enzovoort.

Voordelen: 

  1. Minder vermoeiend dan spitten,
  2. Redelijk snelle werkwijze.

.

Nadelen:

  1. Harde, aangetrapte grond is moeilijk los te maken,
  2. Het is onmogelijk om tegelijkertijd meststoffen of compost in de grond te brengen,
  3. Bij grond waar planten opstaan (“onkruid”, overgebleven lage gewassen, groenbemester) moeten de planten eerst verwijderd worden.  

.

Grond losmaken, wel spitten.

Veel tuinders spitten de grond.  Op plaatsen in de tuin waar “grote eters” worden gekweekt wordt tijdens het spitten mest of compost in de grond gebracht. Grote eters zijn bv aardappelen, koolplanten, andijvie, sla en prei.

Met een voor spitten gaat het handigst. Een voor is een sleuf in de grond die ongeveer even breed en even diep is als de schop (spade) die je gebruikt.  Tijdens het spitten leg je “groen” (onkruid, overgebleven lage gewassen, groenbemester) en meststoffen in de voor. Door grondverplaatsing tijdens het spitten vul je telkens de oude voor en maak je een nieuwe voor.

.

Voorbereiding 1 (overal in de tuin is veel groen):

De foto’s hierboven zijn van tuinen op ons volkstuincomplex. Tuincollega’s, hartelijk dank.

Is er overal in de tuin veel groen (onkruid, overgebleven lage gewassen, groenbemester) dan moet je eerst een “groenvrije baan” maken. Dit doe je aan de rand van het stuk tuin dat je gaat omspitten.

Op de foto’s zie je hoe je een groenvrije baan maakt aan het begin van het stuk dat je wilt omspitten. Maak met een scherpe spade een snede in het groen (foto 2). Steek daarna het groen los met een schop (foto 3). Schud met een riek de grond van het groen af en gooi het groen op een hoop of in een emmer (foto 4). Op foto 5 ziet u de groenvrije baan die gemaakt is.

De volgende stap bij “overal in de tuin is veel groen” is het maken van een voor. De voor maak je natuurlijk op de plaats waar je de groenvrije baan hebt gemaakt.  Het maken van een voor in de grond wordt verderop beschreven.

.

Voorbereiding 2 (Aan een rand van de tuin is weinig groen):

Is er weinig groen aan een rand van het stuk tuin, zoals op bovenstaande foto onderaan, maak dan bij die rand een groenvrije baan.  Schep het groen van de grond en werp (of leg) het een stukje verder op de te spitten grond. Bij het spitten zul je weinig last hebben van die delen groen.

De volgende stap is het maken van een voor op de plaats waar de groenvrije baan is gemaakt. 

.

Voorbereiding 3 (Aan een rand van de tuin is geen groen):

Is de rand groenvrij zoals (vooraan) op bovenstaande foto dan kun je daar meteen beginnen met het maken van de voor.

.

Een voor maken:

  • Leg een “grondkleed” (stukken plastic folie, lege plastic zakken, stukken stevige stof (bv rolgordijn) of zoiets) vlak naast het te spitten deel. Op foto 1 wordt het deel links van het tegelpad gespit. Op de tegels en op de grond rechts ervan ligt het grondkleed.
  • Maak een voor aan het begin van het stuk tuin dat je gaat spitten. Op foto 2 en 3 zie je dat de voor vlak onder het ijzerdraad gemaakt is.
  • Leg de grond uit de voor op het grondkleed (foto 4). Het is handig om de grond met een emmer of een kruiwagen naar het grondkleed te vervoeren. Dan hoef je niet zo vaak heen en weer te lopen.

Spitten, stap 1: Bovenlaag in de voor leggen:

Schep vlak naast de voor de bovenlaag van de grond af. Leg deze bovenlaag “op de kop” in de voor. Doe dit ”bovenlaag afscheppen” altijd, ook als er geen of weinig groen op de bovenlaag groeit.   

De plantenresten uit de bovenlaag worden op de kop in de voor gelegd. Ze zullen daarna niet meer gaan groeien maar ze verteren in de grond tot voedingsstof, mest.

.

Spitten, stap 2: (Mest of compost in de voor leggen), grond in de voor leggen en een nieuwe voor maken:

Als je voedingsstoffen (mest, compost) in de grond wil brengen, leg die dan tegen de schuine zijkant van de voor. Op foto 1 en 2 is dit tegen de linkerkant. 

Waarom tegen de zijkant:

  • Via de mest of compost wordt lucht toegelaten in de grond.
  • De compost of de mest verteert daardoor beter en sneller.
  • Diep wortelende planten en ondiep wortelende planten kunnen bij de voedingsstoffen.
  • Pieren (aardwormen) zullen de messtoffen in de grond verder verdelen.
  • Ligt de meststof onder in de voor begraven, dan duurt het langer voordat die verteerd is. Grote kans dat je de meststof bij de volgende keer spitten weer tegenkomt.

Na het inleggen van meststof ga je een voor spitten. Steek telkens met de schop de grond naast de voor los en leg de grond in de voor (foto 3). Het handigste gaat dit door de spade met grond naar opzij om te keren. Dus niet hoog optillen. Als je de schop met grond ”hoog door de lucht” beweegt en de grond daarna neerlegt word je wel erg moe.

Na het neerleggen van een spade grond kun je de schop even in de neergelegde grond steken. Hierdoor maak je deze grond wat losser en maak je grondkluiten kleiner.

Vaak lijkt het alsof er te veel grond is tijdens het spitten. Zak even door en kijk naar het gespitte deel. Zijn er lage plekken zichtbaar, strooi daar dan een schep grond overheen. Of leg de schep grond aan het eind op het grondkleed. Vaak heb je aan het eind wat grond tekort.

.

Spitten stap 3: Aan het eind van het stuk tuin: 

  • Aan het eind van het spitwerk eindig je met een voor (foto 1).
  • Heb je nog groen over (van een groenvrije baan maken) dan kun je het onder in deze  voor leggen.  
  • Schep met de spade de meeste grond van het grondkleed in de voor (foto 2).
  • Schuif daarna elk stuk grondkleed net over de rand.
  • Til het stuk grondkleed aan de andere kant op en laat de grond in de voor glijden. 

.

 .

2.  Staptegels.

Op enkele grote delen van mijn tuin maak ik geen bedden en paden, bv het stuk waar ik aardappelen ga poten. Om zo’n stuk te kunnen schoffelen leg ik tijdens het spitten stapstenen op de grond. Doe dit als volgt:

  • Leg extra grond op het gespitte deel zodat er plaatselijk een verhoging ontstaat. Haal of schuif midden op die verhoging wat grond weg. Hierdoor ontstaat er een kuiltje (foto 1).
  • Leg met een riek een stoeptegel op de verhoging (foto 2 en 3).
  • Ga voorzichtig op de stoeptegel staan. Hierdoor zakt de tegel en komt die stevig op (in) de grond te liggen (foto 4).

.

3.  Spitten met of zonder omkeer.

Spitten met omkeer of kwartslag draai

Als je “normaal” spit, dan keer je telkens de spade met grond naar opzij om. Hierdoor wordt de grond ongeveer een kwart slag tot een halve slag gedraaid.  Op de foto hierboven zie je dat de 3 (ingestoken) hulsttakjes na het spitten zowat verdwenen zijn. Een klein stukje is nog zichtbaar, midden links op de onderste foto. 

Bij hoog optillen en omdraaien tijdens het spitten kun je de grond zelfs op de kop in de voor terecht laten komen.

Voor het bodemleven (bacterien, schimmels enz) is spitten dan ook schrikken!  Organismen die vlak onder de grond leven kunnen na het spitten ineens diep in de grond zitten. Het duurt een (lange) tijd voordat de toestand van voor het spitten weer hersteld is.

.

Het is mogelijk om te spitten zonder een kwartsslag draai of “op de kop”.

Spitten zonder omkeer of kwartsslag draai

Als je tijdens het spitten het onderstaande doet wordt de grond niet gekeerd;

  • Steek de spade in de grond en maak een deel van de grond los.
  • Til de schop met grond voorzichig op terwijl de steel van de spade schuin naar boven blijft wijzen.
  • Draai de spade met grond zodat de steel naar boven blijft wijzen, maar nu in een andere windrichting,
  • Leg de schop met grond in de voor tegen de schuine kant.
  • Trek voorzichtig de spade onder (naast) de grond vandaan.
  • Het blok grond is nu gedraaid, maar de bovenzijde is (ongeveer) nog steeds naar boven gericht.
  • Steek met de spade in de neergelegde grond om die los te maken.

Op deze foto’s zie je dat het mij lukte om 3 keer na elkaar te spitten zonder kwartslag of op de kop. Van deze manier van spitten word je wel eerder moe en je kunt er wat pijn in de rug van krijgen.

.

4.  Schoffelen.

Na het spitten kan het enkele dagen tot weken duren voordat er groenten (of bloemen) opstaan. 

Intussen staat de natuur niet stil. Als je “niets doet” zie je na enkele weken kleine onkruidplantjes op de gespitte grond verschijnen. Bij een van mijn volkstuincollega’s maakte ik bovenstaande foto. Hierop zie je de grond enkele weken na het spitten.

Tip: schoffel telkens om de 7 dagen de gespitte grond. Je zult zien dat er dan geen of maar heel weinig klein onkruid op de grond groeit. De grond wordt zo ook fijnkruimelig want de kluiten worden kapotgeschoffeld.  Geschoffelde grond warmt eerder op in de zon en droogt minder snel uit.

Kortom: schoffel, schoffel, schoffel, schoffel……

.

5.  Mest, compost of niets.

Om te kunnen groeien hebben de planten in je tuin allerlei voedingsstoffen nodig. Met koolzuurgas uit de lucht, water uit de bodem en zonlicht maken ze suikers aan. Deze stoffen zijn volop aanwezig en kosten niks of bijna niks. 

Maar planten hebben ook nog andere stoffen (elementen) nodig om te groeien, o.a. stikstof,  fosfor, kalium, calcium, zwavel, magnesium. De plant neemt deze stoffen uit de tuingrond via zijn wortels. Als je oogst haal je deze stoffen weg uit de tuin. Door mest of compost op of in de grond te werken breng je deze stoffen weer in de grond. Zo voed je de tuingrond en verbeter je de structuur van de grond. 

Er bestaan tuinders die volop groenten oogsten zonder compost of (stal)mest in de grond te brengen. Dat kan alleen maar op grond die (nog) voedingsstoffen bevat van de vorige huurder of gebruiker. Door deze wijze van tuinieren wordt de grond uitgeput. Na een of enkele jaren zal de oogst steeds minder worden of zullen de planten steeds kleiner zijn. 

Grond is net als een spaarpot: stop je er geen geld in, dan kun je er later niets uithalen voor een grote aankoop. Stop je geen voedingsstoffen in de grond, dan krijg je geen of geen grote oogst.

Sorry zo zit de natuur in elkaar. Ik kan er ook niets aan doen…..

Meer info over voedingsstoffen vind je op:    groennet

.

6. Kruiwagen

Sommige tuinders halen plantaardig materiaal (“gras, onkruid, takken, rommel”) van de tuin en brengen dat naar de “algemene composthoop”.  Dit is eigenlijk zonde. Want zo haal je voedingsstoffen weg bij je tuin. Je kunt het materiaal beter onderspitten. Of leg het op een hoop of op de composthoop in je eigen tuin. Na enkele maanden is het omgezet in goede compost, voeding voor je tuin.

Dit geldt niet voor stronken en wortels van koolplanten, zieke planten, onkruid dat in bloei staat en/of zaad gaat strooien.  Die kun je beter uit je tuin verwijderen.

Geplaatst in grond | 1 reactie

20) Vroege zomerwortels (binnen zaaien, buiten opkweken)

Ik wil altijd zo vroeg mogelijk in de lente de eerste zomerwortels kweken. In tuinboeken en op internet vind je artikelen over wortelzaadjes voorkiemen in turfmolm of in vochtig zand en daarna de (plakkerige) zaadjes voorzichtig uitzaaien. Volgens mij is deze werkwijze niet erg gemakkelijk. 

.

Mijn werkwijze: 

Gebruik een bak met (4) delen potgrond naast elkaar. Leg ”droge” of “gekiemde” zomerwortelzaadjes op de potgrond en dek daarna de zaadjes af met fijnverdeelde potgrond. 

Wacht tot de zaadjes ontkiemd zijn of tot de wortelplantjes opgekomen of groot genoeg zijn. Schuif dan de potgronddelen (1 voor 1)  in een voortje in de tuin.  Zo “verhuizen” de wortelplantjes naar de tuin.

.

Doperwtplanten uit een bak in de tuingrond schuiven was al bekend. Bram stuurde een reactie met een link.  Zie onderaan bij deze tip.  Bram, hartelijk dank.

Zomerwortelplantjes zijn veel kleiner dan doperwtplanten als ze overgeschoven worden. Daarom moet het overschuiven bij wortelplantjes voorzichtiger gebeuren. 

.

Zomerwortels binnen zaaien en buiten opkweken.

Gekiemde zomerwortelzaden.

Voor vroege wortelplantjes van ongeveer dezelfde grootte kun je wortelzaadjes voorkiemen op vochtig toiletpapier en de ontkiemende zaadjes in de bak op potgrond leggen. Als je een donkergrijs plastic plaatje in het velletje toiletpapier vouwt kun je de ontkiemende zaadjes beter zien dan in een wit bakje met toiletpapier.  Zie de foto’s hierboven.

Hoe dit voorkiemen gaat staat op onderstaande foto’s:

 .

Vouw een donkergrijs plastic plaatje in een velletje toiletpapier. Leg het in een margarinekuipje en besproei het met water. Strooi wortelzaadjes in een margarinekuipje. Dan kun je ze goed zien. Pak telkens een wortelzaadje op met een pincet of met de vochtige punt van een prikkertje. Leg het op het vochtige toiletpapier. Dek het zaaisel af door er een leeg margarinekuipje op (in) te zetten. 

.

Benodigdheden voor het schuiven van zomerwortels.

  • Bak met potgrond.
  • Een langwerpige bak met 1 afneembare korte zijkant.
  • Plastic plaatjes die in de bak passen.
  • Blokje hout.
  • Plamuurmes, 5 cm breed.

.

Bak vullen met potgrond

Zet eerst de 2 lange plastic plaatjes in de bak, tegen elke korte zijkant van de bak 1 plaatje.  Vul daarna de bak met losse potgrond tot aan de rand.  Zie foto’s boven.

  • Maak met een plamuurmes een “scheiding” in de potgrond tot op de bodem van de bak (foto 1 en 2).
  • Zet 2 plastic plaatjes naast elkaar in deze scheiding (foto 3). Een rechthoekig plaatje en een plaatje met een hoekje af.
  • Dit “hoekje af” zorgt ervoor dat je later het plamuurmes gemakkelijker tussen de plaatjes kunt steken.
  • Doe hetzelfde op meer plaatsen in de bak. Er is ca 7 cm tussen elk paar plaatjes (foto 4). 
  • Verdeel de potgrond met het plamuurmes en druk de grond aan met een houtblokje (foto 4 en 5). 

Wortels zaaien (droog wortelzaad).

  • Strooi droge wortelzaden in een bakje, bv leeg margarinekuipje. Hierin kun je de zaadjes goed zien.
  • Sproei de potgrond.
  • Leg de droge wortelzaadjes op de potgrond met een pincet of cocktailprikkertje. Info over deze wijze van zaaien vindt u bij tip 2 “Eenvoudige hulpmiddelen en tips”.
  • Leg de zaadjes ongeveer 3 a 4 cm uit elkaar. Anders gaan de wortels in de grond om elkaar groeien.

.

Wortels zaaien (voorgekiemd wortelzaad).

  • Sproei de potgrond.
  • Leg met een pincet gekiemde wortelzaden op de potgrond. 
  • Leg de zaadjes ongeveer 3 a 4 cm uit elkaar. Anders gaan de wortels in de grond om elkaar groeien.

.

Potgrond opstrooien en zaaisel afdekken.

  • Strooi een dun laagje potgrond op het zaaisel.
  • Dek af met een plankje. Er ontstaat een smalle luchtopening doordat het plankje op de 2 hoge plastic plaatjes ligt aan de uiteinden van de bak.  

  • Zet het geheel in een ruimte van ca 20 C.  Zodra de eerste plantjes zichtbaar zijn, het plankje weghalen en de bak voor een raam zetten bij 15 – 20 C.  
  • Laat de wortelplantjes binnenshuis groeien tot ze 2 a 3 cm hoog zijn.  Maar als het erg vriest, dan langer binnenshuis houden.

.

Schuifidee

Op bovenstaande foto ziet u wat er gebeurt als men een lang blok potgrond van 30 cm lang verschuift: opkrullen en vervormen.  Daarom schuif ik potgronddelen van ca 7 cm lang.

Door de potgrond in de bak te verdelen kun je telkens een potgronddeel verschuiven zonder vervorming.  Het plamuurmes wordt tussen de plaatjes gestoken. De plaatjes zorgen voor minimale vervorming of beschadiging van de potgronddelen.

.

Wortels in de tuin “zetten”

Op deze foto zijn de wortelplantjes in de bak groot genoeg om in de tuin te zetten. Maar is het erg koud (vriezend) weer, zet dan de wortelplantjes niet in de tuin. Wacht dan enkele dagen (weken) tot het beter weer is.

Voorbereiding:

Voorbereidingen voordat je de wortelplantjes in de tuin zet:

  • Sproei de potgrond (foto 1). Hierdoor plakt de potgrond beter. De potgrond valt dan niet zo makkelijk uit elkaar tijdens het schuiven. 
  • Span een lijntje (touw, elastiek) om recht te kunnen neerzetten.
  • Bepaal waar het neerzetten begint; bij de rand of bij de wortelplantjes die er al staan.
  • Graaf een diep voortje van ongeveer 1,5 bak lang en ca 10 cm breed vanaf dat begin. Vul het voortje daarna met compost en losse tuingrond en meng het door elkaar (foto 3 en 4).
  • Zet de bak op de grond en meet 2 x de baklengte af vanaf dat begin. Haal naast het gevulde voortje nog wat grond weg. (foto 4, links). Deze ruimte heb je nodig bij het schuiven.
  • Haal het (rode) elastiekje van de bak. Maak het (witte) elastiek rond de bak los.  Haal het ∟ vormig plaatje en het rechthoekig plaatje voorzichtig weg. Zie foto 5.

Neerzetten:

Op bovenstaande foto’s ziet u hoe potgronddelen met wortelplantjes in het voortje worden geschoven.

Nabewerking:

De potgronddelen liggen op hun plaats. Hierna wordt tuingrond rondom de potgronddelen gestrooid en geschoven. Het witte plaatje (links op foto 4) geeft het eind aan van de potgronddelen. Dit is handig voor de volgende keer.

Zet bij koud weer een kleine tunnel van doorzichtige golfplaten over de plantjes (foto 5).

.

Oogst

Op 15 mei 2012 heb ik de eerste zomerworteltjes geoogst. Ik had ze half februari binnengezaaid en het potgrondblok eind februari in de tuin geschoven. Er stond enkele weken een golfplaat-tunnel over de plantjes.  De zaadjes lagen iets te dicht bij elkaar op de potgrond want enkele worteltjes zijn om elkaar gegroeid. 

.

Maakbeschrijving

Maak de bak als volgt:

  • Gebruik een bestekbak (ladebak) of iets dergelijks. Bijvoorbeeld een bak van Curver. Deze is ca 30 cm lang, 6 cm breed (onder) en 5 cm hoog. Prijs €1,80.
  • Zaag met een ijzerzaag een korte zijwand van de bak af. Hierbij zaag je ook ca 1 cm van de lange zijkanten af.  Gebruik een houten balkje als ondersteuning bij het zagen (zie foto 2).
  • Haal na het zagen restjes plastic weg met een schaar of mes (foto 3).
  • Haal met een mes en schuurpapier een deel van de ronde verhoging weg (foto 4).  Deze verhoging zit midden in de bak en kan het schuiven hinderen. 
  • Zaag uit de wanden van een andere Curver bak 6 vlakke plaatjes van ca 5 cm hoog. Maak ze circa 55 tot 58 mm breed. Dit is enkele mm smaller dan de “schuifbak”. Bij de helft van de plaatjes wordt een hoekje afgezaagd (foto 5).
  • Zaag uit de bodem van die ”andere” bak 2 vlakke plaatjes van ca 5,5 cm hoog en circa 55 tot 58 mm breed (foto 5).
  • En zaag uit die “andere” bak een ∟ vormig plaatje van ca 5 cm hoog en ca 6,5 cm breed. Het deel dat onder de schuifbak komt is 2 tot 3 cm breed (foto 5).
  • Met 2 stukken elastiek wordt het ∟ vormig plaatje aan de bak vastgemaakt zoals op de foto is te zien. Een lang stuk band-elastiek met een lus en een strik aan de zijkant. En een elastiekje “rondom de bak”.
Geplaatst in vroeg, wortelen | 3 reacties

19) Koolplanten zaaien op toiletpapier

Je kunt koolpanten in de volle grond zaaien.  Bij goed weer, genoeg water enzovoort zullen er veel planten opkomen.

Als je erg vroeg kool wilt zaaien of bij slecht weer, dan kun je koolzaad laten ontkiemen op toiletpapier. Je kunt dan goed zien of het ontkiemen goed gaat.  De miniplantjes zet je daarna in een bloempotje of in de tuin. 

In dit bericht beschrijf ik hoe dit ontkiemen gaat. 

.

Benodigdheden en voorbereiding

Voor het zaaien heb je nodig:  1 velletje (zacht) toiletpapier, 1 margarinekuipje van 250 gr, 1 velletje schrijfpapier, 1 cocktailprikkertje (zie hierboven foto 1).

Vouw 1 blaadje toiletpapier dubbel en leg het in een 250 grams margarinekuipje.  Bevochtig het toiletpapier met kraanwater. 

Zet op een velletje schrijfpapier wat je zaait (koolzaadjes lijken op elkaar) , vouw het en hang het over de rand.  Zet een merkteken (b.v.stip) op het papier en het kuipje (zie foto 2). Of schrijf de teksten “verschoven” op het papier (zie foto 3).  Zo kun je na het zaaien niet in de fout gaan als je het schrijfpapiertje (b.v. na eraf vallen) weer op de goede rand moet hangen.  Je kunt het ook vastplakken.

.

Zaaien

Leg per soort kool enkele zaadjes in een recht rijtje op het vochtig toiletpapier bij de tekst op het papiertje. 

Je kunt de koolzaadjes uit het zakje op het toiletpapier strooien,  tussen duim en wijsvinger pakken en op het papier leggen of met een pincet pakken en neerleggen.

Veel handiger en sneller gaat dit met een cocktailprikkertje  (zie foto hierboven).  Maak eerst de punt van het prikkertje vochtig (onder de waterkraan, in een bakje water of druk de punt even op het vochtig toiletpapier).  Hierna kun je telkens een droog koolzaadje oppikken en op het toiletpapier neerleggen, waar het “loslaat” van het prikkertje. Met het prikkertje kun je de zaadjes ook naar de juiste plaats rollen als nodig.

.

“Afdekken”

Wanneer  je voldoende gezaaid hebt ga je het zaaisel “afdekken”.  

Op de foto’s hierboven staan 4 manieren aangegeven:  

  • A:  Elastiekjes om, 500 gr kuipje erover zetten, 
  • B:  Sateprikkers in onderste kuipje,  250 gr kuipje opzetten,  
  • C:  250 gr kuipje “inzetten”.  Als plantjes groot zijn,  verhogen door lucifers of prikkers tussen de kuipjes te klemmen, 
  • D:  250 gr kuipje verhoogd inzetten. Prikkers of lucifers tussen de kuipjes klemmen. 

Onder de foto’s heb ik de wijze van afdekken met een symbool aangegeven. 

Zet de “kasjes” in een ruimte van ca 15 C.

Controleer elke dag of het papier voldoende vochtig is;  als bij scheefhouden na enkele seconden ‘n beetje water in de hoek van het kuipje verschijnt dan is het goed.  Als nodig een beetje water bijsproeien of bijdruppelen.  Bij afdekwijze B verdampt het snelst water uit het bakje, dus hierbij vaker of meer water toevoegen.

.

Eerste koolplantjes ontkiemd

Op de foto hierboven zie je dat de eerste mini koolplantjes in het kuipje ca 2 cm hoog zijn. Deze zijn groot genoeg om te verspenen. 

Er is weinig verschil tussen de 4 afdekmanieren. Na 6 tot 8 dagen bij 15 C zijn in alle kuipjes de eerste miniplantjes aanwezig.

.

In potjes zetten

Foto 1 t/m 4:  Vul bloempotjes met inzetpotjes met een mengsel van compost, mest en dolokal (tuinkalk), verhouding ca 10: 1: 1.  Druk het mengsel aan.  Haal met een theelepeltje wat mengsel weg om een kuiltje te vormen.  Strooi wat compost + dolokal in dit kuiltje. 

Sproei het toiletpapier. Pak met een pincet voorzichtig een mini koolplantje van het papier.  Als het worteltje van het koolplantje (te) lang is, dan voorzichtig het worteltje inkorten, tot ca 1,5 cm  (foto 5). 

Foto 6 en 7:  Zet het koolplantje in het kuiltje.  Vul het kuiltje op met compost + dolokal.  Daarna water in het potje sproeien.

Door het kuiltje te maken enzovoort wordt ervoor gezorgd dat de wortel van het koolplantje geen contact maakt met mest. Dat is beter voor het opgroeien. 

.

Plantjes in potjes

Hierboven zie je 8 potjes met kooltjes, vlak na inzetten en 8 dagen later.  De potjes stonden buiten onder een afdak bij 1 tot 8 C en zijn een beetje gegroeid.

Ik deed de test met de 4 verschillende afdekmanieren, 4 soorten kool en 4 zaadjes per soort.  Tesamen 64 koolzaadjes.  Hiervan heb ik 58 koolplantjes opgekweekt, 8 in een potje en 50 plantjes bij elkaar in de witte bak van de foto hierboven..

Zo kun je ook gemakkelijk en snel nagaan of het koolzaad nog een goede kiemkracht heeft (of dat je nieuw koolzaad moet gaan kopen).

Geplaatst in Koolplanten | 3 reacties