32) Bonen zaaien in potjes en later uitplanten

In deze tip:

  • Voorwoord
  • Wanneer zaaien en waar uitplanten?
  • A)# Bonen zaaien in koffiebekers met potgrond
  • B)# Vullen met potgrond, zaaien en water opgieten
  • C)# De bekers afdekken
  • D)# Plantjes zichtbaar
  • E)# Koel en voor een raam
  • F)# Uit het koffiebekertje, in de grond
  • G)# Uit het bloempotje/inzet/stripje, in de grond
  • H)# Uit een laag, afgesneden koffiebekertje
  • I)# Uit een gewoon koffiebekertje, maar met weinig potgrond
  • J)# Te warm of te donker
  • K)# Bonen zaaien in bloempot/inzet met tuingrond/compost mengsel
  • L)# Samenvatting

.

Voorwoord

Je kunt bonenzaden in de grond zaaien (leggen), afdekken met een laagje tuingrond en dan afwachten tot de planten opkomen. Dat is de “ouderwetse” werkwijze.

Bij staakbonen zaaien kun je de werkwijze van Willem gebruiken (zie reactie onderaan):  bonen zaaien, lap vijverfolie opleggen, water langs de staak gieten. De lap houdt regen tegen en houdt het zaaisel warm zodat de bonenzaden snel ontkiemen.

Je kunt ook bonenzaden op vochtig keukenpapier leggen om te ontkiemen. Zet de opgekomen kleine bonenplantjes in de tuingrond of in potjes met plantgrond. Meer info over op keukenpapier kiemen in tip 12).

.

Jantina schreef bij “tip 12) (Snij)bonen zaaien op keukenpapier” dat zij bonen in koffiebekers met potgrond zaait. Wanneer de bonenplantjes ca 5 cm groot zijn dan drukt zij de plantjes met potkluit uit het bekertje en zet ze de plantjes in de tuingrond.

Ik heb de werkwijze van Jantina ook uitgeprobeerd. Hieronder de resultaten, met nog wat aanvullingen van mijzelf (bonenplantjes in bloempotjes opkweken).

.

Wanneer zaaien en waar uitplanten?

Als je vroege boontjes wil kweken, zaai of kiem dan lage bonen (struikbonen, stambonen). Lage bonenplanten zijn na enkele weken groot, er komen bloemen aan en even later heb je boontjes. Staakbonen groeien eerst helemaal naar boven, pas daarna komen de bloemen en de boontjes; dit duurt dus véél langer dan bij de lage bonen.

Zaai vanaf eind maart binnenshuis (bij 20 – 25 gr C). Na ongeveer 1 week zijn de eerste bonenplantjes zichtbaar. Is er na 10 dagen nog geen bonenplantje te zien, dan:

  • waren de bonenzaden te droog en daarom niet gekiemd. Zaai opnieuw nieuwe zaden en zorg ervoor dat de zaden vochtig blijven (niet uitdrogen).
  • of de zaden zijn oud en niet kiemkrachtig. Haal de (rotte of beschimmelde) zaden uit de grond of van het keukenpapier af. Zaai opnieuw met nieuw gekochte bonenzaden (nieuwe zaden die langer houdbaar zijn).

Zorg ervoor dat je (3 of) 4 bonenplantjes per potje krijgt; dus zaai 4 zaden in een potje of plant 4 bonenplantjes in een potje.

Zet de potjes met groeiende bonenplantjes in het licht, bv binnenshuis vlak voor een raam. Temperatuur ca 15 gr C (bv koude slaapkamer).

Zet ze daarna overdag buiten bij 5 tot 15 gr C en ‘s-nachts binnenshuis bij ca 15 gr C. Als het kouder is dan 5 gr C, dan de plantjes binnenshuis houden. Je kunt de potjes met boontjes in een wasmand zetten en die mand telkens overdag buiten en ‘s-nachts binnen zetten. Het gaas erboven is om de merels uit de mand te houden; deze boontjes groeien in zelfgemaakte compost en in die compost zit hier en daar een aardworm.

Vanaf eind maart/begin april kun je de potjes met bonenplantjes (vlak bij elkaar) in de tuingrond zetten.

Zet de potjes eerst in een koude kas of koude bak. Handig is een golfplaattunnelkasje (zie tip 13). Zet bij warm of zonnig weer overdag het kasje of tunnel een stuk open, door de plexiglas platen aan beide uiteinden weg te halen. De kas of tunnel is ‘s-nachts dicht.

Als je de potjes met bonenplantjes “in verband” in de grond zet, dan passen er veel bloempotjes onder de tunnel.

Leg tijdens koud weer, bij koude nachten of bij nachtvorst een stuk plastic folie dubbelgevouwen over het kasje. Of maak een bogentunnel van plastic folie over de bonenplantjes onder het kasje of de golfplaattunnel.

Vanaf half april kun je de potkluiten met (3 of) 4 plantjes uit de potjes halen en in de grond zetten. Tussen elke groep van (3 of) 4 plantjes is ongeveer 30 cm. Plant ze onder een tunnel of in een koude bak in de tuingrond. Het kan in mei nog wel eens vriezen en daar kunnen de bonenplantjes niet tegen. Daarom eerst in een tunnel of kas uitplanten en later (na 15 mei) de tunnel weghalen of de kas helemaal open zetten. De golfplaattunnel van tip 13 is geschikt voor 1 rij bonenplantjes. Of de folietunnel van tip 11 voor 3 rijen bonen. Vanaf half tot eind mei kun je de tunnel of kas overdag open laten, als het weer het toelaat. Enkele weken later kan de tunnel weggehaald worden.

.

A)# Bonen zaaien in koffiebekers met potgrond

Nodig: lege koffiebekers, potgrond, leeg bloempotje, bonenzaad.

Plastic koffiebekers (wegwerpbekers) zijn niet goed voor het milieu. Als je deze bekers telkens weer gebruikt voor de volgende zaai, dan hoef je de bekers maar 1 keer aan te schaffen. Dat is minder slecht voor het milieu.

.

B)# Vullen met potgrond, zaaien en water opgieten

Doe potgrond in elk bekertje. Druk de potgrond een beetje aan. Doe dit met de bodem van een bloempotje.

Leg in elke beker 4 bonenzaden op de aangedrukte potgrond.

Strooi vervolgens bij elke beker ca 1 cm potgrond op de zaden.

Druk de potgrond weer aan met de bodem van een bloempotje.

Sproei water op de potgrond.

Uit mijn proefjes is gebleken dat potgrond aandrukken en water opsproeien de beste kiemresultaten geeft.

.

C)# De bekers afdekken

Dek de bovenzijde van de bekers af met plastic huishoudfolie. De folie ligt ruim over de bekers. Er kan nog lucht onder het folie door naar de bekers toe.

Of zet alle bekers in een kweekkasje. Zet de doorzichtige kap op de bak.

De luchtgaatjes in het doorzichtige bovendeel zijn een klein beetje open. Zo is er wel luchtverversing, maar droogt de potgrond minder snel uit.

Zet het geheel bij ca 19 tot 22 C.

.

D)# Plantjes zichtbaar

Het kweekkasje met bekers heeft 7 dagen bij 19 C gestaan. Er is in die 7 dagen geen water op gesproeid.  In alle bekers zijn bonen ontkiemd en komen stengels boven de grond.

.

E)# Koel en voor een raam

Zodra de eerste “stengeltjes” zichtbaar zijn, zoals op de foto hierboven, zet dan de bekers voor een raam in een koele ruimte. Temperatuur ca 15 C.  De bonenplantjes groeien dan “stevig” op. Sproei regelmatig een beetje water op de potgrond in de bekers, maar niet te veel. Laat de bonenplantjes voor het raam of eigenlijk tegen het raam groeien tot ze ongeveer 10 cm groot zijn.

Bij de eerste zaaisels zijn de bonen te vroeg uit de bekers gehaald (zie verderop). Daarom heb ik opnieuw in potgrond gezaaid en hierbij de potgrond aangedrukt en voldoende water gegeven.

Deze bonen zijn gezaaid in koffiebekers of in bloempotjes met aangedrukte potgrond. Ze kregen voldoende water en ze groeiden enkele dagen tegen een zolderraam.

Als de plantjes wat groter zijn en de buitentemp is goed, dan kun je de plantjes in de tuingrond zetten, bij koud weer onder een doorzichtige tunnel van golfplaat.

.

F)# Uit het koffiebekertje, in de grond

Als de plantjes ca 10 cm groot zijn, kun je ze uit de koffiebekers halen en in de tuingrond zetten. Het is handig als je een bollenplanter gebruikt om het plantgat in de grond te maken.

Maak met de bollenplanter een gat in de grond. Laat de tuingrond in de bollenplanter zitten.

Volgens Jantina gaat het uithalen als volgt erg goed. Leg het koffiebekertje met potkluit en plantjes op de zijkant op je hand. Druk tegen de bodem van de beker. Beweeg de koffiebeker en trek de koffiebeker voorzichtig van de potkluit af. De plantjes hebben een vrij grote potkluit, zoals je op de foto ziet.

Als de plantjes groot genoeg zijn dan zijn er veel wortels in de potgrond gegroeid. Je kunt dan de plantjes vastpakken zonder dat de potkluit uit elkaar valt.

Zet de plantjes in het plantgat in de tuingrond. Schuif daarna wat tuingrond tegen de plantjes en in de ruimte tussen gat en potkluit. Als nodig kun je nog wat tuingrond uit de bollenplanter laten vallen en aanschuiven.

.

G)# Uit het bloempotje/inzet/stripje, in de grond

In plaats van koffiebekertjes kun je ook bloempotjes met inzet en stripje gebruiken. Dit soort bloempotje staat beschreven in tip 30. Vul het potje met potgrond en zaai daar de bonen in.

Op de foto is het bloempotje gevuld met potgrond en er staan grote bonenplantjes in. Het potje is ca 9 cm in doorsnede.

Haal de inzet uit het bloempotje.

Trek aan het stripje om de potkluit los te maken. Haal de potkluit met plantjes van de inzet af.

Als de plantjes groot genoeg zijn dan zijn er veel wortels in de potgrond gegroeid. Je kunt dan de plantjes vastpakken zonder dat de potkluit uit elkaar valt. Daarna kun je de potkluit met plantjes in het plantgat in de tuingrond zetten.

.

H)# Uit een laag, afgesneden koffiebekertje

Je kunt van een koffiebekertje een stukje van de rand afknippen. Het bekertje is lager en er gaat minder potgrond in. De plantjes hoeven niet zo diep te wortelen om een potkluit te vormen. Misschien kun je de plantjes met potkluit eerder uit de lage bekers halen dan bij normale, hoge koffiebekers. Dat heb ik niet uitgeprobeerd; ik heb de plantjes in alle bekers en bloempotjes even lang laten doorgroeien.

Haal de plantjes uit de lage bekertjes zoals bij de gewone, hoge koffiebekertjes.  De plantjes hebben een goed doorwortelde potkluit.

Ook bij lage bekertjes kun je de plantjes vastpakken zonder dat de potkluit uit elkaar valt. Daarna kun je de potkluit met plantjes in een plantgat in de tuingrond zetten.

.

I)# Uit een gewoon koffiebekertje, maar met weinig potgrond

Je kunt een gewoon koffiebekertje voor ongeveer de helft vullen met potgrond. De plantjes hoeven niet zo diep te wortelen om een potkluit te vormen. Misschien kun je de plantjes met potkluit eerder uit de half gevulde bekers halen dan bij normaal gevulde koffiebekers.

Bij mijn proefje viel het op dat de bonenplantjes in deze bekertjes veel minder gegroeid waren. De potkluit is erg vochtig. De plantjes zijn klein en daardoor is de potkluit niet stevig en bevat de potkluit weinig wortels. Misschien kregen de plantjes te veel water of verdampte er minder water door de hoge rand.

De potkluit met plantjes is weer in het bekertje gezet. De plantjes mogen eerst groter groeien.

.

J)# Te warm of te donker

Groeien de bonenplantjes op een te warme plek, en/of niet vlak voor een raam dan groeien de plantjes “spichtig” op. Je krijgt dan blaadjes of zaadlobben die aan lange, dunne stengeltjes groeien. Zoals op onderstaande foto’s te zien is;

8 Dagen na het zaaien.

9 Dagen na het zaaien.

Bij deze plantjes zijn de stengeltjes tot 5 cm groot. Maar de worteltjes groeien niet diep in de potgrond, zeker niet tot de bodem van het bekertje.

Als je de plantjes met potkluit en al uit het bekertje haalt dan gebeurt er dit;

De plantjes hebben een kleine potkluit. Onder in het bekertje is losse potgrond. De potkluit valt uit elkaar.

.

K)# Bonen zaaien in bloempot/inzet met tuingrond/compost mengsel

Je kunt ook een mengsel van tuingrond en compost (1 op 1) gebruiken om bonen te zaaien. De potkluit zal wat gemakkelijker uit elkaar vallen dan bij potgrond. Want tuingrond en compost heeft minder vezels dan potgrond.

Het is handig om dan in een grote bloempot met inzet te zaaien. Daarbij kun je de potkluit gemakkelijker uit de pot halen. Maar de potkluit valt gemakkelijk uit elkaar, dus voorzichtig te werk gaan.

Bloempot met inzet en compost/tuingrond mengsel, net voor het uithalen.

Haal de inzet met potkluit en plantjes uit de bloempot.

Leg de inzet met potkluit en plantjes op je hand. Rol en draai de inzet op je hand voorzichtig totdat je de inzet weg kunt halen. Laat de potkluit met plantjes op je hand liggen. Voorzichtig, de potkluit kan gemakkelijk uit elkaar vallen.

Houd je hand met potkluit en plantjes bij het gat in de grond en laat het geheel voorzichtig van je hand in het gat in de grond glijden.

.

L)# Samenvatting

Bonen zaaien in bekertjes met potgrond gaat goed. Er zijn wel enkele dingen waar je op moet letten.

  • Bij het zaaien in koffiebekertjes is het belangrijk om niet te veel (en niet te weinig) water te geven. Bij teveel water kunnen de plantjes gaan rotten en dood gaan, bij te weinig water verdrogen de plantjes of ze groeien maar heel langzaam.
  • De plantjes moeten in de bekers groot opgroeien totdat de wortelkluit goed doorworteld is. Anders valt de wortelkluit uit elkaar bij het uithalen uit de bekers.
  • De plantjes moeten ook stevig opgroeien in de bekers, dus op een lichte koele plaats.
  • Bij gebruik van bloempotjes met bodemgaatjes is het water geven gemakkelijker. Er is dan weinig kans op “verdrinken” van de plantjes.
  • Potgrond bevat veel vezeltjes. Je kunt de plantjes vasthouden, zonder dat de potkluit van potgrond uit elkaar valt. Dat is handig bij het inzetten in een plantgat in de grond.
  • Als je zaait in een tuingrond/compost mengsel, dan valt de potkluit gemakkelijk uit elkaar. Gebruik dan een pot met inzet en laat de potkluit in het plantgat schuiven.
Geplaatst in bonen | 34 reacties

31) Een “kolenhok” om koolplanten te beschermen tegen het Koolwitje

In deze tip:

  • Inleiding
  • A)# Klein kolenhok.
  • B)# Groot kolenhok

.

Inleiding

Koolplanten krijgen tijdens warm zonnig weer vaak bezoek van witte vlinders, de Koolwitjes. De vrouwtjesvlinders leggen eitjes aan de onderzijde van de bladeren van koolplanten. Uit de eitjes komen rupsen die zich dik eten aan de bladeren. De rupsen kruipen vaak tussen de steeltjes van de bloemkool of van de broccoli. Of tussen de bladeren van rode kool, witte kool, savooiekool of spitskool, dus in de kool zelf.

Als je deze kool wast en snijdt moet je erg opletten dat je alle rupsen verwijdert, anders krijg je later een onaangename verrassing op je bord.

Je kunt elke dag de onderkant van de koolbladeren controleren op eitjes en rupsen en die dan weghalen of platdrukken. Op de foto hierboven zie je links “onbekende eitjes”, midden eitjes van het Groot Koolwitje en rechts van het Klein Koolwitje op bloemkoolbladen. Zijn de eitjes in een groepje bij elkaar dan kun je ze gemakkelijk vinden en platdrukken. Maar zitten ze verspreid op een blad dan moet je “harder” zoeken om ze te vinden.

Hoe de eitjes en rupsen zich verder ontwikkelen staat onder andere op deze pagina van Tuinadvies over   witjes   en van Tuinclub.be  over  koolwitje   .

Ik vind het handiger om de koolplanten in een vlinderdichte ruimte te laten groeien, in een zogenaamd “kolenhok”.

.

.

A)# Klein kolenhok.

Voor een schooltuintje in mijn woonplaats heb ik een klein kolenhok gemaakt. Grondafmeting is 100 bij 130 cm. Hoogte is 70 cm.

Bij 4 stukken gaas zijn telkens 4 bamboe stokken met bindstripjes (tie-wraps) nabij de rand vastgemaakt. Die 4 delen vormen de zijwanden. Deze zijwanden zijn met bindstripjes aan elkaar gemaakt om een “bak” te vormen. Daarna is van gaas en bamboestokken het “deksel” gemaakt.

Hieronder foto’s en een korte beschrijving.

A1) Idee:

Jaren geleden maakte ik deze ren voor onze cavia. De zijkanten zijn gemaakt van 4 stukken gaas van 100 x 50 cm. Bovenop de ren zijn 2 stukken gaas van 100 x 50 cm. Dat dient als deksel om katten weg te houden.

Gekocht: 6 meter gaas van 50 cm hoog en met vierkante mazen (gaten) van 2 cm doorsnede. De draaddikte van het gaas is 1 mm.

Gaas van 1 mm dik draad is redelijk stevig. Maar voor nog meer vormvastheid is aan de bovenzijde en onderzijde een 2,8 mm dikke ijzerdraad in de mazen “gevlochten”. De 4 zijkanten en de 2 dekseldelen zijn met kleine sleutelringen aan elkaar vastgemaakt. De deksel is aan 1 zijde aan 1 zijkant vastgemaakt.

Door die opbouw met ringen is de ren opvouwbaar. Gemakkelijk te vervoeren of ergens neer te zetten.

Je kunt een opvouwbaar “kolenhok” maken met ongeveer dezelfde constructie. Hieronder meer info daarover.

.

A2) Nodig:

Koolplanten worden ongeveer 60 cm hoog, dus een kolenhok moet dan ongeveer 60 a 70 cm hoog zijn. Daarvoor is gaas nodig van 1 meter hoog, want 50 cm is te laag. De mazen in het gaas moeten kleiner dan 2 cm zijn, anders glipt het koolwitje er toch nog door. Gaas van ongeveer 12,5 mm maaswijdte is goed. Wordt ook gebruikt in het grote kolenhok in mijn volkstuin. En daar kunnen de vlinders niet door.

Gaas met 12,7 mm maas en draaddikte 1 mm is erg stug en best wel duur. Gaas met een dunnere draad gaat ook goed en is goedkoper. Zeker als je geen hele rol van 25 meter nodig hebt.

In plaats van dik ijzerdraad doorrijgen voor de stevigheid kun je beter en handiger bamboe stokken met bindstripjes (tie-wraps) vastmaken.

Dit “dunne” gaas, 0,65 mm draaddikte, 5 meter lang, 1 meter hoog kost bij Gamma 17 euro. En 100 bindstripjes kosten 2 euro.

.

A3) Opbouw

Tip: Gebruik werkhandschoenen om het gaas af te rollen en te “bewerken”.

Verwijder het dunne ijzerdraad rondom de rol gaas. Daarna kun je het gaas afrollen.

Dit gaas is 5,05 meter lang. Aan deze zijde is het gaas “netjes” afgeknipt; er zijn geen korte ijzerdraadjes.

Aan de andere kant zijn wel korte scherpe ijzerdraadjes.

Bij dit soort gaas zijn draden op elkaar vastgelast. Daarna is het gaas bedekt met een laagje zink. Je ziet dat alle / draden boven op de \ draden zijn gelegd en vastgelast.

Handigheidje:  je kunt de stukken gaas gemakkelijk afknippen met een scherp nagelklippertje.

Knip zo, dat er een lange draad met korte draadstukjes eraan vast ontstaat, zoals te zien op de foto hierboven. Dat gaat handiger dan losse draadjes afknippen; losse draadjes “knippen” moeilijker en de ijzerdraadjes springen in het rond. Deze werkwijze “kost” 1,27 cm gaaslengte per keer.

Na het afknippen kun je met een ronde of half-ronde vijl de scherpe afgeknipte eindjes glad vijlen. Dat gaat handig als je het gaas op de rand van een plank legt tijdens vijlen.

Knip voor dit kolenhok 5 banen van 70 cm breed van de rol af. Elke baan is dan 70 bij 100 cm. En gebruik een vijl om scherpe eindjes glad te maken.

Na het banen afknippen houd je een stuk gaas over van ongeveer 150 bij 100 cm. Op bovenstaande foto zie je links de 5 banen van 70 cm en rechts het stuk dat over is.

Gebruik tie-wraps om een bamboestok vast te maken aan het gaas;

  • Leg een stuk gaas van 70 bij 100 cm op de grond of op de vloer.
  • Gebruik een tamelijk rechte bamboestok van de juiste lengte.
  • De bamboestok is ongeveer 10 cm korter dan het gaas.
  • Leg de bamboestok zodanig dat aan elk uiteinde nog ongeveer 5 cm gaas is.
  • Leg de stok op de draad tussen de 2e en 3e maas, gerekend van de buitenzijde.
  • Maak de stok met bindstripjes vast aan deze draad.
  • Doe elke tie-wrap schuin (om en om / en \) door 2 gaten van het gaas.
  • Vouw de strip om de bamboestok, maak de strip dicht en trek de strip “licht aan”.
  • Tussen twee tie-wraps van 1 stok is telkens ongeveer 12 cm.
  •  Als alle strips rondom de stok zijn aangebracht en als de stok op de juiste plaats is; trek alle strips “strak aan”.

  • Maak aan alle 4 zijden bamboestokken vast.
  • Knip daarna van de tie-wraps de uitstekende stripjes af.
  • Op de foto hierboven zie je een zijkant van 100 x 70 cm.

.

Maak 2 zijden van 130 x 70 cm als volgt;

  • knip uit de 5e baan twee smalle stukken van 70 x 30 cm.
  • Leg een stuk van 70 x 100 cm naast een stuk van 70 x 30 cm.
  • Maak elk stuk van 70 x 30 cm vast aan een stuk van 70 x 100 cm. Doe dit met tie-wraps. Tussen elke 2 stripjes zijn 8 mazen. Als nodig een extra stripje tussen de 2 andere stripjes bevestigen.
  • Op de foto hierboven zie je een stukje zijkant waarbij 2 delen gaas met tie-wraps aan elkaar zijn gemaakt.

Maak de 4 zijkanten aan elkaar vast met tie-wraps:

  • Steek elke strip door een maas in de 2e rij gerekend vanaf het eind. Zo is er minder kans dat de strip de gaas lostrekt of kapot trekt.

  • Per hoek zijn 3 strips voldoende: een boven, een midden, een onder.
  • Op deze foto zie je ook hoe een 30 cm brede baan aan een 100 cm brede baan is vastgemaakt met 5 of 6 tie-wraps.

  • De zijwanden van het hok kunnen zo opgevouwen worden. Handig bij opslag en om te vervoeren.

Maak het deksel van het stuk gaas dat over is, weer met bamboestokken en bindstripjes. Vier stokken rondom en twee stokken meer naar het midden toe. Door die 2 stokken zakt het gaas in het midden niet zo ver in. En handig bij het oppakken van het deksel.

.

De randen van het deksel zijn omgevouwen.

Het deksel past over de zijkanten van het hok. Het deksel is ongeveer 5 cm langer en 5 cm breder dan het hok.

Dit deksel is breder dan 100 cm. Daarvoor zijn extra stukken gaas van ongeveer 11 cm breed mee vastgemaakt met tie-wraps. Zoals op bovenstaande foto’s te zien is. Ook hier is de rand omgevouwen.

Je kunt het deksel los opleggen.

Of het deksel aan 1 zijde met deze stripjes aan de zijkant vastmaken. Die bindstripjes vormen een scharnier. Handig met openen en sluiten. En het deksel kan eraf gehaald worden als het hok wordt opgevouwen (tijdens opslag of vervoeren). Dan eerst even de groene stripjes loshalen.

Zo kan het hok opengezet worden. Het deksel is erg “flexibel”. Dat is de eigenschap van het ontwerp; losse stokken vastgemaakt op gaas. Desgewenst kun je het deksel open zetten op 2 even lange latten.

En hier staat het kleine kolenhok over 6 koolplanten in een schooltuintje.

.

.

B)# Groot kolenhok

Klik je op bovenstaande foto, dan zie je het kolenhok in mijn tuin breed op je scherm.

De afmetingen van het kolenhok: lengte ongeveer 260 cm, breedte ongeveer 170 cm, gaashoogte ongeveer 60 cm.

In het hok passen gemakkelijk 12 koolplanten; 4 rijen van 3 koolplanten.

Je kunt later nog 3 koolplanten rechts in het hok erbij zetten, zoals op de brede foto te zien is. Maar dan kan het gebeuren dat die laatst geplante kolen een beetje in de verdrukking komen, zoals op onderstaande foto is te zien.

Je kunt beter 12 kolen ruim in het hok planten. En dan hoef je ze niet allemaal tegelijk in de grond te zetten.

Of je zet er 15 kolen in, maar dan is het beter om ze allemaal tegelijk te planten om “verdrukking” te voorkomen.

En zoals je op de “brede” foto ziet, kun je buiten het hok koolplanten zetten die niet zo rupsgevoelig zijn. Zoals witte kool of spruitkool.

.

Hieronder volgt een beschrijving.

.

B1) Nodig

Het kolenhok heeft de volgende onderdelen:

  1. De zijkant bestaat uit metalen gaas met vierkante mazen, maaswijdte ca 12 mm, gaashoogte ca 63 cm.
  2. In elke hoek is een buis in de grond gestoken. Een buis steekt ca 63 cm boven de grond uit. De buizen steunen het gaas.
  3. Een rechthoekig raamwerk van houten latten. In elke hoek van het raamwerk is een soort “pen” geschroefd. Elke pen past in een buis. Dit geeft stevigheid aan het bouwwerk.
  4. Koord dat door mazen van het gaas en over de latten van het raamwerk is gewikkeld. Hierdoor sluit het gaas vlinderdicht aan het raamwerk.
  5. Een klep van dunne houten latten. De klep ligt met 4 “duimschroeven” op het raamwerk. Op de klep is een fijnmazig plastic net bevestigd. De klep kan aan elke lange kant opengezet worden. Een steunlat houdt de klep dan in geöpende stand. De klep kan van het hok gehaald worden.

.

B2) Onderdelen

Hieronder worden de 5 onderdelen beschreven. Er staat ook bij hoe de onderdelen gemaakt, verwerkt of aangepast zijn.

1.   Metalen gaas

Het gaas is hier tijdelijk op een ander stuk tuingrond gezet. Ik kreeg dit gaas van een college volkstuinder die stopte met tuinieren. Dit gaas is ongeveer 60 cm breed en lijkt op het gaas voor het kleine kolenhok (draaddikte 0,65 mm, maas 2,7 mm vierkant).  Zodra de 4 buizen in de grond zijn gezet en de grond is gespit wordt het gaas om de buizen geleid.

2.  Buizen

De buizen die ik gebruik zijn aluminium buizen waar voorheen rolgordijnen op gerold waren. Deze buizen zijn ca 3,5 cm dik en ca 130 cm lang.

Theo schreef in een reactie onder dit bericht dat je metalen steigerbuizen kunt gebruiken. Er zijn aluminium en stalen buizen te koop onder andere via internet.  Zie bijvoorbeeld op   deze site  . Bij Praxis is een (wat duurder) aluminium buizensysteem te koop 27 mm doorsnede, zie hier   .

Theo, hartelijk bedankt voor je info.

Vind je het lastig om dit soort buis te bestellen of te kopen dan kun je misschien dikwandige pvc buizen gebruiken. Die zijn te koop in de bouwmarkt. Ter versteviging kun je een stuk bezemsteel of andere houten steel in de pvc buis doen. Niet tot helemaal bovenaan in de buis want dan kan de pen die aan het frame zit er niet meer in (zie hieronder).

.

3.  Raamwerk

Een overzichtsfoto van het raamwerk. Ruwe (ongeschaafde) latten vurenhout van 22 x 50 mm zijn op maat gezaagd.

In elke hoek is een verbindingsstuk en pen.

.

De verbindingsstukken tussen de latten zijn driehoekvormige stukken plastic (polypropeen). Deze stukken plastic zijn met een ijzerzaag uit een plastic broodplank van ca 8 mm dik gezaagd.

Er zijn 4 gaten in het verbindingsstuk geboord om later het nylon koord erdoor te leiden.

Na het in elkaar zetten is op de 4 hoeken telkens van 1 lat een stukje afgezaagd (ijzerzaag). Hierdoor is er een ruimte tussen de latten ontstaan waardoor regenwater kan wegstromen.

Je kunt in plaats van “plastic platen” ook wel metalen stoelhoeken of raamhoeken gebruiken om de latten aan elkaar te maken. Op deze foto een hoek van het raamwerk met stoelhoeken (ontwerp 2009). Metalen hoeken gaan niet zo lang mee als plastic platen. En een raamwerk met stoelhoeken is minder “stevig van vorm”.

Plastic platen zijn ook handig bij het opleggen van het raamwerk op de 4 metalen buizen. Zie verder bij “In elkaar zetten”.

Voor elke pen heb je een lange houtschroef, een metalen ring (revet) en een stuk tuinslang nodig.

De houtschroef met ring en slang wordt door een gat in de plaat in de lat geschroefd.

Hier zie je dat de pen in de houten balk is geschroefd.

Verwijder tijdelijk in elke hoek de houtschroef naast de pen. Deze houtschroef zit in een andere lat dan de pen. Je kunt nu het raamwerk “opvouwen”. Zo kan het raamwerk gemakkelijk (per fiets) vervoerd worden. Daarna weer openvouwen en 4 schroeven indraaien.

4.  Koord

Vier stukken nylon koord voor het vastmaken van gaas aan het raamwerk.

5.  Klep

De klep is gemaakt van houten latten, ruw vuren, ca 22 x 30 mm doorsnede. De latten zijn met plastic verbindingsstukken aan elkaar gemaakt.

Aan de binnenkant van elke lat is om de 8 cm een spijker in het hout geslagen.  Later wordt fijnmazig net aan deze spijkers vastgehaakt.

De spijkers zijn een beetje schuin in het hout geslagen. Dit is om er voor te zorgen dat het net niet van de spijkers floept. De kop van elke spijker is dichter bij de plastic plaat dan waar de spijker in het hout zit.  Alle spijkers in een lat staan schuin in dezelfde richting.

Als je bij elke hoek 1 schroef (de juiste schroef)  uitdraait, dan kun je de klep in elkaar vouwen. Zo kun je de klep handig (per fiets) vervoeren.

.

Het net dat ik gebruik op de klep.

Om de koolwitjes buiten het hok te houden is fijnmazig net nodig. Onderstaand merk net (Plena, donkergroen) is goed.

Op het plaatje bij het net staat niet hoe groot de mazen zijn. Alleen de tekst “Fijnmazig”.

.

Ander net, merk Nortene, te koop bij o.a. Intratuin.

Op het plaatje bij dit net staat linksboven “6 x 6 mm”. Zouden de mazen van het net 6 mm zijn?

Hieronder twee foto’s van beide netten.

De mazen in het linker net zijn ruim 1,5 cm, tot wel bijna 2 cm. Dit net is niet geschikt als bescherming tegen Koolwitjes.

De mazen in het rechter net zijn kleiner dan 1 cm. Dit net is Koolwitjes-dicht, dus goed bruikbaar.

Geleerd: Als je een net koopt, ga dan na wat de werkelijke maaswijdte is. De tekst op het plaatje kan “afwijken”, of zelfs helemaal niet kloppen.

Ik had in 2011 zo’n net met 1,5 tot 2 cm grote mazen op mijn kolenhok. En ik ontdekte rupsen op koolplanten. Ik zag zelfs enkele keren dat een Koolwitje zich door de mazen van het net heen wurmde.

.

B3) In elkaar zetten

Vouw het raamwerk “open”. Leg het raamerk op de tuingrond. Draai de 4 schroeven weer in. Draai ze net vast.

De volgende stap is om het raamwerk weer “haaks” te maken, dat wil zeggen met rechte hoeken. Span een touwtje van een hoek naar de overliggende hoek.

Van een hoek ……

…… naar de overliggende hoek.

Doe 1 kant van het touwtje met een lus om de pen. Leid het touw naar de overliggende hoek, trek het touwtje strak en meet de afstand. Leg een knoopje in het touw of houd het eind tussen duim en wijsvinger geklemd.

Meet dan op dezelfde wijze de afstand tussen de 2 andere overliggende hoeken. Deze afstand is vaak langer of korter. Dan is het raamwerk niet precies haaks. Verander de vorm van het raamwerk tot beide afstanden ongeveer gelijk zijn. Schroef dan alle schroeven goed vast.

Leg het raamwerk op de grond in de tuin, op de plaats waar het kolenhok gebouwd moet worden.

Als het raamwerk goed ligt, druk dan bij elke hoek de pen in de grond. Haal daarna het raamwerk weg. Je hebt nu 4 smalle ronde gaten in de tuingrond gemaakt, op de plaatsen waar de buizen in de grond moeten.

Sla in elk gat een grotere holle buis in de grond. Diameter van deze buis is ca 4 cm. Sla met een houten hamer op de buis. Of sla met een ijzeren hamer op een blokje hout bovenop de buis. Zo beschadigt de buis niet.  Haal daarna de buis uit de grond en tik de grond uit de buis. Herhaal dit tot het gat in de grond zo diep is als de grote buis.

Leg het raamwerk op de grond en ga na of alle 4 pennen in 4 gaten passen. Haal daarna het raamwerk weer weg.

Zet in elk gat een metalen buis. Sla elke metalen buis in de grond totdat die ongeveer 65 cm boven de grond uitsteekt. Dat is ongeveer de hoogte van het gaas. Sla met een houten hamer op de buis. Of sla met een ijzeren hamer op een blokje hout bovenop de buis. Zo beschadigt de buis niet.

Leg het raamwerk op de metalen buizen; leg eerst 1 lat met 2 plastic verbindingsstukken op 2 buizen, til dan de andere lat en schuif het raamwerk.

Doe dan in elke hoek van het raamwerk een pen in de bijbehorende buis. Als nodig kun je elke buis een stukje opzij buigen. Laat het raamwerk op de buizen liggen totdat je de grond gaat bewerken.

Haal het raamwerk weer van de buizen af. Laat de buizen in de grond staan. Daarna kan de grond bewerkt (bijvoorbeeld omgespit) worden.

Spit de grond rondom de buizen. Dat gaat goed. Leg daarna enkele stap-planken op de gespitte grond. Dan wordt de gespitte grond bij de volgende acties niet ingedrukt en vastgetrapt.

Maak een gootje in de gespitte grond tussen de 4 buizen. Zo kan het gaas later enkele cm in de grond “ingegraven” worden.

Doe het gaas om 3 buizen. Op de foto is het gaas om alle buizen behalve linksachter.

Wiebel de buis linksachter rond in de grond. Zo ontstaat er een groter “buisgat” in de grond. Haal daarna de buis uit de grond.

Zet de buis die je eruit gehaald hebt aan de “binnenkant” van het gaas. Druk met de buis het gaas linksachter naar “buiten” totdat de buis weer boven het “buisgat” is. Zet de buis weer in het buisgat.

Het gaas is nu rondom de 4 buizen gespannen. Druk het gaas rondom in het gootje tussen de buizen.

Leg het raamwerk met de verbindingsstukken op de 4 buizen. De pennen zijn dan nog naast de buizen.

Steek bij elke hoek de pen in de buis.

Op een of enkele hoeken kan het gebeuren dat het raamwerk hoger ligt dan de bovenzijde van het gaas.  Tik dan rustig (voorzichtig) met een houten hamer of met een ijzeren hamer op een blokje hout. Tik op de hoek van het raamwerk op de bovenzijde van de lat. Tik de buis dieper de grond in tot de juiste diepte.

Schuif hierna grond in het voortje om het gaas vast te zetten in de grond.

Wikkel nylon koord door bovenste mazen van het gaas en over de latten. Dit is om om het gaas goed aan te laten sluiten op de latten van het raamwerk.

Leg de klep (zonder net) op het raamwerk. Doe je dit alleen, leg de klep dan eerst “scheef” op het raamwerk.

Leg de klep daarna in/op het raamwerk. De klep moet op 4 pennen (duimschroeven) liggen. Er zijn 2 duimschroeven in elke lange lat geschroefd. Elke pen zit op ongeveer 40 cm afstand van de hoek. Op de foto hierboven (uit 2011) zie je een duimschroef in de lat geschroefd..

Als de klep in het raamwerk klemt, dan kun je klep kleiner maken. Doe dit door in een hoek 2 schroeven los te draaien, het verbindingsstuk op de lat wat op te schuiven en de schroeven in nieuw gemaakte gaten te draaien. Spaanplaatschroeven kun je in hout draaien zonder voorboren. Als je wil kun je eerst een dunnere spaanplaatschroef indraaien. En daarna de dunne vervangen door de schroef die erin zat.

Schroef 2 latten schuin op de klep. Als de klep klemt, dan kun je het klemmen opheffen door de schuine latten “iets verder” vast te schroeven. Dus een lat van de klep naar binnen duwen en dan de schuine lat erop schroeven.

Haal de klep van het hok en leg die op 3 bloempotten in een leeg stuk van de tuin.

Het is beter om het net boven de schuine latten te spannen. Het net zakt dan niet zo gemakkelijk op de grote koolplanten. Ligt het net op de kolen, dan kan een koolwitje toch nog eitjes leggen op de bladeren en daar komen weer rupsen uit.

Trek het net een beetje strak en maak het vast aan de spijkertjes bij 2 hoeken aan een korte zijde (op de foto rechts).

Haak het net achter 2 duimschroeven van een lange lat, onderaan op de foto. Maak het net vast aan spijkertjes bij 2 hoeken aan de andere korte zijde (op de foto links).

Trek het net strak en maak het vast aan alle spijkertjes van 1 lange zijde en 2 korte zijden. Op de foto is dit rechts, links en onder.

Trek bij de andere lange zijde het net strak. Dat is aan de zijde waar “teveel net” is, aan de bovenzijde van de foto.  Knip telkens een stuk van het net af en maak het daarna vast aan de spijkertjes. Knip het teveel aan net aan de linkerzijde af.

Ga na of het net achter alle spijkertjes zit. Zo nodig net achter spijkertjes haken.

Leg de klep met net op het kolenhok. Je kunt de “steunlat” op de klep leggen.

Hier zie je het kolenhok aan 1 kant geopend. De klep rust op de steunlat.

Op deze foto zie je dat de steunlat een v-vormig eind heeft waar de klep op rust.

Geplaatst in Koolplanten | 17 reacties

30) Bloempotje met stripje voor het gemakkelijk uithalen van de potkluit

In deze tip:

  • A)# Nodig
  • B)# Maken
  • C)# Vullen en zaaien
  • D)# Uithalen
  • E)# In de tuingrond zetten
  • F)# Tips
  • G)# Wikihow

.

Als je in een bloempotje zaait wil je later meestal de plantjes met potkluit in de tuingrond of in een grotere bloempot zetten.  Het uithalen van de plantjes met de hele potkluit gaat niet altijd even makkelijk.

Het uithalen gaat wel goed als je een bloempotje met inzet en stripje gebruikt. Hoe dat gaat wordt in dit bericht beschreven.

Je kunt deze werkwijze onder andere gebruiken bij vroege kropsla. Hierbij worden de plantjes circa 4 weken na het zaaien in de tuin gezet. De plantjes hebben dan nog maar kleine wortels.

.

A)# Nodig

Twee gelijke plastic bloempotjes en een dun stuk plastic, bv het deksel van een plastic margarinekuipje. De potjes op de foto zijn ca 5 cm doorsnede (bovenaan) en 5,5 cm hoog.

.

B)# Maken

Knip bij 1 bloempotje het grootste deel van de zijwand weg. Wat overblijft is de bodem en ca 1/3 deel van de ronde zijwand.  Het andere bloempotje blijft heel.  Zo eindig je met 1 potje en 1 inzet.

Knip uit een stuk dun plastic (bijvoorbeeld het deksel van een margarinekuipje) stripjes van ca 9 cm lang en 1,5 cm breed.  De stripjes kun je rechthoekig of lepelvormig uitknippen. Beide stripjes werken goed. Buig ongeveer 3 cm van het stripje om.  Dat omgebogen stukje past op de bodem van de inzet.

.

C)# Vullen en zaaien

Zet de inzet in het potje.  Plaats een rechthoekig of een lepelvormig stripje in de inzet. Zet het stripje in de inzet tegen de zijkant aan.  Beide stripjes werken even goed. Een lepelvormig stripje doet het misschien beter bij een groter bloempotje.

  • Schrijf als nodig zaai-info op het stripje. Vul de inzet (+ stripje) met potgrond of zaaigrond.
  • Druk de potgrond of zaaigrond aan. Je kunt dit doen met de onderkant van een ander leeg potje. De grond moet wat in elkaar worden gedrukt, dan valt die later niet zo gemakkelijk uit elkaar.
  • Leg zaad op de potgrond of zaaigrond.
  • Dek af met zaaigrond, potgrond of droog zand.

.

D)# Uithalen

Als de plantjes groot genoeg zijn, dan kunnen ze uit het potje gehaald worden.

Pak de inzet bij het bovenrandje vast. Haal de inzet met potkluit en plantjes voorzichtig uit het potje.

Trek het stripje rustig enkele millimeters naar boven en laat het daarna weer naar beneden gaan (houd intussen met de andere hand de inzet vast). Hierdoor komt de potkluit los van de inzet. De potkluit plakt dan niet meer aan de inzet.

Pak de potkluit tusen duim en vingers en til het van de inzet af. Daarna kun je de potkluit met plantjes op de bestemde plaats zetten, bv een grotere bloempot of in de tuingrond. Het kan gebeuren dat het stripje “meekomt” tijdens het optillen. Haal het stripje dan voorzichtig van de potkluit af.

.

E)# In de tuingrond zetten

Hier staat beschreven hoe je de potkluit met plantjes heel gemakkelijk in de grond zet.

Bovenste foto: Maak een kuiltje in de grond. Zet het bloempotje met plantjes (of een leeg bloempotje dat even groot is) in de grond. Schuif de grond tegen het potje aan. Druk de grond aan.

Middelste foto: Haal het potje uit de grond. Haal de inzet uit. Maak de potkluit los met stripje.

Onderste foto: Pak de potkluit met plantjes tussen duim en vingers. Laat de potkluit met plantjes voorzichtig in het kuiltje in de grond “vallen”.

.

F)# Tips

  • Probeer het uithalen voordat je de zaadjes oplegt. Je kunt dan nagaan of de potgrond of zaaigrond vochtig genoeg is. En checken of de potgrond genoeg is vastgedrukt in het potje. Je kunt ook de werkwijze oefenen. Als het uithalen goed gaat, zet dan daarna de potkluit terug in de inzet op het stripje en de inzet met potkluit weer terug in het bloempotje.

Als het uithalen niet goed gaat, maak dan alles leeg en schoon en begin van voren af aan.  Druk dan de grond wat steviger aan of maak die wat vochtiger.

  • Sproei de potkluit en de plantjes voor het uithalen. De potkluit zal dan niet zo snel uit elkaar vallen. Als nodig kun je de potkluit een beetje vastdrukken met je vingers voor het uithalen.

.

G)# Wikihow

Ik schreef in Wikihow een (Engelstalig) artikel over dit onderwerp. Klik op:     wikihow potkluit

Geplaatst in bloempot, eenvoudig, zaaien | 11 reacties

29) Planten opkweken uit kleine zaadjes

In deze tip:

  • A)# Nodig
  • B)# Zaaien
  • C)# Laten ontkiemen
  • D)# Plantjes zichtbaar
  • E)# Uitplanten
  • F)# Uitdunnen
  • G)# Opmerkingen
  • H)# Nieuwe proeven

.

Van sommige planten zijn de zaadjes erg klein. Wil je deze plantjes opkweken in een bakje, bloempotje of tray dan is dat best moeilijk. Zeker als er maar 1 plantje in elk potje of bakje mag groeien. Dit kunnen bijvoorbeeld groenten, kruiden of bloemen zijn.

Je kunt in elk bakje of potje een “plukje” zaadjes strooien en na opkomst alle plantjes op 1 na uittrekken. Of met een pincet telkens 1 zaadje neerleggen.

Ik heb een andere, gemakkelijke werkwijze “verzonnen”.  Hierbij wordt een matje en een theelepeltje als hulpmiddel gebruikt.

.

A)# Nodig

Een rubber gootsteenmat met gaatjes. Hieruit wordt een rechthoekig stuk geknipt.  Er zijn ronde en vierkante gootsteenmatjes te koop. Die zijn even duur. Uit een vierkant model zijn meer matjes te knippen.

Zo’n mat is te koop in winkels voor huishoudelijke artikelen, bv Blokker of Marskramer. Een mat van een bekend merk (C…) kost ca 6 euro. Bij Blokker kun je een matje van het merk Handy kopen voor 2 euro.

Via   koopkeus matjes   kun je webwinkels vinden die matjes verkopen.

.

Als je zo’n matje niet wil of kan kopen, dan kun je een stuk rubber of plastic of karton gebruiken en daarin ronde gaten maken van ongeveer 9 of 10 mm doorsnede. Zie ook de opmerking van Mieke, onderaan dit bericht.

  • Een “matje”. Dit is een rechthoekig stuk mat van ca 6 bij 10 cm. Dit is geknipt uit een rubber gootsteenmat. Het past in een leeg margarinekuipje van 250 gram.  Je kunt het matje ook zo uitknippen dat er 2 “handvaten” aan zitten.  Verderop zie je de foto’s.
  • Wit plastic theelepeltje of eierlepeltje
  • Metalen theelepeltje.
  • Leeg margarinekuipje van 450 gram. Knip hiervan de bovenrand af.

  • Twee lege margarinekuipjes van 250 gram
  • Potgrond of zaaigrond.
  • Droog tuinzand, of metselzand, of zandbakzand, of zilverzand.
  • Theezeefje (om het zand te zeven).

Zeef eerst, als nodig, droog tuinzand (of zandbakzand of metselzand of zilverzand)  met een theezeefje in een leeg margarinekuipje.

En zeef de potgrond of zaaigrond door de bodemgaatjes van een plastic bloempotje. Doe dat als er grote vezeltjes of stukjes plantmateriaal in de potgrond of zaaigrond zitten. Zie ook G)# Opmerkingen, verderop in deze tip.

.

Hier een foto van een matje met 2 handvaten.

.

B)# Zaaien

Hieronder volgt een beschrijving van het zaaien. Vaak staan er 2 foto’s onder elkaar, van elk soort matje een.

Vul een leeg margarinekuipje van 250 gram met potgrond of zaaigrond. Besproei de potgrond (of zaaigrond) in het kuipje als nodig. Leg met behulp van een pincet het matje (zonder handvaten) op de potgrond (of zaaigrond).

Of leg een matje met handvaten op de potgrond of de zaaigrond. Buig voor het opleggen de handvaten een keer naar boven. En druk na het opleggen het matje bij de handvaten een beetje aan.  Doe dit zodat het matje vlak op de potgrond (of zaaigrond) ligt.

.

Leeuwenbekje is een gewas met kleine zaadjes.

Strooi leeuwenbekjeszaad in het 450 grams margarinekuipje.

Leg het witte plastic lepeltje op tafel. Houd het 450 grams kuipje met zaadjes schuin boven het lepeltje.

Tik voorzichtig tegen de bodem van het 450 grams kuipje om de zaadjes naar de rand te laten schuiven.

Blijf tikken totdat het benodigde aantal zaadjes in het witte lepeltje zijn gevallen.  Bij Leeuwenbekje wil ik telkens 2 zaadjes bij elkaar zaaien.

.

Zijn er per ongeluk teveel zaadjes in het lepeltje gevallen:

  • Houd dan het witte lepeltje boven of in het 450 grams kuipje. Tik voorzichtig tegen het lepeltje en laat 1 of enkele zaadjes in het kuipje vallen.
  • Of “kieper” alle zaadjes uit het witte lepeltje terug in het 450 grams kuipje en begin opnieuw.

Houd het witte lepeltje met (twee) zaadjes boven een gaatje in het matje. Houd het witte lepeltje schuin en tik dan tegen het lepeltje. Tik met je vingers of (nog beter) met een metalen lepeltje of een pincet. Laat de (twee) zaadjes in het gaatje van het matje vallen.

Neem een half lepeltje gezeefd droog zand.

Strooi het zand in hetzelfde gaatje als waar de zaadjes zijn gevallen.

Laat telkens in een gaatje van het matje (2) zaadjes vallen en strooi meteen daarna droog zand in hetzelfde mat-gaatje. Herhaal dit bij alle gaatjes van het matje. Zo weet je zeker dat je geen mat-gaatje overslaat of in een gaatje dubbel zaait.

Til het matje zonder handvaten voorzichtig met een pincet van de potgrond (zaaigrond) af. Of til voorzichtig het matje met handvaten van de potgrond af.  Je hebt nu potgrond of zaaigrond met 15 “zandheuveltjes” met zaadjes erin.

Hier foto’s van het matje met restjes zand. Schud het “opliggende” droge zand van het matje terug in het kuipje met zand.

.

Doe 2 elastiekjes om het 250 grams kuipje met zaaisel.  Je hebt  ook nog een leeg 450 grams margarinekuipje nodig. Dit 450 grams kuipje wordt niet “verknipt”.

.

C)# Laten ontkiemen

Zet het lege 450 grams kuipje omgekeerd op het 250 grams kuipje. Zo heb je een minikasje van margarinekuipjes. Zet het geheel in een ruimte bij ca 20 C.  Meer info over dit minikasje vind je bij tip 2 “Eenvoudige hulpmiddelen en tips”, nummer 1.

.

Opmerkingen:

  • In plaats van een minikasje kun je een ook goed passend (of het bijbehorende) deksel op het kuipje leggen. Dat gaat ook goed.

.

Mijn proefje uit 2020. De leeuwenbekjes-zaadjes uit dit zaadzakje ontkiemden niet erg goed op vochtig, gezeefd potgrond en bedekt met droge zandheuveltjes (werkwijze van hoofdstub B).

Je kunt “oud” Leeuwenbekjeszaad op vochtig, gezeefd potgrond zaaien en de zaadjes niet bedekken met zand of potgrond. Op bovenstaande foto zie je een kuipje met potgrond vlak na het zaaien. Er zijn 24 zaaiplekjes, elk met 4 zaadjes; dus 96 zaadjes bij elkaar.

De onbedekte Leeuwenbekjeszaadjes ontkiemen slecht; ongeveer 25 plantjes uit 96 zaadjes.

Je kunt een dun laagje gezeefde potgrond tussen de miniplantjes strooien. “Dit ziet er beter uit”.

Twee kuipjes met mini Leeuwenbekjes, gegroeid uit onbedekte zaadjes die op vochtig gezeefd potgrond lagen. In elk kuipje zijn 24 groepjes met elk 4 zaadjes gezaaid.

Meer nieuwe proefjes in hoofdstuk H)# Nieuwe proeven

.

D)# Plantjes zichtbaar

Haal na enkele dagen het 450 grams kuipje eraf en controleer of er al plantjes zijn opgekomen. Geen plantjes te zien, zet dan het 450 grams kuipje weer op.

Verwijder het bovenste 450 grams kuipje zodra de eerste plantjes opgekomen zijn. Dat is bij Leeuwenbekjes 6 a 7 dagen na het zaaien. Haal dan ook de elastiekjes van het 250 grams kuipje af. Zet daarna het kuipje met plantjes voor een raam bij 15 tot 20 C.

Kleine Leeuwenbek plantjes, net opgekomen in zandheuveltjes.

Leeuwenbekplantjes, 7 dagen later.  Er zijn 15 zandheuveltjes. Bij 14 zandheuveltjes zijn plantjes opgekomen. In elk zandheuveltje zijn 1 of 2 plantjes opgekomen.

.

E)# Uitplanten

Nodig:

  • Plastic tray gevuld met potgrond.
  • Margarine kuipje met zandheuveltjes met kleine plantjes.
  • Theelepeltje.

Maak telkens in een vakje van de tray met een theelepeltje een putje in de potgrond. Schuif de potgrond een beetje opzij in het vakje.

Schep voorzichtig een zandheuveltje met 1 of 2 plantjes en een kluitje potgrond (of zaaigrond) eronder uit het 250 grams kuipje.

Uitvergrote foto’s van zandheuveltjes met 1 of 2 plantjes en een kluitje potgrond eronder.

Leg telkens het zandheuveltje met plantje(s) en een kluitje potgrond of zaaigrond in het putje (in de potgrond in de tray). Gebruik je vingers of een ander lepeltje als hulp om het plantje of de plantjes rechtop neer te zetten. Schuif daarna potgrond rondom het plantje of de plantjes.

Herhaal deze bewerkingen tot in alle vakjes van de tray plantjes staan of totdat de zandheuveltjes met plantjes “op” zijn.

.

Hier zijn 10 zandheuveltjes met kluitjes potgrond en plantjes in de tray uitgeplant.  Bij de meeste zandheuveltjes zijn 2 plantjes opgekomen. In het margarinekuipje zijn nog 5 zandheuveltjes over.

Strooi in elk vakje van de tray een dun laagje potgrond of zaaigrond rondom de plantjes. Sproei daarna voorzichtig water rondom de plantjes.

Op de bovenste foto zie je een tray vol met groepjes kleine plantjes. Elk groepje is afkomstig van een zandheuveltje. Elk groepje heeft 1 of 2 plantjes.

Op de onderste foto zie je een uitvergroting van een groepje. Dit groepje heeft 2 plantjes.

Zet de tray met plantjes voor een raam bij 15 tot 20 gr C.

.

F)# Uitdunnen

Op bovenstaande foto zie je plantjes die groot genoeg zijn om uitgedund te worden. Ze hebben ongeveer 1 week in de tray bij 15 tot 20 C gegroeid.

Op deze foto zie je plantjes na het uitdunnen.

Uitdunnen doe je zo:

  • Trek bij elke groepje van 2 plantjes het kleinste plantje voorzichtig uit de potgrond. Doe dit met je vingers of gebruik een pincet. Of knip het kleinste plantje van elk groepje met een scherpe schaar voorzichtig vlak boven de potgrond af.
  • Bij een vakje in de tray met maar 1 plantje hoef je natuurlijk niet uit te dunnen.
  • Sproei na het uitdunnen voorzichtig water rondom de plantjes in de tray.

Zet daarna de tray met plantjes weer voor een raam. Laat de plantjes verder opgroeien.

.

G)# Opmerkingen

  • Blijven de zaadjes “plakken” aan de plastic lepel of in het margarinekuipje dan kan dat komen door statische lading. Dan helpt het om de lepel en het lege kuipje in een verdund sopje af te wassen. Na het afwassen niet spoelen, maar laten opdrogen in de lucht. Zo komt er een dun zeeplaagje op het plastic en dat helpt.
  • Zandheuveltjes met plantjes water te geven:  sproei water tegen de binnen-zijkant van het 250 grams kuipje. Het water sijpelt naar beneden en wordt daarna door de potgrond of de zaaigrond opgenomen. Zo blijven de zandheuveltjes in vorm.
  • De werkwijze met het matje kun je ook gebruiken bij het zaaien van grotere zaadjes, bv paprika of tomaat.  Je moet dan wel wat meer zand in de gaatjes strooien om de zaadjes goed te bedekken. Of je haalt na het zaaien van de zaadjes het matje weg en bedekt daarna de zaadjes met een laagje potgrond of zaaigrond.
  • Je kunt zaaigrond of potgrond in het 250 grams kuipje doen. Na opkomst van de plantjes moet je de zandheuveltjes met kluitjes uitscheppen. Fijnkruimelige zaaigrond kun je goed scheppen, dus het uithalen van de kluitjes gaat dan gemakkelijk.  In potgrond zitten vaak veel lange vezeltjes dus dat schept wat moeilijker. Het gaat wel, zie de foto’s. Toch is het handiger als je van tevoren potgrond zeeft door de gaatjes van een plastic bloempot. Zoals op onderstaande foto te zien is. Deze zeeftip staat ook bij tip 2 “Eenvoudige tips en hulpmiddelen”,  nummer 47.

.

H)# Nieuwe proeven

Ik heb 2 nieuwe proefjes gedaan met het zaaien van Leeuwenbekje; diepe zaaikuiltjes of een toplaag van zand.

H1) In diepe zaaikuiltjes zaaien, niet afdekken.

 

  • Vul een kuipje met een mengsel van gezeefde potgrond en tuinkalk (ongeveer 20 op 1).
  • Sproei koud water op de zaaigrond.
  • Leg een matje op de zaaigrond
  • Maak de diepe zaaikuiltjes in de zaaigrond met de punt van een potlood.

  • Gebruik de werkwijze “met kuipje en lepeltje” (zie hoofdstuk B) om de zaadjes in de matgaatjes te strooien.
  • Of gebruik een schuif val bakje.
  • Zaai 4 zaadjes per matgaatje (per zaaikuiltjes).

  • Haal het matje van de grond af.
  • Doe een goed passend dekseltje op het kuipje.
  • Zet het geheel binnenshuis op een warme plek, bv op een cv-ketel of boven een radiator.

Wachten op de gekiemde plantjes

.

H1) Zaaien op een dun laagje vochtig gezeefd zand boven op potgrond, niet afdekken.

  • Vul een kuipje met een mengsel van gezeefde potgrond en tuinkalk (ongeveer 20 op 1).
  • Sproei koud water op de zaaigrond.

  • Strooi een dun laagje droog gezeefd tuinzand (of zilverzand) op de potgrond. Dat gaat goed met een theezeefje.
  • Je kunt de laag vlakmaken met een plastic plaatje.

  • Sproei koud water op het zand.
  • Zilverzand neemt het water snel op.
  • Je moet vaker water op het tuinzand sproeien om het vochtig te maken.

  • Leg een matje op de grond (op vochtig zand).
  • Gebruik de werkwijze “met kuipje en lepeltje” (zie hoofdstuk B) om de zaadjes in de matgaatjes te strooien.
  • Of gebruik een schuif val bakje.
  • Zaai 4 zaadjes per matgaatje (per zaaikuiltjes).

  • Haal het matje van de grond af.
  • Op deze foto zie je Leeuwenbekje zaadjes op vochtig zand.

  • Doe een goed passend dekseltje op het kuipje.
  • Zet het geheel binnenshuis op een warme plek, bv op een cv-ketel of boven een radiator.

.

Wachten op de gekiemde plantjes

Geplaatst in klein, zaadjes, zaaien | 18 reacties

Welkom

Welkom bij     sjeftuintips.wordpress.com ,    een weblog met veel handige tuintips.

Laatste aanpassingen:

  • Tuinfoto’s van 1 oktober 2020, zie     Sjefs tuin       .

Op Sjeftuintips staan veel tips, teksten en foto’s. Het is het handigst om tips op te zoeken over een bepaald onderwerp. Klik daartoe rechts op een bepaalde categorie, bv aardbeien of bonen of paprika of….

Af en toe worden tips of werkwijzen verbeterd of gemakkelijker gemaakt. Dan wordt er in een tip nieuwe tekst en foto’s bijgezet.

Zwarte menubalk (bovenaan):

  • Op “Startpagina” (“Home“) staan alle tuintips onder elkaar.
  • Bij “Interessante en leuke tuin-websites” vind je websites van diverse volkstuin-verenigingen en andere sites over tuinieren.
  • Alle tuintips met links vind je op “Inleiding en een overzicht van de tuintips“.
  • Foto’s van mijn tuin met een beschrijving vind je op “Sjefs tuin”.
  • Klik je op “Over Sjef” dan verschijnt er een foto van mij met een verhaaltje erbij.
  • Bij “Waar vandaan?” staat hoe tips gevonden, ontstaan of verzonnen zijn.

.

Bij de meeste tips (berichten) is de tekst verdeeld in hoofdstukken. De titel van elk hoofdstuk begint met een letter gevolgd door )#. Handig bij het opzoeken of om te onthouden waar je ook al weer iets gelezen had. Bijvoorbeeld tip 24 en E)#. Dat hoofdstuk gaat over loof en wortels van witlof afsnijden.

Bij tip 2 (Eenvoudige hulpmiddelen en tips) zijn alle hulpmiddelen en tips genummerd.

Onder elk bericht of onderaan op elke bladzijde kunnen reacties van bezoekers staan. Heb je vragen of opmerkingen, dan kun je (ook) een reactie plaatsen. Klik daarvoor op de titel van een bericht of op een bladzijde. Helemaal onderaan vind je een reactie-invulvenster. Geef je reactie in dit venster.

Binnen 1 of 2 dagen heb ik jouw reactie gelezen en op “Sjeftuintips” gezet.  De reactie staat dan bij hetzelfde bericht of bladzijde als waar je de reactie hebt gegeven. Je kunt je reactie ook rechts terugvinden bij Recente reacties. Onder jouw reactie zet ik meestal een antwoord of een verwijzing.

Ik stuur je dus geen email.  Maar als ik extra vragen of opmerkingen heb, stuur ik je wel een mailtje. Dat was zo bij Hetty over taugé kweken, bij Wim over enkele eenvoudige hulpmiddelen en tips en bij Jantina  over bonen opkweken in plastic bekers.

Je kunt heel gemakkelijk in “Sjeftuintips” tekst en/of foto’s selecteren en copieren door aanklikken met de PC-muis. Klik met linker muisknop op een foto. Of selecteer een stuk tekst met foto(‘s). Klik (op het stuk of de foto) met de rechter muisknop en kies voor “kopiëren”      of     doe Ctrl C.  Daarna in een ander document plakken (Ctrl V).  Onderaan bij tip 6, bij de reactie van Nel, staat stap voor stap beschreven hoe dit gaat.

Geplaatst in algemeen | 3 reacties

28) Winterbloemkool kweken

In deze tip:

  • A)# Inleiding
  • B)# In de volkstuin
  • C)# In de achtertuin
  • D)# De laatste oogst (te laat)
  • E)# Conclusies
  • F)# De oorspronkelijke tip

.

A)# Inleiding:

Als je in juli winterbloemkool zaait, kun je in april van het volgend jaar bloemkool oogsten. Hieronder staat beschreven hoe ik dit tot nu toe gedaan heb.  Zaaien in de tuingrond en de plantjes in de tuin zetten. Voor de winter zet ik de planten in bloempotten (met opengeknipte bodem) in de achtertuin. Tijdens vorstdagen zet ik de bloempotten met planten onder een afdak of in een schuur. En in het voorjaar weer in de achtertuin. Toch oogst ik maar kleine bloemkolen, ondanks alle moeite.

Mijn achterbuurman in de volkstuin heeft zijn winterbloemkool in de tuin laten staan. Ook dankzij de zachte winter had hij in april 2014 twee grote winterbloemkolen.

Ik heb in 2014 de bloemkolen eerder gezaaid en verplant. En ik heb de planten al de groeitijd gewoon op het land laten staan. Dus niet in potten zetten en verhuizen. Hieronder de foto’s en beschrijvingen.

En het zaaien en verplanten gaat vanaf 2015 handiger met zaailiniaal + zaaistokje + schuifvalbakje en met verplantbuizen.

.

B)# In de volkstuin

Twee winterbloemkoolplanten op 16 augustus. De kleine linker plant is op 15 juni gezaaid, de grote rechter plant op 20 mei.

En hier dezelfde 2 bloemkolen in mijn volkstuin op 2 november. De rechter plant op de foto heeft veel groot blad, maar ziet er wat vreemd uit. De linker kool ziet er beter uit.

Op 14 januari is dit de linker bloemkool van de twee planten. Deze plant groeit normaal. De andere kool groeide zo vreemd dat die uit de grond is gehaald.

Op 1 april ziet die ene winterbloemkoolplant uit de volkstuin er zo uit. Er is al wel een soort kropvorming, maar nog geen of misschien heel weinig bloemkoolvorming.

.

Een foto van de plant op 1 mei 2015. Er is dan nog geen bloemkool aanwezig.

Negen dagen later, op 10 mei 2015 is de bloemkool van die plant geoogst. Weegt 660 gram.

.

C)# In de achtertuin

Op 2 november staan deze 3 winterbloemkoolplanten in de achtertuin. De grote bloemkoolplant links is ook op 20 mei gezaaid. De 2 kleinere planten rechts ernaast zijn op 15 juni gezaaid.

Op 14 januari zijn deze 3 winterbloemkolen (2 grote en 1 kleintje rechts) in de achtertuin zo groot.

Op 1 april zien de winterbloemkoolplanten uit de achtertuin er zo uit. Er is al wel een soort kropvorming, maar nog geen of misschien heel weinig bloemkoolvorming.

Op 26 april dezelfde planten. De koolplanten zijn weer aan het groeien geslagen na de winter.

In de rechter plant zit al een bloemkooltje van ongeveer 10 cm doorsnede. De poepjes op de bladeren verraden dat er een rups in de bloemkool woont. Die is met een pincet verwijderd. Daarna zijn de poepjes met water van de kool af gespoeld.

Vervolgens zijn er koolbladeren rondom de bloemkool gevouwen en bovenaan met een klem bij elkaar vastgemaakt. Zo kan de bloemkool in het donker groter groeien. Want in het licht wordt de bloemkool geel en bobbelig.

Je kunt elastiek band of elastiek koord en haakjes gebruiken om de bladeren van de bloemkool te sluiten.

Of gebruik een elastiek koord met haakjes en een stuk elastiek band met 2 lussen erin.

Op 5 mei is de bloemkool van de rechter plant geoogst. Gewicht 700 gram. Op de onderste foto zie je hoe de rups geknabbeld heeft.

Bij het schoonmaken kwam een oorworm uit de bloemkool kruipen. En er zat een piepklein naaktslakje in verborgen.

Enkele dagen later zijn 1 normale en 1 grote bloemkool bij de 2 andere planten geoogst.

.

D)# De laatste oogst (te laat)

Als je te lang wacht oogst je een “losse” bloemkool, zoals deze op de foto hierboven. De kool smaakt wel goed, maar bij schoonmaken en klein snijden moet je de lange steeltjes afsnijden.

.

Conclusies:

  • Uit winterbloemkool die in mei is gezaaid kan een “vreemde plant” gaan groeien waar geen bloemkool in komt.
  • Als je winterbloemkool in juni zaait, dan worden de planten erg groot en stevig. In april/mei van het volgend jaar oogst je dan grote bloemkolen.
  • Als je in juli/augustus zaait (kan op de verpakking staan) worden de planten niet groot. In april oogst je dan maar kleine bloemkolen.
  • Alle bloemkolen zijn binnen 1 of 2 weken oogstrijp. Te lang wachten met oogsten levert een losse bloemkool op.
  • Gedurende een zachte winter kan de bloemkool in de tuingrond blijven staan.
  • Tijdens een strenge winter kun je een “tomatenafdak nieuw ontwerp” boven de planten. Hieronder een kleine foto van dat afdak.

.

.

F)# Hier het oorspronkelijke bericht.

In juli -augustus kun je winterbloemkool in je tuin zaaien. De koolplanten overwinteren in het Nederlandse klimaat. De planten kunnen tegen enkele graden vorst in de winter.  Laat de planten in de tuin in een grote bloempot groeien. Voordat het erg hard gaat vriezen kun je elke bloempot met plant uit de tuingrond halen en onder een afdak of  in een koele schuur of garage zetten. Zet na de vorst iedere bloempot met plant weer terug in de tuingrond. Geef veel koud water in maart en april om een goede koolvorming te hebben.

In april van het volgend jaar heb je dan (kleine) bloemkooltjes.

Deze in april 2014.

.

F1) Ras

 

Voor winterbloemkool is dit ras, “Walcheren Winter” geschikt.

.

F2) Zaaitijd

Winterbloemkool wordt volgens de info op de verpakking in juli of augustus in de tuingrond gezaaid. Mijn ervaring is dat je beter eerder kunt zaaien, bijvoorbeeld in begin juni. Dan is de plant voor de winter veel groter, komt beter de winter door en geeft hopelijk een grotere bloemkool in april van het volgend jaar.

.

F3) Zaaien

Voor 10 winterbloemkolen heb je ca 20 plantjes nodig. Als je pech hebt dan levert ongeveer de helft van de plantjes geen goede bloemkool op. Dat komt dan door plantenziekten zoals draaihart, hartloosheid of een andere aandoening.  Daarom wat meer zaaien.

Maak met schepje de tuingrond goed los. Meng wat mest of compost  en tuinkalk (Dolokal) door de grond. Maak een voortje van ca 8 cm breed en ca 4 cm diep. Maak een voortje van ca 1,5 meter lang.

Giet water in het voortje. Gebruik een gieter met fijne broes.

Strooi bloemkoolzaadjes in een wit bakje. Je kunt ze dan goed zien. Gebruik een cocktailprikkertje (met vochtig gemaakte punt), een pincet of je vingers om de zaadjes in het voortje te strooien.

Gebruik een lat met afstand-strepen. Zaai om de 15 cm 3 a 4 zaden in het voortje.

Strooi daarna vochtige tuingrond in het voortje. Dit laagje is ca 0,5 cm dik.

Het kan erg droog en warm zijn of veel regenen in deze tijd van het jaar. Leg daarom een plank of stukjes golfplaat over het voortje. Leg er bakstenen op tegen wegwaaien.

Na ca 3 tot 8 dagen zijn de koolplantjes opgekomen. Haal dan de planken of golfplaat weg. Giet af en toe de plantjes met een gieter met fijne broes. Giet met koud water.

.

F4) Uitdunnen

Dit is een foto van koolplantjes ca 3 weken na het zaaien. Om de 15 cm zijn groepjes met 1,2,3 of 4 koolplantjes.

Gebruik een mesje of metalen stripje om per groepje enkele koolplantjes te verwijderen tot er 2 plantjes per groepje over zijn. Deze 2 plantjes moeten de grootste zijn en/of enkele cm uit elkaar staan.

Giet na het uitdunnen de plantjes en de grond in het voortje.

.

F5) Tijdstip van uitplanten

Ca 4 tot 6 weken na het zaaien zijn de planten groot genoeg om ze uit te planten. Doe dit bij goed “plantweer”. Dit is koel, regenachtig weer.

Heb je zelf geen winterbloemkool gezaaid, dan is dat niet erg. Tussen half juli en half augustus kun je winterbloemkool-plantjes kopen in een tuincentrum, 4 plantjes voor 1 euro.

.

F6) Plaats van uitplanten

Zet de koolplanten in de tuin op een “winderige” plek.  Dan heb je minder last van plantenziekten.

.

F7) Koolplantjes nat gieten, vlak voor het uitplanten

Gebruik een gieter met fijne broes om de grond en de koolplanten goed nat te gieten. Doe dit ongeveer een half uur voor het uitplanten.

.

F8) Uitplanten in grote bloempotten in de tuingrond

Het is handig om in augustus de koolplantjes meteen in grote bloempotten in de tuingrond te planten.

Dat is veel gemakkelijker dan later, in oktober, grote koolplanten met een grote zware potkluit uit de grond halen en in een bloempot zetten. Dat is zwaar werk, er kan veel grond van de potkluit afvallen en na het planten staan de bloemkolen er vaak enkele weken “triest” bij.

Je kunt in augustus de koolplantjes alvast in een bloempot in de grond te zetten en ze later met pot en al verplanten naar de aangewezen plaats. Dat doe je als je in augustus nog geen plaats hebt om de bloemkoolplanten neer te zetten.

Je kunt bloempotten gebruiken van ongeveer 30 cm doorsnede en hoogte.  In 2013 ga ik bloempotten gebruiken waarbij een deel van de bodem is weggesneden of weggezaagd (met decoupeerzaag of scrobzaag). Dan kunnen de wortels van de planten dieper de grond in groeien.

Maak met een spade (schop) een kuil in de grond en zet de bloempot in de kuil. Schuif de grond rondom tegen de bloempot aan.

Doe wat tuingrond, mest of compost en dolokal (tuinkalk) in de emmer tot ongeveer half vol. Meng dit door elkaar met een spade (schep).  Doe daarna weer wat tuingrond, mest of compost en dolokal in de emmer en meng door elkaar met een schep.

Ga door totdat de bloempot ongeveer vol is met het grondmengsel.

Steek een bollenplanter circa 10 to 15 cm diep, midden in de grond in de bloempot. Haal de bollenplanter met grond uit de bloempot. Er is nu een rond plantgat in de grond gemaakt.

.

Steek de “punt” van een tuinschepje in de vochtige grond rondom een koolplant. Zo vorm je een wortelkluit die aan de koolplant vast zit.

Staan de 2 bloemkoolplantjes erg dicht bij elkaar, dan kun je 1 plant met grote potkluit en 1 plant met kleine potkluit uit de grond halen. Ik denk dat uit beide plantjes goede, grote bloemkoolplanten gaan groeien.

Hier zie je een koolplant met een flinke kluit vochtige grond eraan.

Maar je kunt ook de koolplant met minder aanhangend grond uit de grond halen.

 

Zet de koolplant in de bloempot in de tuingrond:  houd de plant op de goede hoogte en vul de ruimte onder en naast de potkluit met grond uit de bollenplanter en uit de tuin .  Zorg ervoor dat de koolplant diep in de grond staat.  Dan zal de plant niet zo gemakkelijk loswaaien bij harde wind.

Hierna wordt rondom de koolplant plakken (stal)mest gelegd. Zorg daarom voor een mesthoopje (in je tuin). Als het mesthoopje enkele maanden “oud” is, kun je plakken stalmest van het mesthoopje afscheppen. Dat gaat goed als je de tanden van een riek horizontaal boven in het mesthoopje steekt.

Zo zien de plakken stalmest eruit.

Leg 0,5 tot 1 cm dikke plakken stalmest rondom de plant. Leg de plakken tegen de stengel van de koolplant aan.

Giet daarna koud water rondom de koolplant in de bloempot en laat het water in de grond zakken.

.

F9) Opmerkingen over het planten

  • Plant de kooplanten vrij diep in de grond.  Bij harde wind waaien ze dan niet los of schuin.
  • Koolplanten hebben veel voedsel nodig. Daarom compost of mest door de grond mengen.
  • Door Dolokal (tuinkalk) door de grond te mengen is er minder kans op de plantenziekte “Knolvoet”.
  • Koolplanten groeien slecht als de grond rondom de planten (te) droog wordt. Giet daarom regelmatig veel water in de bloempot.
  • Door de plakken stalmest droogt de grond minder snel uit. Tijdens water gieten gaat er voeding van de stalmest naar de wortels van de plant.  Plakken stalmest rondom de steel werken net zo goed tegen de koolvlieg als koolkragen, is mijn ervaring. Dus koolkragen niet nodig. De koolvliegmade komt niet door de plak stalmest heen.

.

F10) In de achtertuin zetten

Zet in oktober of november de bloempotten met koolplanten in de grond van je achtertuin. Op deze foto van 1 november zie je rechts voor de kas de bloemkolen staan.  Enkele weken later kun je de gele bladeren van de plant weghalen.

F11) Opmerking:

Het kan zijn dat de bloemkoolplant “hoog in de pot groeit”. Dus met een lange stengel boven de grond. Dat is niet goed; de plant kan gemakkelijk omwaaien bij sterke wind.

Zo kun je de plant dieper in de pot zetten:

Leg de pot op een emmer. Schep met een lepel grond uit de pot via het gat in de bodem van de pot. Zet de pot weer rechtop. Druk de potkluit in de pot naar beneden. Strooi de grond uit de emmer in de pot.

.

F12) Onder een afdak of in een schuur zetten

Als er strenge vorst wordt verwacht, haal dan de bloempotten met planten uit de tuingrond. Zet ze onder een afdak of in een garage, schuur of zoiets.

.

F13) Weer in de tuingrond zetten

Als het niet meer vriest en de grond in de tuin is gedooid, zet dan de bloempotten met planten weer in de kuilen (gaten) in de

.

F14) Groeien en oogsten

In Maart en April gaan de planten weer groeien. De bladeren zien er weer fris uit. Enkele bladeren zijn vergeeld tijdens de winter. Haal die weg.

De plant is niet zo groot als een bloemkoolplant die je in maart of april plant en in juli oogst.

Zet de bloempotten met koolplanten wat dieper in de grond en druk de grond rondom de potten goed aan.

Zorg ervoor dat je de koolplanten veel water kunt geven: de grond in de pot is enkele cm lager dan de potrand en de pot staat wat dieper in de grond dan de omliggende tuingrond.

Giet regelmatig veel koud water in de bloempot.

Eind april kan de eerste bloemkool zichtbaar zijn.

Dek de bloemkool af anders wordt de kool geel. De werkwijze op de foto werkt erg goed. Vouw van een aantal bladeren de punten bij elkaar. Gebruik een “klem” om de bladeren bij elkaar te houden. De bloemkool tussen de bladeren kan zo vrij groeien.

Eind april, begin mei is de bloemkool groot en kan geoogst worden. Als je langer wacht met oogsten kan de bloemkool erg los worden.

Dit is de oogst van 1 mei; een vaste bloemkool en 4 kleine, wat losse bloemkooltjes. De losse bloemkooltjes hadden eigenlijk wat eerder geoogst moeten worden. Volgend seizoen proberen om grotere bloemkolen te kweken o.a. door eerder te zaaien.

Geplaatst in bloemkool | 12 reacties

27) Andijvie kweken

In deze tip:

  • A)# Werkwijze 1. Andijvieplantjes in de tuingrond zetten
  • B)# Werkwijze 2. Andijvie in de tuingrond zaaien
  • C)# Zaaitijd
  • D)# Zaaien 
  • E)# Plantjes opgekomen
  • F)# Uitdunnen
  • G)# Onder een golfplaat of in bloempotten
  • H)# Proef met (te) vroeg gezaaide andijvie

.

Andijvie kweken gaat op 2 werkwijzen:

  1. Andijvieplantjes kopen (in een tuincentrum) en de andijvieplantjes in de tuingrond zetten
  2. Andijvie in de tuingrond zaaien.

Hieronder worden beide werkwijzen beschreven.

.

A)# Werkwijze 1. Andijvieplantjes in de tuingrond zetten

Vanaf maart kun je andijvieplantjes in een tuincentrum kopen en die in de tuingrond zetten. Meng van tevoren wat mest of compost door de grond. Zet elk andijvieplantje in een ondiep kuiltje en schuif tuingrond aan. De andijvie hoeft niet diep geplant te worden. Groeit de plant in een zogenaamd perspotje (een blokje samengeperst grondmengsel) dan mag na het planten een deel van het perspotje boven de grond uitkomen. De worteltjes van het andijvieplantje groeien vanzelf naar beneden de tuingrond in. Zorg ervoor dat de plantjes niet op een heuveltje staan, want dan loopt het water tijdens het gieten weg van de plant. Je kunt een lage wal van tuingrond rondom elke plant maken.

Giet na het planten de andijvieplantjes goed nat. Buig een stuk kuikengaas tot een “tunnelvorm” en zet die over de plantjes. Dit is om vraat door konijnen of vogels te voorkomen.

Giet af en toe de andijvieplantjes, vooral bij droog en warm weer. Zijn de plantjes al wat groter, giet dan de grond rondom de plant onder de bladeren goed nat. De bladeren zorgen ervoor dat het water niet snel verdampt.

Op onderstaande foto’s zie je hoe andijvie in mijn tuin groeit.

2 april:  Midden op deze foto zie je 2 andijvieplantjes met gaas erover. Deze andijvieplantjes zijn op 17 maart gekocht en in de tuin gezet.

1 mei :  Twee andijvieplanten onder het gaas, al flink gegroeid.

1 juni :  Er staat nog 1 (donkergroene) andijvie midden tussen de (lichtgroene) sla-planten. De andere andijvie die er stond is al geoogst.

.

B)# Werkwijze 2. Andijvie in de tuingrond zaaien

Als je in het voorjaar andijvie in de tuingrond zaait gaat de andijvieplant eerst gewoon groeien. Maar na enkele maanden gaat de plant “doorschieten”, dit is een bloemknop ontwikkelen. Het is warm weer, de dagen zijn lang (vele uren licht) en de plant wil zaad gaan vormen. Dus komen er blauwe bloemen aan de andijvieplant. Verderop in dit bericht staan foto’s van “met opzet” te vroeg gezaaide andijvie.

(De andijvie-planten die je in het tuincentrum koopt zijn op een speciale manier opgekweekt (temperatuur, licht) waardoor ze niet doorschieten).

.

C)# Zaaitijd

Na half juni kun je andijvie rechtstreeks in de tuin zaaien, met minder kans op doorschieten. Als de andijvieplant groot is, is het herfst met lagere temperaturen en korte tijd daglicht. Dus geen reden voor de plant om bloemen en zaden te vormen.

.

D)# Zaaien 

Maak met een schepje een stukje tuingrond goed los. Meng wat mest of compost door de grond.

Sproei de tuingrond goed nat met een gieter met fijne broes.

Strooi 5 tot 10 andijviezaadjes op de vochtige grond.

Strooi wat vochtige verkruimelde tuingrond over de zaadjes. Deze laag is ca 0,5 tot 1 cm dik.

Zet een zwart plastic bloempotje over de verkruimelde grond.

Schuif wat tuingrond tegen de zijkant van het bloempotje. Hierdoor kan het potje niet wegwaaien.

Door het zwart bloempotje erover te zetten gaat het kiemen goed:

  • De grond droogt minder snel uit tijdens warm droog weer.
  • Omdat je niet giet zal de fijn verkruimelde grond boven de zaadjes niet “dichtslaan” (dicht opeen gaan zitten).
  • De grond koelt minder af tijdens koude nachten.
  • De grond en zaden worden niet te nat of weggespoeld tijdens harde regenbuien.
  • Het bloempotje geeft de plaats aan waar gezaaid is.
  • Tijdens erg droog en warm weer kan water op het zaaisel gesproeid worden (door de gaatjes in de bodem van het bloempotje).

.

E)# Plantjes opgekomen

Vijf dagen na het zaaien heb ik het bloempotje even weggehaald. De eerste andijvieplantjes zijn zichtbaar. Hierna heb ik het bloempotje weer over de plantjes gezet.

Nog meer andijvieplantjes zichtbaar, 7 dagen na het zaaien.

Controleer af en toe of er andijvieplantjes boven de grond zijn.

  • Schuif de grond rondom het zwarte bloempotje weg.
  • Til het potje op.
  • Afhanelijk van de temperatuur zijn na ca 4 tot 10 dagen de eerste andijvieplantjes zichtbaar, zoals op bovenstaande foto’s.

Als de plantjes nog heel klein zijn of er zijn weinig plantjes opgekomen dan kun je het bloempotje er weer overheen zetten en tuingrond tegen de zijkant aanschuiven. Controleer 2 dagen later nogmals.

Zodra er ca 5 of meer andijvieplantjes zichtbaar zijn of als de plantjes wat groter zijn, dan hoeft er geen bloempotje meer over de plantjes gezet te worden.

Zet een merkteken (stokje, strookje plastic) bij de plantjes. Je zult dan de plantjes niet per ongeluk omschoffelen of erop gaan staan.

.

F)# Uitdunnen

Voor het uitdunnen, ca 12 andijvieplantjes.

Als de plantjes ongeveer 2 tot 4 cm hoog zijn, trek dan andijvieplantjes uit de grond tot er nog 2 over zijn. Daarna water op de plantjes en op de grond sproeien. Laat de plantjes groter groeien.

Als de 2 andijvieplantjes ongeveer 6 tot 10 cm hoog zijn, trek dan het kleinste plantje uit de grond (en laat het grootste plantje staan). Daarna water op sproeien. Laat de andijvie groter groeien.

.

Na 8 weken is de andijvieplant al aardig groot.

.

G)# Onder een golfplaat of in bloempotten

Als je de laatste andijvie in een rij zaait, dan kun je in de herfst een golfplaat over de planten zetten tegen de kou. Zo kun je de andijvie in de tuin bewaren om die later in de herfst of vroege winter te oogsten.

Je kunt in oktober/november de grote andijvieplanten uit de tuin halen en in bloempotten zetten. Zet bij vorst, sneeuw of harde regen elke pot met plant onder een afdak Geef regelmatig water in de bloempot. Je kunt beter niet op de plant gieten.

.

H)# Proef met (te) vroeg gezaaide andijvie

Als proef heb ik eind april andijvie in de tuingrond gezaaid. Na uitdunnen heb ik 2 planten overgehouden die ca 30 cm uit elkaar staan.

Eind juni.  De andijvieplanten zijn flink gegroeid. Er is nog geen bloemvorming te zien, mogelijk door het koude natte weer in juni.

Eind juli.  De andijvieplanten zijn verder gegroeid. Bij de linker andijvieplant gaat een bloemstengel groeien.

Begin augustus.  Grote andijvieplanten met bloemstengels.

Begin september.  Weinig blad, veel bloemstengels met blauwe bloempjes.

Zo ziet een andijviebloempje eruit. Een bloempje van 2,5 cm in doorsnede.

Geplaatst in andijvie | 20 reacties

26) Aardbeien uitlopers: bloempotjes en bollenplanter gebruiken

In deze tip:

  • A)# Uitloper in een bloempotje laten groeien
  • B)# Groot gegroeide uitlopers in bloempotjes
  • C)# Uitplanten (potje zonder bodem en met opengeknipte zijkant)
  • D)# Uitplanten (algemeen)
  • E)# Aardbeiplanten op 17 augustus
  • F)# Winter en voorjaar
  • G)# Aardbeiplanten en oogst in het volgende jaar
  • H)# Welke uitlopers per plant
  • I)# Bloempotjes opslag
  • J)# Aardbei – kweektips en internetsites
  • K)# Wikihow

.

In deze tip wordt beschreven hoe aardbei-uitlopers die in bloempotten zonder bodem worden “geplant”, uitgroeien tot grote planten, elk met een flinke wortelkluit.

.

Veel tuinders zetten uitlopers van aardbeienlanten eerst in bloempotjes. Als de plantjes in de potjes goed beworteld zijn, wordt de uitloper van de moederplant afgeknipt. Later worden de planten uit de bloempotjes gehaald en op een nieuwe plek in de tuin gezet.

Om de bloempotjes gemakkelijk in de grond te zetten is het handig om een bollenplanter te gebruiken. In elk bloempotje is bovenaan een soort sleufje geknipt om de uitloper door te leiden. Hierdoor blijft de uitloper beter in het bloempotje zitten.

Hierna moet je de uitlopers en de moederplanten gedurende veel weken voldoende water geven, zodat de uitlopers goed groeien.

Er zijn drie soorten bloempotjes uitgetest:

  1. bloempotjes zonder bodem en met dichte zijkant
  2. bloempotjes zonder bodem en met doorgeknipte zijkant
  3. bloempotjes met bodem

.

A)# Uitloper in een bloempotje laten groeien

Op deze foto zie je een uitloper die groot genoeg is om in een potje te zetten,  Er zijn (nog) geen worteltjes aan het plantje.  Het volgende plantje aan de uitloper is al “in de maak”.

Gebruik altijd het eerste plantje dat aan de uitloper zit, gerekend vanaf de moederplant. Knip het volgende plantje van de uitloper af met een scherpe schaar.

Leg het plantje opzij. Maak met een bollenplanter een rond gat in de grond. Je kunt de diepte en de doorsnede van het gat aanpassen.  Draai of wiebel de bollenplanter met de klem “open” om het gat in de grond groter te maken.

Haal de bollenplanter (in gesloten stand) uit de grond. In de grond is nu een rond gat gevormd om een bloempotje in te zetten. De tuingrond zit nog in de bollenplanter.

Je kunt allerlei bloempotjes in het gat in de grond plaatsen.

.

A1) Bloempotje zonder bodem en met dichte zijkant

Laat je een uitloper groot groeien in een bloempotje zonder bodem, dan kan de wortelkluit erg groot worden; de bodem zit dan niet in de weg.

Je kunt een bloempotje gebruiken zoals op bovenstaande foto te zien is. De doorsnede van een potje is ca 10 cm (bovenaan gemeten). De bodem is weggeknipt. Daarna is met een schaar een soort sleuf in de bovenrand gemaakt om de uitloper door te leiden.

Hieronder staat hoe dit bloempotje gebruikt wordt.

Zet het bloempotje zonder bodem in het gat in de grond. Draai de sleuf in het bloempotje richting moederplant.

Hierna wordt het bloempotje in de grond weer gevuld met tuingrond en mest (of compost). De uitloper heeft mest of compost nodig om groot te groeien.

Je kunt “om en om” kleine schepjes mest en tuingrond in het bloempotje strooien tot het bloempotje helemaal vol is. Dat is nogal veel werk. En ook niet erg handig.

.

Onderstaande werkwijze gaat beter, handiger:

Schud de tuingrond uit de bollenplanter in een kleine bak of emmer.

Je kunt het beste een vierkante of een rechthoekige bak of een emmer met schenktuit gebruiken. Je gaat later de tuingrond weer in het bloempotje schudden, en dat gaat vanuit zo’n bak of emmer heel handig.

Schep enkele eetlepels fijnkorrelige mest bij de tuingrond en meng door elkaar.

Schud daarna het tuingrond/mest mengsel in het bloempotje in de tuingrond tot het bloempotje vol is.

Druk het mengsel in het potje “goed” aan. Want losse grond in het potje droogt gemakkelijk uit en dan groeit het plantje niet goed.

Aandrukken gaat handig met de onderrand van de bollenplanter, die is toch in de buurt. Met de bollenplanter wordt de grond goed aangedrukt, maar niet te vast.

Na de eerste keer aandrukken is het bloempotje niet meer vol. Strooi dan nog wat mengsel of losse tuingrond in het potje. Daarna weer aandrukken.

Buig het stripje boven het sleufje een beetje opzij en leid de uitloper door het sleufje. Leg de uitloper met plantje op de grond in het potje. Draai het potje als nodig om het aardbeienplantje goed in het midden te laten groeien. Sproei water op de plant en de grond.

Opmerkingen:

  • Heeft het aardbeiplantje nog geen wortels, leg het plantje dan los op de grond in het potje. Dus niet “ingraven” of grond op het plantje strooien.
  • Heeft het plantje al enkele (korte) wortels, strooi dan tuingrond in het bloempotje en maak een kuiltje in de grond in het potje. Stop de worteltjes van het plantje in dat kuiltje en strooi voorzichtig tuingrond rondom de worteltjes.

 

  • Later wordt de gegroeide aardbeienplant met bloempot en wortelkluit uit de tuingrond gehaald. De zijwand van de bloempot wordt doorgeknipt om de wortelkluit “vrij te maken” en de plant uit de pot te halen. De aardbeienplant met wortelkluit wordt in de tuingrond geplant. Je hebt nu een bloempot zonder bodem en met opengeknipte zijkant over. Kun je die bloempot weer gebruiken?

.

A2) Bloempotje zonder bodem en met doorgeknipte zijwand

Je kunt ook een ander soort bloempotje gebruiken, eentje zonder bodem en met doorgeknipte zijwand. Ook hierin kan de wortelkluit erg groot worden; de bodem zit niet in de weg.

Op deze foto zie je links een bloempotje dat niet verknipt is.

Rechts op de foto is een bloempotje zonder bodem en met doorgeknipte zijkant. Het sleufje is aan de overkant van de doorgeknipte zijkant. Dat is beter omdat het sleufje dan niet vervormd kan worden bij het in de grond zetten.

Hieronder kun je lezen hoe je zo’n bloempotje gebruikt.

Maak met een bollenplanter een rond gat in de grond. Dit gat mag iets smaller zijn dan de breedte van de bloempot. Druk daarna een niet verknipt bloempotje in het gat tot de rand de tuingrond raakt. Zo maak je het gat in de grond wat ruimer. Met een zijkant doorgeknipt potje gaat dit niet.

Als nodig het gat met de bollenpoter wat groter maken (eerst natuurlijk het potje uithalen).

Haal het niet verknipte bloempotje eruit. Zet een bloempotje met doorgeknipte zijkant in het gat tot de rand de tuingrond raakt. Zet het potje zo dat het sleufje richting moederplant is. Op deze foto zie je linksonder de overlap van de doorgesneden zijkant en rechtsboven het sleufje.

Daarna mest en grond instrooien en de uitloper opleggen. En water opsproeien.

.

A3) Bloempotje met bodem en dichte zijkant

Als test zijn ook bloempotjes met bodem gebruikt. Zowat alle wortels van het plantje zitten dan in het bloempotje. Het plantje moet dan alle voedsel uit de grond van het potje halen. De wortelkluit kan niet erg groot worden; de bodem zit in de weg.

.

.

Voor alle bloempotjes geldt;  hierna de uitlopers en de moederplanten gedurende vele weken voldoende water geven, zodat de uitlopers goed groeien.

.

B)# Groot gegroeide uitlopers in bloempotjes

Bij het aardbeienras dat in mijn tuin groeit zijn de uitlopers in augustus groot genoeg om uit te planten. Hieronder enkele foto’s van grote aardbeienplanten (groot gegroeide uitlopers) in de 3 soorten bloempotjes.

.

B1) Bloempotje zonder bodem en met dichte zijkant

Hier een groot gegroeide uitloper. Die zit nu nog in het bloempotje.

En hier is de zijkant van het potje doorgeknipt en daarna is de plant uit het potje gehaald.

.

B2) Bloempotje zonder bodem en met doorgeknipte zijkant

Hier een grote uitloper in het bloempotje. Dit is nog een oud model bloempotje met de zijkant bij het sleufje doorgeknipt. Het is handiger om de zijkant tegenover het sleufje door te knippen. Dan blijft het sleufje “heel”.

Hier is de plant uit het potje gehaald.

Dit potje (zonder bodem en met doorgeknipte zijkant) is erg gemakkelijk bij het uitplanten. Verderop staat bij C)# hoe je heel handig de groot gegroeide uitlopers uit deze potjes in de tuin plant.

.

B3) Bloempotje met bodem en dichte zijkant

Hier een grote uitloper in een “normaal” bloempotje.

……en hier is de plant uit het potje gehaald.

.

B4)  Drie bloempotjes, welk is het beste?

  • Bij een bloempotje zonder bodem groeien ook veel wortels onder het potje uit. Dit levert een diep wortelende plant op die niet snel uitdroogt.  Dat is handig bij tuinieren in zandgrond.
  • Een doorgeknipte zijkant is handig om de plant uit het potje te halen. Maar je kunt ook de zijkant pas doorknippen vlak voor het uitplanten.
  • Bij een bloempotje met dichte bodem zitten er minder wortels aan de plant dan bij een bloempot zonder bodem. Deze aardbeienplanten wortelen niet zo diep. Dat is minder goed bij tuinieren in (droog) zandgrond.  Het is ook erg lastig om de plant uit het potje te halen, vooral als de wortels door de openingen in de bodem groeien. Dan moet je de bodem van het bloempotje kapot knippen. Of je moet (veel) wortels  wegknippen die door de bodem groeien.

.

Een bloempotje zonder bodem of zonder bodem en met opengeknipte zijkant “werkt” het beste. In het potje groeit een grote aardbeiplant met een diepe wortelkluit die onder het potje uitsteekt.

.

C)# Uitplanten (potje zonder bodem en met opengeknipte zijkant)

Een bloempotje zonder bodem en met opengeknipte zijkant is wat moeilijker onder de uitloper in de grond te zetten. Je moet eerst het gat in de grond met een gewone bloempot wat groter maken en pas daarna kun je de zijkant opengeknipte bloempot in de grond zetten.

Maar het planten van de groot gegroeide uitloper gaat bij zo’n potje erg gemakkelijk (zie onderstaande foto’s.

Maak een kuil in de grond. Diep genoeg zodat de wortelkluit en de bloempot in de kuil passen.

Zet de bloempot met de aardbei-plant in de kuil in de grond. Duw met je handen tuingrond onder en rondom de bloempot en wortelkluit. Zorg ervoor dat de bovenzijde van de grond in de bloempot ongeveer even hoog is als de tuingrond rondom de kuil. En dat de ruimte om de bloempot wordt opgevuld met tuingrond.

Trek de bloempot rustig uit de grond terwijl de plant in de grond blijft. Dit gaat heel gemakkelijk omdat de bloempot een “rand” is die los in de grond zit. Als nodig de plant met de hand tegenhouden (in de grond houden).

Druk de grond rondom de plant aan en zorg ervoor dat de plant op de goede diepte in de grond staat. De bovenzijde van de wortelkluit (bovenzijde van de grond die in de bloempot zat) moet ongeveer even hoog zijn als de tuingrond rondom de kuil. Als nodig de plant wat hoger of lager planten duwen of tuingrond weghalen of bijschuiven.

.

D)# Uitplanten (algemeen)

Uitplanten doe je zo:

  1. Maak de grond van het nieuwe aardbeienbed goed los en luchtig. Spit de grond om met een schop (spade). Of maak de grond los met een riek.
  2. Span een lijntje (touw of elastiek) om in een rechte rij uit te planten.
  3. Maak telkens met een schepje of je hand een (groot) plantgat in de grond.
  4. Strooi telkens mest of compost in het plantgat (als gewenst).
  5. Of: Haal de plant uit de bloempot. Als nodig de zijkant van de bloempot doorknippen. Houd telkens met 1 hand de plant in het plantgat op de juiste hoogte en schuif met een schepje of met je andere hand tuingrond in het plantgat (onder en rondom de potkluit).                                                                                                                                               Of: Zet de bloempot (met doorgeknipte zijkant) met de plant erin in het plantgat op de goede diepte. Trek daarna voorzichtig de bloempot uit de grond, de aardbeiplant blijft in de grond staan.
  6. Elke plant moet even diep in de grond staan als in het bloempotje.  Dus bovenkant potkluit = bovenkant tuingrond. Als nodig de plant wat hoger of lager planten of tuingrond weghalen of bijschuiven.
  7. Als alles is geplant de grond en de planten sproeien.

.

Hier ziet u een rijtje met pas geplante aardbeienplanten.

.

E)# Aardbeiplanten op 17 augustus

Geplante uitlopers in mijn volkstuin op 17 augustus. Deze uitlopers zijn gegroeid in bloempotjes zonder bodem.

.

Geplante uitlopers in de tuin van een volkstuincollega op 17 augustus.  Deze uitlopers zijn “gewoon in de grond” gegroeid.

.

F)# Winter en voorjaar

Tijdens de winter hoef je de aardbeiplanten niet af te dekken. Aardbeien hebben koude (vorst) nodig om in het voorjaar bloemen en later vruchten te laten groeien.

Alleen bij strenge vorst kun je wat stro over de planten leggen. En later weer weghalen als het niet meer streng vriest.

 

In februari/maart kun je gaatjesplastic over de planten aanbrengen. Je kunt dezelfde opbouw gebruiken als de bonentunnel van tip 11, maar dan met gaatjes plastic.

Als je tunneldelen van gebogen gaas over de planten zet, dan kun je daar weer gaatjes plastic overheen leggen. Zie ook tip 23 .

Het gaatjesplastic blijft in maart, april en mei over de planten. Door het gaatjesplastic groeien de planten sneller. De planten hebben eerder bloemen en vruchten. De bloemen hoeven niet bijen of hommels bestoven te worden. Elk bloempje wordt een aardbei. Tenminste bij mijn aardbeienplanten. Vanaf half mei of eerder kun je het gaatjesplastic weghalen. 

Zodra er veel bloemen en de eerste groene vruchten aan de planten zijn kun je een laagje stro tussen de planten leggen. Als nodig de vruchten optillen en stro eronder schuiven. Door het stro op de grond komt er tijdens regen geen modder op de vruchten. Vruchten mat modder gaan algauw rotten.

.

G)# Aardbeiplanten en oogst in het volgende jaar

Je kunt grote en kleine “groot gegroeide uitlopers” in de grond zetten. De grote uitlopers zijn dan als eerste in een bloempotje zonder bodem gekweekt. De kleine zijn enkele weken later gekweekt. Als test heb ik in mijn nieuw aangelegde aardbeienveldje de grote uitlopers in een groep gezet en de kleine in een andere groep. Na de winter had ik (weer) een groep grote en een groep kleine planten.

Op deze foto zie je links de kleine en rechts de grote planten. Als je op de foto klikt, komt die breed op het scherm. Dit is mijn oude gaas/net scherm tegen vogelvraat.

.

Op deze foto zie je links “kleine” planten met “weinig” aardbeien en rechts “grote” planten met “veel” vruchten. Als je op de foto klikt, komt die breed op het scherm.

De grote “groot gegroeide uitlopers” zijn de grootste aardbeienplanten geworden. Hieraan komen de meeste vruchten.

.

H)# Welke uitlopers per plant

Om het volgend jaar grote planten met veel aardbeien te verkrijgen moet je grote uitlopers kweken. Doe dat als volgt:

  • Neem uitlopers van gezonde planten die goed groeien en veel vruchten geven.
  • Laat van zulke planten de eerste en de tweede “uitloperstengel” groeien.
  • Laat van enkele planten meer uitloperstengels groeien, bv 5.
  • Knip daarna elke volgende uitloperstengel vlak bij de moederplant af.
  • Volg de werkwijze zoals bij deze tip is beschreven.
  • Plant de grootst gegroeide uitloperplanten in het nieuwe aardbeienbed.
  • Je kunt de moederplanten laten staan om volgend jaar daar weer aardbeien van te oogsten. Ga na of dit past in het vruchtwisselplan. Je krijgt het volgend jaar meestal meer en kleinere aardbeien van de moederplanten.

.

I)# Bloempotjes opslag

Als je de potjes met doorgeknipte zijkant niet gebruikt, dan kun je ze als een stapel op een “niet verknipt” bloempotje zetten. De potjes worden een beetje op elkaar gedrukt zodat de doorgeknipte zijkant “open staat”. Als ik de potjes volgend jaar weer gebruik dan zijn ze een beetje “breder en groter” geworden. Ze passen dan weer goed bij het in de grond zetten.

.

J)# Aardbei – kweektips en internetsites

Menno schreef een reactie. Daarin noemde hij de website van “aardbeiplantje.nl”. In die site zijn ook veel kweektips te vinden over aardbeiplanten. Over planten in je tuin of op het balkon.

Onder deze tip staan nog meer reacties van bezoekers. In mijn antwoorden verwijs ik naar sites die ik op het internet vond. Hieronder een lijst van die aardbei-sites:

plantaardig plantdatum

plantaardig planten in augustus

plantaardig aardbeien zaaien

moestuinforum zaaiaardbeien

aardbeiplantje

huis en tuin info

mooie moestuin

moestuinforum blad afknippen

mooie moestuin potten

plantaardig aardbeien

gezonde apotheker

.

K)# Wikihow

Een Engelstalig artikel hierover is te vinden in Wikihow door te klikken op:  Wikihow4

 

Geplaatst in aardbeien | 43 reacties

25) Plastic folie over het afdak voor tomaten of paprika’s

In deze tip:

  • Voorwoord
  • A)# Afdak met instelbare zijkanten van plakplastic folie
  • B)# Zijkant en binnenaanzicht
  • C)# Klem openen, uithalen en inzetten
  • D)# Korte latten
  • E)# Lager sluiten en stormbestendig.
  • F)# Zijkanten dicht
  • G)# Schuiven
  • H)# Dichte folie
  • I)# Breed hangend folie
  • J)# Een beetje scheef
  • K)# Bouwbeschrijving
  • L)# Folie opleggen
  • M)# Stormbestendig

.

  • In deze tip wordt een klem gebruikt om een lat met opgerold folie op z’n plaats te houden. Later is een nieuw, handiger ontwerp voor deze klem toegevoegd. Zie verder in deze tip bij C)#.

.

Voorwoord

Je kunt tomaten of paprika’s onder een afdak opkweken. In   tip 7   zijn allerlei afdaken beschreven.

Tomaten

Tomaten groeien goed in een afgesloten tuin. Zet ze buiten in de open lucht of onder een “open” afdak. Een open afdak heeft geen bescherming aan de zijkant. Onder een open afdak is het iets warmer dan in de open lucht.

In een volkstuin is er gevaar voor de plantenziekte Phytophthora bij tomaten. Het is moeilijk om in een volkstuin een goed tomatenafdak te maken. Meer info over mijn tomatenafdaken in   tip 7  .

.

Paprikaplanten (en pepers).

Je kunt paprikaplanten gewoon in de open lucht in de tuin laten groeien. In augustus/september heb je dan per plant 2, 3 of meer grote groene paprika’s. Dit gaat goed, zeker in Nederland/België tijdens de warme zomers van tegenwoordig.  Zie ook bij tip   9) Paprika’s kweken    bij hoofdstuk I)# Paprikaplanten in de tuin of in een kas laten groeien.

Je kunt paprikaplanten onder een afdak van doorzichtig plastic golfplaat zetten. Dan groeien de planten sneller, hoger en je kan meer paprika’s per plant laten groeien. De paprika’s zijn eerder rijp.  Tip 7      beschrijft de bouw van een gebogen afdak van golfplaat. Dat is een goed afdak voor paprika’s.

Bij koud of regenachtig weer of tijdens koude nachten wil je de paprikaplanten ook aan de zijkant beschermen. Daarvoor kun je (gaatjes)folie over het afdak hangen en bij warm weer eraf halen. Maar als het hard waait slaat het folie tegen de planten aan of het folie waait van het afdak af. Niet handig.

De volgende constructie is beter.

A)# Afdak met instelbare zijkanten van plastic folie

Dit is het open afdak (gebogen dak van golfplaat) van tip 7. Hieronder worden de paprikaplanten gezet. Het afdak steunt op 3 verticale latten (poten) die in de grond staan, links, midden en rechts op de foto.

Over het afdak liggen 2 “stukken” folie, een over de linker helft en een over de rechter helft.  De 2 stukken folie liggen in het midden ca 10 – 15 cm over elkaar.  Bij elk stuk folie zijn de einden op lange houten latten opgerold. Deze lange latten zijn met korte houten latten vastgemaakt aan de 3 verticale “palen” van het afdak.

Op deze foto is rechts de folie aan de voorzijde “weggehaald”. Dit is gedaan door meer folie op de houten lat op te rollen.

Hier is links en rechts de folie aan de voorzijde “weggehaald” door oprollen.

Hier een zij-aanzicht van het afdak met paprika-planten eronder. Je ziet de verticale palen van het afdak en de korte latten tussen deze verticale palen en de lange latten met opgerold plastic folie. De korte latten zijn aan de verticale palen vastgezet met bouten en vleugelmoeren door één van de 4 gaten.

Elke houten lat met opgerold folie zit aan één kant (“de linkerkant”) in een klem. Het oude ontwerp is een plastic witte klem met metalen strip (bovenste foto hierboven). Het nieuwe ontwerp is gemaakt van een (doorgezaagde) ijzeren “stoelhoek” (onderste foto hierboven). Meer over deze klem verder in dit bericht.

Aan de andere kant (“de rechterkant”) is een schroef in de lat met folie gedraaid. Deze schroef draait in een gat in een korte lat.

.

B)# Zijkant en binnenaanzicht

De folie is tot onder afgerold. Je kunt onder het afdak kijken; de “smalle zijkanten” zijn nog open.

Verderop in dit bericht, bij F) Zijkanten dicht, staat beschreven hoe je afneembare zijkanten kunt maken. Met de zijkanten dicht is het kasje nog warmer.

Dit is een foto van onder het afdak.

.

C)# Klem openen, uithalen en inzetten

Elke houten lat met opgerold folie zit aan “de linkerkant” in een klem. De lat met folie kan hier uitgehaald worden en na draaien weer ingezet worden.

Hieronder foto’s over dit uithalen, omhoog draaien en weer inzetten. Het zijn foto’s van de oude (witte plastic) klem. Maar met de nieuwe klem gaat dit ook goed.

De metalen “strip” zorgt ervoor dat de lat met folie in de witte plastic klem blijft zitten.

Door de metalen strip naar voren te trekken en daarna te draaien wordt de klem “geopend”.

Op deze foto is de lat met opgerold folie uit de klem gehaald (en even op een wasmand gelegd).

De lat met folie is gedraaid waardoor er meer folie is opgerold. De korte lat met klem moet hierna hoger “gedraaid” of “opgetild” worden om de lat in de klem te kunnen leggen . Daarna is de lat met folie weer in de klem gelegd. De lat met folie kan nu nog wel uit de klem gaan.

Door de metalen strip naar voren te trekken en daarna te draaien wordt de klem weer “gesloten”. De lat met folie zit weer “vast”.

.

Nieuw ontwerp klem

Op deze foto’s zie je de bovenaan de oude klem en daaronder de nieuwe klem. Op de linker foto zijn beide klemmen open. Op de rechter foto zijn ze gesloten.

De nieuwe klem is gemaakt van een ijzeren “stoelhoek”. Van die stoelhoek is aan 1 kant een stuk ijzer afgezaagd. De stoelhoek en dat afgezaagde stuk ijzer zijn op een blok hout geschroefd. Het stuk ijzer kan draaien en zorgt ervoor dat de klem opent of sluit.

Hierboven een foto om aan te tonen hoe de nieuwe klem de lat met opgerold folie vastzet. De nieuwe klem “werkt” net zo goed als de oude. Maar de nieuwe klem is veel gemakkelijker te maken. Zie ook  L)# Bouwbeschrijving.

Als je de nieuwe klem op een lat van “gewoon hout” schroeft, dan kan het hout gaan splijten. Kees heeft in een reactie (onderaan bij deze tip) voorgesteld om multiplex te gebruiken (in plaats van gewoon hout); multiplex splijt niet.

.

.

D)# Korte latten

Er zijn 2 soorten korte latten;

  • korte latten met een klem aan een eind (om de lange lat met plastic folie vast te zetten),
  • korte latten met een gat aan een eind (om de lange lat met plastic folie te laten draaien).

Korte lat met klem;

De ene lange lat met opgerold folie zit “aan de buitenkant van” de andere lange lat met folie. Hierdoor komen de lange latten of de 2 stukken folie niet met elkaar in botsing of in de knoop.

Dit is als volgt gemaakt:

Elke korte lat zit met een bout vast aan een verticale poot van het afdak.  Elk korte lat heeft 4 gaten op een rij. Door een van de 4 gaten te kiezen zit de lat met folie meer naar binnen of meer naar buiten. Zie ook onderstaande foto.

Korte lat met gat;

  • Aan de rechterkant van elke lange lat met opgerold folie zit een bout. Deze bout zit in een gat in een korte lat. Een moer en een vleugelmoer houdt de bout in de korte lat. Tijdens het oprollen of afrollen van folie draait de bout in de korte lat.

.

E)# Lager sluiten en stormbestendig.

In het 2e jaar dat het “kasje” gebruikt wordt, is in de 3 verticale latten onderaan een gat bijgemaakt. De korte latten zijn met een bout in dit gat vastgemaakt. Hierdoor kan de kas aan beide zijden lager sluiten en dat maakt de kas weer wat warmer. En er passen 2 rijen planten naast elkaar onder de kas.

Tijdens storm of hard waaien kun je elke lat vastzetten met een pen die in de grond is gestoken.

.

F)# Zijkanten dicht

Hier zie je een constructie van 2 latten en dik plastic folie waarmee de zijkant van de kas is dichtgemaakt. Hieronder volgt een beschrijving.

.

Nodig:

  • Dik plastic folie. Voor elke kant ca 1 x 1 meter. Dit gewapend plastic folie, 1 x 2 m,  kost €7,00.
  • Latten, ca 4 cm breed en 1,5 cm dik. Voor elke kant 1 lat van ca 45 cm lang en 1 lat van ca 70 cm lang.
  • Houtschroeven of spaanplaatschroeven.
  • 2 Grote houtschroeven met grote kop.
  • 2 Schroefogen met houtdraad.

.

Voorbereiding:

  • Twee latten van dezelfde lengte worden later (met de folie ertussen) tegen elkaar geschroefd met houtschroeven of spaanplaatschroeven). Boor daarom van tevoren gaatjes in de latten voor deze schroeven. En draai de schroeven in de lat die aan de voorkant komt. Draai de schroeven er niet helemaal in.
  • Schroef in 1 lange lat die aan de voorkant komt 2 schroefogen, aan elk eind 1 schroefoog. Draai de schroeven er niet helemaal in.
  • Boor in de korte latten 2 gaten van ca 8 mm doorsnede, ca 8 cm van elk uiteinde af. Deze gaten zitten ca 1 cm van de lange zijkant af.

.

Bovenzijde vastmaken:

  • Schroef 2 grote houtschroeven in de bovenste lat van het afdak. Hang de “achterste” korte lat aan deze schroeven.

  • Houd met een hand de bovenkant van het folie op ongeveer de goede hoogte tegen de zijkant van het afdak.
  • Druk met de ander hand de “voorste” korte lat tegen de folie. Draai met de middelste schroef de 2 latten “bijna” op elkaar.  Nu zit het folie op 1 plaats op de juiste plaats. Het folie kan nog wel gedraaid worden om recht te hangen. De voorste lat zit schuin.

.

  • Trek beide korte latten een stukje naar voren en draai de voorste korte lat totdat die “goed zit”. De 2 korte latten “lopen gelijk aan” de bovenste lat van het afdak.
  • Draai het folie “recht” terwijl je de korte latten op hun plaats houdt.
  • Draai de korte latten aan elkaar vast met alle 3 schroeven. Nu zit de folie aan de bovenzijde tussen 2 korte latten geklemd.
  • Prik met een schroevendraaier of priem in de grote gaten van de korte latten. Maak zo grote gaten in het folie.
  • Hang het folie en de korte latten op het afdak.

.

Hier zie je hoe de bovenste korte latten aan de grote houtschroeven hangen. Zo kunnen ze er niet afvallen.

.

Onderzijde vastmaken:

Klem aan de onderzijde het folie tussen de 2 lange latten. Zorg ervoor dat de latten ongeveer “in het midden en recht” zitten.

Draai de oogschroeven verder in de latten.  Zet de onderkant vast met pennen door de schroefogen.

.

Zijkant bijwerken:

Knip boven een stuk van de zijkanten van het folie af. Het plastic reikt daarna tot enkele cm onder het golfplaat dak.

Je kunt de kas nog meer winddicht maken door onderaan de flap vast te zetten. Zie foto’s hieronder.

Vouw het folie dubbel en knip met een scherpe schaar een klein gaatje in een “vierkantje” van de folie. Vouw het folie weer open en zet het vast met een (ijzeren) pen of stok.

.

G)# Schuiven

Elk stuk plastic folie kan over de golfplaat geschoven worden, van voor naar achter. Dat doe je bijvoorbeeld om het afdak aan de achterzijde dicht te maken en aan de voorzijde open.

Of om het folie recht te trekken als het erg scheef hangt, zoals op bovenstaande foto. Hierbij til je een lat met folie op en je trekt voorzichtig de andere lat met folie omlaag.

.

H)# Dichte folie

Je kunt gaatjesfolie op de latten draaien. Door het gaatjespatroon kun je deze folie gemakkelijk recht afknippen en recht op de latten rollen. Maar gaatjesfolie begint na enkele maanden al plaatselijk te scheuren. De plastic laag bij gaatjesfolie is nogal dun.

Dichte folie is veel dikker en steviger dan gaatjesfolie. Je kunt een dak van dicht folie maken door dicht folie op te rollen. Een probleempje is dat je dicht folie moeilijker recht en haaks kunt afknippen omdat er gaan rijen met gaatjes inzitten.

Op de foto’s hieronder zie je een afdak met de 2 soorten folie op.

Op bovenstaande foto heeft het afdak links een stuk gaatjesfolie en rechts een stuk dicht folie.

Je kunt latten met folie (die je niet gebruikt) boven in het afdak op de dwarslatten leggen. Daar blijven ze droog.

.

I)# Breed hangend folie

In de vertikale latten zijn 2 gaten geboord om de korte latten aan vast te maken. Hierdoor kan je het plastic folie aan de zijkant verder of dichter bij laten afhangen.

Op bovenstaande foto’s zie je dat het folie aan de voorkant (bij de stoeptegels) breder hangt dan aan de achterkant (bij de aardappelplanten). Dit komt door een juiste keuze van de verbindingsgaten in de korte latten en in de vertikale latten.

Zo wordt de andere rij paprikaplanten naast de stoeptegels ook beschermd door het plastic folie.

.

J)# Een beetje scheef

Op elke lange lat is het plastic folie zo recht mogelijk opgerold. Maar tijdens het telkens oprollen en afrollen op het afdak gaat het folie een beetje scheef op de lange latten “zitten”.

Aan de rechterzijde zijn 2 korte latten vaak op elkaar aan de vertikale lat geschroefd. Hoordoor ligt de ene lange lat iets meer naar rechts dan de andere lange lat van hetzelfde stuk folie. Ook hierdoor kan het folie een beetje scheef op de lange lat worden opgerold.

Mijn ervaring is dat dit scheef oprollen geen probleem is. Het is zo weinig dat het folie gewoon goed over het afdak blijft hangen. Misschien hangt het folie hierdoor een ietsiepietsie scheef.  Maar dat is niet erg.

.

K)# Bouwbeschrijving

Benodigd voor het folieafdak:

  • Doorzichtig plastic folie (landbouwplastic) of gaatjesplastic van 6 meter lang. Hoe breed hangt af van de maten van het afdak.
  • Houten latten, ca 4 cm breed en ca 1,5 cm dik.
  • Stoelhoeken, schroeven (bouten moeren ringen)

.

K1) Klemmen (nieuw ontwerp).

Nodig:

  • 4 ijzeren stoelhoeken
  • Houtschroeven.
  • Zwarte platte ringen. Dit zijn rubber ringen die in een waterkraan zitten om die af te kunnen sluiten (zogenaamde “kraanleertjes”).

Hieronder staan de maak-foto’s. Daaronder een beschrijving.

Bovenstaande foto’s laten zien hoe de nieuwe klem gemaakt wordt. Van een stoelhoek wordt een stuk afgezaagd. Van de losse delen worden de scherpe randjes gevijld. Van beide delen, 1 ringetje en schroefjes wordt de klem gemaakt. De klem wordt op een blokje hout (ongeveer 20  x 45 mm doorsnede) gezet. Je kunt beter een blokje van multiplex gebruiken om de klem op te schroeven (voorstel van Kees); multiplex splijt niet. Zie 2 foto’s verder.

Het zwarte ringetje is een rubberen “kraanleertje”. Dat ringetje zorgt ervoor dat er meer ruimte is en dat de lat met folie ruimer in de klem past; door het ringetje “zit” het draaibare ijzeren plaatje hoger op de houten lat.

Door het rubberen ringetje draait het ijzeren plaatje moeilijker. Hierdoor blijft het ijzeren plaatje beter op zijn plaats na het open- of dichtdraaien. Zo kan de lat met opgerold folie niet per ongeluk uit de klem vallen.

Het blokje hout met klem eraan wordt daarna op een korte lat geschroefd. Zo heb je een korte lat met klem gemaakt.

(Het kan gebeuren dat het blokje met klem splijt. Je kunt een langer blokje hout met klem maken en opschroeven, meer schroeven gebruiken, gaten voorboren of de klem (zelf) op een korte lat schroeven (en niet op een latje).

Kees heeft een goede oplossing voor dit probleem. Kees stelt voor om het korte latjes en de korte blokjes hout van mulitplex te maken. Multiplex splijt niet. Deze opmerking van Kees staat onderaan de tip bij de reacties (25 december 2019). Kees, hartelijk dank.

.

K2) Korte latten

K2a) korte latten met klem

Een korte lat is ongeveer 4 cm breed, 1,5 cm dik en 52 cm lang. In de korte lat zijn 4 gaten van 5 mm geboord, op 4, 8, 12 en 16 cm van het eind (links op de foto). Op deze korte lat is een blokje hout met nieuwe klem geschroefd (rechts op de foto).

Voor mijn afdak met 2 stukken folie zijn 4 korte latten met klemmen nodig. Je kunt alle korte latten met klemmen hetzelfde maken; door de lat “om te draaien” kun je die links of rechts gebruiken om een lange lat met opgerold folie vastte zetten.

.

K2b) Korte latten zonder klem

Voor mijn afdak met 2 stukken folie heb ik 4 van dergelijke latten nodig. De lat is ca 4 cm breed, 1,5 cm dik en 55 cm lang.

Elke lange lat met folie heeft een ingeschroefde bout. Deze bout draait in een 5 mm gat in een korte lat. Op bovenstaande foto zie je zo’n korte lat met rechts het gat voor de bout.

In de korte lat zijn 4 gaten van 5 mm geboord (links op de foto). Op 4, 8, 12 en 16 cm van het eind.

Bij 2 van de 4 korte latten is (bij het gat voor de bout) het uiteinde afgerond: de hoeken zijn afgezaagd en met schuurpapier glad gemaakt. Rechts op bovenstaande foto. Deze korte latten worden in het midden in de tunnel vastgemaakt. Daar liggen de 2 stukken folie over elkaar. Door de afgeronde hoeken wordt het plastic van het andere stuk folie niet of minder snel beschadigd.

.

K3) Lange latten

Bij een kort afdak kun je de lange lat ongeveer even lang maken als het afdak zelf. Bij een lang afdak zoals op de foto’s zijn 2 stukken folie nodig. Een lange lat is dan ongeveer even lang als een “half”afdak. Een lange lat is ongeveer 4 cm breed en 1,5 cm dik.

Op bovenstaande foto zie je de “stokschroef” met moer en vleugelmoer die rechts in de lange lat wordt geschroefd. Deze stokschroef is m5 (5 mm schroefdraad doorsnede) en ca 5 cm lang.

Boor aan 1 eind van de lange lat een klein gat in de lengterichting. Gat diameter 2,5 of 3 mm. Diepte ca  2,5 cm.  Dit boren gaat redelijk goed “uit de losse hand”:  in een hand de draaiende boormachine vasthouden, met de andere hand de lat telkens een beetje linksom en rechtsom draaien tijdens het boren.

Draai de moer op, de vleugelmoer op en draai de twee moeren stevig tegen elkaar vast (met een steeksleutel en met je hand).

Doe een beetje vaseline of vet op de houtschroefdraad van de stokschroef. Draai de stokschroef ca 2,5 cm in de lange lat door de vleugelmoer rechtsom te draaien. Als de moeren strak tegen elkaar zijn gedraaid zal dit goed gaan.

(Lukt dit niet, draai dan 2 gewone moeren op de stokschroef in plaats van een moer en vleugelmoer. Draai de 2 moeren met 2 sleutels strak tegen elkaar. Draai dan de moer die aan het eind zit met een sleutel rechtsom. Hierdoor zal de stokschroef in de lat gedraaid worden.)

Draai daarna de moeren van elkaar los en draai ze van de stokschroef af.

Doe bovenstaande bij alle lange latten.

K3a) Folie vastmaken op de lange (oprol)latten en oprollen

Het plastic folie is 6 meter breed. Vouw het folie uit zodat je het “begin” kunt vinden.

Je kunt 4 extra latjes gebruiken. Maar je kunt ook zonder deze latjes. In onderstaande beschrijving heb ik het gebruik van die extra latjes (((tussen haakjes))) gezet.

 

  • (((Zaag 4 extra stukjes lat die dezelfde dikte en breedte hebben als de oprollat. Meet de lengte van elk latje. Elke latje is bijvoorbeeld 55 cm lang.)))
  • Koop plastic folie van 6 meter breed. Koop 2 of 2,5 meter folie. Dat is wat meer dan de lengte van een lange (oprol)lat.

  • Leg de 6 meter folie “uitgestrekt” op een grasveld of gazon.

  •  Vouw het folie dubbel, zodat je 3 meter “krijgt”. Leg een steen of een stuk stoeptegel op elke hoek waar de losse einden op elkaar liggen.

  • Schroef bij elke oprollat de stokschroef uit het eind. Bij het oprollen zit die stokschroef in de weg. Na het afknippen en oprollen wordt de stokschroef weer ingedraaid.
  • Leg een oprollat “in de folie” bij het dichte eind. Trek voorzichtig aan de lat zodat de folie strak komt. Snijd met een scherp mes op de lat, door de folie.
  • Je hebt nu 2 stukken folie, elk van 3 meter lang en 2,5 meter breed. Dat is groot genoeg.
  • Leg één vel folie op het gras. Het andere vel even ergens anders neerleggen of oprollen (voor later gebruik).
  • Nu latten inrollen in die vel folie die op het gras ligt, als volgt;

  • Leg de oprollat aan een eind van het vel folie. Deze lat ligt ongeveer “midden” op de breedte van het folie. Maak het begin van het folie vast met punaises. (((Leg een korte lat “in de folie”, tegen de oprollat aan.)))

  • Doe hetzelfde aan het andere eind van de oprollat.

Laat dit uiteinde van het folie met oprollat (((en 2 korte latjes))) op het gras liggen.

Ga naar het andere eind van de folie op het grasveld.

  • (Schroef bij een andere oprollat de stokschroef uit het eind van de lat, als je dat nog niet gedaan hebt)
  • Leg deze oprollat op dit uiteinde van het vel folie. Leg de lat met het gat voor de stokschroef aan de juiste kant (dezelfde kant als bij de andere lat)
  • Zet de folie vast met punaises aan de oprollat. (((En steek 2 korte latjes “in” de folie.)))

  • Rol vanaf elke kant het folie zo recht en strak mogelijk op. Rol vanaf elke kant 1,5 meter folie op. Aan elke kant rolt de folie op een oprollat ((( en op 2 korte latjes.)))
  • Ga na of de folie ongeveer recht is opgerold. Dat kun je voelen aan de uiteinden van beide oprollatten (in het plastic). Deze uiteinden komen dan “vlak bij elkaar uit”. (((Dan steken de korte latten aan elke zijde ongeveer “even ver uit de rol”.))) Niet recht opgerold, dan 1 kant afrollen, punaises uithalen, iets anders (schever) opleggen, weer punaises induwen, oprollen en controleren.
  • Na het oprollen: voel waar de uiteinden van beide oprollatten zijn. (((Meet waar de korte lat tegen de lange oprollat drukt. Dit is natuurlijk 55 cm vanaf het uiteinde van de korte lat want elke korte lat is 55 cm lang.)))

  • Prik met een punaise of priem of kleine spijker een gaatje door het opgerold plastic folie. Prik ongeveer 1 cm vanaf het eind van de lange oprollat. Je kunt voelen waar het eind van de lange oprollat is. (((Je kunt meten waar dat punt is; bij korte latten van 55 cm lang is dat 56 cm vanaf het euind van de korte lat>)))  Zo wordt het plastic folie ongeveer 1 cm smaller dan de oprollat. Prik op 2 plaatsen per oprollat. Dus op 4 plekken in totaal.

  • Rol de folie een stukje af en ga na of de geprikte gaatjes goed zichtbaar zijn. Niet goed, dan weer oprollen en met een grotere prikker of spijker een groter gaatje maken. Op bovenstaande foto zie je gaatjes in het folie die duidelijk genoeg zijn om langs te knippen.

  • Rol de folie helemaal af en knip met een scherpe schaar de folie recht, net langs de geprikte gaatjes.

  • Rol de folie weer op, beide uiteinden 1,5 meter.
  • Draai de stokschroeven in de gaten in de oprollatten.

Zoals je op de laatste foto ziet, is het oprollen en afknippen erg goed gegaan. De folie is ongeveer 1 cm smaller dan de latten.

.

Opmerking; korter folie

Het kan gebeuren dat de lange lat met 3 meter opgerold folie te dik is (en niet ruim in de klem past). Dan kun je korter folie oprollen, bv van 2 meter lang. Die past dan nog ruim over het afdak.

.

L)# Folie opleggen

Leg folie op bij windstil weer. Leg de folie met de 2 latten boven op het afdak. Rol bij een lat een deel van het folie af. Zet de lat vast in een witte klem. Steek daarna de schroef in het gat van een korte lat. Schroef een moer en een vleugelmoer op de bout. Draai de vleugelmoer strak tegen de moer aan.  Rol daarna folie van de andere lat af en maak deze lat op dezelfde wijze vast in de klem en met de schroef.

.

M)# Stormbestendig

Het afdak en de folie kunnen goed tegen harde wind. Het afdak en de plastic folie blijft heel. De korte latten worden niet strak vastgeschroefd aan de 3 vertikale latten van het afdak. Hierdoor kan het folie en de latten in de wind op en neer en heen en weer wiebelen.  Door het gewicht van de lange latten wordt de folie telkens weer strak getrokken.

Aan het eind van de zomer, in september of oktober is het gaatjesplastic beschadigd door de zonnestraling, het schuiven en het op- en afrollen.  Dicht folie blijft het hele seizoen heel. En dicht folie is warmer.

Geplaatst in afdak, paprika, plastic folie, tomaat | 24 reacties

24) Witlof kweken

Witlof is van oorsprong een echte wintergroente. Je kunt witlof oogsten als er buiten sneeuw ligt.

In deze tip:

  • A)# Witlofras
  • B)# Witlof zaaien in mei
  • C)# Groene witlofplanten in de tuin
  • D)# Groene witlofplanten oogsten
  • E)# Witlofplanten “behandelen”
  • F)# Witlofwortels in een bloempot met compost zetten
  • G)# Water ingieten
  • H)# Op bloempotschotel zetten en droog zand opstrooien
  • I)# Bloempot met wortels in het donker
  • J)# Kroppen oogsten
  • K)# Groeitemperatuur
  • L)# Nogmaals witlofkroppen groeien op witlofwortels?
  • M)# Bladluisjes
  • N)# Bitter
  • O)# Kroppen groeien in een bloempot met tuingrond
  • P)# Witlofwortels bewaren
  • Q)# Witlof in bloempot met dekgrond
  • R)# Weinig nieuwe kroppen op gedroogde wortels (na 1e oogst)
  • S)# Wortelkluit na de witlofgroei
  • T)# Laatste witlofgroei met paarse of bruine vlekken
  • U)# Resten witlofwortels op composthoop

.

Witlof kweken bestaat uit 2 delen.

  1. In mei wordt witlofzaad in de tuingrond gezaaid. Hieruit groeien volwassen witlofplanten. Een volwassen witlofplant in de tuin heeft grote langwerpige groene bladeren en een grijs/bruine penwortel.
  2. In september, oktober, november of december worden de witlofplanten uit de grond gehaald. De witlofplanten worden dan als volgt “bewerkt”: Het grootste deel van het groene loof wordt afgesneden tot er nog ongeveer 3 cm loof boven de wortel over is. Ook wordt de wortel ingekort tot ongeveer 25 cm. Verderop zie je waarom dit gedaan wordt.

Op bovenstaande foto zie je bewerkte witlofplanten met korte wortels en met nog een beetje loof eraan. Deze witlofplanten worden ook wel witlofwortels of witlofpennen genoemd.

Je kunt dergelijke witlofwortels (via het internet) kopen, als je ze niet zelf hebt gekweekt.

Bij “gewone” witlof worden de witlofwortels naast elkaar in een ondiepe kuil in de tuin gezet. Er wordt grond tussen de wortels gestrooid. Daarna wordt een 15 – 20 cm dikke laag grond of stro bovenop de witlofwortels aangebracht. Op elke witlofwortel gaan bladeren groeien. In het donker blijven deze bladeren wit. Door de druk van het stro of de grond bovenop groeien deze bladeren in de vorm van een krop(je).  We noemen dit “witlof groeien met dekgrond“.

Bij speciale witlofrassen is geen dekgrond of stro bovenop de wortels nodig tijdens het groeien van het kropje. De witlofwortels worden in bakken of bloempotten met vochtige grond of compost gezet. De bakken of bloempotten worden in het donker gezet. In het donker groeit op elke wortel een witlofkropje, gewoon “in de lucht”.  Dit heet “witlof groeien zonder dekgrond“.

Witlof kweken zonder dekgrond is het gemakkelijkst. In deze tip is een uitgebreide beschrijving over deze kweekwijze.

.

Hieronder foto’s van mijn witlof die is gegroeid met of zonder dekgrond;

Je kunt witlof in een grote bloempot laten groeien. Als je een andere bodemloze grote bloempot opzet en tuinzand opstrooit kun je witlof met dekgrond laten groeien. Zonder bloempot op kweek je witlof zonder dekgrond. Zie de foto hierboven. Witlof links is gegroeid met dekgrond (tuinzand), witlof rechts zonder dekgrond. In hoofdstuk Q)# zijn foto’s en een beschrijving van mijn witlof gekweekt in een bloempot met dekgrond.

.

Witlof groeit in het donker

In het licht groeien losse groene bladeren op witlofwortels. De bladeren groeien wel in een groep, maar ze vormen geen krop.

.

A)# Witlofras

Ik gebruik meestal dit ras witlof zonder dekgrond. Op de achterkant van het zakje staat Cichorium intybus, Mechelse middelvroege, Videna. Ik denk dat het ras Videna is, een veelgebruikt witlofras. Dit witlofzaad kost ca €1,60 voor 2,5 gram.

Ik heb ook nog 2 andere rassen “zonder dekgrond” gebruikt: Zoom F1 (Intratuin) en Focus F1 (Oranjeband). Uit het zaad van deze 3 rassen groeien gezonde witlofplanten in de tuingrond. En er groeien daarna goede witlofkroppen op de wortels. Zie ook tip   40 info over groentezaad   .

Op het internet zijn er veel sites over witlof kweken, bijvoorbeeld    deze    of    hier   .

.

B)# Witlof zaaien in mei

De maand mei is een geschikt maand om witlof te zaaien. Eerder zaaien kan wel maar de planten zullen toch niet veel groter groeien. Bij later zaaien krijg je wel kleinere planten.

Witlof groeit het beste op humusarme (zand)grond. Kies voor witlof een stuk grond waar weinig compost of mest in zit. De grond moet los en kruimelig zijn om rechte wortels te krijgen. “Vers gespitte” grond is goed.

B1) Voortje maken en water in het voortje sproeien

  • Span een draadje (touwtje of elastiekje) om in een rechte lijn te kunnen zaaien.
  • Of span een nylon koord met om de 10 of 15 cm een knoopje. Info over dit koord zie tip 38) Groepjes kleine zaadjes  .
  • Maak met een tuinschepje de grond onder het draadje goed en diep los. Dat gaat handig door telkens het schepje een stukje verder in de grond te steken en het schepje daar te “wiebelen”.

  • Maak een ondiep voortje in de tuingrond onder het draadje. Dat gaat handig met een voortjesplankje of met 2 margarinekuipjes (in elkaar) op de kop.
  • Maak het voortje ongeveer 5 cm diep en 8 cm breed.
  • Zaaien in een voortje is handig. Redenen: de grond droogt minder snel uit, het is gemakkelijker bij het water geven en het voortje geeft aan waar gezaaid is.

  • Sproei water in het voortje:
    • Haal eerst het draadje of elastiekje weg, zodat het niet nat wordt tijdens sproeien.
    • Of sproei voorzichtig naast het draadje of elastiekje.
    • Sproei water op de grond door de fijne broes van een gieter vlak boven het voortje te houden. Als je zo water giet “slaat de grond niet dicht”.
  • Laat het water in de tuingrond zakken voordat je gaat zaaien.

.

B2) Witlof zaaien op vaste afstanden

Witlofplanten worden vrij groot en hebben daarom veel ruimte nodig om te groeien. Je kunt witlof het beste in groepjes zaaien. Elk groepje bevat ongeveer 10 witlofzaadjes. De groepjes liggen 15 centimeter uit elkaar.

Later ga je per groepje kleine witlofplantjes uittrekken totdat er per groepje één witlofplantje overblijft. Dat plantje groeit uit tot een grote plant.

  • Je kunt een nylon koord (met om de 10 of 15 cm een knoopje) langs het voortje spannen. Gebruik de knoopjes in dit koord om de groepjes zaadjes op vaste afstanden te zaaien. Info over dit koord zie tip 38) Groepjes kleine zaadjes  .
  • Of gebruik een latje of stokje of duimstok om de vaste tussenafstand aan te geven.
  • Of zaai “uit de losse hand” op ongeveer vaste afstanden.

  • Strooi witlofzaadjes in een wit bakje. Dan kun je de zaden goed zien.
  • Of strooi witlofzaadjes op (in) één hand.
  • Pak telkens een stel witlofzaadjes tussen duim en wijsvinger uit het bakje of van je (andere) hand.

  • Strooi ongeveer 10 zaadjes achter elkaar in een rijtje of in een groepje in het voortje.
  • Strooi deze zaadjes “dwars op de richting van het voortje”. Dus van de ene lange kant van het voortje naar de andere lange kant.
  • Strooi om de 15 cm een rijtje of groepje witlofzaadjes.
  • Gebruik je een koord met knoopjes om de 10 cm, zaai dan om en om “bij een knoopje” en “midden tussen 2 knoopjes“. Zo zaai je om de 15 centimeter.

.

Opmerking:

Op het zaadzakje staat een afstand van 10 cm tussen de groepjes aangegeven. Maar om de 15 cm is beter. Bij een afstand van 15 cm krijg je minder planten met rotte groene bladeren.

.

B3) Grond opstrooien

  • Strooi na het zaaien wat losse fijnverkruimelde vochtige tuingrond op het witlofzaad in het voortje. Laagdikte ongeveer 0,5 centimeter. Je kunt een plastic bloempotje met tuingrond vullen en via de bodemgaatjes de grond op strooien.

.

B4) Afdekken

 

  • Het is slim om het zaaisel af te dekken met stukken golfplaat of een afdekstrook van stof. Dat is tegen uitdrogen of het wegspoelen van de zaadjes tijdens stortbuien. Haal deze bescherming weg zodra de eerste witlofplantjes opgekomen zijn.

En nu maar wachten tot er witlofplantjes opgekomen zijn.

Zó zien kleine witlofplantjes er uit. Hier zie je 2 groepjes met kleine witlofplantjes.

.

B5) Uitdunnen

Als de plantjes in het voortje ongeveer 5 tot 10 cm hoog zijn, trek dan kleine witlofplantjes uit de grond totdat er per groepje 2 witlofplantjes over zijn. Als het kan, 2 witlofplantjes die een stukje uit elkaar staan. Dat is handiger bij de volgende keer uitdunnen. Na het uitdunnen water sproeien op de plantjes en tuingrond.

(Je kunt de uitgetrokken witlofplantjes gebruiken om op lege plekjes in de rij te planten. Of maak een nieuwe rij witlofplanten met de uitgetrokken plantjes. Zie bij B6) )

Trek, enkele weken later, van de 2 witlofplantjes per groepje het kleinste plantje uit. Zodat 1 plantje, het grootste in de grond blijft staan. Daarna weer water sproeien.

Als er maar 1 plantje is opgekomen hoef je natuurlijk niet uit te dunnen.

.

B6) Bij-planten in lege groepjes of uitgetrokken plantjes verplanten

Het kan gebeuren dat bij enkele groepjes geen plantjes zijn opgekomen. Of dat je later per ongeluk bij het dunnen alle plantjes van een groepje uittrekt. Of een mol ondergraaft het voortje en enkele groepjes zijn verdwenen.

Je kunt dan op de lege plekken weer witlofplantjes zetten. Het handigste (ervaring 2019) is om de uitgedunde, uitgetrokken witlofplantjes te gebruiken. Dan kan als volgt:

  • Maak (met een schepje) een plantkuiltje in de tuingrond.

  • Eén uitgetrokken witlofplantje.

  • Zet het witlofplantje in het plantkuiltje.
  • Maak het kuiltje dicht.
  • Knip of scheur de een stuk van de blaadjes af. Er verdampt dan minder water via de bladeren en de plant gaat sneller (door)groeien.
  • Sproei vlak na het planten water op de plant en op de tuingrond.

Wil je veel witlofplantjes verplanten, of wil je van de uitgetrokken planten (bij uitdunnen) een nieuwe rij maken, dan kan dat als volgt;

  • Snijd van de uitgetrokken witlofplantjes een stuk van de bladeren en van de wortel af. Er verdampt dan minder water via de bladeren en de plant gaat later sneller (door)groeien.
  • Zet de witlofplanten in een emmer in een laagje water. Je kunt de witlofplantjes in de emmer met water enkele dagen tot wel 10 dagen bewaren.

  • Sproei (als nodig) water op de tuingrond voor het uitplanten.
  • Steek een (plastic) buis, doorsnede ongeveer 4 cm, in de tuingrond.

  • Haal de buis uit de tuingrond.
  • Zet het witlofplantje in het plantgat.

  • Houd de plant op de juiste hoogte in het plantgat.
  • Druk intussen tuingrond tegen de plant aan; duw met een schepje het plantgat dicht.
  • Haal het tuinschepje uit de grond en schuif tuingrond in het gat (waar het schepje zat).

  • Sproei water op de tuingrond en op het plantje.

  • Zo kun je een nieuwe rij met verplante witlofplantjes maken, als je dat wil.

.

B7) Groot groeien

Witlofplanten groeien heel “gemakkelijk” in de tuingrond. Schoffel bij kleine plantjes elke week tussen de rijen. En wied wekelijks in de rij het onkruid tussen de kleine witlofplantjes. Als de witlofplanten groot zijn is wieden en schoffelen tussen de rijen niet meer nodig. Trek dan wel de grote onkruidplanten die tussen de witlofplanten staan uit de grond.

Alleen kleine witlofplantjes af en toe met water besproeien of gieten bij droog warm weer. Grote planten alleen maar water geven bij langdurige droogte.

.

C)# Groene witlofplanten in de tuin

Eind augustus.  Twee rijen witlofplanten.

Als de planten groot zijn, groeit er nog maar heel weinig onkruid tussen. Dankzij de lange penwortel zal witlof gemakkelijk water vinden in de tuingrond en niet snel uitdrogen. De planten in de tuin krijgen genoeg regenwater bij normaal weer. En als de planten groot zijn dan zorgen de grote groene bladeren ervoor dat de tuingrond niet snel opdroogt. Je hoeft alleen maar water te geven bij langdurige droogte.

Eind augustus.  Tussen de witlofplanten liggen dit soort droge, bruine, afgevallen wilof-bladeren. Gewoon laten liggen of wegharken.

.

D)# Groene witlofplanten oogsten

Vanaf begin september kun je witlofplanten met een spade of een riek uit de tuingrond halen.

In september en begin oktober kun je de planten na het uitdoen enkele dagen (ongeveer 5 tot 1o dagen) op de grond van de tuin laten liggen. Of op een stoep. Dan gaan er nog voedingsstoffen uit het blad naar de wortel (las ik ergens op het internet).

Leg de planten in een “enkele,  dubbele of 3-voudige rij” op de grond waarbij telkens het loof van de volgende planten op de wortels van de vorige planten ligt. Het loof beschermt de wortels tegen uitdroging door de zon. Je eindigt met “blootliggende” wortels. Leg hierop een plastic bak of plaat of brede plank of iets dergelijks tegen uitdroging.

Vanaf half oktober kun je het “laten liggen op de tuingrond” overslaan en de witlofplanten meteen mee naar huis nemen om ze verder te bewerken.

Tussen september en begin januari (of tot het streng gaat vriezen) kun je enkele keren witlofwortels uit de grond halen en de wortels in compost zetten. Zo spreid je de witlof-oogst.

Gebruik na het rooien van de witlofplanten een spade (schop) om zoveel mogelijk witlofwortelresten uit de grond te halen. Anders groeien er in de volgende lente veel witlofplanten uit de grond.

.

E)# Witlofplanten “behandelen” (wortels op lengte afsnijden, buitenste bladeren weghalen, bladeren kort afsnijden)

Om witlofkroppen te kweken heb je “behandelde” witlofplanten nodig. Hieronder is een korte omschrijving. Verderop in deze tip staan stap voor stap beschrijvingen.

  • Snijd van elke witlofplant een stuk van de wortel af totdat de wortel nog ongeveer 20 cm lang is.
  • Breek bij elke witlofplant veel buitenste bladeren weg.
  • Snijd van de overgebleven bladeren een groot stuk af totdat de blaadjes ongeveer 3 cm lang zijn.
  • Nu heb je witlofplanten die er uit zien zoals op bovenstaande foto (in het teiltje).

  • Zet de “behandelde” witlofplanten (witlofwortels) in een bloempot met compost.

  • In het donker kan er op elke witlofwortel een krop groeien. (Let op; deze wortels zijn niet dezelfde als de wortels van 1 foto terug).

.

E1) Wortels korter maken

  • Negen witlofplanten zojuist uit de tuingrond gehaald. Ze hebben lange groene bladeren. En lange (of vertakte) wortels.

  • De wortels van de (meeste) witlofplanten zijn te lang voor de bloempot (waar ze in worden gezet).
  • Snijd daarom bij elke plant het onderste stuk van de wortel af.
  • En breek zijwortels af als nodig.

  • De 9 witlofplanten met kort gesneden wortels (en weggebroken zijwortels).
  • Witlofplanten elk met één rechte stevige wortel.
  • En witlofplanten met veel dunne wortels naast elkaar.

.

E2) Buitenste bladeren wegbreken

Het is slim om bij elke witlofplant eerst de buitenste bladeren weg te breken. Redenen:

  • Die buitenste blaadjes “doen niet mee” met de witlofkrop-groei.
  • De buitenste korte blaadjes verdrogen, kleuren bruin en gaan soms rotten en stinken.
  • Zie de foto hierboven; witlofgroei op wortels met de buitenste blaadjes er op.

  • Witlofplanten in de tuingrond. De binnenste groene bladeren zijn korter dan de buitenste groene bladeren. De binnenste bladeren vormen het “hart” van de witlofplant.

  • Een witlofplant met kort gesneden wortel.

  • Breek veel buitenste bladeren van de wortel af.

  • Snijd van de overgebleven bladeren een groot stuk af totdat de blaadjes op de witlofwortel ongeveer 3 cm lang zijn.

  • Deze witlofplant heeft een korte wortel en weinig korte binnenste blaadjes.
  • Die kan nu in een bloempot met compost worden gezet om een witlofkrop er op te laten groeien.

.

  • Negen “behandelde” witlofplanten, klaar voor het kweken van witlofkroppen.

  • En een grote emmer vol met stukken witlofwortel en witlofblad.

 

Opmerking 1:

Het kan gebeuren dat de binnenste bladeren hoger op de wortel groeien dan de buitenste bladeren. Als je eerst de buitenste lange bladeren van de witlofplant afbreekt, dan kun je dat duidelijk zien. Zie de foto’s hieronder;

  • Witlofplant met een kort gesneden wortel.

  • De buitenste lange bladeren zijn weggebroken.
  • Nu nog de binnenste blaadjes kort afsnijden.

  • Je ziet duidelijk dat de binnenste bladeren hoger op de wortel groeien dan de buitenste.

Dus eerst veel buitenste bladeren afbreken en dan de binnenste blaadjes kort afsnijden gaat ook goed bij zulke witlofplanten.

.

Opmerking 2:

Als je zeker weet dat alle bladeren even hoog op de wortel groeien, dan kun je de volgorde (afbreken, kort snijden) omdraaien;

.

Opmerking 3:

.

  • Zo kun je “rare” wortels korter snijden.

.

  • Een “rotte” witlofplant kun je schoonmaken. Om er een krop op te laten groeien.

.

Opmerking 4:

Hoeveel korte blaadjes moeten er op een witlofwortel (behandelde witlofplant) zijn om een goede krop te laten groeien? Hieronder een antwoord.

  • Links een bloempot met (9) witlofwortels met geen, weinig of veel korte blaadjes.
  • Rechts de witlofkroppen die er op groeiden.

  • De 9 gegroeide witlofkroppen;
    • Op “geen korte blaadjes” groeide enkele kleine losse, kropjes (helemaal links).
    • Op de andere wortels groeiden goede, normale kroppen.

Je kunt dus heel veel buitenste blaadjes weghalen; op elke wortel groeit een normale krop.

.

F)# Witlofwortels in een bloempot met compost zetten

F1) Rechte witlofwortels in compost zetten

Nodig: Rechte witlofwortels, een grote plastic bloempot, een emmer met “losse compost” en een pootstok.

  • Schud de compost in de bloempot tot ongeveer 0,5 cm onder de rand van de bloempot.
  • Druk de compost aan de bovenkant licht aan (met de onderkant van een andere bloempot) om de compost in de pot wat te laten inzakken.

  • Maak een rond, diep gat in de compost met de pootstok.
    • Steek de pootstok in de compost totdat de punt de bodem van de bloempot raakt.
    • Wiebel de pootstok in de compost om het gat \ / -vormig te maken.
    • Haal de pootstok voorzichtig uit de compost zodat er geen compost in het gat valt.
  • Zet een witlofwortel in het gat in de compost.
  • Druk de wortel een stukje naar beneden als nodig.

  • Ga door tot alle witlofwortels in de compost zijn gezet of totdat de witlofwortels “op” zijn.
  • Tussen de witlofwortels is enkele cm ruimte. De bovenkant van elke wortel steekt een stukje boven de compost uit. En de compost is ongeveer 1 tot 1,5 cm onder de rand. Door dit alles is de witlofgroei erg luchtig en is er weinig gevaar voor rotten.

.

Opmerkingen:

  • Staat een witlofwortel te hoog in het gat, dan kun je de wortel uithalen, het gat met de pootstok dieper maken of een stukje van de onderzijde wortel afsnijden, de wortel weer in het gat zetten.
  • Staat een witlofwortel te diep in het gat, dan kun je de wortel uithalen, wat compost in het gat gooien, de wortel weer in het gat zetten.
  • Staan 2 witlofwortels te dicht bij elkaar, verschuif die dan tot ze verder uit elkaar staan.
  • Heb je dunne witlofwortels, maak dan smalle gaten in de compost met een dunne pootstok (of een houten bezemsteel, of een bamboestok).
  • Til de bloempot een stukje op en laat die op de stoep vallen om de compost in de bloempot tussen de wortels te laten komen.
  • Strooi daarna als nodig nog wat compost tussen de witlofwortels. Met een eetlepel.

.

F2) Witlofwortels met vertakte wortels in compost zetten

  • Leg een lege bloempot schuin op een steen of iets dergelijks. Schep wat compost in de bloempot, tegen de “liggende zijkant” van de bloempot aan.
  • Leg een witlofwortel met veel wortels op de laag compost.
  • Daarna telkens compost op de wortels in de bloempot scheppen en witlofwortels op de compost leggen.
  • Doorgaan tot de bloempot vol is met witlofwortels en compost.
  • Zet de bloempot rechtop.
  • Duw, trek, beweeg, verschuif witlofwortels die niet goed in de compost staan tot ze wel goed zijn.
  • Til de bloempot een stukje op en laat die op de stoep vallen om de compost in de bloempot tussen de wortels te laten komen.
  • Strooi daarna als nodig nog wat compost tussen de witlofwortels. Met een eetlepel.

.

Opmerking:

  • Als je vertakte witlofwortels  en rechte witlofwortels in dezelfde bloempot wil zetten:
    • Leg eerst alle vertakte witlofwortels op (in) compost in een schuin liggende bloempot. Vul daarna de schuin liggende bloempot met compost tot die vol is. Zet de bloempot rechtop. Maak daarna ronde gaten in de compost en zet de rechte witlofwortels in de ronde gaten.

.

G) Water ingieten

  • Vul een gieter met koud water. Giet veel water tussen en op de witlofwortels. Er mag gerust veel water op de korte blaadjes komen. Zo worden de korte blaadjes schoon gespoeld.
  • Als nodig verplaats de witlofwortels in de compost. In de doornatte compost kun je de wortels gemakkelijk bewegen of verplaatsen. Of nog wat uit elkaar duwen en trekken als ze te dicht op elkaar staan. Als wortels te dicht bij elkaar staan, dan kunnen de witlofkropjes elkaar gaan raken. Deze witlofkroppen kunnen gaan rotten of er kunnen bruine vlekjes op de bladeren komen.
  • Laat het water in de compost zakken.
  • Giet of sproei weer water op totdat de compost doornat is en er veel water onder uit de gaten van de bloempot is gestroomd.
  • Wacht ongeveer 24 uur om het meeste water uit de pot te laten sijpelen.

.

H) Op bloempotschotel zetten en droog zand opstrooien

  • Zet na 24 uur uitsijpelen de bloempot op een (plastic) bloempotschotel. Hierdoor loopt er later geen water op de vloer van de donkere ruimte.
  • Later, tijdens de witlofgroei, kun je water op de schotel gieten als de compost te droog is geworden.

  • Strooi een laagje droog zand (tuinzand, zandbakzand of metselzand) op de compost. Laagdikte ongeveer 1 cm. Hierdoor is er minder kans op rotte kropjes. Droog zand vormt een afscheiding tussen de vochtige compost en de (droge) kropjes. En er zullen minder gauw pieren (aardwormen) uit de compost kruipen en in de witlofkropjes gaan wonen. Dat is handig als je na de oogst de kropjes gaat snijden.
  • De compost in de bloempot droogt langzaam op. Meestal is er voldoende vocht in de compost om grote kroppen te laten groeien.
  • Als de compost toch te droog is geworden, dan kun je een beetje water in de bloempotschotel onder de bloempot gieten. Of giet een beetje water in een gemaakt klein kuiltje in het tuinzand, ver weg van de wortels.
  • Let op; nooit water op de kroppen gieten. Hierdoor kunnen de witlofkroppen gaan rotten. Of er komen bruine blaadjes of bruine vlekken op de witlofkroppen.

.

I)# Bloempot met wortels in het donker

De witlof moet daarna in het donker bij ca 15 C gaan groeien. Zet de bloempot met witlofwortels in een “donker hoekje” van een kelder, koele schuur, koele garage, koele slaapkamer, bijkeuken of zo.

Zorg daarna voor een pikdonkere ruimte waar de witlofkroppen kunnen groeien.

I1) Een donkere ruimte gemaakt van karton, paperclips en wasknijpers; een zwarte kartonnen koker.

  • Nodig: 2 vellen zwart karton (50 x 70 cm), 8 wasknijpers, 8 paperclips.

  • Maak een “koker” van 2 vellen (zwart) karton.
  • Zet de 2 vellen karton bovenaan aan elkaar met 4 paperclips.
  • De koker is 50 cm hoog.

  • Draai de “koker” om (ondersteboven).
  • Zet de 2 vellen karton bovenaan aan elkaar met 4 paperclips.

  • Zet 3 wasknijpers zo in elkaar.

  • Als nodig kan je nog een extra wasknijper vastklemmen (hier is het geheel omgedraaid)
  • Maak 2 van deze “wasknijperdingen”.

  • Klem de wasknijperdingen op de randen van het buitenste kartonvel.

  • Zet de zwarte kartonnen koker over de bloempot met witlofwortels.

  • Leg een lage kartonnen doos (van een tuincentrum) over de kartonnen koker.
  • De rand van de koker wordt tijdens het opleggen van deze kartonnen doos naar binnen gedrukt. De doos houdt de koker in vorm. Het geheel wordt zo veel steviger.
  • De donkere ruimte is klaar en de witlofgroei kan beginnen.

Opmerkingen:

  • Heb je geen lage kartonnen doos om op de koker te leggen, dan kun je die zelf maken;

  • Maak bij een een stuk karton een “buitenrand”. Zet de buitenrand in de hoeken vast met nietjes.

.

  • Zet de bloempot met kartonnen koker in een “donker hoekje” van een kelder, koele schuur, koele garage, koele slaapkamer, bijkeuken of zo. Temperatuur ongeveer 15 tot 20 gr C.
  • Je kunt de koker zo plaatsen dat de open zijde van beide luchtgaten naar het donker wijzen. Zo komt er heel weinig licht bij de wortels.
  • Deze donkere ruimte van karton is groot en de lucht erin is droog. Hierdoor groeien de witlofkroppen met geen of weinig bruine vlekjes of rotte blaadjes.
  • Tijdens de witlofgroei kun je het deksel even afhalen om te zien hoe het gaat. Daarna het deksel weer opleggen.
  • In plaats van zwarte kartonnen vellen kun je “gewone bruine kartonnen vellen, geknipt uit een doos” gebruiken om de donkere koker te maken.

.

I2) Een andere plastic bloempot erop zetten en een bloempotschotel opleggen

 

  • Zo kun je een donkere ruimte van bloempotten maken. Zoek een passende grote bloempot en een grote bloempotschotel. Zet de 2e bloempot “omgekeerd” op de bloempot met witlofwortels. Leg daarna een bloempotschotel “omgekeerd” op de bovenste bloempot.
  • In de bovenste, omgekeerde bloempot zitten enkele bodemgaten “lager”. Die gaten worden niet afgedekt door de schotel die erop ligt. Door die gaten kan de lucht bij de kroppen komen.

.

J)# Kroppen oogsten

  1. Je kunt kroppen oogsten door ze van de wortel af te breken terwijl de wortels nog in de bloempot met compost zijn.
  2. Of je haalt elke wortel met krop uit de bloempot en je breekt of snijdt de krop van de wortel af.
  3. Of je snijd je enkele cm boven de wortel het kropje af.

De 3e werkwijze is nieuw. Na de oogst kun je opnieuw kropjes op dezelfde wortels kweken. Bij sommige rassen gaat dat beter dan bij andere rassen witlof.

Alle 3 werkwijzen staan hieronder beschreven. En je leest wat het gemakkelijkste is.

.

J1) Afbreken terwijl de wortel in de pot is

  • Vouw aan één zijde (“de voorkant”) de korte blaadjes naar onder.

  • Buig de witlofkrop naar “de voorkant”.  Draai, buig en trek totdat de krop van de wortel afbreekt.  Houd intussen de witlofwortel tegen.

  • De wortels en de geoogste witlofkroppen.
  • Je hoeft niet alle witlofkroppen tegelijk te oogsten. Je kunt een aantal kroppen op de wortels laten doorgroeien voor latere oogst.

.

J2) Wortel uithalen, witlofkrop afbreken of afsnijden

  • Trek de wortel met witlofkrop voorzichtig uit de compost.

  • Wortel met krop.

  • Breek of snijd de krop van de wortel af.
  • Na het afbreken kan een stukje wortel aan het kropje blijven zitten. Dat stukje later gewoon afsnijden.

  • Je hoeft niet alle witlofkroppen tegelijk te oogsten. Je kunt enkele wortels met kropjes erop in de bloempot laten staan. Vul de lege ruimte in de bloempot met vochtige compost. Strooi een laagje zand op de compost. Zet de pot weer op een potschotel in de donkere ruimte tot de volgende oogst. Giet als nodig water op de potschotel.

.

J3) Elastiekje om de krop, kropblaadjes afsnijden enkele cm boven de wortel

  • Doe een elastiekje om elke krop. Door het elastiekje valt het kropje niet uit elkaar na het afsnijden.
  • Snijd daarna de krop enkele cm boven de wortel af.
  • Bewaar de kropjes met elastiekjes erom in de koelkast.

Je hoeft niet alle witlofkroppen tegelijk te oogsten. Je kunt een aantal kroppen op de wortels laten groeien voor een latere oogst. Maar wacht niet te lang met die latere oogst als je op de wortels weer kroppen wil laten groeien. Bij te lang wachten heb je later half grote kropjes (volgende groei) en net afgesneden kropjes in dezelfde pot. Niet handig.

Door de druk van het elastiekje kunnen witlofblaadjes in het kropje “verschuiven” (zie linker kropje op de foto). Houd zo’n kropje met de punt naar boven en tik met de onderkant op een snijplank om de blaadjes weer goed te krijgen.

Je kunt ook witlof oogsten zonder elastiekje om te doen; houd het kropje vast tijdens afsnijden. En doe voorzichtig met de witlofkrop.

Na enkele uren bewaren is het snijvlak van de kropjes een beetje verkleurd. De snijkanten van de witlofblaadjes zijn lichtbruin geworden. Dat zie je bij beide kropjes op de foto. Snijd voor het bereiden een dun plakje af om dit bruine laagje van de witlof weg te halen.

Je kunt op witlofwortels met afgesneden kroppen in het donker weer nieuwe kroppen groeien. Dat gaat goed bij enkele witlofrassen. Bij andere rassen gaat dat niet of erg moeilijk. Zie hoofdstuk L)# Nogmaals witlofkroppen groeien op witlofwortels?.

.

J4) Welke oogst is het gemakkelijkste?

De foto’s hierboven tonen aan dat je beter eerst de wortel uit de bloempot kunt halen en daarna pas de krop van de wortel gaat afbreken of afsnijden.

Maar (een elastiekje omdoen en) enkele cm boven de wortel afsnijden gaat ook goed. Daarna kun je op de wortels nieuwe kropjes laten groeien. Let wel, nieuwe kropjes groeien niet bij alle rassen witlof. Zie ook in N)# Proef met gebruikte witlofwortels.

.

K)# Groeitemperatuur

Witlofkroppen groeien gaat goed bij 15 tot 20 graden Celcius. Na 4 tot 7 weken heb je vaste witlofkroppen die niet erg bitter smaken.

  • Bij een hogere groeitemperatuur zij de kroppen losser, dunner en smaakt de witlof bitterder.
  • Bij een lagere temperatuur duurt het groeien langer.

.

L)# Nogmaals witlofkroppen groeien op witlofwortels?

Na het oogsten van witlofkroppen houd je een bloempot met witlofwortels over. Kun je weer witlof op de wortels laten groeien?

L1) Kroppen zijn afgebroken

  • Na het afbreken van de witlofkroppen is bij enkele wortels “niets gedaan”. Bij ander wortels zijn alle korte blaadjes weggebroken, van andere wortels is een stukje afgesneden.
  • Daarna is er veel water tussen de wortels gegoten totdat de compost doornat is. Na een dag wachten is de bloempot weer in het donker gezet.

  • De gegroeide mini-kropjes.

Je kunt 2 keer kropjes op afgebroken witlof-wortels groeien. Maar de 2e keer krijg je veel kleine kropjes op een wortel. En niet één grote krop. Dat komt omdat het “hart” (het groeipunt) van de witlof is weggebroken of weggesneden bij de eerste witlofoogst.

.

L2) Kroppen zijn afgesneden

L2a) Eerste oogst

  • Eerste oogst, 1150 gram witlof.

  • De wortels na het afsnijden van de kroppen.
  • Giet de compost weer doornat met koud water.

  • Proef: bij 5 wortels zijn veel buitenste blaadjes afgebroken (bij 4 niet).
  • Hierna weer witlof groeien in het donker.

.

L2b) Tweede oogst

  • Tweede oogst, 980 gram witlof.

  • Van 5 wortels zijn weer veel buitenste korte blaadjes afgebroken.
  • De bloempot met compost en wortels is gedurende 30 minuten ondergedompeld in een emmer met koud water (omdat bij ingieten “meteen” veel water onder uit de pot stroomt; de compost wordt dan niet nat).
  • Hierna weer witlof groeien in het donker.

.

L2c) Derde oogst

  • Derde oogst, 670 gram witlof. De kroppen zijn nu afgebroken (dit was de laatste oogst).

.

Geleerd:

  • Op een witlofwortel kan je (tot 3 keer) een witlofkrop laten groeien.
  • Snijd telkens de witlofoogst af. Snijd niet te kort.
  • Maak na het afsnijden de compost met witlofwortels doornat. Als nodig de bloempot onderdompelen in koud water.
  • Elke volgende witlofoogst levert minder gram witlof op.

  • Na elke oogst (of na enkele dagen groeien) is het goed om de buitenste blaadjes weg te breken; die buitenste blaadjes kunnen “het groeiende kropje in de weg zitten”.

  • Maar je kunt ook (na het afsnijden van de witlofoogst) bij elke witlofwortel de korte blaadjes “rechthoekig afsnijden”.

Beide werkwijzen (buitenste blaadjes wegbreken of rechthoekig afsnijden) zijn even goed en er groeien daarna goede witlofkroppen op de wortels.

.

Bij sommige rassen witlof groeit het kropje na het afsnijden niet goed;

Twee bloempotten met witlofgroei na 1 keer afsnijden. Twee verschillende rassen; in de linker pot is het ras “Videna”, rechts is “Focus F1 of “Oranjeband”.

.

M)# Bladluisjes

  • Bij deze wortels zijn geen buitenste blaadjes weggebroken na het afsnijden van de eerste kroppen.
  • Deze opnieuw  gegroeide witlofkroppen zien er “niet fris” uit.

  • De afgebroken kroppen hebben bruine plakkerige korte buitenste blaadjes.
  • Op de witlof zijn stipjes.

  • Die stipjes zijn bladluizen. Zijn gewoon met een afwasborstel onder stromend water weg te halen. Maar toch.

.

Geleerd:

  • als je geen korte buitenste blaadjes hebt weggehaald, en/of
  • de compost te vochtig is en/of
  • je pech hebt,
  • dan kan het gebeuren dat de witlofkroppen er later “niet fris” uitzien. Met bruine vochtige korte blaadjes en zelfs met bladluizen.

Altijd de buitenste korte blaadjes afbreken (of rechthoekig afsnijden) is dus heel slim.

.

N)# Bitter

Het kan gebeuren dat je eigen gekweekte witlof meer bitter smaakt dan die uit de winkel. De bittere smaak zit vooral in de “kern” van de witlofkrop. Dat is het onderste deel van de krop. Je kunt deze bittere kern er gemakkelijk uitsnijden. Ook helpt het om de witlof te koken in water waar wat melk is toegevoegd.

Witlofkropjes die warm zijn gegroeid (warmer dan 21 C) zijn bitterder dan kropjes die koud zijn gegroeid (temperatuur tussen 12 en 20 C).

.

O)# Kroppen groeien in een bloempot met tuingrond

Je kunt tuingrond in de bloempot doen (in plaats van compost). En daar de witlofwortels inzetten. In tuingrond groeien witlofkroppen ook goed. Maar tuingrond droogt sneller uit. Daarom is compost misschien toch handiger en beter (geen watergift nodig tijdens kropjes groeien).

.

P)# Witlofwortels bewaren.

Witlofplanten in de tuin kunnen tegen lichte vorst. Maar haal de planten uit de grond als er strenge vorst wordt verwacht.

Als je dan veel witlofplanten uit de grond hebt gehaald wil je niet meteen op alle wortels kroppen laten groeien. Je krijgt dan teveel kroppen tegelijk. Het is handig als je witlofwortels voor langere tijd kunt bewaren voordat er kropjes op groeien.

Dit gaat het beste:

  • Behandel alle witlofplanten (wortel afsnijden, buitenste bladeren wegbreken en blaadjes kort).
  • Zet alle witlofplanten in bloempotten met compost. Giet water op. strooi zand op de compost.
  • Zet alle bloempotten (met witlofwortels) donker en koud:
    • In een donkere ruimte (kartonnen koker of bloempot op),
    • Bij een lage temperatuur, bv in de winter buiten onder een afdak, tussen 1 en 10 gr C.  Bij vorst weer binnen zetten (in een koele schuur of garage).
  • Wil je witlof groeien, zet de bloempot dan in een ruimte van 15 tot 20 gr C.

.

Q)# Witlof in een bloempot met dekgrond

Je kunt grond boven de witlofwortels hebben tijdens het groeien van de witlofkroppen. Dat gaat ook goed in een bloempot. Hieronder foto’s van mijn zo gegroeide witlof.

  • Nodig: Bloempot met witlofwortels in vochtige compost, een losse rand uit een plastic bloempot geknipt en een emmertje tuinzand of tuingrond.

  • Zet de bloempotrand op de compost en schud droge tuingrond (tuinzand) op de witlofwortels.
  • Leg een wasknijper op het zand, leg een schotel op de bloempotrand. Zo is er een luchtopening boven de tuingrond.
  • Leg een steen op de schotel om de bloempotrand naar beneden te drukken. Hierdoor gaat de bloempotrand niet “per ongeluk omhoog” waarbij droge tuingrond weg kan stromen.

  • Oogst: trek met een tang de bloempotrand er af (die rand is erg vast komen te zitten tijdens de groei, dus een tang nodig).
  • Schud en schuif de tuingrond tussen de kroppen vandaan.

  • Witlof met dekgrond (links) en zonder dekgrond (rechts) gegroeid, dezelfde dag gestart.
  • Bij witlof met dekgrond zijn de kroppen erg vast. Er zit grond op en tussen de buitenste blaadjes van de kroppen. Enkele blaadjes hebben bruine randjes of vlekjes.
  • Bij witlof “zonder dekgrond” zijn de kroppen wat losser. Maar wel schoon.

.

R)# Weinig nieuwe kroppen op gedroogde wortels (na 1e oogst)

Ingeborg vraagt in een reactie (op 12 januari 2020) of je witlofwortels na de oogst kunt laten drogen om daar later weer kropjes op te laten groeien. Ik zocht het uit;