35) Meer tips over bonen kiemen

bonentip 1

In deze tip:

  • A)# Inleiding
  • B)# Andere “deksel” op de bak met kiemende bonen
  • C)# Kiemen op een “warm apparaat”
  • D)# Kiemen in tuingrond, in potgrond, in metselzand of op keukenpapier
  • E)# Bonenzaad kiemen in een laagje water
  • F)# Bonenzaad in de diepvries
  • G)# Bonenzaad met slechte kiemkracht
  • H)# Bonenzaad neemt te snel water op

.

A)# Inleiding

Bij     tip 12) “(Snij)bonen zaaien op keukenpapier”    is te lezen hoe je bonenplantjes binnenshuis kunt kweken. Hierbij leg je bonenzaden in een lage plastic bak op vochtig keukenpapier. Er ligt een deksel op de bak tegen uitdrogen. Als de bonenplantjes ca 5 cm groot zijn dan haal je ze van het papier af en je plant ze in de tuingrond.

Deze werkwijze gaat meestal goed. Maar af en toe gaat er iets mis. Dan duurt het kiemen veel langer dan normaal. Er komen schimmelvlekken op enkele bonenzaden. Of bonenzaden kleuren lichtbruin, gaan stinken en willen niet kiemen.

Als het mis gaat, zijn de bonenzaden dan slecht of ligt het toch aan het keukenpapier?

Om het een en ander uit te zoeken heb ik extra proefjes gedaan met bonen kiemen. In deze tip staan de testen en de uitkomsten.

.

B)# Andere “deksel” op de bak met kiemende bonen

bonentip 8

Gebruik je een bak met 2 stokjes of staafjes en daar bovenop een andere bak als deksel dan heb je een vrij brede luchtopening tussen de bakken. Het keukenpapier blijft bij 20 graden C enkele dagen vochtig en de bonen kiemen goed.

Maar bij hogere kiemtemperatuur, bij ongeveer 30 gr C,  kan het papier na korte tijd uitdrogen en dan stopt het kiemen.

Een bak met een kleinere luchtopening is beter. Het papier droogt niet zo snel uit en de bonenzaden blijven langer vochtig. In zo’n bak kiemen de zaden sneller, bij 30 gr C maar ook bij kamertemperatuur.

Je kunt de oorspronkelijke deksel van de (ijs)bak gebruiken. Maar dan moet je die deksel niet op de bak klemmen. Tijdens het “lostrekken” of “opdrukken” van het deksel beweegt de bak te veel en dan kunnen de bonenzaden gaan “rollen of draaien”.

Het onderstaande gaat beter;

bonen 12

Leg de oorspronkelijke deksel “los” op de bak (dus zonder aandrukken). Hierdoor is er een kleine luchtopening tussen deksel en bak. Het vochtige keukenpapier droogt niet snel uit en de bonen krijgen toch frisse lucht. In zo’n bak gaat het kiemen erg goed. Zo goed, dat ik in       tip 12) “(Snij)bonen zaaien op keukenpapier”     zo’n bak met deksel beschrijf als de beste werkwijze voor 1 bak.  Je kunt gewoon de bak en het oorspronkelijke deksel gebruiken, vochtig keukenpapier inleggen, bonenzaden opleggen en de deksel “los” opleggen.

Als je veel bonen wilt kiemen, gebruik dan 2 of nog meer bakken. Maar zet de bakken met “los opliggende” deksels niet op elkaar. De deksel(s) van de onderste bak(ken) kunnen dan “dichtgeklikt” worden door het gewicht van de bovenste bakken. Hierdoor worden de luchtgaten kleiner. En bij het open maken van de bakken met dichtgeklikte deksels kunnen de bonenzaden gaan rollen of draaien of verschuiven.

.

bonentip 5

Heb je de oorspronkelijke deksel niet (meer) of sluit die te luchtdicht af, dan kun je een deksel van een “stuk karton in een plastic zak met elastiekjes eromheen” gebruiken.

En zo maak je het deksel;

bonentip 4

Nodig: een stuk karton, 2 elastiekjes, en een plastic zak met “rechte hoeken”.

bonentip 6

Knip het karton op maat. Maak het iets groter dan de bak. Schuif het karton in de plastic zak. Dit gaat gemakkelijker door de schuin afgeknipte hoekjes van het karton.

bonentip 7

Vouw de plastic zak om. Doe 2 elastiekjes om het geheel. De elastiekjes houden de deksel “in vorm”. De elastiekjes zorgen ook voor een kleine luchtopening tussen deksel en bak.

Is de omgevouwen plastic zak te breed, knip dan een stuk van de plastic zak af.

.

B1) Opmerkingen

bonentip 10

  • In plaats van een “druk en sluit zakje” kun je een andere plastic (diepvries) zak gebruiken. Als de plastic zak maar rechte hoeken heeft, zodat het goed om het karton past.
  • Verder in dit bericht noem ik een “stuk karton in een plastic zak met elastiekjes eromheen” een “kartonnen deksel”.
  • Zo’n “kartonnen deksel” is gemakkelijk te maken. Je hoeft geen gaatjes in de bak te boren en er zijn ook geen stokjes of staafjes nodig.
  • Het kiemen gaat in een bak met zo’n “kartonnen deksel” iets sneller dan in een bak met een andere bak op staafjes erop. Bij een kleine luchtopening is de luchtvochtigheid in de bak wat hoger, denk ik, en daardoor nemen de bonenzaden sneller water op.

bonentip 9

  • Je kunt meerdere bakken met “kartonnen deksels” op elkaar zetten. Dat is handig als je veel bonenzaden wilt kiemen.

.

C)# Kiemen op een “warm apparaat”

Bij een hogere temperatuur kiemen bonenzaden sneller dan bij lagere temperatuur. Het kiemen gaat erg goed en snel als je de bak met bonenzaden op een “warm apparaat” zet. De warmte gaat dan via de bodem van de bak naar de bonenzaden.

bonentip 2

Op deze foto zie je 2 bakken met kiemende bonen. De linker bak stond bij kamertemperatuur. De rechterbak stond op een warm apparaat.

Op de bakken lag een “deksel” tijdens het kiemen; bij kamertemperatuur een andere bak op staafjes, bij het warm apparaat een “kartonnen deksel”.

bonentip 3

Dezelfde bakken met de “deksels” verwijderd. Alle bonenzaden hebben 5 dagen op vochtig keukenpapier gekiemd. De linker bak stond in een ruimte bij 19 gr C. De rechter bak stond op een CV-combiketel, met een bodemtemperatuur die schommelde tussen ongeveer 22 en 33 gr C.

Zoals je ziet gaat het kiemen op de CV-combiketel veel sneller dan in een ruimte van 19 gr C.

.

Opmerking (oud bonenzaad, warm kiemen)

schimmel 1Het kan gebeuren dat bonenzaad “oud” is. Kiem je “oude” bonenzaden op vochtig keukenpapier bij 20 gr C dan kunnen veel zaden blauwe schimmelvlekken krijgen. Zoals te zien op bovenstaande foto. De meeste bonenzaden groeien uit tot bonenplantjes. Maar enkele zaden schimmelen en rotten zover dat het geen bonenplantje wordt.

schimmel 2

Je kunt beter dergelijk “oud” bonenzaad op een warm apparaat kiemen, bijvoorbeeld op een  cv-ketel bij 30 gr C. De bonenplantjes groeien dan zo  snel, dat ze eerder groot zijn dan dat de schimmel ze kan aantasten. Op bovenstaande foto zie je links warm gekiemde bonenzaden. Rechts zie je bonenzaden die evenveel dagen bij 20 gr C zijn gekiemd. Links zie je veel gezonde plantjes, rechts zie je al schimmelplekjes.

.

D)# Kiemen in tuingrond, in potgrond, in metselzand of op keukenpapier

Een collega volkstuinder kiemt bonenzaad in vochtig metselzand. Gaat erg goed, zei hij. Deze werkwijze heb ik ook in een tuinboek uit 1970 gelezen.

Om dit uit te testen zijn tijdens warm zomerweer telkens 13 bonenzaden “Miracle” gekiemd; in vochtig metselzand, tuingrond, potgrond of op vochtig keukenpapier. De bakken stonden overdag buiten bij 20 tot 30 gr C, ‘s-nachts binnen bij ca 22 gr C.

Op elke bak lag een “kartonnen deksel” tijdens het kiemen.

Op de meeste foto’s in dit hoofdstuk zie je 4 bakken met:

  • tuingrond (linksboven)
  • potgrond (rechtsboven)
  •  metselzand (rechtsonder)
  • vochtig keukenpapier (linksonder)

bonentip 11

  • Vul 3 bakken met losse “vochtige grond” (tuingrond, potgrond of metselzand). Schud de bak met de grond om de grond gelijkmatig over de bodem te verdelen. Of gebruik een latje of zo om de grond te verdelen. Druk de grond niet aan.
  • Leg in één bak 6 lagen keukenpapier op de bodem en sproei er koud kraanwater op.
  • Leg bonenzaden op vochtig papier.
  • Leg bonenzaden op “vochtige grond”. Leg de zaden op de grond of druk ze een beetje in de grond. Beide werkwijzen zijn even goed.

.

bonentip 14

  • Strooi een laag “losse vochtige grond” van ongeveer 0,5 tot 1 cm dik op. Op en tussen de zaden.
  • Leg een “kartonnen deksel” op elke bak.
  • Laat de bonenzaden kiemen met de deksel op.

.

bonentip 12 2d

Na 2 dagen kiemen bij 20 tot 30 gr C (de deksels zijn even weggehaald om de foto te maken).

.

bonentip 13 4 d

Na 4 dagen kiemen bij 20 tot 30 gr C (ook hier zijn de deksels even afgehaald).

.

bonentip 13 4 d

Na 5 dagen kiemen bij 20 tot 30 gr C  (ook hier zijn de deksels even afgehaald).

.

bonentip 16 5d

Bonenplantjes 5 dagen gekiemd in “metselzand” (links) en op vochtig keukenpapier (rechts).

.

bonentip 17 7d

Na 7 dagen kiemen bij 20 tot 30 gr C (ook hier zijn de deksels even afgehaald).

Intussen heb ik:

  • alle bonenplantjes in de bak met metselzand in de tuin geplant.
  • uit de 3 andere bakken de grootste bonenplantjes in de tuingrond gezet.

.

Op de foto’s kun je zien dat de bonenzaden het snelst kiemen in vochtig metselzand. Metselzand is “schoon”, het bevat geen schimmels en bacteriën die de bonen kunnen “aantasten” of het kiemen kunnen vertragen. De bonenzaden liggen rondom tussen de vochtige zandkorrels. De bonen kunnen zo tijdens het kiemen “voortdurend en gelijkmatig” water opnemen.

Kiemen op vochtig keukenpapier en in vochtige tuingrond gaat ongeveer even snel. Dit kiemen gaat iets langzamer dan in metselzand.

In vochtige potgrond gaat het kiemen een stuk langzamer. Potgrond is zure grond. En hier lees ik dat bonen niet van zure grond houden. Misschien dat ze daarom langzamer kiemen.

.

E)# Bonenzaad kiemen in een laagje water

Een collega volkstuinder had bonenzaden rondom de staken in vochtige tuingrond gelegd. Na het leggen had hij de tuingrond (waar de bonen in lagen) door en door nat gesproeid. Twee dagen later had hij deze grond weer gesproeid. En twee dagen later weer.

De bonenzaden in zijn tuin zijn niet verrot, zoals misschien te verwachten was. Nee, uit elk bonenzaadje is na enkele dagen een plantje gegroeid. En een week later groeiden er veel bonenranken rondom de staken.

Kiemen bonen ook goed onder erg vochtige omstandigheden?

De onderstaande proef laat het zien.

bonentip 19

Drie bakken met elk 10 kiemende bonen van het ras Miracle.

  • In de linker bak liggen de bonen op 6 lagen vochtig keukenpapier.
  • In de middelste bak liggen de bonen op 1 laag keukenpapier. De zaden zijn half onder water.
  • In de rechter bak liggen de bonen op 1 laag keukenpapier. De zaden zijn helemaal onder water.

Tijdens het kiemen lag op elke bak een “kartonnen deksel”. De bonen kiemden tussen 20 tot 25 gr C.

.

bonentip 21 5d

Dezelfde bakken na 5 dagen kiemen bij ca 2o tot 25 gr C.

Resultaten:

  • Op vochtig keukenpapier zijn alle 10 bonen gekiemd.
  • Van de 10 bonen die half in het water liggen, kiemen er 6. De overige 4 bonen zijn niet gekiemd door teveel wateropname, ze zijn “verdronken”.
  • De bonen die helemaal onder water lagen zijn niet gekiemd, ze zijn “verdronken”.

bonentip 22

Dit zijn de 10 en 4 “verdronken” bonen enkele dagen later. Ze rotten, stinken, zijn zacht geworden, schimmelen en gaan niet meer kiemen.

Goed bonenzaad ontkiemt redelijk onder erg vochtige omstandigheden, zelfs als de zaden half in het water liggen. De zaden ontkiemen goed in vochtige grond als het water in de bodem kan wegzakken, zoals in de tuin van mijn collega volkstuinder.

.

F)# Bonenzaad in de diepvries

Kunnen bonenzaden wel of niet tegen een tijdje in de diepvries? Onderstaand proefje geeft het antwoord.

bonentip 23

Van het ras Miracle hebben telkens 3 bonenzaden 1,2,3,4 of 5 dagen in een plastic zak in een diepvrieskist gelegen bij – 18 gr C. Op de foto is het aantal dagen (1,2,3,4,5) op het papier geschreven. De drie bonenzaden links in de bak (onder “0”) hebben niet in de diepvrieskist gelegen.

Hierna zijn alle zaden gekiemd op vochtig keukenpapier bij 20 tot 25 gr C. Op de bak lag een “kartonnen deksel” tijdens het kiemen.

bonentip 24

Dezelfde bonen na 3 dagen kiemen bij 20 tot 25 gr C. Op de foto zie je dat bijna alle bonenzaden ontkiemd zijn. Twee zaden hebben schimmelvlekjes en zijn niet ontkiemd; één bonenzaadje bij “3” en één bij “5”.

Alle gekiemde zaden groeiden uit tot normale bonenplanten. De 2 zaden met schimmelvlekjes werden lichtbruin van kleur. Uit die zaden kwam geen bonenplantje voort.

Bonenzaden die 1 tot 5 dagen in een diepvrieskist of (-kast) bij – 18 gr C hebben gelegen, kiemen ongeveer even goed als bonen die niet zijn behandeld. Ze kiemen niet sneller maar ook niet veel langzamer.

.

G)# Bonenzaad met slechte kiemkracht

Bonenzaad is te koop in zakjes of doosjes. Op de verpakking staat (altijd) een “bruikbaar tot” datum. Deze datum is meestal enkele jaren later dan de dag dat je de bonen koopt.

bonentip 30

bonentip 33

Deze 2 verpakkingen Miracle bonenzaad zijn in januari 2013 gekocht bij Intratuin. Er is bewust gezocht naar 2 “verschillende” verpakkingen, elk met een andere “bruikbaar tot” datum.

bonentip 32

Er staan twee verschillende nummers (246886, 305116) en 2 verschillende “bruikbaar tot” data op de verpakkingen (2016, 2017). Dit bonenzaad is volgens de verpakking nog bijna 3 of 4 jaar bruikbaar.

Het bonenzaad uit de verpakking met “bruikbaar tot 1 januari 2016” wordt verderop in dit bericht “oud” genoemd. Bruikbaar tot 1 januari 2017 heet “nieuw”.

.

G1) Kiemen in een bak met vochtige tuingrond

bonentip 25

Van de 2 doosjes Miracle zijn 10 bonenzaden “oud” en 10 bonenzaden “nieuw” op een vochtig tuingrond/compost mengsel gelegd. Dit mengsel lijkt erg op de tuingrond waar je ‘s-zomers bonen in zaait.

De bovenste rij zaden zijn “Oud”, de onderste zijn “Nieuw”. Dit staat ook op het “kaartje”:   O (oud) en N (nieuw).

bonentip 34

Op deze foto is de bak een kwart slag gedraaid. Op het kaartje staat O (oud) en  N (nieuw). Op de bonenzaden is een laagje vochtige tuingrond/compost mengsel gestrooid. Daarna is een “kartonnen deksel” opgelegd. De bonen zijn gekiemd bij 20 tot 25 gr C.

bonentip 28 2d

Dit zijn de bonen na 2 dagen kiemen.

bonentip 27 4d

Dit zijn de bonen na 4 dagen kiemen. Bij de nieuwe zaden zijn 10 bonenplantjes gegroeid. Bij de oude zaden zijn geen plantjes zichtbaar.

bonentip 29 4d

De 10 “oude” zaden zijn uit de bak gehaald, met water gereinigd en op een stuk keukenpapier gelegd. Deze zaden zijn bruin gekleurd en op enkele zaden zit wat blauwe schimmel. Sommige zaden zijn zacht geworden.

“Oud” bonenzaad kiemt dus heel slecht in een tuingrond/compost mengsel. Als je dit “oud” bonenzaad gewoon in de tuingrond zaait (legt) zullen er geen of maar heel weinig bonenplantjes opkomen.

.

G2) Kiemen in vochtig metselzand of op vochtig keukenpapier

Uit de proef die beschreven staat bij D)# Kiemen in tuingrond, in potgrond, in metselzand of op keukenpapier blijkt dat bonenzaad het snelst kiemt in vochtig metselzand.

Daarom is er een test gedaan met Miracle “oud” bonenzaad in vochtig metselzand. En ook een test met dit zaad op vochtig keukenpapier.

.

G3) Metselzand test

In 2 bakken zijn 30 zaden “oud” bonenzaad op vochtig metselzand gelegd en afgedekt met een laagje vochtig metselzand. Op elke bak is een “kartonnen deksel” gelegd. Een bak stond bij 20 tot 25 gr C. De andere bak stond op een cv-combi ketel.

bonentip 35

Hier foto’s van “oud” bonenzaad” na 6 dagen kiemen. De linker bak (“20”) stond bij 20 tot 25 gr C. De rechter bak (c) stond op de cv-combiketel.

In de bak die op de cv-combiketel stond zijn 2 van de 30 bonenzaden gekiemd. In de andere bak is niets ontkiemd. Oud bonenzaad kiemt dus heel slecht in vochtig metselzand.

bonentip 37

Uit de linker bak zijn 30 niet gekiemde bonenzaden gehaald. En uit de rechter bak 28. Op bovenstaande foto’s zie je enkele van die niet gekiemde bonen (de bonen zijn met water gereinigd). Op enkele bonenzaden zijn blauwe schimmelvlekjes.

.

G4) Keukenpapier test

In 2 bakken zijn 30 zaden “oud” bonenzaad op vochtig keukenpapier gelegd. Op elke bak is een “kartonnen deksel” gelegd. Een bak stond bij 20 tot 25 gr C. De andere bak stond op een cv-combi ketel.

bonentip 36

Hier foto’s van “oud” bonenzaad” na 6 dagen kiemen. De linker bak (“20”) stond bij 20 tot 25 gr C. De rechter bak (c) stond op de cv-combiketel.

bonentip 39

De bonen op de linker foto zijn bij 20 tot 25 gr C gekiemd, de bonen op de middelste en op de rechter foto op een cv-combiketel.

Als je op de foto klikt verschijnt die breed op je scherm.

In elke bak zijn ongeveer 10 zaden ontkiemd. Op veel zaden zijn blauwe, zwarte, of groene schimmelvlekken. Een aantal zaden zijn bruin gekleurd en niet gekiemd. Deze bruine zaden hebben teveel water opgenomen en zijn “verdronken”.

.

bonentip 38

Ongeveer 20 zaden die wel kiemen zijn ondiep met het worteltje in een kweekbak met vochtige tuingrond gezet. Op bovenstaande foto zie je die bonenzaden vlak na inzetten. Daarna is een doorzichtige kap op de kweekbak gezet.

Binnen 3 tot 6 dagen zijn ongeveer 10 zaden in deze bak uitgegroeid tot bonenplantjes. De plantjes zien er een beetje raar uit. Maar daarna zijn ze uitgegroeid tot normale bonenplanten.

De 10 andere bonenzaden die in de bak stonden zijn alsnog verrot.

.

G5) Wat kun je doen.

Als je bonenzaad in een winkel gaat kopen, dan kun je op enkele verpakkingen lezen welke “bruikbaar tot …” data er op staan.  Kijk ook op verpakkingen van enkele andere bonenrassen. Zo kun je nagaan wat nieuw en wat oud bonenzaad is.

Zijn er 2 “bruikb tot” data bij het ras bonenzaad dat je wilt kopen, kies dan het zaad dat het langst goed blijft.

Heb je twijfels over gekocht of geleverd bonenzaad, dan is het goed om eerst enkele zaden (5 tot 10 stuks) te laten kiemen. Doe een zogenaamde “kiemtest”.

Dit gaat het gemakkelijkst in een bak op 6 lagen vochtig keukenpapier. Deze werkwijze is hierboven beschreven. Leg een “kartonnen deksel” op. Laat kiemen in een warme ruimte of op een “warm apparaat”.  Bij goed zaad is na 2 of 3 dagen bij 1 of enkele bonenzaden een worteltje te zien. Goede bonenzaden schimmelen niet, worden niet bruin (misschien worden er 1 of 2 zaden bruin) en groeien uit tot goede bonenplantjes.

Je kunt de bonen in een bak in vochtig metselzand leggen. Deze werkwijze is hierboven ook beschreven. Binnen een dag zie je “bobbels” op het metselzand. Dit komt doordat de zaden dikker worden door water-opname en het metselzand omhoog duwen. Bij goed zaad zie je na 2 dagen delen van bonenzaden boven het zand uitsteken. En je ziet bij 1 of enkele bonen een klein worteltje.

Er zijn bonenrassen waarbij de kiemkracht snel minder wordt, bv het ras Miracle waarover ik in dit bericht schrijf.

Bij andere bonenrassen blijft de kiemkracht misschien langer goed. Maar dat weet je nooit van tevoren. Een “kiemtest” geeft het antwoord en is snel gedaan.

Klagen bij de winkelier of leverancier over slecht kiemend zaad is moeilijk, denk ik. De leverancier zal wijzen op de “Bruikb tot” datum. Of er wordt gezegd dat het aan het weer of aan jouw tuingrond ligt.

.

H)# Bonenzaad neemt te snel water op

Om te ontkiemen moet een bonenzaadje water opnemen.

boonkiem 1

Elk bonenzaadje heeft een zeer kleine opening om water door naar binnen te laten. Op deze foto zie je 2 zwarte pijlen die naar de opening wijzen.

.

boonkiem 9

Als een bonenzaadje te snel water opneemt dan wordt het bruin. Het zaadje gaat dan niet kiemen. Vaak gaat er schimmel opgroeien. Zoals de 4 zaden linksboven op deze foto.

Te snel water opnemen kan gebeuren als de bonenzaden in een laagje water liggen, zoals je in dit bericht kunt lezen bij E)# Bonenzaad kiemen in een laagje water.

.

boonkiem 2Te snel water opnemen kan ook gebeuren als je een laagje vochtig keukenpapier op de bonen legt.

boonkiem 10Of als je bonenzaden op vochtig papier ook nog eens door en door nat sproeit.

.

H1) Daarom

  • Leg bonenzaden op vochtig keukenpapier.
  • Ga daarna niet (te veel) sproeien. Leg ook geen laagje vochtig keukenpapier op de bonen.
  • Leg een “kartonnen deksel” op de bak. De lucht in de bak wordt dan erg vochtig.
  • De bonenzaden kunnen goed ontkiemen in de vochtige lucht. Ze nemen dan voortdurend en gelijkmatig water op.
Advertenties
Geplaatst in bonen, zaadjes | Tags: | 49 reacties

34) Prei of zomerwortelen zaaien met gootsteenmatje en “schuifvalbakje”

prei 27

matje 2

In deze tip:

  • A)# Prei zaaien
  • B)# Zomerwortelen zaaien
  • C)# Opmerkingen

.

In deze tip (tip 34) wordt beschreven hoe je een gootsteenmatje en “schuifvalbakje” gebruikt bij het zaaien van prei of zomerworteltjes in een laaggelegen gebiedje in de tuingrond. Bij deze werkwijze vallen de zaadjes op de vlakke tuingrond en daarbij kunnen de zaadjes enkele mm of cm wegrollen.

In de later geschreven    tip 37    staat een betere werkwijze voor het zaaien van zomerwortelen en prei. Hierbij worden kleine zaaikuiltjes gemaakt in de tuingrond. De zaadjes vallen vanuit het schuifvalbakje in deze zaaikuiltjes en rollen niet weg.

Prei wordt vaak in een groepje in de tuingrond gezaaid. Later worden de preiplanten in de grond geplant. Zomerwortelen zaai je meestal vlak bij elkaar in een smal rijtje of in een groepje.

Bij prei en wortelen is het de kunst om niet te dicht opeen te zaaien, anders moet je later te veel uitdunnen (overtollige plantjes weghalen). Maar je moet ook niet te “dun” zaaien want dan komen er te weinig planten op.

Om gemakkelijk (en sneller) zomerwortelen of prei in je tuin te zaaien kun je een gootsteenmatje en het “schuifvalbakje”als hulp gebruikt. In    tip 33)    is beschreven hoe je deze hulpmiddelen kunt maken. Hieronder lees je hoe je prei of zomerwortelen kunt zaaien en wat de voorbereidingen zijn.

.

A)# Prei zaaien

A)1 Prei zaaien in een groepje

Je kunt prei “gewoon” in de tuingrond zaaien, zonder al te veel handelingen. Grond weghalen, opzij schuiven of zaaigootje maken, zaaien en grond opstrooien. Dit gaat goed als de grond veel voedingsstoffen bevat en niet snel uitdroogt.

Bij zandgrond, zoals in mijn tuin, kun je prei zaaien in een verlaagd stukje grond van ca 50 x 40 cm. In een verlaagd stukje tuin droogt de grond minder snel op, want de zaaiplek ligt lager dan de omgeving. Je kunt goed water geven zonder dat het water wegloopt. Het verlaagd stukje grond geeft aan waar gezaaid is. Hieronder volgt een omschrijving met foto’s van deze werkwijze. Het verlaagd stukje tuingrond noem ik hieronder “de verlaging”.

prei 16Is de toplaag van de grond droog, schuif dan het droge bovenlaagje grond opzij. Anders komt er later droog zand in de verlaging.

prei 15Leg het matje op de tuingrond. Maak een gootje ruim rond het matje. Dit geeft aan hoe groot de verlaging ongeveer moet worden. De verlaging wordt wat groter dan het matje.

prei 17

Maak een verlaging, ca 5 cm diep. Schep de vochtige grond in een emmer.

prei 3Doe fijnkorrelige (oude) mest of compost bij de grond in de emmer. Groeiende preiplanten hebben veel voeding nodig.

prei 4Meng de grond en de mest of compost door elkaar.

prei 19

Maak de verlaging nog wat dieper tot die ongeveer 10 cm diep is. Leg de tuingrond die je uitschept op een bergje ernaast. Van deze tuingrond wordt later weer een deel in de verlaging geschept als toplaag.

prei 22

Schud het grond/mest (compost) mengsel in de verlaging.

prei 7Maak het mengsel vlak in de verlaging. Dat gaat handig met een plankje of de bovenzijde van een voortjesplank (zie tip 2). Schud zoveel mengsel in de verlaging totdat na vlakmaken de bovenzijde ca 5 tot 7 cm onder de omliggende grond is.

prei 24

Schep wat vochtige tuingrond van het bergje tuingrond in de verlaging.

prei 25

Maak de tuingrond vlak met een plankje. De laag moet 2 a 4 cm dik zijn. Als nodig nog wat tuingrond in de verlaging strooien en vlak maken.

Door dit toplaagje tuingrond liggen de preizaadjes in tuingrond zonder mest of compost. Het is beter dat preizaadjes niet tegen of op mest of compost komen te liggen. Als de plantjes opgekomen zijn dan vinden de worteltjes van de preiplantjes enkele cm dieper de mest of compost.

prei 26

Sproei water in de verlaging. Gebruik een gieter met fijne broes. Houd de broes vlak boven de grond in de verlaging.

prei 27

Leg het matje in de verlaging als het water in de grond is gezakt. Zaai daarna de preizaadjes met behulp van het schuifvalbakje .

prei 11

Is er een preizaadje naast een gaatje terecht gekomen, schuif het zaadje dan met een pincet, vinger of stokje in het bijbehorende gaatje in het matje.

.

Haal na het zaaien het matje weg, zonder het matje te verschuiven. Anders kunnen de zaadjes aan de onderkant van het matje gaan plakken. En dan worden die zaadjes weggehaald.

prei 29Op deze foto zie je de preizaadjes liggen.  In elk groepje 1 preizaadje (behalve een groepje bovenaan). De preizaadjes liggen “ver uit elkaar”.

prei 30

prei 31

Strooi een laagje vochtige tuingrond op de zaadjes. Strooi “voorzichtig” om de preizaadjes niet te ver te verplaatsen of verschuiven.

Maak de laag vochtige tuingrond dik genoeg. Prei is een “donkerkiemer”, dus je moet er voor zorgen dat er voldoende grond op de preizaadjes ligt.

“Donkerkiemer” betekent dat de zaadjes door een laagje grond moeten bedekt zijn om een optimale kieming te waarborgen (gevonden op het Internet).

prei 32

Om ervoor te zorgen dat het zaaisel en de grond niet te snel opdroogt, kun je iets op de verlaging leggen.

Bijvoorbeeld een dienblad op de kop. Zorg voor een luchtgaatje door een beetje grond weg te halen onder de rand van het dienblad.

prei 34

Of een stap-plank. Ook hier een luchtgaatje maken. Zodra de preiplantjes zijn opgekomen haal je de stapplank of dienblad weg.

prei 36

Je kunt de verlaging afdekken met stukken doorzichtige golfplaat, met stenen erop tegen wegwaaien. De preizaadjes kiemen dan wat sneller dan bij een stapplank of dienblad. Bij een doorzichtige golfplaat wordt de grond in de verlaging opgewarmd door de zon. Je moet dan van te voren een voldoende dikke laagje grond op de preizaadjes strooien, want prei is een donkerkiemer, zie boven.

prei 35

Foto van preiplantjes, net boven de grond.

Het zaaien van prei met het schuifvalbakje gaat tamelijk snel. Het is gelukt om 80 zaadjes in ongeveer 200 seconden in 80 gaatjes van het matje te laten vallen. Dat is 2,5 seconden per zaadje. Valt niet tegen.

.

A2) Prei in rijtjes zaaien

wortel 13

Je kunt prei in 1,2 of 3 rijtjes zaaien. Dan gebruik je een deel van het matje, zoals op bovenstaande foto te zien is.

preirijHier zie je 3 rijen grote preiplanten eind juli.

preirij 2

Zo zien de preiplanten er uit na uit de grond halen. De planten zijn gespoeld in een emmer water om de planten gemakkelijk uit elkaar te halen.

.

B)# Zomerwortelen zaaien

B1) Zomerwortelen in een groepje zaaien

Zomerwortelen worden gezaaid in losgemaakte tuingrond. Wortelen groeien het beste in grond die vorig jaar bemest is. De mest die nog in de grond is overgebleven is voldoende voor wortelen.

Hieronder wordt beschreven hoe je wortelen in een verlaging in een groepje zaait. De verlaging zorgt er voor (net zoals bij prei hierboven beschreven) dat de grond minder snel uitdroogt en dat bij water gieten het water niet “wegloopt”.

wortel 1

Maak de grond goed los met een riek.

prei 16Is de toplaag van de grond droog, schuif dan het droge bovenlaagje grond opzij. Anders komt er later droog zand in de verlaging.

wortel 2

Leg het matje op de tuingrond. Maak een gootje ruim rond het matje. Dit geeft aan hoe groot de verlaging ongeveer moet worden. De verlaging wordt wat groter dan het matje.

wortel 3

Gebruik een plankje of zoiets dergelijks om grond weg te schuiven en de verlaging te maken. Maak de verlaging ongeveer 5 cm diep.

wortel 4

Sproei water in de verlaging. Gebruik een gieter met fijne broes. Houd de broes vlak boven de grond in de verlaging, zodat de grond niet “dichtslaat” door de waterstraal.

wortel 5

Leg het matje in de verlaging als het water in de grond is gezakt. Zaai daarna de wortelzaadjes met behulp van het schuifvalbakje .

wortel 6

Is er een wortelzaadje naast een gaatje terecht gekomen, schuif het zaadje dan met een pincet, vinger of stokje in het bijbehorende gaatje in het matje. In de meeste gaatjes ligt 1 wortelzaadje. In enkele gaatjes liggen 2 zaadjes.

.

Haal na het zaaien het matje weg, zonder het matje te verschuiven. Anders kunnen de zaadjes aan de onderkant van het matje gaan plakken. En dan worden die zaadjes mee weggehaald.

wortel 7

Op deze foto zie je de wortelzaadjes liggen.  In elk groepje is 1 of 2 wortelzaadje. De groepjes liggen “ver uit elkaar”.

wortel 8

wortel 9

Strooi een dun laagje vochtige tuingrond op de zaadjes. Strooi “voorzichtig” om de wortelzaadjes niet te ver te verplaatsen of verschuiven.

wortel 10

Om ervoor te zorgen dat het zaaisel en de grond niet te snel opdroogt, kun je iets op de verlaging leggen. Bijvoorbeeld een dienblad op de kop. Zorg voor een luchtgaatje door een beetje grond weg te halen onder de rand van het dienblad.

wortel 19

Foto van zomerwortelplantjes, net boven de grond.

wortel 20

Als de plantjes opgekomen zijn dan kun je bij erg warm, zonnig weer het dienblad zo neerzetten. De grond droogt dan minder snel uit.

Je kunt in elk gaatje van de mat een wortelzaadje laten vallen. Dan groeien de wortelplantjes later op 2 cm afstand van elkaar.  Of telkens 1 gaatje overslaan om de plantjes op 4 cm van elkaar te laten groeien.

.

Opmerking:

Wortelzaadjes zijn erg klein en licht van gewicht. Je moet na elke keer vallen even wachten voordat je het bakje op het volgende gaatje zet.

Niet alle wortelzaadjes zullen ontkiemen. Daarom kun je in enkele gaatjes 2 zaadjes laten vallen. De kiemkracht van zomerwortelzaadjes is ongeveer 88 % bij vers groentezaad. Als je van vers wortelzaad 100 zaadjes op vochtig wc-papier legt, komt bij 88 zaadjes een worteltje aan het zaadje. Bij 12 zaadjes “gebeurt er niets”, deze zaadjes ontkiemen niet.

.

B2) Zomerwortelen in rijtjes zaaien

Je kunt zomerwortels ook zaaien in een rijtje of in enkele rijtjes naast elkaar. Hieronder wordt beschreven hoe je met het matje 3 rijen worteltjes zaait in een voortje.

wortel 11

Maak de grond los met een riek of tuinschepje. Maak daarna een gootje in de grond.

wortel 12

Giet water in het voortje. Gebruik een gieter met fijne broes. Houd de broes vlak boven de grond in het voortje. Zo slaat de grond niet dicht.

wortel 13

Leg het matje in het voortje als het water in de grond is gezakt. Gebruik het schuifvalbakje en zaai in elk gaatje van het matje 1 zomerwortelzaadje.

Je kunt in de buitenste rijen de wortelzaadjes laten vallen. Dan staan de wortels wat verder uit elkaar.

Haal na het zaaien het matje weg, zonder het matje te verschuiven. Anders kunnen de zaadjes aan de onderkant van het matje gaan plakken. En dan worden die zaadjes mee weggehaald.

wortel 14

Op deze foto zie je wortelzaadjes liggen. Op elk plekje 1 zaadje.

wortel 15

Zet 2 stokjes of 2 plastic stripjes in het voortje aan het begin en het eind van het zaaisel.

Strooi fijn verkruimelde vochtige tuinaarde op de zaadjes. Doe dit voorzichtig om de zaadjes niet te ver te verplaatsen.

wortel 16

Leg op het voortje een bedekking om ervoor te zorgen dat de grond niet te snel uitdroogt. Je kunt een stuk golfplaat op het voortje leggen. Leg een zwaar voorwerp, bv een halve baksteen op het plaatje of op het golfplaatje tegen wegwaaien.

wortel 17

Twee weken later zijn de wortelplantjes al ca 2 cm hoog.

.

C)# Opmerkingen

Bij het zaaien met zo’n matje kun je zelf kiezen waar en hoeveel zaadjes er gaan vallen;

  • Een zaadje per mat-gaatje. De plantjes die opkomen staan dan 2 cm van elkaar af. Dat kan te dicht opeen zijn. De wortels van de preiplantjes kunnen dan in elkaar gegroeid zijn of de preiplantjes zijn (te) klein.
  • Een zaadje per 2 mat-gaatjes, telkens 1 gaatje overslaan. De plantjes die opkomen staan 4 cm uit elkaar.
  • In elk mat-gaatje waarin een zaadje moet vallen, 2 zaadjes laten vallen. Dan komen er meestal 1 of 2 plantjes op. Je kunt later uitdunnen.
  • In    tip 37    die ik later geschreven heb staat hoe je gemakkelijk zomerworteltjes of prei kunt zaaien (met een schuifvalbakje en matje of liniaal) in kleine zaaikuiltjes in de grond.
Geplaatst in prei, wortelen, zaaien | 9 reacties

33) Gootsteenmatje en “schuifvalbakje” als zaaihulp

matje 1

bakje 26

In deze tip:

  • Inleiding
  • A)# Gootsteenmatje (korte beschrijving)
  • B)# Schuifvalbakje (korte beschrijving)
  • C)# Zaaien op zilverzand (proefje)
  • D)# Gaatjes bijmaken in het matje
  • E)# Schuifvalbakje, wat heb je nodig
  • F)# Het bakje maken
  • G)# Het plastic plaatje maken
  • H)# Het valbuisje maken
  • I)# Het schuifvalbakje in elkaar zetten
  • J)# Schuifvalbakje, andere uitvoering
  • K)# Opmerkingen

.

Inleiding

Vaak worden plantenzaadjes in de tuingrond gezaaid. Bij sommige planten moet je vlak bij elkaar in een smal rijtje zaaien, zoals bij zomerworteltjes. Of vlak bij elkaar in een groepje, zoals bij prei, om later de preiplantjes uit te planten.

Hierbij worden veel zaden op de tuingrond gestrooid. De zaden mogen niet te ver uit elkaar gezaaid worden, want dan komen er te weinig plantjes. Maar ook niet te dicht bij elkaar, want dan moet je later uitdunnen.

Het zaaien gaat goed als je een gootsteenmatje als hulp gebruikt. Je legt het gootsteenmatje op de tuingrond, je pakt elk zaadje tussen duim en wijsvinger en je legt het zaadje in het juiste gaatje van het matje. Dit gaat niet erg snel want je moet elk zaadje uit het zaadzakje of uit een bakje halen.

Met een zelfverzonnen hulpmiddel, het “schuifvalbakje” gaat het zaaien veel sneller. Bij zaadjes die je moeilijk kunt vastpakken, bijvoorbeeld van wortels, kun je ook veel beter het “schuifvalbakje” gebruiken.

Het “schuifvalbakje” lijkt op het “zaadschuifbakje” van tip 3. Maar het “schuifvalbakje” heeft maar 1 valgaatje. Hieronder is een buisje om het vallend zaadje naar het gaatje in het gootsteenmatje te leiden.

In deze tip wordt beschreven hoe je zo’n matje en schuifvalbakje maakt of aanpast. In  tip 34      en    tip 37    wordt beschreven hoe je zomerwortelen of prei zaait met een schuifvalbakje en een matje.

.

A)# Gootsteenmatje (korte beschrijving)

matje 1

Dit is een rechthoekig matje van rubber dat in een  gootsteen wordt gelegd. Het matje is te koop in een winkel voor huishoudelijke artikelen. Het matje van een bekend merk kost ca €6,50.

Er zijn ook rubber matjes te koop voor een lagere prijs. Als de vorm een beetje op het matje van de foto hierboven lijkt, dan kun je zo’n matje wellicht gebruiken. Nathalie meldt dat bij de Action gootsteenmatjes voor 99 cent liggen, ze zijn wel transparant. Nathalie bedankt voor deze info.   En deze aanbieding vond ik op het internet.

.

B)# Schuifvalbakje (korte beschrijving)

matje 2

Zo ziet het schuifvalbakje eruit. Een wit plastic bakje met een lage rand. In de bodem van het bakje is een gaatje. Onder dit gaatje is een plastic buisje aangebracht.

.

C)# Zaaien op zilverzand (proefje)

Om aan te geven hoe het zaaien met een matje gaat, is een bak met een laagje zilverzand gevuld. Daarna is preizaad of zomerwortelzaad in de gaatjes van het matje gezaaid.

matje 3

Plastic bak met laagje zilverzand.

matje 4

Matje op het zilverzand gelegd. Dit matje heeft in het middengebied gaatjes die er extra zijn bij gemaakt. Bij het matje dat je koopt ontbreken die gaatjes, zie bovenste foto van deze tip.

matje 5

Strooi preizaadjes in een wit laag plastic bakje. Neem elk zaadje tussen duim en wijsvinger en laat het in een gaatje van het matje vallen.

matje 6

Of pak elk preizaadje vast met een pincet en laat het in een gaatje van het matje vallen.

matje 7

Of gebruik een “valbuisje”……..

matje 8

…….zet het valbuisje op een gaatje in het matje en laat een preizaadje in het buisje vallen.

matje 9

Of gebruik het schuifvalbakje. Zet telkens het valbuisje boven (op) een gaatje van het matje. Schuif daarna met je vinger 1 preizaadje in het valgaatje.

.

Met zomerwortelzaadjes kun je op dezelfde wijze zaaien, behalve het vastpakken tussen duim en wijsvinger. Dat lukt echt (zowat) niet. Of het duurt heel lang om veel zaadjes te zaaien.

.

Zaairesultaat op zilverzand.

matje 10

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Op deze foto’s zie je dat de zaadjes ongeveer recht in een lijn liggen. De zwarte zaadjes zijn van prei, de andere van zomerwortel.

.

D)# Gaatjes bijmaken in het matje

In het matje dat te koop is zijn 14 rijen van 12 gaatjes. In het middengebied ontbreken 20 gaatjes. Elk gaatje is ca 9 mm in doorsnede. De hartafstand tussen de gaatjes is 2 cm.

Je kunt ronde gaatjes bijmaken met een zogenaamd “holpijpje”. Dat is speciaal ijzeren gereedschap. Aan 1 kant van het “holpijpje” is een scherpe ronde rand. De andere kant van het “holpijpje” is dicht en hier kun je met een hamer op slaan.

Maar je kunt ook gemakkelijk vierkante gaatjes bijmaken met een scherp mes.

matje 12

Leg het matje op de kop en teken waar de gaatjes moeten komen (de kruisjes).

matje 13

Gebruik een “holpijpje” van 10 mm en een hamer. Maak hiermee ronde gaatjes in het matje die net zo groot zijn als de gaatjes die er al inzitten. Als je een holpijpje van 9 mm gebruikt zijn de gaatjes wat kleiner dan die er al inzitten. Een set van 9 holpijpjes kost ca €10,00 en is te koop in de bouwmarkt.

Leg een houten lat onder het matje. Zet de scherpe rand van het holpijpje op het matje en sla op het holpijpje.

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Op de foto zie je dat er 6 ronde gaatjes zijn bijgemaakt.

.

Of maak gaatjes bij met een mes.

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Leg een houten lat onder het matje. Snijd met een scherp mes een vierkantje uit het matje.

matje 16

Hier zie je dat er 1 vierkant gaatje gemaakt is met het mes. Het uitgesneden stukje ligt nog op het matje.

.

E)# Schuifvalbakje, wat heb je nodig

bakje 1

  • Een plastic bakje, bijvoorbeeld een “Weduwschapsbakje”. Dat is een bakje dat duivenhouders gebruiken. Te koop in  de ”goede” diervoederwinkel, prijs ca 1 euro.

Je kunt ook een klein bakje gebruiken waar bijvoorbeeld tonijnsalade in heeft gezeten.  Zie verder in dit bericht.

  • Een “Anthuriumflesje”, rechts op de foto. Een anthuriumflesje is een plastic buisje waar bloemen aan steel in worden gezet. HerBie schreef in een reactie dat deze flesjes zo heten. Herbie, bedankt.

Anthuriumflesjes worden ook wel eens “waterbuisjes” genoemd. Verder in deze tip noem ik ze zo. De buisjes worden soms gebruikt in bloemstukjes. Je kunt er naar vragen in een bloemenwinkel. Deze buisjes komen met bepaalde bloemen mee van de veiling naar de winkel. Als de winkel ze heeft bewaard heeft dan krijg je ze vaak voor niks, of voor een lage prijs.

bakje 27

Er zijn 2 (of meer) soorten waterbuisjes te verkrijgen. Beide soorten zijn te gebruiken. Ze hebben elk een rand aan de bovenkant en daar past een rubber dop met gaatje op. Door dit gaatje wordt de bloemsteel gestoken in een bloemstukje. Op de foto zie je het linker buisje met dop, het rechter zonder dop.

buisjes12

Dirk heeft in een reactie (onderaan bij deze tip) voorgesteld om een “tuitje” van een tube kit te gebruiken. Op de foto hierboven zie je links 2 van dergelijke “tuitjes”.

.

Hieronder volgt eerst een beschrijving met een groen waterbuisje. Daarna een korte beschrijving van het andere buisje.

bakje 2

  • Een plastic trommel, bijvoorbeeld zo’n lunchtrommel als op de bovenste foto. Gekocht bij Hema. Hieruit wordt een plastic plaatje gezaagd.

bakje 17

Maar je kunt ook het afgezaagde bovendeel van het weduwschapsbakje gebruiken om een plaatje uit te zagen.

bakje 3

  • Kleine boutjes en moertjes, M2  of M2,5.  Deze hebben een doorsnede van 2 of 2,5 millimeter. Ze zijn te koop in de bouwmarkt.

.

F)# Het bakje maken

bakje 14

Haal van het weduwschapsbakje de metalen stripjes eraf. Teken rondom een lijn af, ongeveer 1,5 cm vanaf de bodem.

bakje 16

Zaag met een ijzerzaag op de afgetekende lijn.

bakje 17

Je hebt nu een laag bakje en een bovendeel. Haal met een mes of een schaar de kleine stukjes plastic van de rand van het bakje af .

.

G)# Het plastic plaatje maken

bakje 4

bakje 50

Zaag met een ijzerzaag een zijkant van de plastic lunchtrommel. Of zaag een kant uit het afgezaagde bovendeel van het weduwschapsbakje. Het afgezaagde plastic plaatje wordt verder bewerkt.

In het plastic plaatje moet een rond gat gemaakt worden. Dat is nodig om het plastic buisje aan het bakje te kunnen vastmaken. Je kunt het gat maken met een figuurzaag of met een boor. Ga eerst na hoe groot het gat moet worden. Je kunt dat handig doen met een cirkelmal. Het buisje moet in het gat passen, maar de rand mag er niet doorvallen. Voor het waterbuisje dat ik gebruik moet het gat 16 mm worden. Hieronder de 2 beschrijvingen:

  • Met figuurzaag

bakje 5

Gebruik een cirkelmal en teken een gat van de juiste maat (b.v. 16 mm) op het plastic plaatje.

bakje 6

Boor een gaatje in het plastic plaatje, binnen de cirkel.

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

Steek een figuurzaagje door het gaatje heen. Maak daarna het figuurzaagje vast in de beugel.

bakje 8

Zaag het rondje uit het plastic plaatje. Haal de figuurzaag uit het plaatje.

.

  • Met een boor

bakje 12

Gebruik een houtboor (van b.v. 16 mm) en een blokje hout.

bakje 13

Leg het plaatje op het blokje hout en boor het gat heeeeeel rustig in het plaatje.

.

bakje 9

Ga na of het buisje in het gat in het plaatje past (en er niet doorheen valt). Is het gat in het plaatje te klein of is het niet mooi rond, gebruik een ronde vijl …….

bakje 10

…. of gebruik een schaar van een geschikte maat. Druk de schaar in het gat tot die niet verder kan. Draai de schaar linksom of rechtsom in het gat. Zo kun je het gat gemakkelijk rond en groter maken.

bakje 11

Maak het gat groter totdat het buisje er goed in past.

bakje 19

Haal het buisje weer uit het plaatje.

Teken op het plastic plaatje een rechthoek, ongeveer 0,5 tot 1 cm smaller dan het bakje breed is. De rechthoek is ongeveer 3,5 cm hoog.

bakje 20

Zaag het rechthoekig stukje met een ijzerzaag uit het plastic plaatje. Pas het plaatje op het bakje. Het plaatje moet wat smaller zijn dan het bakje.

bakje 51

Boor twee gaatjes in het plaatje voor de schroefjes; Gaatjes van 2 mm voor M2 schroefjes(of 2,5 mm voor M2,5 schroefjes).

bakje 52

Leg het plaatje op de onderkant van het bakje, op de juiste plaats. Plaats de boor in het gaatje van het plaatje en boor verder in het bakje. Zo komt er een gaatje op de juiste plaats in de bodem van het bakje.

bakje 53

Steek een schroefje (boutje) in het gaatje van het plaatje en het bakje. Het plaatje kan dan niet meer verschuiven tijdens het boren van het 2e gaatje in het bakje.

bakje 54

Boor het 2e gaatje in de bodem van het bakje. Steek een schroefje (boutje) in het 2e gaatje.

bakje 56

Bepaal waar ongeveer het midden van het grote gat in het plaatje is. Boor daar een klein gaatje, diameter 2 of 2,5 mm.

bakje 57

Haal de schroefjes eruit en haal het plaatje van het bakje af. Draai het bakje om.

bakje 61

Boor het middelste gat groter vanaf de bovenzijde van het bakje. Leg een houten balkje onder het bakje. Gebruik een boor van 5 of 6 mm. Haal na het boren de stukjes en rafeltjes plastic rond het gat weg met een schaar of scherp mes. Anders kunnen de zaadjes erachter blijven hangen.

.

H)# Het valbuisje maken

bakje 18

Op de foto is de bodem van een waterbuisje open gezaagd. Met zagen krijg je een rafelig eind van het buisje waar zaadjes achter kunnen blijven hangen. Je kunt beter een scherp mes gebruiken om het buisje korter te maken.

Voor een goed zaairesultaat moet het buisje groter zijn dan de gaatjes in het matje. Is het buisje kleiner dan de gaatjes in de mat dan raakt het buisje de vochtige grond tijdens het zaaien. Het gaat dan verstopt zitten met grond.

Daarom het buisje korter maken.

bakje 23

Snijd met een scherp mes een stukje van het buisje….

bakje 24

…..en zet het buisje op het matje. Het buisje mag niet in het gaatje van het matje passen. Als nodig enkele keren een klein stukje afsnijden en passen. Het buisje op de foto heeft de goede afmeting.

.

I)# Het schuifvalbakje in elkaar zetten

bakje 21

De onderdelen van het schuifvalbakje: bakje met gaatjes, plaatje met gaatjes, buisje en schroefjes.

bakje 22

Steek de ringetjes over de schroefjes en steek de schroefjes in de kleine gaatjes van het bakje. Steek het buisje in het grote gat van het plaatje.

bakje 64

bakje 66

Maak het plaatje met buisje aan het bakje vast met de boutjes en de moertjes.

bakje 65

Als je door het valbuisje kijkt kun je nagaan of het gaatje in de bodem van het bakje ongeveer midden in het buisje is.

bakje 25

bakje 26

Zo ziet het bakje eruit als het in elkaar is gezet.

Tijdens het zaaien houd je het bakje met duim en vingers van een of beide handen vast. Je schuift met de wijsvinger of middelvinger van 1 hand de zaadjes naar en in het valgaatje.

.

J)# Schuifvalbakje, andere uitvoering

bakje 59

Op deze foto is het linker bakje zoals hierboven beschreven. Het middelste heeft een ander valbuisje, het rechter is gemaakt van een saladebakje.

.

J1) Valbuisje

bakje 27

Er zijn 2 (of misschien meer) soorten waterbuisjes te verkrijgen. In de bloemenwinkel in mijn woonplaats hadden ze alleen maar het “witte”, langere buisje. In het bloemstukje dat we gekocht hadden zaten 3 groene korte buisjes. Het groene buisje past in een gat van 16 mm. Het witte buisje is iets dunner, maar past ook goed in een 16 mm gat. Het valt er niet doorheen.

buisjes13

Je kunt ook een “tuitje” van een tube (silicone)kit gebruiken, zoals Dirk in een reactie bij deze tip voorstelt. Zo’n tuitje is ongeveer even dik als een waterbuisje en past in het plaatje.

buisjes14

Op deze foto zie je een schuifvalbakje met een “tuitje” als valbuisje. Met zo’n bakje vallen preizaadjes ook goed in de gaatjes van een klein matje, zoals rechts op de foto is te zien.

.

J2) Bakje

bakje 29Van een leeg saladebakje kun je ook een schuifvalbakje maken. De uitvoering is ongeveer gelijk aan het bakje zoals hierboven is beschreven. Daarom een korte beschrijving.

bakje 30

Het buisje wordt aan het bakje vastgemaakt met behulp van een plastic plaatje dat op de onderkant van het bakje past.

bakje 32

Het plaatje met het valbuisje zit tegen de rand aan de onderkant van het bakje vastgeschroefd.

bakje 33

Zo ziet het schuifvalbakje er van boven uit.

.

Nog een ander ontwerp:

bakje 67

bakje 68

Dit bakje is gemaakt van een witte dop van een hazelnoot-chocoladepasta-pot en een waterbuisje.

.

K)# Opmerkingen

  • Waarom is zo’n soort zaaihulp nog niet te koop? Zelfs op deze site staat niets dat op een schuifbakje lijkt of dat een valbuisje heeft.
  • Het schuifvalbakje werkt minder goed bij ronde zaadjes, zoals kool of radijs. Als je het bakje naar de ene kant schuin houdt rollen veel (alle) zaadjes richting valbuisje. En naar de andere kant rollen ze tegen elkaar en vormen ze een groepje. Je kunt een stukje plakvilt aan de binnenkant op de bodem van het bakje plakken. Van de korte zijkant (het verst van het gaatje af) tot net voor het val-gaatje. Strooi de zaadjes op het plakvilt en rol ze een voor een naar het gaatje toe.
  • Als de zaadjes in het bakje of buisje blijven “plakken” kan dat komen door statische oplading van het plastic. Zie onderstaande foto.

bakje 60

Op deze foto staat het bakje ongeveer rechtop. Er blijven veel wortelzaadjes aan de bodem van het bakje plakken.

Je kunt dit verhelpen door het bakje (met valbuisje) helemaal in een zeepsopje onder te dompelen. Daarna het geheel uithalen, de zeep laten uitdruppelen en opdrogen. Na opdrogen is er een dun “zeeplaagje” op het plastic en dit voorkomt statische oplading.

Let op, je moet na het onderdompelen in zeepsop niet met water spoelen. Want water haalt het zeeplaagje weer weg en dan kan het plastic weer statisch opladen.

  • Als je handig bent dan kun je het tuitje of buisje met siliconekit aan het bakje plakken. Dan hoef je niet te schroeven en er zijn geen schroefkopjes op de bodem van het bakje. Dit siliconekit-idee is een voorstel van Bas.     Bas, bedankt.
Geplaatst in zaaien | 13 reacties

32) Bonen zaaien in potjes en later uitplanten

boonbeker 22

In deze tip:

  • Voorwoord
  • Wanneer zaaien en waar uitplanten?
  • A)# Bonen zaaien in koffiebekers met potgrond
  • B)# Vullen met potgrond, zaaien en water opgieten
  • C)# De bekers afdekken
  • D)# Plantjes zichtbaar
  • E)# Koel en voor een raam
  • F)# Uit het koffiebekertje, in de grond
  • G)# Uit het bloempotje/inzet/stripje, in de grond
  • H)# Uit een laag, afgesneden koffiebekertje
  • I)# Uit een gewoon koffiebekertje, maar met weinig potgrond
  • J)# Te warm of te donker
  • K)# Bonen zaaien in bloempot/inzet met tuingrond/compost mengsel
  • L)# Samenvatting

.

Voorwoord

Je kunt bonen in de grond zaaien (leggen), afdekken met een laagje tuingrond en dan afwachten tot de planten opkomen.

Bij staakbonen zaaien kun je de werkwijze van Willem gebruiken. Willem schrijft in een reactie op deze tip hoe dat in zijn werk gaat. Na het bonen zaaien legt Willem een lap zwarte (rubber) vijverfolie op het zaaisel en giet een beetje water langs de staak op het zaaisel. De lap houdt regen tegen en houdt het zaaisel warm zodat de bonenzaden snel ontkiemen. Zie de reactie van Willem onder deze tip. Willem, bedankt.

.

Jantina schreef bij “tip 12) (Snij)bonen zaaien op keukenpapier” dat zij bonen in koffiebekers met potgrond zaait. Wanneer de bonenplantjes ca 5 cm groot zijn dan drukt zij de plantjes met potkluit uit het bekertje en zet ze de plantjes in de tuingrond.

Ik heb Jantina beloofd dat ik die werkwijze ook ga uitproberen. Dat heb ik gedaan en hier zijn de resultaten. Met nog wat aanvullingen van mijzelf.

.

Wanneer zaaien en waar uitplanten?

Verderop in deze tip info worden handige werkwijzen beschreven om bonenplantjes in potjes op te kweken.

Als je vroeg boontjes in je tuin wil kweken, zaai of kiem dan lage bonen (struikbonen, stambonen). Deze bonenplanten zijn na enkele weken “groot” en even later verschijnen de eerste bloemen en even later de boontjes.  Klimbonen (staakbonen) doen er vele weken over om tot bovenaan de staak te groeien. Pas daarna worden de eerste bloemknoppen gevormd. Duurt dus veeeeel langer dan stambonen.

Zaai of kiem de bonenzaden begin april binnenshuis bij ongeveer 20 gr C. Na ongeveer 1 week zijn de gezaaide bonenplantjes boven de zaaigrond. Of na ongeveer 1 week zijn de gekiemde bonenplantjes zo groot dat je ze in een potje met tuingrond of potgrond kunt uitplanten. Zorg ervoor dat je (3 of) 4 bonenplantjes per potje krijgt; dus 4 zaden in een potje zaaien of 4 bonenplantjes in het potje planten.

Zet de potjes met bonenplantjes daarna volop in het licht, bv vlak voor een raam. Zet ze op plaatsen waar het kouder dan 20 gr C is. Dat is om de plantjes af te harden; 3 tot 5 dagen binnenshuis bij ca 15 gr C (bv koude slaapkamer).

boonpot 13

Daarna 5 dagen of nog langer overdag buiten bij 5 tot 15 gr C en ‘s-nachts binnenshuis bij ca 15 gr C. Als het kouder is dan 5 gr C, dan de plantjes binnenshuis houden. Je kunt de potjes met boontjes in een wasmand zetten en die mand telkens overdag buiten en ‘s-nachts binnen zetten. Het gaas erboven is om de merels uit de mand te houden; de boontjes groeien in zelfgemaakte compost en in die compost zit hier en daar een aardworm.

Vanaf half april kun je de potjes met bonenplantjes (vlak bij elkaar) in de tuingrond zetten, maar wel onder of in een koude kas of koude bak. Handig is een golfplaattunnelkasje (zie tip 13). Zet bij warm weer het kasje overdag een stuk open, en ‘s-nachts dicht. Leg tijdens koud weer of strenge nachtvorst een stuk plastic folie dubbelgevouwen over het kasje.

Vanaf begin mei kun je de potkluiten met (3 of) 4 plantjes uit de potjes halen en in de grond zetten. Tussen elke groep van (3 of) 4 plantjes is ongeveer 30 cm. Plant ze onder een tunnel of in een koude bak in tuingrond waar je compost doorheen hebt gemengd. Het kan in mei nog wel eens vriezen en daar kunnen de bonenplantjes niet tegen. Daarom eerst in een tunnel of kas uitplanten en later in mei de tunnel weghalen of de kas helemaal open zetten. De golfplaattunnel van tip 13 is geschikt voor 1 rij bonenplantjes. Of de folietunnel van tip 11 voor 3 rijen bonen. Vanaf half tot eind mei kun je de tunnel of kas overdag open laten, als het weer het toelaat. Enkele weken later kan de tunnel weggehaald worden.

.

A)# Bonen zaaien in koffiebekers met potgrond

boonbeker 1

Nodig: lege koffiebekers, potgrond, leeg bloempotje, bonenzaad.

.

B)# Vullen met potgrond, zaaien en water opgieten

boonbeker 2

Doe potgrond in elk bekertje. Druk de potgrond een beetje aan. Doe dit met de bodem van een bloempotje.

boonbeker 4

Leg in elke beker 4 bonenzaden op de aangedrukte potgrond.

boonbeker 5

Strooi vervolgens bij elke beker ca 1 cm potgrond op de zaden.

boonbeker 2

Druk de potgrond weer aan met de bodem van een bloempotje.

boonbeker 6Sproei water op de potgrond.

Uit mijn proefjes is gebleken dat potgrond aandrukken en water opsproeien de beste kiemresultaten geeft.

.

C)# De bekers afdekken

boonbeker 8

Dek de bovenzijde van de bekers af met plastic huishoudfolie. De folie ligt ruim over de bekers. Er kan nog lucht onder het folie door naar de bekers toe.

boonbeker 10

Of zet alle bekers in een kweekkasje. Zet de doorzichtige kap op de bak.

boonbeker 11

De luchtgaatjes in het doorzichtige bovendeel zijn een klein beetje open. Zo is er wel luchtverversing, maar droogt de potgrond minder snel uit.

Zet het geheel bij ca 19 tot 22 C.

.

D)# Plantjes zichtbaar

boonbeker 12

boonbeker 13

Het kweekkasje met bekers heeft 7 dagen bij 19 C gestaan. Er is in die 7 dagen geen water op gesproeid.  In alle bekers zijn bonen ontkiemd en komen stengels boven de grond.

.

E)# Koel en voor een raam

Zodra de eerste “stengeltjes” zichtbaar zijn, zoals op de foto hierboven, zet dan de bekers voor een raam in een koele ruimte. Temperatuur ca 15 C.  De bonenplantjes groeien dan “stevig” op. Sproei regelmatig een beetje water op de potgrond in de bekers, maar niet te veel. Laat de bonenplantjes voor het raam of eigenlijk tegen het raam groeien tot ze ongeveer 10 cm groot zijn.

Bij de eerste zaaisels zijn de bonen te vroeg uit de bekers gehaald (zie verderop). Daarom heb ik opnieuw in potgrond gezaaid en hierbij de potgrond aangedrukt en voldoende water gegeven.

boonbeker 18

Deze bonen zijn gezaaid in koffiebekers of in bloempotjes met aangedrukte potgrond. Ze kregen voldoende water en ze groeiden enkele dagen tegen een zolderraam.

boonbeker 20

boonbeker 19

Als de plantjes wat groter zijn en de buitentemp is goed, dan kun je de plantjes in de tuingrond zetten, bij koud weer onder een doorzichtige tunnel van golfplaat.

.

F)# Uit het koffiebekertje, in de grond

Als de plantjes ca 10 cm groot zijn, kun je ze uit de koffiebekers halen en in de tuingrond zetten. Het is handig als je een bollenplanter gebruikt om het plantgat in de grond te maken.

KONICA MINOLTA DIGITAL CAMERA

boonbeker 22

Maak met de bollenplanter een gat in de grond. Laat de tuingrond in de bollenplanter zitten.

boonbeker 23

Volgens Jantina gaat het uithalen als volgt erg goed. Leg het koffiebekertje met potkluit en plantjes op de zijkant op je hand. Druk tegen de bodem van de beker. Beweeg de koffiebeker en trek de koffiebeker voorzichtig van de potkluit af. De plantjes hebben een vrij grote potkluit, zoals je op de foto ziet.

boonbeker 24

Als de plantjes groot genoeg zijn dan zijn er veel wortels in de potgrond gegroeid. Je kunt dan de plantjes vastpakken zonder dat de potkluit uit elkaar valt.

boonbeker 25

Zet de plantjes in het plantgat in de tuingrond. Schuif daarna wat tuingrond tegen de plantjes en in de ruimte tussen gat en potkluit. Als nodig kun je nog wat tuingrond uit de bollenplanter laten vallen en aanschuiven.

.

G)# Uit het bloempotje/inzet/stripje, in de grond

In plaats van koffiebekertjes kun je ook bloempotjes met inzet en stripje gebruiken. Dit soort bloempotje staat beschreven in tip 30. Vul het potje met potgrond en zaai daar de bonen in.

boonpot 1

Op de foto is het bloempotje gevuld met potgrond en er staan grote bonenplantjes in. Het potje is ca 9 cm in doorsnede.

boonpot 2

Haal de inzet uit het bloempotje.

boonpot 3

Trek aan het stripje om de potkluit los te maken. Haal de potkluit met plantjes van de inzet af.

boonpot 4

Als de plantjes groot genoeg zijn dan zijn er veel wortels in de potgrond gegroeid. Je kunt dan de plantjes vastpakken zonder dat de potkluit uit elkaar valt. Daarna kun je de potkluit met plantjes in het plantgat in de tuingrond zetten.

.

H)# Uit een laag, afgesneden koffiebekertje

Je kunt van een koffiebekertje een stukje van de rand afknippen. Het bekertje is lager en er gaat minder potgrond in. De plantjes hoeven niet zo diep te wortelen om een potkluit te vormen. Misschien kun je de plantjes met potkluit eerder uit de lage bekers halen dan bij normale, hoge koffiebekers. Dat heb ik niet uitgeprobeerd; ik heb de plantjes in alle bekers en bloempotjes even lang laten doorgroeien.

boonpot 10

Haal de plantjes uit de lage bekertjes zoals bij de gewone, hoge koffiebekertjes.  De plantjes hebben een goed doorwortelde potkluit.

boonpot 11

Ook bij lage bekertjes kun je de plantjes vastpakken zonder dat de potkluit uit elkaar valt. Daarna kun je de potkluit met plantjes in een plantgat in de tuingrond zetten.

.

I)# Uit een gewoon koffiebekertje, maar met weinig potgrond

Je kunt een gewoon koffiebekertje voor ongeveer de helft vullen met potgrond. De plantjes hoeven niet zo diep te wortelen om een potkluit te vormen. Misschien kun je de plantjes met potkluit eerder uit de half gevulde bekers halen dan bij normaal gevulde koffiebekers.

boonpot 9

Bij mijn proefje viel het op dat de bonenplantjes in deze bekertjes veel minder gegroeid waren. De potkluit is erg vochtig. De plantjes zijn klein en daardoor is de potkluit niet stevig en bevat de potkluit weinig wortels. Misschien kregen de plantjes te veel water of verdampte er minder water door de hoge rand.

boonpot 12

De potkluit met plantjes is weer in het bekertje gezet. De plantjes mogen eerst groter groeien.

.

J)# Te warm of te donker

Groeien de bonenplantjes op een te warme plek, en/of niet vlak voor een raam dan groeien de plantjes “spichtig” op. Je krijgt dan blaadjes of zaadlobben die aan lange, dunne stengeltjes groeien. Zoals op onderstaande foto’s te zien is;

boonbeker 14

8 Dagen na het zaaien.

boonbeker 15

9 Dagen na het zaaien.

Bij deze plantjes zijn de stengeltjes tot 5 cm groot. Maar de worteltjes groeien niet diep in de potgrond, zeker niet tot de bodem van het bekertje.

Als je de plantjes met potkluit en al uit het bekertje haalt dan gebeurt er dit;

boonbeker 16

boonbeker 17

De plantjes hebben een kleine potkluit. Onder in het bekertje is losse potgrond. De potkluit valt uit elkaar.

.

K)# Bonen zaaien in bloempot/inzet met tuingrond/compost mengsel

Je kunt ook een mengsel van tuingrond en compost (1 op 1) gebruiken om bonen te zaaien. De potkluit zal wat gemakkelijker uit elkaar vallen dan bij potgrond. Want tuingrond en compost heeft minder vezels dan potgrond.

Het is handig om dan in een grote bloempot met inzet te zaaien. Daarbij kun je de potkluit gemakkelijker uit de pot halen. Maar de potkluit valt gemakkelijk uit elkaar, dus voorzichtig te werk gaan.

boonpot 5

Bloempot met inzet en compost/tuingrond mengsel, net voor het uithalen.

boonpot 6

Haal de inzet met potkluit en plantjes uit de bloempot.

boonpot 7

Leg de inzet met potkluit en plantjes op je hand. Rol en draai de inzet op je hand voorzichtig totdat je de inzet weg kunt halen. Laat de potkluit met plantjes op je hand liggen. Voorzichtig, de potkluit kan gemakkelijk uit elkaar vallen.

boonpot 8

Houd je hand met potkluit en plantjes bij het gat in de grond en laat het geheel voorzichtig van je hand in het gat in de grond glijden.

.

L)# Samenvatting

Bonen zaaien in bekertjes met potgrond gaat goed. Er zijn wel enkele dingen waar je op moet letten.

  • Bij het zaaien in koffiebekertjes is het belangrijk om niet te veel (en niet te weinig) water te geven. Bij teveel water kunnen de plantjes gaan rotten en dood gaan, bij te weinig water verdrogen de plantjes of ze groeien maar heel langzaam.
  • De plantjes moeten in de bekers groot opgroeien totdat de wortelkluit goed doorworteld is. Anders valt de wortelkluit uit elkaar bij het uithalen uit de bekers.
  • De plantjes moeten ook stevig opgroeien in de bekers, dus op een lichte koele plaats.
  • Bij gebruik van bloempotjes met bodemgaatjes is het water geven gemakkelijker. Er is dan weinig kans op “verdrinken” van de plantjes.
  • Potgrond bevat veel vezeltjes. Je kunt de plantjes vasthouden, zonder dat de potkluit van potgrond uit elkaar valt. Dat is handig bij het inzetten in een plantgat in de grond.
  • Als je zaait in een tuingrond/compost mengsel, dan valt de potkluit gemakkelijk uit elkaar. Gebruik dan een pot met inzet en laat de potkluit in het plantgat schuiven.
Geplaatst in bonen | 27 reacties

31) Een “kolenhok” om koolplanten te beschermen tegen het Koolwitje

20160607

In deze tip:

  • Inleiding
  • A)# Klein kolenhok.
  • B)# Groot kolenhok

.

Inleiding

Koolplanten krijgen tijdens warm zonnig weer vaak bezoek van witte vlinders, de Koolwitjes. De vrouwtjesvlinders leggen eitjes aan de onderzijde van de bladeren van koolplanten. Uit de eitjes komen rupsen die zich dik eten aan de bladeren. De rupsen kruipen vaak tussen de steeltjes van de bloemkool of van de broccoli. Of tussen de bladeren van rode kool, witte kool, savooiekool of spitskool, dus in de kool zelf.

Als je deze kool wast en snijdt moet je erg opletten dat je alle rupsen verwijdert, anders krijg je later een onaangename verrassing op je bord.

koolwit eitjes

Je kunt elke dag de onderkant van de koolbladeren controleren op eitjes en rupsen en die dan weghalen of platdrukken. Op de foto hierboven zie je links “onbekende eitjes”, midden eitjes van het Groot Koolwitje en rechts van het Klein Koolwitje op bloemkoolbladen. Zijn de eitjes in een groepje bij elkaar dan kun je ze gemakkelijk vinden en platdrukken. Maar zitten ze verspreid op een blad dan moet je “harder” zoeken om ze te vinden.

Hoe de eitjes en rupsen zich verder ontwikkelen staat onder andere op deze pagina van Tuinadvies over   witjes   en van Tuinclub.be  over  koolwitje   .

Ik vind het handiger om de koolplanten in een vlinderdichte ruimte te laten groeien, in een zogenaamd “kolenhok”.

.

.

A)# Klein kolenhok.

klein hok 17

Voor een schooltuintje in mijn woonplaats heb ik een klein kolenhok gemaakt. Grondafmeting is 100 bij 130 cm. Hoogte is 70 cm.

Bij 4 stukken gaas zijn telkens 4 bamboe stokken met bindstripjes (tie-wraps) nabij de rand vastgemaakt. Die 4 delen vormen de zijwanden. Deze zijwanden zijn met bindstripjes aan elkaar gemaakt om een “bak” te vormen. Daarna is van gaas en bamboestokken het “deksel” gemaakt.

Hieronder foto’s en een korte beschrijving.

A1) Idee:

klein hok 1

Jaren geleden maakte ik deze ren voor onze cavia. De zijkanten zijn gemaakt van 4 stukken gaas van 100 x 50 cm. Bovenop de ren zijn 2 stukken gaas van 100 x 50 cm. Dat dient als deksel om katten weg te houden.

Gekocht: 6 meter gaas van 50 cm hoog en met vierkante mazen (gaten) van 2 cm doorsnede. De draaddikte van het gaas is 1 mm.

Gaas van 1 mm dik draad is redelijk stevig. Maar voor nog meer vormvastheid is aan de bovenzijde en onderzijde een 2,8 mm dikke ijzerdraad in de mazen “gevlochten”. De 4 zijkanten en de 2 dekseldelen zijn met kleine sleutelringen aan elkaar vastgemaakt. De deksel is aan 1 zijde aan 1 zijkant vastgemaakt.

klein hok 25

Door die opbouw met ringen is de ren opvouwbaar. Gemakkelijk te vervoeren of ergens neer te zetten.

Je kunt een opvouwbaar “kolenhok” maken met ongeveer dezelfde constructie. Hieronder meer info daarover.

.

A2) Nodig:

klein hok 2

Koolplanten worden ongeveer 60 cm hoog, dus een kolenhok moet dan ongeveer 60 a 70 cm hoog zijn. Daarvoor is gaas nodig van 1 meter hoog, want 50 cm is te laag. De mazen in het gaas moeten kleiner dan 2 cm zijn, anders glipt het koolwitje er toch nog door. Gaas van ongeveer 12,5 mm maaswijdte is goed. Wordt ook gebruikt in het grote kolenhok in mijn volkstuin. En daar kunnen de vlinders niet door.

Gaas met 12,7 mm maas en draaddikte 1 mm is erg stug en best wel duur. Gaas met een dunnere draad gaat ook goed en is goedkoper. Zeker als je geen hele rol van 25 meter nodig hebt.

In plaats van dik ijzerdraad doorrijgen voor de stevigheid kun je beter en handiger bamboe stokken met bindstripjes (tie-wraps) vastmaken.

klein hok 3

Dit “dunne” gaas, 0,65 mm draaddikte, 5 meter lang, 1 meter hoog kost bij Gamma 17 euro. En 100 bindstripjes kosten 2 euro.

.

A3) Opbouw

klein hok 10

Tip: Gebruik werkhandschoenen om het gaas af te rollen en te “bewerken”.

klein hok 4

klein hok 5

Verwijder het dunne ijzerdraad rondom de rol gaas. Daarna kun je het gaas afrollen.

klein hok 6

Dit gaas is 5,05 meter lang. Aan deze zijde is het gaas “netjes” afgeknipt; er zijn geen korte ijzerdraadjes.

klein hok 7

Aan de andere kant zijn wel korte scherpe ijzerdraadjes.

klein hok 11

Bij dit soort gaas zijn draden op elkaar vastgelast. Daarna is het gaas bedekt met een laagje zink. Je ziet dat alle / draden boven op de \ draden zijn gelegd en vastgelast.

klein hok 8

Handigheidje:  je kunt de stukken gaas gemakkelijk afknippen met een scherp nagelklippertje.

Knip zo, dat er een lange draad met korte draadstukjes eraan vast ontstaat, zoals te zien op de foto hierboven. Dat gaat handiger dan losse draadjes afknippen; losse draadjes “knippen” moeilijker en de ijzerdraadjes springen in het rond. Deze werkwijze “kost” 1,27 cm gaaslengte per keer.

klein hok 19

Na het afknippen kun je met een ronde of half-ronde vijl de scherpe afgeknipte eindjes glad vijlen. Dat gaat handig als je het gaas op de rand van een plank legt tijdens vijlen.

klein hok 9

Knip voor dit kolenhok 5 banen van 70 cm breed van de rol af. Elke baan is dan 70 bij 100 cm. En gebruik een vijl om scherpe eindjes glad te maken.

Na het banen afknippen houd je een stuk gaas over van ongeveer 150 bij 100 cm. Op bovenstaande foto zie je links de 5 banen van 70 cm en rechts het stuk dat over is.

klein hok 12

Gebruik tie-wraps om een bamboestok vast te maken aan het gaas;

  • Leg een stuk gaas van 70 bij 100 cm op de grond of op de vloer.
  • Gebruik een tamelijk rechte bamboestok van de juiste lengte.
  • De bamboestok is ongeveer 10 cm korter dan het gaas.
  • Leg de bamboestok zodanig dat aan elk uiteinde nog ongeveer 5 cm gaas is.
  • Leg de stok op de draad tussen de 2e en 3e maas, gerekend van de buitenzijde.
  • Maak de stok met bindstripjes vast aan deze draad.
  • Doe elke tie-wrap schuin (om en om / en \) door 2 gaten van het gaas.
  • Vouw de strip om de bamboestok, maak de strip dicht en trek de strip “licht aan”.
  • Tussen twee tie-wraps van 1 stok is telkens ongeveer 12 cm.
  •  Als alle strips rondom de stok zijn aangebracht en als de stok op de juiste plaats is; trek alle strips “strak aan”.

klein hok 13

  • Maak aan alle 4 zijden bamboestokken vast.
  • Knip daarna van de tie-wraps de uitstekende stripjes af.
  • Op de foto hierboven zie je een zijkant van 100 x 70 cm.

.

klein hok 14

Maak 2 zijden van 130 x 70 cm als volgt;

  • knip uit de 5e baan twee smalle stukken van 70 x 30 cm.
  • Leg een stuk van 70 x 100 cm naast een stuk van 70 x 30 cm.
  • Maak elk stuk van 70 x 30 cm vast aan een stuk van 70 x 100 cm. Doe dit met tie-wraps. Tussen elke 2 stripjes zijn 8 mazen. Als nodig een extra stripje tussen de 2 andere stripjes bevestigen.
  • Op de foto hierboven zie je een stukje zijkant waarbij 2 delen gaas met tie-wraps aan elkaar zijn gemaakt.

klein hok 15

Maak de 4 zijkanten aan elkaar vast met tie-wraps:

  • Steek elke strip door een maas in de 2e rij gerekend vanaf het eind. Zo is er minder kans dat de strip de gaas lostrekt of kapot trekt.

klein hok 16

  • Per hoek zijn 3 strips voldoende: een boven, een midden, een onder.
  • Op deze foto zie je ook hoe een 30 cm brede baan aan een 100 cm brede baan is vastgemaakt met 5 of 6 tie-wraps.

klein hok 20

  • De zijwanden van het hok kunnen zo opgevouwen worden. Handig bij opslag en om te vervoeren.

klein hok 17

Maak het deksel van het stuk gaas dat over is, weer met bamboestokken en bindstripjes. Vier stokken rondom en twee stokken meer naar het midden toe. Door die 2 stokken zakt het gaas in het midden niet zo ver in. En handig bij het oppakken van het deksel.

.

klein hok 22

De randen van het deksel zijn omgevouwen.

klein hok 23

klein hok 24

Het deksel past over de zijkanten van het hok. Het deksel is ongeveer 5 cm langer en 5 cm breder dan het hok.

Dit deksel is breder dan 100 cm. Daarvoor zijn extra stukken gaas van ongeveer 11 cm breed mee vastgemaakt met tie-wraps. Zoals op bovenstaande foto’s te zien is. Ook hier is de rand omgevouwen.

klein hok 21

Het deksel wordt aan 1 zijde met deze stripjes aan de zijkant vastgemaakt. Die bindstripjes vormen een scharnier. Handig met openen en sluiten. En het deksel kan eraf gehaald worden als het hok wordt opgevouwen (tijdens opslag of vervoeren). Dan eerst even de groene stripjes loshalen.

klein hok 18

Zo kan het hok opengezet worden. Het deksel is erg “flexibel”. Dat is de eigenschap van het ontwerp; losse stokken vastgemaakt op gaas. Desgewenst kun je het deksel open zetten op 2 even lange latten.

klein hok 26

En hier staat het kleine kolenhok over 6 koolplanten in een schooltuintje.

.

.

B)# Groot kolenhok

hok 7

Klik je op bovenstaande foto, dan zie je het kolenhok in mijn tuin breed op je scherm.

De afmetingen van het kolenhok: lengte ongeveer 260 cm, breedte ongeveer 170 cm, gaashoogte ongeveer 60 cm.

In het hok passen gemakkelijk 12 koolplanten; 4 rijen van 3 koolplanten.

Je kunt later nog 3 koolplanten rechts in het hok erbij zetten, zoals op de brede foto te zien is. Maar dan kan het gebeuren dat die laatst geplante kolen een beetje in de verdrukking komen, zoals op onderstaande foto is te zien.

hok 6

Je kunt beter 12 kolen ruim in het hok planten. En dan hoef je ze niet allemaal tegelijk in de grond te zetten.

Of je zet er 15 kolen in, maar dan is het beter om ze allemaal tegelijk te planten om “verdrukking” te voorkomen.

En zoals je op de “brede” foto ziet, kun je buiten het hok koolplanten zetten die niet zo rupsgevoelig zijn. Zoals witte kool of spruitkool.

.

Hieronder volgt een beschrijving.

.

B1) Nodig

hok 3

Het kolenhok heeft de volgende onderdelen:

  1. De zijkant bestaat uit metalen gaas met vierkante mazen, maaswijdte ca 12 mm, gaashoogte ca 63 cm.
  2. In elke hoek is een buis in de grond gestoken. Een buis steekt ca 63 cm boven de grond uit. De buizen steunen het gaas.
  3. Een rechthoekig raamwerk van houten latten. In elke hoek van het raamwerk is een soort “pen” geschroefd. Elke pen past in een buis. Dit geeft stevigheid aan het bouwwerk.
  4. Koord dat door mazen van het gaas en over de latten van het raamwerk is gewikkeld. Hierdoor sluit het gaas vlinderdicht aan het raamwerk.
  5. Een klep van dunne houten latten. De klep ligt met 4 “duimschroeven” op het raamwerk. Op de klep is een fijnmazig plastic net bevestigd. De klep kan aan elke lange kant opengezet worden. Een steunlat houdt de klep dan in geöpende stand. De klep kan van het hok gehaald worden.

.

B2) Onderdelen

Hieronder worden de 5 onderdelen beschreven. Er staat ook bij hoe de onderdelen gemaakt, verwerkt of aangepast zijn.

1.   Metalen gaas

metalen gaas

Het gaas is hier tijdelijk op een ander stuk tuingrond gezet. Ik kreeg dit gaas van een college volkstuinder die stopte met tuinieren. Dit gaas is ongeveer 60 cm breed en lijkt op het gaas voor het kleine kolenhok (draaddikte 0,65 mm, maas 2,7 mm vierkant).  Zodra de 4 buizen in de grond zijn gezet en de grond is gespit wordt het gaas om de buizen geleid.

2.  Buizen

buizen

De buizen die ik gebruik zijn aluminium buizen waar voorheen rolgordijnen op gerold waren. Deze buizen zijn ca 3,5 cm dik en ca 130 cm lang.

Theo schreef in een reactie onder dit bericht dat je metalen steigerbuizen kunt gebruiken. Er zijn aluminium en stalen buizen te koop onder andere via internet.  Zie bijvoorbeeld op   deze site  . Bij Praxis is een (wat duurder) aluminium buizensysteem te koop 27 mm doorsnede, zie hier   .

Theo, hartelijk bedankt voor je info.

Vind je het lastig om dit soort buis te bestellen of te kopen dan kun je misschien dikwandige pvc buizen gebruiken. Die zijn te koop in de bouwmarkt. Ter versteviging kun je een stuk bezemsteel of andere houten steel in de pvc buis doen. Niet tot helemaal bovenaan in de buis want dan kan de pen die aan het frame zit er niet meer in (zie hieronder).

.

3.  Raamwerk

raam 1

Een overzichtsfoto van het raamwerk. Ruwe (ongeschaafde) latten vurenhout van 48 x 22 mm zijn op maat gezaagd.

raam 12

In elke hoek is een verbindingsstuk en pen.

.

plastic 1

plastic 2

De verbindingsstukken tussen de latten zijn driehoekvormige stukken plastic (polypropeen). Deze stukken plastic zijn met een ijzerzaag uit een plastic broodplank van ca 8 mm dik gezaagd.

raam 2

Er zijn 4 gaten in het verbindingsstuk geboord om later het nylon koord erdoor te leiden.

Na het in elkaar zetten is op de 4 hoeken telkens van 1 lat een stukje afgezaagd (ijzerzaag). Hierdoor is er een ruimte tussen de latten ontstaan waardoor regenwater kan wegstromen.

raam 11

Je kunt in plaats van “plastic platen” ook wel metalen stoelhoeken of raamhoeken gebruiken om de latten aan elkaar te maken. Op deze foto een hoek van het raamwerk met stoelhoeken (ontwerp 2009). Metalen hoeken gaan niet zo lang mee als plastic platen. En een raamwerk met stoelhoeken is minder “stevig van vorm”.

Plastic platen zijn ook handig bij het opleggen van het raamwerk op de 4 metalen buizen. Zie verder bij “In elkaar zetten”.

raam 4

Voor elke pen heb je een lange houtschroef, een metalen ring (revet) en een stuk tuinslang nodig.

raam 5

raam 3

De houtschroef met ring en slang wordt door een gat in de plaat in de lat geschroefd.

raam 6

Hier zie je dat de pen in de houten balk is geschroefd.

raam 10

raam 7

Verwijder tijdelijk in elke hoek de houtschroef naast de pen. Deze houtschroef zit in een andere lat dan de pen. Je kunt nu het raamwerk “opvouwen”. Zo kan het raamwerk gemakkelijk (per fiets) vervoerd worden. Daarna weer openvouwen en 4 schroeven indraaien.

4.  Koord

koord

Vier stukken nylon koord voor het vastmaken van gaas aan het raamwerk.

5.  Klep

De klep is gemaakt van houten latten, ruw vuren, ca 30 x 22 mm doorsnede. De latten zijn met plastic verbindingsstukken aan elkaar gemaakt.

klep 1

Aan de binnenkant van elke lat is om de 8 cm een spijker in het hout geslagen.  Later wordt fijnmazig net aan deze spijkers vastgehaakt.

klep 3

De spijkers zijn een beetje schuin in het hout geslagen. Dit is om er voor te zorgen dat het net niet van de spijkers floept. De kop van elke spijker is dichter bij de plastic plaat dan waar de spijker in het hout zit.  Alle spijkers in een lat staan schuin in dezelfde richting.

klep 4

Als je bij elke hoek 1 schroef (de juiste schroef)  uitdraait, dan kun je de klep in elkaar vouwen. Zo kun je de klep handig (per fiets) vervoeren.

.

Het net dat ik gebruik op de klep.

Om de koolwitjes buiten het hok te houden is fijnmazig net nodig. Onderstaand merk net (Plena, donkergroen) is goed.

klep 5Op het plaatje bij het net staat niet hoe groot de mazen zijn. Alleen de tekst “Fijnmazig”.

.

Ander net, merk Nortene, te koop bij o.a. Intratuin.

klep 8

Op het plaatje bij dit net staat linksboven “6 x 6 mm”. Zouden de mazen van het net 6 mm zijn?

Hieronder twee foto’s van beide netten.

klep 9

klep 10

De mazen in het linker net zijn ruim 1,5 cm, tot wel bijna 2 cm. Dit net is niet geschikt als bescherming tegen Koolwitjes.

De mazen in het rechter net zijn kleiner dan 1 cm. Dit net is Koolwitjes-dicht, dus goed bruikbaar.

Geleerd: Als je een net koopt, ga dan na wat de werkelijke maaswijdte is. De tekst op het plaatje kan “afwijken”, of zelfs helemaal niet kloppen.

Ik had in 2011 zo’n net met 1,5 tot 2 cm grote mazen op mijn kolenhok. En ik ontdekte rupsen op koolplanten. Ik zag zelfs enkele keren dat een Koolwitje zich door de mazen van het net heen wurmde.

.

B3) In elkaar zetten

in elkaar 1

Vouw het raamwerk “open”. Leg het raamerk op de tuingrond. Draai de 4 schroeven weer in. Draai ze net vast.

De volgende stap is om het raamwerk weer “haaks” te maken, dat wil zeggen met rechte hoeken. Span een touwtje van een hoek naar de overliggende hoek.

in elkaar 2

Van een hoek ……

in elkaar 3

…… naar de overliggende hoek.

Doe 1 kant van het touwtje met een lus om de pen. Leid het touw naar de overliggende hoek, trek het touwtje strak en meet de afstand. Leg een knoopje in het touw of houd het eind tussen duim en wijsvinger geklemd.

Meet dan op dezelfde wijze de afstand tussen de 2 andere overliggende hoeken. Deze afstand is vaak langer of korter. Dan is het raamwerk niet precies haaks. Verander de vorm van het raamwerk tot beide afstanden ongeveer gelijk zijn. Schroef dan alle schroeven goed vast.

in elkaar 4

in elkaar 5

Leg het raamwerk op de grond in de tuin, op de plaats waar het kolenhok gebouwd moet worden.

in elkaar 7

Als het raamwerk goed ligt, druk dan bij elke hoek de pen in de grond. Haal daarna het raamwerk weg. Je hebt nu 4 smalle ronde gaten in de tuingrond gemaakt, op de plaatsen waar de buizen in de grond moeten.

buis

in elkaar 6

Sla in elk gat een grotere holle buis in de grond. Diameter van deze buis is ca 4 cm. Sla met een houten hamer op de buis. Of sla met een ijzeren hamer op een blokje hout bovenop de buis. Zo beschadigt de buis niet.  Haal daarna de buis uit de grond en tik de grond uit de buis. Herhaal dit tot het gat in de grond zo diep is als de grote buis.

in elkaar 7

Leg het raamwerk op de grond en ga na of alle 4 pennen in 4 gaten passen. Haal daarna het raamwerk weer weg.

in elkaar 8

Zet in elk gat een metalen buis. Sla elke metalen buis in de grond totdat die ongeveer 65 cm boven de grond uitsteekt. Dat is ongeveer de hoogte van het gaas. Sla met een houten hamer op de buis. Of sla met een ijzeren hamer op een blokje hout bovenop de buis. Zo beschadigt de buis niet.

in elkaar 9

Leg het raamwerk op de metalen buizen; leg eerst 1 lat met 2 plastic verbindingsstukken op 2 buizen, til dan de andere lat en schuif het raamwerk.

Doe dan in elke hoek van het raamwerk een pen in de bijbehorende buis. Als nodig kun je elke buis een stukje opzij buigen. Laat het raamwerk op de buizen liggen totdat je de grond gaat bewerken.

Haal het raamwerk weer van de buizen af. Laat de buizen in de grond staan. Daarna kan de grond bewerkt (bijvoorbeeld omgespit) worden.

in elkaar 11

Spit de grond rondom de buizen. Dat gaat goed. Leg daarna enkele stap-planken op de gespitte grond. Dan wordt de gespitte grond bij de volgende acties niet ingedrukt en vastgetrapt.

Maak een gootje in de gespitte grond tussen de 4 buizen. Zo kan het gaas later enkele cm in de grond “ingegraven” worden.

in elkaar 12

Doe het gaas om 3 buizen. Op de foto is het gaas om alle buizen behalve linksachter.

in elkaar 13

Wiebel de buis linksachter rond in de grond. Zo ontstaat er een groter “buisgat” in de grond. Haal daarna de buis uit de grond.

in elkaar 14

Zet de buis die je eruit gehaald hebt aan de “binnenkant” van het gaas. Druk met de buis het gaas linksachter naar “buiten” totdat de buis weer boven het “buisgat” is. Zet de buis weer in het buisgat.

Het gaas is nu rondom de 4 buizen gespannen. Druk het gaas rondom in het gootje tussen de buizen.

in elkaar 15

in elkaar 16

Leg het raamwerk met de verbindingsstukken op de 4 buizen. De pennen zijn dan nog naast de buizen.

in elkaar 17

Steek bij elke hoek de pen in de buis.

in elkaar 18

Op een of enkele hoeken kan het gebeuren dat het raamwerk hoger ligt dan de bovenzijde van het gaas.  Tik dan rustig (voorzichtig) met een houten hamer of met een ijzeren hamer op een blokje hout. Tik op de hoek van het raamwerk op de bovenzijde van de lat. Tik de buis dieper de grond in tot de juiste diepte.

Schuif hierna grond in het voortje om het gaas vast te zetten in de grond.

in elkaar 19

in elkaar 20

Wikkel nylon koord door bovenste mazen van het gaas en over de latten. Dit is om om het gaas goed aan te laten sluiten op de latten van het raamwerk.

in elkaar 21

Leg de klep (zonder net) op het raamwerk. Doe je dit alleen, leg de klep dan eerst “scheef” op het raamwerk.

hok 4

Leg de klep daarna in/op het raamwerk. De klep moet op 4 pennen (duimschroeven) liggen. Er zijn 2 duimschroeven in elke lange lat geschroefd. Elke pen zit op ongeveer 40 cm afstand van de hoek. Op de foto hierboven (uit 2011) zie je een duimschroef in de lat geschroefd..

Als de klep in het raamwerk klemt, dan kun je klep kleiner maken. Doe dit door in een hoek 2 schroeven los te draaien, het verbindingsstuk op de lat wat op te schuiven en de schroeven in nieuw gemaakte gaten te draaien. Spaanplaatschroeven kun je in hout draaien zonder voorboren. Als je wil kun je eerst een dunnere spaanplaatschroef indraaien. En daarna de dunne vervangen door de schroef die erin zat.

in elkaar 22

Schroef 2 latten schuin op de klep. Als de klep klemt, dan kun je het klemmen opheffen door de schuine latten “iets verder” vast te schroeven. Dus een lat van de klep naar binnen duwen en dan de schuine lat erop schroeven.

klep 7Haal de klep van het hok en leg die op 3 bloempotten in een leeg stuk van de tuin.

klep 11

Het is beter om het net boven de schuine latten te spannen. Het net zakt dan niet zo gemakkelijk op de grote koolplanten. Ligt het net op de kolen, dan kan een koolwitje toch nog eitjes leggen op de bladeren en daar komen weer rupsen uit.

Trek het net een beetje strak en maak het vast aan de spijkertjes bij 2 hoeken aan een korte zijde (op de foto rechts).

klep 12

Haak het net achter 2 duimschroeven van een lange lat, onderaan op de foto. Maak het net vast aan spijkertjes bij 2 hoeken aan de andere korte zijde (op de foto links).

klep 13

Trek het net strak en maak het vast aan alle spijkertjes van 1 lange zijde en 2 korte zijden. Op de foto is dit rechts, links en onder.

Trek bij de andere lange zijde het net strak. Dat is aan de zijde waar “teveel net” is, aan de bovenzijde van de foto.  Knip telkens een stuk van het net af en maak het daarna vast aan de spijkertjes. Knip het teveel aan net aan de linkerzijde af.

Ga na of het net achter alle spijkertjes zit. Zo nodig net achter spijkertjes haken.

hok 2

Leg de klep met net op het kolenhok. Je kunt de “steunlat” op de klep leggen.

hok 3

Hier zie je het kolenhok aan 1 kant geopend. De klep rust op de steunlat.

hok 4

Op deze foto uit 2011 zie je dat de steunlat een v-vormig eind heeft waar de klep op rust.

Geplaatst in Koolplanten | 17 reacties

30) Bloempotje met stripje voor het gemakkelijk uithalen van de potkluit

flowerpot with lift1

In deze tip:

  • A)# Nodig
  • B)# Maken
  • C)# Vullen en zaaien
  • D)# Uithalen
  • E)# In de tuingrond zetten
  • F)# Tips
  • G)# Wikihow

.

Als je in een bloempotje zaait wil je later meestal de plantjes met potkluit in de tuingrond of in een grotere bloempot zetten.  Het uithalen van de plantjes met de hele potkluit gaat niet altijd even makkelijk.

Het uithalen gaat wel goed als je een bloempotje met inzet en stripje gebruikt. Hoe dat gaat wordt in dit bericht beschreven.

Je kunt deze werkwijze onder andere gebruiken bij vroege kropsla. Hierbij worden de plantjes circa 4 weken na het zaaien in de tuin gezet. De plantjes hebben dan nog maar kleine wortels.

.

A)# Nodig

Twee gelijke plastic bloempotjes en een dun stuk plastic, bv het deksel van een plastic margarinekuipje. De potjes op de foto zijn ca 5 cm doorsnede (bovenaan) en 5,5 cm hoog.

.

B)# Maken

Knip bij 1 bloempotje het grootste deel van de zijwand weg. Wat overblijft is de bodem en ca 1/3 deel van de ronde zijwand.  Het andere bloempotje blijft heel.  Zo eindig je met 1 potje en 1 inzet.

Knip uit een stuk dun plastic (bijvoorbeeld het deksel van een margarinekuipje) stripjes van ca 9 cm lang en 1,5 cm breed.  De stripjes kun je rechthoekig of lepelvormig uitknippen. Beide stripjes werken goed. Buig ongeveer 3 cm van het stripje om.  Dat omgebogen stukje past op de bodem van de inzet.

.

C)# Vullen en zaaien

strips in pots

Zet de inzet in het potje.  Plaats een rechthoekig of een lepelvormig stripje in de inzet. Zet het stripje in de inzet tegen de zijkant aan.  Beide stripjes werken even goed. Een lepelvormig stripje doet het misschien beter bij een groter bloempotje.

  • Schrijf als nodig zaai-info op het stripje. Vul de inzet (+ stripje) met potgrond of zaaigrond.
  • Druk de potgrond of zaaigrond aan. Je kunt dit doen met de onderkant van een ander leeg potje. De grond moet wat in elkaar worden gedrukt, dan valt die later niet zo gemakkelijk uit elkaar.
  • Leg zaad op de potgrond of zaaigrond.
  • Dek af met zaaigrond, potgrond of droog zand.

.

D)# Uithalen

Als de plantjes groot genoeg zijn, dan kunnen ze uit het potje gehaald worden.

Pak de inzet bij het bovenrandje vast. Haal de inzet met potkluit en plantjes voorzichtig uit het potje.

Trek het stripje rustig enkele millimeters naar boven en laat het daarna weer naar beneden gaan (houd intussen met de andere hand de inzet vast). Hierdoor komt de potkluit los van de inzet. De potkluit plakt dan niet meer aan de inzet.

Pak de potkluit tusen duim en vingers en til het van de inzet af. Daarna kun je de potkluit met plantjes op de bestemde plaats zetten, bv een grotere bloempot of in de tuingrond. Het kan gebeuren dat het stripje “meekomt” tijdens het optillen. Haal het stripje dan voorzichtig van de potkluit af.

.

E)# In de tuingrond zetten

Hier staat beschreven hoe je de potkluit met plantjes heel gemakkelijk in de grond zet.

Bovenste foto: Maak een kuiltje in de grond. Zet het bloempotje met plantjes (of een leeg bloempotje dat even groot is) in de grond. Schuif de grond tegen het potje aan. Druk de grond aan.

Middelste foto: Haal het potje uit de grond. Haal de inzet uit. Maak de potkluit los met stripje.

Onderste foto: Pak de potkluit met plantjes tussen duim en vingers. Laat de potkluit met plantjes voorzichtig in het kuiltje in de grond “vallen”.

.

F)# Tips

  • Probeer het uithalen voordat je de zaadjes oplegt. Je kunt dan nagaan of de potgrond of zaaigrond vochtig genoeg is. En checken of de potgrond genoeg is vastgedrukt in het potje. Je kunt ook de werkwijze oefenen. Als het uithalen goed gaat, zet dan daarna de potkluit terug in de inzet op het stripje en de inzet met potkluit weer terug in het bloempotje.

Als het uithalen niet goed gaat, maak dan alles leeg en schoon en begin van voren af aan.  Druk dan de grond wat steviger aan of maak die wat vochtiger.

  • Sproei de potkluit en de plantjes voor het uithalen. De potkluit zal dan niet zo snel uit elkaar vallen. Als nodig kun je de potkluit een beetje vastdrukken met je vingers voor het uithalen.

.

G)# Wikihow

Ik schreef in Wikihow een (Engelstalig) artikel over dit onderwerp. Klik op:     wikihow potkluit

Geplaatst in eenvoudig, zaaien | 9 reacties

29) Planten opkweken uit kleine zaadjes

tiny 7

In deze tip:

  • A)# Nodig
  • B)# Zaaien
  • C)# Laten ontkiemen
  • D)# Plantjes zichtbaar
  • E)# Uitplanten
  • F)# Uitdunnen
  • G)# Opmerkingen

.

Van sommige planten zijn de zaadjes erg klein. Wil je deze plantjes opkweken in een bakje, bloempotje of tray dan is dat best moeilijk. Zeker als er maar 1 plantje in elk potje of bakje mag groeien. Dit kunnen bijvoorbeeld groenten, kruiden of bloemen zijn.

Je kunt in elk bakje of potje een “plukje” zaadjes strooien en na opkomst alle plantjes op 1 na uittrekken. Of met een pincet telkens 1 zaadje neerleggen.

tiny 7

Ik heb een andere, gemakkelijke werkwijze “verzonnen”.  Hierbij wordt een matje en een theelepeltje als hulpmiddel gebruikt.

.

A)# Nodig

matje 1

Een rubber gootsteenmat met gaatjes. Hieruit wordt een rechthoekig stuk geknipt.  Er zijn ronde en vierkante gootsteenmatjes te koop. Die zijn even duur. Uit een vierkant model zijn meer matjes te knippen.

Zo’n mat is te koop in winkels voor huishoudelijke artikelen, bv Blokker of Marskramer. Een mat van een bekend merk (C…) kost ca 6 euro. Bij Blokker kun je een matje van het merk Handy kopen voor 2 euro.

Via   koopkeus matjes   kun je webwinkels vinden die matjes verkopen.

.

Als je zo’n matje niet wil of kan kopen, dan kun je een stuk rubber of plastic of karton gebruiken en daarin ronde gaten maken van ongeveer 9 of 10 mm doorsnede. Zie ook de opmerking van Mieke, onderaan dit bericht.

  • Een “matje”. Dit is een rechthoekig stuk mat van ca 6 bij 10 cm. Dit is geknipt uit een rubber gootsteenmat. Het past in een leeg margarinekuipje van 250 gram.  Je kunt het matje ook zo uitknippen dat er 2 “handvaten” aan zitten.  Verderop zie je de foto’s.
  • Wit plastic theelepeltje of eierlepeltje
  • Metalen theelepeltje.
  • Leeg margarinekuipje van 500 gram. Knip hiervan de bovenrand af.

  • Twee lege margarinekuipjes van 250 gram
  • Potgrond of zaaigrond.
  • Droog tuinzand, of metselzand, of zandbakzand, of zilverzand.
  • Theezeefje (om het zand te zeven).

Zeef eerst, als nodig, droog tuinzand (of zandbakzand of metselzand of zilverzand)  met een theezeefje in een leeg margarinekuipje.

En zeef de potgrond of zaaigrond door de bodemgaatjes van een plastic bloempotje. Doe dat als er grote vezeltjes of stukjes plantmateriaal in de potgrond of zaaigrond zitten. Zie ook G)# Opmerkingen, verderop in deze tip.

.

zaad25

Hier een foto van een matje met 2 handvaten.

.

B)# Zaaien

Hieronder volgt een beschrijving van het zaaien. Vaak staan er 2 foto’s onder elkaar, van elk soort matje een.

Vul een leeg margarinekuipje van 250 gram met potgrond of zaaigrond. Besproei de potgrond (of zaaigrond) in het kuipje als nodig. Leg met behulp van een pincet het matje (zonder handvaten) op de potgrond (of zaaigrond).

zaad24

Of leg een matje met handvaten op de potgrond of de zaaigrond. Buig voor het opleggen de handvaten een keer naar boven. En druk na het opleggen het matje bij de handvaten een beetje aan.  Doe dit zodat het matje vlak op de potgrond (of zaaigrond) ligt.

.

Leeuwenbekje is een gewas met kleine zaadjes.

Strooi leeuwenbekjeszaad in het 500 grams margarinekuipje.

Leg het witte plastic lepeltje op tafel. Houd het 500 grams kuipje met zaadjes schuin boven het lepeltje.

Tik voorzichtig tegen de bodem van het 500 grams kuipje om de zaadjes naar de rand te laten schuiven.

Blijf tikken totdat het benodigde aantal zaadjes in het witte lepeltje zijn gevallen.  Bij Leeuwenbekje wil ik telkens 2 zaadjes bij elkaar zaaien.

.

Zijn er per ongeluk teveel zaadjes in het lepeltje gevallen:

  • Houd dan het witte lepeltje boven of in het 500 grams kuipje. Tik voorzichtig tegen het lepeltje en laat 1 of enkele zaadjes in het kuipje vallen.
  • Of “kieper” alle zaadjes uit het witte lepeltje terug in het 500 grams kuipje en begin opnieuw.

zaad26

Houd het witte lepeltje met (twee) zaadjes boven een gaatje in het matje. Houd het witte lepeltje schuin en tik dan tegen het lepeltje. Tik met je vingers of (nog beter) met een metalen lepeltje of een pincet. Laat de (twee) zaadjes in het gaatje van het matje vallen.

zaad27

Neem een half lepeltje gezeefd droog zand.

zaad28

Strooi het zand in hetzelfde gaatje als waar de zaadjes zijn gevallen.

zaad29

Laat telkens in een gaatje van het matje (2) zaadjes vallen en strooi meteen daarna droog zand in hetzelfde mat-gaatje. Herhaal dit bij alle gaatjes van het matje. Zo weet je zeker dat je geen mat-gaatje overslaat of in een gaatje dubbel zaait.

Til het matje zonder handvaten voorzichtig met een pincet van de potgrond (zaaigrond) af. Of til voorzichtig het matje met handvaten van de potgrond af.  Je hebt nu potgrond of zaaigrond met 15 “zandheuveltjes” met zaadjes erin.

tiny 6

zaad30

Hier foto’s van het matje met restjes zand. Schud het “opliggende” droge zand van het matje terug in het kuipje met zand.

.

Doe 2 elastiekjes om het 250 grams kuipje met zaaisel.  Je hebt  ook nog een leeg 500 grams margarinekuipje nodig. Dit 500 grams kuipje wordt niet “verknipt”.

.

C)# Laten ontkiemen

Zet het lege 500 grams kuipje omgekeerd op het 250 grams kuipje. Zo heb je een minikasje van margarinekuipjes. Zet het geheel in een ruimte bij ca 20 C.  Meer info over dit minikasje vind je bij tip 2 “Eenvoudige hulpmiddelen en tips”, nummer 1.

.

D)# Plantjes zichtbaar

Haal na enkele dagen het 500 grams kuipje eraf en controleer of er al plantjes zijn opgekomen. Geen plantjes te zien, zet dan het 500 grams kuipje weer op.

Verwijder het bovenste 500 grams kuipje zodra de eerste plantjes opgekomen zijn. Dat is bij Leeuwenbekjes 6 a 7 dagen na het zaaien. Haal dan ook de elastiekjes van het 250 grams kuipje af. Zet daarna het kuipje met plantjes voor een raam bij 15 tot 20 C.

Kleine Leeuwenbek plantjes, net opgekomen in zandheuveltjes.

Leeuwenbekplantjes, 7 dagen later.  Er zijn 15 zandheuveltjes. Bij 14 zandheuveltjes zijn plantjes opgekomen. In elk zandheuveltje zijn 1 of 2 plantjes opgekomen.

.

E)# Uitplanten

Nodig:

  • Plastic tray gevuld met potgrond.
  • Margarine kuipje met zandheuveltjes met kleine plantjes.
  • Theelepeltje.

Maak telkens in een vakje van de tray met een theelepeltje een putje in de potgrond. Schuif de potgrond een beetje opzij in het vakje.

Schep voorzichtig een zandheuveltje met 1 of 2 plantjes en een kluitje potgrond (of zaaigrond) eronder uit het 250 grams kuipje.

Uitvergrote foto’s van zandheuveltjes met 1 of 2 plantjes en een kluitje potgrond eronder.

Leg telkens het zandheuveltje met plantje(s) en een kluitje potgrond of zaaigrond in het putje (in de potgrond in de tray). Gebruik je vingers of een ander lepeltje als hulp om het plantje of de plantjes rechtop neer te zetten. Schuif daarna potgrond rondom het plantje of de plantjes.

Herhaal deze bewerkingen tot in alle vakjes van de tray plantjes staan of totdat de zandheuveltjes met plantjes “op” zijn.

.

Hier zijn 10 zandheuveltjes met kluitjes potgrond en plantjes in de tray uitgeplant.  Bij de meeste zandheuveltjes zijn 2 plantjes opgekomen. In het margarinekuipje zijn nog 5 zandheuveltjes over.

Strooi in elk vakje van de tray een dun laagje potgrond of zaaigrond rondom de plantjes. Sproei daarna voorzichtig water rondom de plantjes.

Op de bovenste foto zie je een tray vol met groepjes kleine plantjes. Elk groepje is afkomstig van een zandheuveltje. Elk groepje heeft 1 of 2 plantjes.

Op de onderste foto zie je een uitvergroting van een groepje. Dit groepje heeft 2 plantjes.

Zet de tray met plantjes voor een raam bij 15 tot 20 gr C.

.

F)# Uitdunnen

Op bovenstaande foto zie je plantjes die groot genoeg zijn om uitgedund te worden. Ze hebben ongeveer 1 week in de tray bij 15 tot 20 C gegroeid.

Op deze foto zie je plantjes na het uitdunnen.

Uitdunnen doe je zo:

  • Trek bij elke groepje van 2 plantjes het kleinste plantje voorzichtig uit de potgrond. Doe dit met je vingers of gebruik een pincet. Of knip het kleinste plantje van elk groepje met een scherpe schaar voorzichtig vlak boven de potgrond af.
  • Bij een vakje in de tray met maar 1 plantje hoef je natuurlijk niet uit te dunnen.
  • Sproei na het uitdunnen voorzichtig water rondom de plantjes in de tray.

Zet daarna de tray met plantjes weer voor een raam. Laat de plantjes verder opgroeien.

.

G)# Opmerkingen

  • Blijven de zaadjes “plakken” aan de plastic lepel of in het margarinekuipje dan kan dat komen door statische lading. Dan helpt het om de lepel en het lege kuipje in een verdund sopje af te wassen. Na het afwassen niet spoelen, maar laten opdrogen in de lucht. Zo komt er een dun zeeplaagje op het plastic en dat helpt.
  • Zandheuveltjes met plantjes water te geven:  sproei water tegen de binnen-zijkant van het 250 grams kuipje. Het water sijpelt naar beneden en wordt daarna door de potgrond of de zaaigrond opgenomen. Zo blijven de zandheuveltjes in vorm.
  • De werkwijze met het matje kun je ook gebruiken bij het zaaien van grotere zaadjes, bv paprika of tomaat.  Je moet dan wel wat meer zand in de gaatjes strooien om de zaadjes goed te bedekken. Of je haalt na het zaaien van de zaadjes het matje weg en bedekt daarna de zaadjes met een laagje potgrond of zaaigrond.
  • Je kunt zaaigrond of potgrond in het 250 grams kuipje doen. Na opkomst van de plantjes moet je de zandheuveltjes met kluitjes uitscheppen. Fijnkruimelige zaaigrond kun je goed scheppen, dus het uithalen van de kluitjes gaat dan gemakkelijk.  In potgrond zitten vaak veel lange vezeltjes dus dat schept wat moeilijker. Het gaat wel, zie de foto’s. Toch is het handiger als je van tevoren potgrond zeeft door de gaatjes van een plastic bloempot. Zoals op onderstaande foto te zien is. Deze zeeftip staat ook bij tip 2 “Eenvoudige tips en hulpmiddelen”,  nummer 47.

zeef potgrond

.

Geplaatst in klein, zaadjes, zaaien | 18 reacties